Vijfheerenlanden, 16 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Gemeente Vijfheerenlanden T.a.v. de leden van de Gemeenteraad Postbus 11 4140 AA LEERDAM Land
Ons kenmerk 17.2026 – 1814691 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen VVD over raadsinformatiebrief Eerder Aanvragen Transportcapaciteit VHL Datum 15 september 2026
Geachte leden van de raad,
Onderstaand vindt u de vragen die zijn gesteld door de heer Reijersen van Buuren van de VVD over de raadsinformatiebrief Eerder Aanvragen Transportcapaciteit VHL d.d. 6 augustus 2026 en het antwoord van burgemeester en wethouders op deze vragen.
Inleiding De VVD-fractie begrijpt de noodzaak om, gezien de korte termijnen, voortvarend te handelen zodat woningbouw- en onderwijsprojecten binnen Vijfheerenlanden niet onnodig worden benadeeld. Tegelijkertijd roept deze nieuwe werkwijze vragen op over de relatie met bestaande beleidskaders, de positie van nieuwe initiatieven, de afweging van verschillende belangen en de betrokkenheid van de gemeenteraad bij deze keuzes. Omdat de keuzes die nu worden gemaakt gevolgen kunnen hebben voor de realisatie van woningbouwplannen, de uitvoering van dorpswoonvisies, toekomstige ontwikkelingen binnen onze gemeente en de verdeling van schaarse transportcapaciteit, heeft de VVD-fractie behoefte aan een nadere toelichting van het college en heeft zij de volgende vragen:
Vraag 1 : Het college geeft aan dat de gemeenteraad in deze fase nauwelijks ruimte heeft om een inhoudelijke rol van betekenis te vervullen. Op welke wijze ziet het college mogelijkheden om de raad gedurende dit proces, met (groot) maatschappelijk impact en risico, toch te betrekken bij de gemaakte afwegingen en prioriteiten?
Gemeente Vijfheerenlanden / Postbus 11, 4140 AA Leerdam / 088 – 599 7000 1 vijfheerenlanden.nl / info@vijfheerenlanden.nl
Antwoord vraag 1 : Het college stelt voor om de raad in september met een raadsinformatiebrief te informeren over de opzet van de beleidsregels, de criteria op basis waarvan de volgorde van projecten wordt bepaald en de tussentijdse uitkomst op basis van de projecten die worden voorgedragen.
Vraag 2: Hoe verhoudt de op te stellen prioriteitenlijst zich tot de door de raad vastgestelde dorpswoonvisies, het tegelijk uitvoeren van onze woningbouwambities in de verschillende kernen en andere ruimtelijke kaders?
Antwoord vraag 2 : Een belangrijk criterium voor de volgorde van de projecten zal de datum start bouw zijn. De verwachting is dat dit voor projecten die al een zekere planologische status hebben en een civielrechtelijke overeenkomst met de gemeente kennen (bijvoorbeeld in de vorm van een anterieure overeenkomst) geen nadelige gevolgen zal hebben voor de positie op de volgordelijst. Maar projecten die nog geen duidelijke status hebben zullen lager op de lijst uitkomen.
Vraag 3: Hoe voorkomt het college dat het reserveren van transportcapaciteit voor projecten waarvan de planologische procedures en participatietrajecten nog niet zijn afgerond, bij inwoners de indruk wekt dat besluitvorming feitelijk al heeft plaatsgevonden?
Antwoord vraag 3 : Dat beeld valt niet geheel te voorkomen. Er wordt immers gevraagd om alle bouwinitiatieven voor de komende 10 jaar te benoemen (onderwijs en woningbouw) en te prioriteren. Hierin zitten dus ook projecten met een zachte status, waar een stedenbouwkundige opzet nog voor moet worden uitgewerkt en waar nog participatie over moet plaatsvinden.
Vraag 4: Hoe wordt omgegaan met woningbouwprojecten die na oktober 2026 ontstaan of versneld kunnen worden ontwikkeld, maar die niet op de eerste prioriteitenlijst zijn opgenomen?
Antwoord vraag 4 : Deze kunnen alsnog worden opgevoerd, maar zullen bij de netbeheerders achteraan bij de al aangedragen projecten aansluiten.
Vraag 5: Hoe wordt voorkomen dat ontwikkelaars projecten strategisch of opportunistisch aanmelden om transportcapaciteit veilig te stellen, terwijl nog onzekerheid bestaat over de daadwerkelijke uitvoerbaarheid van het project en dit benutbare capaciteit vasthoudt?
2
Antwoord vraag 5: We communiceren in de uitvraag en op de website bij het indienen van projecten naar initiatiefnemers dat het moet gaan om een realistische planning. Als gemeente moeten we bij ieder project een bestuursverklaring ondertekenen dat hetgeen door de initiatiefnemer ter onderbouwing is aangedragen, door de gemeente wordt onderschreven. Wanneer dit in ernstige mate afwijkt van onze inzichten kunnen wij partijen hier direct op wijzen en/of eventueel geen door de gemeente ondertekende bestuursverklaring meesturen.
Vraag 6: De prioritering richt zich primair op woningbouw en onderwijs. Op welke wijze worden andere maatschappelijke belangen, zoals zorgvoorzieningen, dorpshuizen, sportvoorzieningen, bedrijvigheid en werkgelegenheid, meegenomen in de gesprekken met netbeheerder en andere overheden en is het nog mogelijk om hier netruimte voor te reserveren?
Antwoord vraag 6 : Nee, deze mogelijkheid bestaat niet. De Autoriteit Consumenten Markt (ACM) heeft wonen en onderwijs prioritair gesteld ten opzichte van bijvoorbeeld dorpshuizen of bedrijvigheid. Er wordt rekening gehouden met drie prioritaire categorieën: 1. Congestieverzachters: projecten die direct ruimte op het elektriciteitsnet maken. Hierdoor kunnen meer partijen gebruik maken van het net. 2. Veiligheid: projecten die essentieel zijn voor de nationale veiligheid, zoals ziekenhuizen, noodhulpdiensten, defensie en politie. 3. Basisbehoeften: projecten die voorzien in maatschappelijke basisbehoeften zoals woningbouw, onderwijs. Een project als een sportvoorziening kan wel worden ingediend, maar niet via het spoor van Eerder Aanvragen en zal ook qua volgorde na de lijst van woningbouw en onderwijs in behandeling worden genomen. Projecten die al waren ingediend en een toezegging (toezegging van aansluiting) van Stedin hebben, worden wel als zodanig gehonoreerd.
Met vriendelijke groet,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden,
de secretaris, de burgemeester,
W.J. (Judith) de Jonge S. (Sjors) Fröhlich
3