Peel en Maas, 6 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Geadresseerde Fractie CDA t.a.v. de heren J. Timmermans S. Janssen R. Delissen
Datum 14 juli 2026
Zaak 1894/2026/3404972 Document 1894/2026/3410618 Van Onderwerp Vragen artikel 32 inzake aanvullende regels beleid huisvesting arbeidsmigranten
Geachte heren,
Wilhelminaplein 1
5981 CC Panningen
T (077) 306 66 66
E info@peelenmaas.nl
www.peelenmaas.nl
Op 15 juni ontvingen wij uw artikel 32 vragen over de aanvullende regels beleid huisvesting
arbeidsmigranten. U vraagt ons om een inschatting te geven van de juridische houdbaarheid van
twee onderdelen uit het huidige beleid voor huisvesting van arbeidsmigranten, namelijk:
1. de minimale onderlinge afstand van 250 meter tussen huisvestingslocaties;
2. het maximum van 10% arbeidsmigranten ten opzichte van het aantal inwoners van Peel
en Maas.
Hieronder leest u ons antwoord op uw vraag.
1. De afstandseis van 250 meter kan juridisch houdbaar zijn, mits deze ruimtelijk goed en
actueel is onderbouwd en proportioneel wordt geacht.
2. De 10%-norm is juridisch kwetsbaarder, met name vanwege het generieke karakter en de
(op basis van huidig onderzoek) beperkte onderbouwing van de noodzaak.
Een verdere onderbouwing van deze beknopte antwoorden wordt hieronder beschreven
Algemeen juridisch kader
Bij de beoordeling van de juridische houdbaarheid van dergelijke beleidsregels geldt dat
gemeenten beleidsruimte hebben bij het reguleren van ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder de
huisvesting van arbeidsmigranten. Deze beleidsruimte wordt echter begrensd door hogere wet en regelgeving, waaronder het omgevingsrecht, algemene beginselen van behoorlijk bestuur en –
indien van toepassing – Europese regelgeving (zoals het vrij verkeer van werknemers en
diensten).
Cruciaal daarbij is dat regels:
- een ruimtelijk relevant doel dienen;
- objectief en niet-discriminatoir zijn;
- evenredig en proportioneel zijn (geschikt, noodzakelijk en niet onnodig beperkend);
- voldoende gemotiveerd zijn, bij voorkeur onderbouwd met onderzoek of feitelijke
gegevens.
1. Minimale afstandseis van 250 meter
De eis van een minimale afstand tussen huisvestingslocaties kan in beginsel juridisch houdbaar
zijn indien deze ruimtelijk kan worden gemotiveerd. Denk daarbij aan argumenten zoals:
- spreiding van functies ter voorkoming van concentratie-effecten;
- bescherming van leefbaarheid en woon- en leefklimaat;
- beheersbaarheid voor voorzieningen en omgeving.
De juridische houdbaarheid hangt echter sterk af van:
- de onderbouwing van de noodzaak van precies 250 meter;
- de relatie met concrete ruimtelijke effecten;
- de actualiteit van de onderliggende gegevens.
Indien een ondernemer deze eis aanvecht, zal een rechter toetsen of de afstandsnorm voldoende
is gemotiveerd en proportioneel is. Wanneer de norm als arbitrair wordt gezien of onvoldoende
wordt gedragen door onderzoek, bestaat het risico dat deze (gedeeltelijk) onverbindend wordt
verklaard.
2. Maximum van 10% van het aantal inwoners
De norm dat het aantal vergunde bedden voor arbeidsmigranten niet meer mag bedragen dan
10% van het aantal inwoners is juridisch kwetsbaarder.
Deze norm kent namelijk:
- een meer generiek en kwantitatief karakter, dat minder direct ruimtelijk is onderbouwd;
- een mogelijk spanningsveld met het gelijkheidsbeginsel en Europese vrijheden, wanneer
daardoor feitelijk beperkingen ontstaan voor bepaalde groepen werknemers;
- een afhankelijkheid van een stevige onderbouwing dat boven deze grens sprake is van
onevenredige druk op voorzieningen of leefomgeving.
In dit kader is relevant dat uit het PON & Telos-onderzoek blijkt dat er geen aanleiding is dat het
huidige aantal arbeidsmigranten op vergunde locaties leidt tot een onevenredige druk op
basisvoorzieningen . Dit kan de juridische onderbouwing van een harde bovengrens
compliceren.
Een rechter zal bij toetsing nadrukkelijk kijken naar:
- de feitelijke onderbouwing van de 10%-grens;
- de proportionaliteit van een generieke cap;
- de vraag of minder beperkende maatregelen mogelijk zijn.
Gemeente Peel en Maas 1894/2026/3410618 Pagina 2 van 3
Daarmee achten wij het risico aanwezig dat deze norm, indien aangevochten, juridisch onder druk
komt te staan.
Het college benadrukt dat de uiteindelijke beoordeling van de juridische houdbaarheid
voorbehouden is aan de rechter. Wel zullen wij deze aandachtspunten betrekken bij de verdere
evaluatie en actualisatie van het beleid.
Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Peel en Maas,
de gemeentesecretaris/directeur, de burgemeester, K.H. Werps-Aerts B.C.M. Vostermans
Gemeente Peel en Maas 1894/2026/3410618 Pagina 3 van 3