Winterswijk, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Postadres Postbus 101 7100 AC Winterswijk
Fractie CDA Winterswijk
Fractie CDA Winterswijk Bezoekadres : Stationsstraat 25
t.a.v. mevrouw Prinsen Telefoon : (0543) 543 543
Fax : (0543) 543 065 E-mail : [gemeente@winterswijk.nl](mailto:gemeente@winterswijk.nl) Internet : [www.winterswijk.nl](http://www.winterswijk.nl/) KvK : 09219446
Zaaknummer : 2505068 Uw kenmerk : Bijlage(n) : Behandeld door : Projecten Kopie aan : Verzenddatum : 22 september 2026
Onderwerp : Artikel 35-vragen CDA over kinderboerderij Freriks
t.a.v. mevrouw Prinsen
Geachte mevrouw Prinsen,
Op 18 augustus 2026 heeft de CDA-fractie schriftelijke vragen gesteld op grond van artikel 35 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad over kinderboerderij Freriks. De betreffende vragen zijn hieronder weergegeven, met daarachter de beantwoording door het college.
1. Wat verstaat het college onder ‘op een vakkundige manier in stand houden’? Graag een toelichting hierop. Is het hebben van een minimaal aantal soorten dieren hier een onderdeel van? In de akte van levering is vastgelegd dat de eigenaar verplicht is de kinderboerderij met hertenwei gedurende twintig jaar vanaf de datum van juridische levering op een vakkundige manier in stand te houden. In de akte is tevens omschreven wat onder een kinderboerderij wordt verstaan. Het betreft een openbaar toegankelijke voorziening waar verschillende boerderijdieren worden gehouden en die zowel een educatieve als een recreatieve functie heeft. Daarnaast is in de akte opgenomen dat de eigenaar lid dient te worden en te blijven van de Stichting Kinderboerderijen Nederland.
De akte bevat geen nadere uitwerking van het begrip ‘vakkundig in stand houden’. Ook zijn daarin geen concrete eisen opgenomen ten aanzien van het aantal dieren, het aantal diersoorten of de wijze waarop de exploitatie moet worden ingericht. Het college beschikt daarom niet over een objectief toetsingskader aan de hand waarvan kan worden vastgesteld hoeveel dieren of diersoorten minimaal aanwezig zouden moeten zijn. Wel mag worden verwacht dat de kinderboerderij zodanig wordt beheerd en geëxploiteerd dat deze herkenbaar blijft functioneren als een openbaar toegankelijke kinderboerderij overeenkomstig de omschrijving in de akte.
2. Eerder werd door de gemeenteraad een burgercheque toegekend voor de renovatie van het theehuis en de toiletgroep. Recent verscheen ook online een oproep om te doneren voor het opknappen van het terrein en de vervanging van de omheining en de volière. Is het college op de hoogte van deze oproep? En vindt het college dit
Vermeld bij contact en correspondentie het zaaknummer. Wij kunnen u dan sneller van dienst zijn.
datum 22 september 2026 zaaknummer 2505068 blad 2 / 3
passend bij ‘op vakkundige manier in stand houden van de kinderboerderij’ en waarom? Het college is niet bekend met de genoemde oproep. De akte van levering bevat geen bepalingen over de wijze waarop de exploitatie, het onderhoud of de benodigde investeringen financieel moeten worden georganiseerd. Het werven van bijdragen, sponsoring of donaties is op zichzelf niet ongebruikelijk bij maatschappelijke voorzieningen waarbij vrijwilligers en maatschappelijke betrokkenheid een belangrijke rol spelen.
Uit het enkele feit dat een oproep wordt gedaan om financiële ondersteuning kan daarom niet worden geconcludeerd dat niet wordt voldaan aan de verplichting om de kinderboerderij op een vakkundige manier in stand te houden. Het college beschikt op dit moment niet over informatie waaruit blijkt dat de eigenaar de verplichtingen uit de akte niet naleeft. Ook zijn er geen situaties bekend waarin het noodzakelijk is geweest formeel of juridisch op te treden vanwege het niet naleven van de instandhoudingsverplichting.
3. In de akte van levering is opgenomen dat de kinderboerderij zowel een educatieve als recreatieve functie heeft. Kan het college aangeven of en hoe de kinderboerderij hieraan voldoet en op welke wijze het college daarop toeziet? In de akte van levering is opgenomen dat de kinderboerderij zowel een educatieve als een recreatieve functie heeft. De kinderboerderij wordt daarbij omschreven als een openbaar toegankelijke voorziening waar kinderen en volwassenen kennis kunnen maken met boerderijdieren.
Voor zover het college bekend is, wordt de locatie nog steeds gebruikt als kinderboerderij en is deze functie nog aanwezig. Het college houdt geen structureel toezicht op de dagelijkse exploitatie van de kinderboerderij. Indien signalen, meldingen of concrete aanwijzingen worden ontvangen dat niet aan de verplichtingen uit de akte wordt voldaan, kan dat aanleiding zijn om hiernaar nader onderzoek te verrichten. Op dit moment zijn geen feiten of omstandigheden bekend die aanleiding hebben gegeven tot formeel optreden of nader onderzoek naar de naleving van de verplichtingen uit de akte.
4. Vindt het college het, net als het CDA, van belang om een openbare kinderboerderij in Winterswijk te hebben en te houden? Het college onderkent de maatschappelijke waarde van een openbare kinderboerderij. Een kinderboerderij kan bijdragen aan recreatie, educatie en ontmoeting en biedt inwoners en bezoekers de mogelijkheid kennis te maken met dieren en het landelijk leven. Daarnaast kan een kinderboerderij een laagdrempelige ontmoetingsplek vormen voor verschillende groepen inwoners, waaronder nieuwkomers. De kinderboerderij betreft een particuliere voorziening. De verantwoordelijkheid voor de exploitatie en instandhouding van de voorziening ligt daarom in eerste instantie bij de eigenaar. De rol van de gemeente wordt bepaald door de gemaakte afspraken, de privaatrechtelijke verplichtingen die in de akte van levering zijn vastgelegd en de publiekrechtelijke kaders die op de locatie en het gebruik daarvan van toepassing zijn.
5. Op basis van de verkoopakte is de eigenaar tot augustus 2034 verplicht de kinderboerderij in stand te houden. Is het college bekend met plannen of wensen van de eigenaar voor de periode na augustus 2034? Bij het college zijn op dit moment geen concrete plannen, initiatieven of verzoeken bekend voor een andere invulling van de locatie na afloop van de in de akte opgenomen instandhoudingsverplichting in augustus 2034. Mocht zich in de toekomst een initiatief voor
datum 22 september 2026 zaaknummer 2505068 blad 3 / 3
een andere invulling van de locatie aandienen, dan zal dit worden beoordeeld aan de hand van de op dat moment geldende wet- en regelgeving en de relevante gemeentelijke en andere beleidskaders.
6. Heeft het college zelf een visie met betrekking tot de kinderboerderij en de bijbehorende gronden voor de periode na augustus 2034? Zo ja, wat is deze visie? Zo nee, is het college bereid die op te stellen? Het college beschikt op dit moment niet over een specifieke visie voor deze locatie voor de periode na afloop van de in de akte opgenomen instandhoudingsverplichting. Daarbij speelt mee dat deze verplichting nog tot augustus 2034 van kracht is en dat op dit moment geen concrete plannen of initiatieven bekend zijn die aanleiding geven om vooruitlopend daarop een afzonderlijke toekomstvisie voor deze locatie op te stellen.
Indien zich in de toekomst ontwikkelingen voordoen die aanleiding geven om de toekomstige invulling van de locatie te bespreken, zal het college bezien op welke wijze daaraan beleidsmatig richting kan worden gegeven en op welke wijze de gemeenteraad daarbij wordt betrokken.
Met vriendelijke groet,
B. Freriks-ten Hagen B. Dijkstra