Rotterdam, 4 oktober 2025
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen Segers - Hoogendoorn over het voortbestaan van de kinderboerderij in Hoek van Holland
Partij: CDA
Aan de voorzitter van de gemeenteraad van Rotterdam Coolsingel 40 3011 AD Rotterdam Schriftelijke vragen: Red de kinderboerderij! Rotterdam, 4 oktober 2025 Geacht college, De CDA-fractie maakt zich grote zorgen over het voortbestaan van de kinderboerderij in Hoek van Holland. Uit berichtgeving blijkt dat een forse huurverhoging en achterstallig onderhoud de toekomst van deze geliefde en maatschappelijk waardevolle voorziening onder druk zetten. De kinderboerderij vervult een belangrijke rol in Hoek van Holland: als ontmoetingsplek voor buurtbewoners, als leeromgeving voor kinderen en scholen, en als plek waar vrijwilligers zich met veel inzet inzetten voor de samenleving. Het verdwijnen van deze voorziening zou een groot verlies zijn voor de Hoekenezen. Bovendien constateren wij dat dit probleem mogelijk eerder gesignaleerd had kunnen worden door toepassing van een vitaliteitscheck. Hiermee kan inzichtelijk worden gemaakt welke risico’s en knelpunten er bestaan bij maatschappelijke voorzieningen, zodat tijdig oplossingen gevonden worden. Naar aanleiding hiervan stellen wij de volgende vragen: 1. De huur stijgt van €320 naar €2.271 per jaar. Realiseert het college zich dat een dergelijke huurverhoging onbetaalbaar is voor een vrijwilligersorganisatie die draait op donaties en maatschappelijke inzet? 2. Denkt het college dat de gemeente deze situatie had kunnen voorkomen door eerder aan de bel te trekken of de kinderboerderij proactief te attenderen op het feit dat bij overlijden er een nieuw contract moest worden afgesloten? 3. Is het college bereid de huur te herzien of te verlagen naar een maatschappelijk aanvaardbaar niveau, passend bij de aard en functie van een kinderboerderij? 4. Is het college het met ons eens dat een vitaliteitscheck dit probleem mogelijk eerder had blootgelegd, bijvoorbeeld doordat een overdracht naar een stichting direct zichtbaar maakte dat dit een forse huurverhoging zou opleveren? 5. Heeft het college inzichtelijk of er meer contracten zijn met maatschappelijke instellingen waar de huur eigenlijk omhoog zou moeten? Zo ja, hoeveel? 6. Handelt de gemeente hierin proactief om soortgelijke problemen zo veel mogelijk te voorkomen? Wij zijn uw antwoorden met belangstelling tegemoet.
René Segers-Hoogendoorn CDA Rotterdam
Type Uit de bron