Rotterdam, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen Doğan over Het tekort aan woonwagenstandplaatsen
Partij: DENK
Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Schriftelijke vragen conform artikel 30 van het Reglement van Orde
Betreft: Status woonwagenstandplaatsen in Rotterdam
Geacht college, Recent heeft de Nationale ombudsman opnieuw aandacht gevraagd voor de positie van Sinti, Roma en woonwagenbewoners en het aanhoudende tekort aan woonwagenstandplaatsen in Nederland. De Ombudsman constateert dat de uitbreiding van het aantal standplaatsen onvoldoende voortgang kent en roept overheden op meer verantwoordelijkheid te nemen. Ook in Rotterdam speelt deze problematiek. In 2020 heeft de gemeente nieuw woonwagenbeleid vastgesteld, waarmee het eerdere uitsterfbeleid is losgelaten en uitbreiding van het aantal standplaatsen werd voorzien. Recent heeft ook Wijkraad Lombardijen aandacht gevraagd voor de uitvoering van dit beleid, mede naar aanleiding van de situatie op het Bijenpark. In zijn reactie van 30 april 2026 geeft het college aan dat sinds 2020 vijf extra standplaatsen zijn gerealiseerd en dat voor de periode 2026–2029 op twee bestaande locaties potentie bestaat voor circa tien extra standplaatsen. Voor het Bijenpark zou uitbreiding vooralsnog ruimtelijk niet mogelijk en milieutechnisch niet wenselijk zijn. Naar aanleiding van de recente conclusies van de Nationale ombudsman en de signalen vanuit Lombardijen hebben wij de volgende vragen: 1. Hoeveel woonwagenstandplaatsen waren er in Rotterdam bij de vaststelling van het woonwagenbeleid in 2020 en hoeveel zijn dat er op dit moment? 2. Hoeveel nieuwe standplaatsen zijn sinds 2020 daadwerkelijk gerealiseerd en hoe verhoudt dit aantal zich tot de ambities en toezeggingen uit het woonwagenbeleid van 2020? 3. Wat is de huidige behoefte aan woonwagenstandplaatsen in Rotterdam, hoeveel woningzoekenden staan hiervoor geregistreerd en wat is de gemiddelde wachttijd? 4. In het beleid werd gesproken over uitbreiding van bestaande locaties en de realisatie van een nieuwe locatie. Wat is hiervan inmiddels gerealiseerd en welke onderdelen zijn nog niet uitgevoerd?
5. Welke locaties zijn sinds 2020 onderzocht voor uitbreiding of nieuwbouw, welke locaties zijn afgevallen en op basis van welke criteria? 6. Het college heeft Wijkraad Lombardijen laten weten dat uitbreiding van het Bijenpark “ruimtelijk niet mogelijk” en “milieutechnisch niet wenselijk” is. Op welke concrete onderzoeken en bevindingen is deze conclusie gebaseerd en is het college bereid deze onderzoeken openbaar te maken en met de wijkraad en bewoners te delen? 7. Zijn voor het Bijenpark ook alternatieve scenario’s onderzocht, waaronder een beperktere uitbreiding van het huidige aantal standplaatsen? Zo ja, wat waren daarvan de uitkomsten? 8. Hoe beoordeelt het college de recente conclusies van de Nationale ombudsman in relatie tot de situatie en voortgang in Rotterdam? 9. Ziet het college naar aanleiding hiervan aanleiding om de uitvoering van het Rotterdamse woonwagenbeleid te versnellen? Zo ja, welke concrete maatregelen worden genomen? 10. Kan het college aangeven hoeveel extra standplaatsen het in de periode 2026–2030 daadwerkelijk wil realiseren, op welke locaties en binnen welke termijn?
Wij wachten uw beantwoording af.
Met vriendelijke groet,
Burak Doğan DENK Rotterdam