Utrecht, 30 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen over de voortgang van woonwagenstandplaatsen in Utrecht
Dinsdag 29 september 2026
Vragen:
De fracties van Stadsbelang Utrecht en Utrecht NU
Aanleiding
De berichtgeving in de Volkskrant over kritiek van de Nationale ombudsman op het uitblijven van woonwagenplekken voor Sinti en Roma is voor Stadsbelang Utrecht aanleiding om opnieuw naar de Utrechtse uitvoering te vragen. [1]
Op 20 januari 2026 beantwoordde het college onze eerdere vragen over een non-discriminatoir woonwagenbeleid (SV 2025 nr. 207). Het college meldde 141 wachtenden, nog geen uitbreiding sinds de beleidswijziging van juni 2025 en onderzoek naar twee concrete locaties. Ook verwees het naar de jaarlijkse voortgangsrapportage en een dekkingstekort bij de beleidsnota Wonen. [2]
Stadsbelang Utrecht wil dat inwoners die op een standplaats wachten concreet perspectief krijgen. Ruimte voor uitbreiding in beleid moet daarom worden vertaald in aantallen, besluiten en een haalbare planning. Wij stellen het college de volgende vragen.
Vragen
1. Heeft het college kennisgenomen van de in de Volkskrant beschreven kritiek van de Nationale ombudsman? Welke concrete lessen trekt het hieruit voor de uitvoering van het Utrechtse woonwagenbeleid?
2. Hoeveel woonwagenstandplaatsen telt Utrecht per 29 september 2026? Hoeveel zijn sinds 20 januari 2026 toegevoegd en hoeveel zijn vervallen? Wilt u daarbij onderscheid maken tussen plannen, vergunde plaatsen en daadwerkelijk voor bewoning beschikbare plaatsen?
3. Hoeveel personen staan per 29 september 2026 op de wachtlijst, vergeleken met de eerder gemelde 141? Hoeveel zelfstandige huishoudens vertegenwoordigen zij, hoeveel toewijzingen zijn er sinds januari geweest en welke behoefte blijft buiten de wachtlijst mogelijk buiten beeld?
4. Wat is de voortgang van de twee locaties die het college in januari onderzocht? Wilt u per locatie aangeven hoeveel plaatsen mogelijk zijn, welke onderzoeken en besluiten nog nodig zijn, welke belemmeringen bestaan en wanneer de eerste plaatsen beschikbaar kunnen komen?
5. Welke aanvullende locaties of uitbreidingsmogelijkheden zijn sinds januari onderzocht en met welk resultaat? Hoeveel potentiële plaatsen levert dit op? Als mogelijkheden zijn afgevallen, wat was daarvoor de reden?
6. Hoe brengt het college de daadwerkelijke wachttijd en de kans op een standplaats in beeld? Welke gegevens zijn beschikbaar over de inschrijfduur van wachtenden en de langst wachtenden? Als deze gegevens ontbreken, hoe gaat het college dan meetbaar toetsen of woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn aan bod komen?
7. Hoeveel extra standplaatsen zijn volgens de actuele behoeftebepaling nodig, voor welke periode en op basis van welke aannames? Wanneer ontvangt de raad een gekwantificeerde doelstelling als die nog ontbreekt?
8. Welke middelen zijn beschikbaar voor uitbreiding en welk bedrag ontbreekt om de onderzochte plannen uit te voeren? Benut Utrecht de Realisatiestimulans, waarvoor het Rijk in april 2026 een bijdrage van € 7.000 per standplaats meldde, of andere rijksbijdragen? Zo ja, voor hoeveel plaatsen en welk bedrag; zo nee, waarom niet? [3]
9. Welke afspraken zijn sinds januari gemaakt met woonwagenbewoners en hun vertegenwoordigers over uitbreiding, locatiekeuze en toewijzing? Hoe zijn hun woonbehoeften en familieverbanden meegenomen, en hoe worden wachtenden geïnformeerd over de voortgang?
10. Aan welke meetbare resultaten en termijnen verbindt het college zijn inzet op uitbreiding? Op welk moment vindt het college aanvullende maatregelen nodig als nieuwe plaatsen uitblijven, en welke maatregelen zijn dan beschikbaar?
11. Is het college bereid de raad uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 een uitvoeringsplanning te sturen met per project de beoogde aantallen, mijlpalen, verantwoordelijke partijen, kosten en dekking? Zo nee, waarom niet en op welke datum kan de raad deze informatie wel verwachten?
12. Wanneer ontvangt de raad de toegezegde voortgangsrapportage? Kan het college daarin jaarlijks ten minste de voorraad, wachtlijst, toewijzingen, gerealiseerde en geplande plaatsen, planning en financiering opnemen, zodat de raad de uitvoering kan volgen en zo nodig bijsturen?
Robert Biever, Stadsbelang Utrecht
David Bosch, UtrechtNU!
Bronnen 1. Volkskrant, Ombudsman uit forse kritiek op de overheid vanwege uitblijven woonwagenplekken Sinti en Roma. 2. College B&W Utrecht, beantwoording SV 2025 nr. 207, 20 januari 2026, met name antwoorden 8, 9, 14, 15, 16 en 20. 3. Ministerie van VRO, Aantal standplaatsen voor woonwagens groeit licht, 23 april 2026