Winterswijk, 23 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Geacht college,
Hierbij stelt de fractie van het CDA vragen op grond van art. 35 van het RvO over Kinderboerderij Freriks.
Inleiding Op 18 juni jl. heeft het CDA een aantal schriftelijke vragen gesteld met betrekking tot Kinderboerderij Freriks. Allereerst dank voor de uitgebreide beantwoording op 20 juli jl. van onze eerdere vragen. Het CDA heeft hierover de volgende aanvullende vragen aan het college:
1. In de akte van levering in 2014 is vastgelegd dat de koper/eigenaar (een commerciële partij) “ _zich verplicht om de kinderboerderij met hertenwei 20 jaar lang, gerekend vanaf_ _de datum van juridische levering, op een vakkundige manier in stand te houden. Na deze_ _20 jaar eindigt de verplichting. Een kinderboerderij is een boerderij die openbaar_ _toegankelijk is voor het publiek. Op de kinderboerderij worden verschillende_ _boerderijdieren gehouden. De kinderboerderij is speciaal ingericht voor kinderen (maar_ _ook toegankelijk voor volwassenen) om kennis te kunnen maken met de boerderijdieren._ _De kinderboerderij heeft zowel een educatieve als recreatieve functie. Koper dient lid te_ _worden en blijven van de Stichting Kinderboerderijen Nederland_ ”. Wat verstaat het college onder ‘op een vakkundige manier in stand houden’? Graag een toelichting hierop. Is het hebben van een minimaal aantal soorten dieren hier een onderdeel van?
2. Eerder werd op 24 oktober 2024 door de gemeenteraad een burgercheque toegekend voor de renovatie van het theehuis en de toiletgroep. Deze is door vrijwilligers opgeknapt. Recent verscheen ook online (Facebook) de oproep om te doneren om het terrein op te knappen, te voorzien van een veilige omheining en het gaas van de volière te vervangen (dat ontbreekt op dit moment). Is het college op de hoogte van deze oproep? En vindt het college dit passend bij ‘op vakkundige manier in stand houden van de kinderboerderij’ en waarom?
3. In de akte van levering is ook opgenomen dat “ _de kinderboerderij heeft zowel een_ _educatieve als recreatieve functie_ ”. Kan het college aangeven of en hoe de kinderboerderij hieraan voldoet en op welke wijze het college daarop toeziet?
4. Vindt het college het, net als het CDA, van belang om een openbare kinderboerderij in Winterswijk te hebben en te houden? Zowel als ontmoetingsplaats tussen jong en oud, maar ook om bijvoorbeeld kinderen en nieuwe Winterswijkers bekendheid te laten krijgen met in Nederland veel voorkomende dieren? Zo nee, waarom niet?
5. Op basis van de verkoopakte is de eigenaar van de kinderboerderij tot augustus 2034 verplicht om de kinderboerderij in stand te houden. Is het college bekend met plannen of wensen van de eigenaar met betrekking tot deze locatie voor de periode ná augustus 2034? Zo ja, wat zijn deze plannen?
6. Heeft het college zelf een visie m.b.t. de kinderboerderij en op de gronden behorende bij de kinderboerderij/zorglocatie/hertenwei voor de periode ná augustus 2034? Zo ja, wat is deze visie? Zo nee, is het college dan bereid om die te maken?
Wij zien uit naar de beantwoording van onze vragen.
Hartelijke groet, Namens de CDA-fractie
Sandra Prinsen Fractievoorzitter