Enschede, 26 mei 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Corsanummer: 2600014599
Op 6 mei 2026 zijn bij de raadsgriffie vragen binnen gekomen van mevrouw Anne Kaal van de fractie Volt gericht aan de voorzitter van de Raad op grond van ex artikel 35 van het Reglement van Orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de Raad. Het college van Burgemeester en Wethouders beantwoordt de vragen als volgt.
Betreffende beantwoording schriftelijke vragen van mevrouw Anne Kaal (Volt) inzake Beantwoording art. 35 vragen van mevrouw A. Kaal (Volt) inzake Proactieve dienstverlening bij sociale zekerheid.
Op 21 april 2026 heeft het College de op 2 april 2026 ingediende vragen van de heer E. Versteeg van Belang van Enschede (corsanummer: 2600011519) beantwoord.
Naar aanleiding van die beantwoording en het mondelinge antwoord van de wethouder Kampman tijdens de raadsvergadering van donderdag 23 april 2026 op vragen van de heer B. Peeters Weem van PRO heeft de fractie van Volt nog de volgende vragen.
Gewijzigde regelgeving: de Participatiewet in balans De vragen van Belang van Enschede hadden betrekking op de regelgeving zoals die tot 1 januari 2026 van toepassing was. Vanaf die datum is deze wet echter op cruciale onderdelen gewijzigd.
In het Staatsblad 2025,312 is de Participatiewet in balans gepubliceerd. Deze wet is per 1 januari 2026 in werking getreden1 en heeft tot doel de balans tussen bestaanszekerheid, reintegratie en handhaving te verbeteren.
In de toelichting op de noodzaak van deze wet schrijft de wetgever dat door complexiteit, strenge handhaving en beperkte ondersteuning de Participatiewet soms als te hard wordt ervaren. In die wet worden maatregelen geïntroduceerd, die uitvoeringsprofessionals meer ruimte moeten geven om mensen goed te ondersteunen. Vertrouwen en de menselijke maat komen bij de uitvoering centraal te staan.2 Die wet bestaat uit drie sporen:
- De maatregelen op korte termijn.
- Fundamentele herziening van de Participatiewet.
- Versterken van de vakkundigheid in de uitvoering.
Wijzigingen in vermogensvaststelling Tot 1 januari 2026 werd bij de toepassing van de vermogenstoets van artikel 34 Participatiewet het vermogen bij aanvang eenmalig vastgesteld en werd bepaald in hoeverre het vermogen gedurende de bijstand nog kan groeien (de vermogensaanwas). Hierbij werd geen rekening gehouden met aanwezige schulden. Dit is vanaf 1 januari 2026 gewijzigd.
Naast deze nieuwe wet zijn er ook nog andere wetten in werking getreden of in de maak die de balans tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving in balans moeten brengen. Het gaat hier om de volgende wetsvoorstellen:
- Wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW
1 Staatsblad 2025,313 Besluit van 27 oktober 2025 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Participatiewet in balans en van het Besluit van 30 augustus 2025 tot wijziging van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 in verband met het onderzoek naar de levensvatbaarheids- en vermogenstoets in dat besluit en vanwege de Participatiewet in balans (Stb. 2025, 220) 2 Tweede kamerstuk 36 582 nummer 3: Wijziging van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening en oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen in verband met het op onderdelen in balans brengen van deze wetten tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving (Participatiewet in balans)
- Wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid
Wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW Op grond van het voorgestelde nieuwe artikel 10b van de Wet SUWI wordt aan de colleges van burgemeester en wethouders de bevoegdheid toegekend proactieve dienstverlening toe te passen, ten behoeve van het versterken van de bestaanszekerheid en participatie, en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van werk en inkomen.3
Op 2 april 2026 schreef de minister van Werk en Participatie nog aan de Tweede Kamer (Kamerstuk 36 799 Nr. 8) dat hij aan de gemeenten “.. minder financiële ruimte ter beschikking kon stellen voor deze proactieve dienstverlening.” Tijdens de raadsvergadering van 23 april kon de wethouder meedelen dat de minister dit voornemen al weer had ingetrokken.
Wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid Dit wetsvoorstel wordt binnenkort in de Tweede Kamer behandeld4 Het is de bedoeling dat met ingang van 1 januari 2027 deze wet in werking treedt. Dit wetsvoorstel heeft als uitgangspunt dat op een fout niet automatisch een boete of maatregel moet volgen. Gemeenten krijgen meer ruimte om af te wegen of een sanctie op zijn plaats is en zo ja, welke sanctie dan evenredig is. Dit brengt Volt tot de volgende drie vragen.
1. Proactieve dienstverlening bestaat uit het gevraagd of ongevraagd individueel verstrekken van informatie en advies over relevante uitkeringen of voorzieningen aan burgers en het faciliteren van het doen van een aanvraag om een uitkering.
Nu er op deze taak niet wordt bezuinigd, wil Volt graag van het college weten op welke wijze de gemeente uitvoering gaat geven aan deze wettelijke verplichting. Graag zo concreet mogelijk toelichten (bijvoorbeeld via huis-aan huisbladen, tv-spotjes, spreekuren of anderszins)
Antwoord: Het wetsvoorstel moet nog behandeld worden in de Tweede en Eerste Kamer. Zodra het wetsvoorstel definitief is vastgesteld en de nadere uitwerking bekend is, zal het college met een voorstel komen voor de benodigde en gewenste aanpassingen van het lokale beleid, uitvoeringsafspraken en de daaraan verbonden kosten.
Het college onderschrijft het doel van proactieve dienstverlening: het verminderen van het niet gebruik van inkomensondersteuning en minimaregelingen door inwoners tijdig te informeren en hen waar nodig te ondersteunen bij het doen van een aanvraag. Dit past bij de bredere beweging naar een meer mensgerichte uitvoering van de sociale zekerheid. Door onze deelname in de commissie PSI is Enschede actief betrokken geweest bij de vormgeving van deze wet. Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW geeft gemeenten de bevoegdheid om proactieve dienstverlening toe te passen en maakt het mogelijk om, onder voorwaarden, in contact te treden met mensen die mogelijk recht hebben op een uitkering of voorziening voordat zij zelf een aanvraag hebben gedaan.
De kracht van het wetsvoorstel ligt met name in de mogelijkheid om gegevens van UWV, SVB en gemeenten te combineren, zodat inwoners gerichter kunnen worden geïnformeerd over hun recht op een uitkering of minimaregeling. Op dit moment ondersteunen wij inwoners ook, maar dan moeten deze inwoners wel actief bij ons in beeld komen. Dit gebeurt bijvoorbeeld via een doorverwijzing door partners uit het netwerk Rondkomen met je inkomen.
3 Wetsvoorstel tot Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) in verband met het bevorderen van proactieve dienstverlening door het UWV, de SVB en gemeenten (Wet proactieve dienstverlening SZW) Tweede Kamerstuk 36 799 4 Vergaderjaar 2024 – 2025 kamerstuk 36 785 nummer 2 Regels met betrekking tot de handhaving in de sociale zekerheid om meer passend handhaven mogelijk te maken (Wet handhaving sociale zekerheid)
2. De wetgever koos tot 1 januari 2026 voor het bepalen van het recht op een uitkering voor een zeer globale berekening van het vermogen. Het berekenen en in acht nemen van de aanwezige schulden werd als te complex beschouwd.
Welke maatregelen heeft het college dit jaar genomen om vanaf 1 januari 2026 met die complexiteit om te gaan?
Antwoord: Vanaf 1 januari 2026 past het college bij het ontvangen van een bedrag aan vermogen (bijv. schenking meer dan het vrijlatingsbedrag, dwangsom, erfenis, smartengeld boven het vrijlatingsbedrag) de nieuwe wettelijke vermogensregels toe. In tegenstelling tot de wettelijke regels voor 1 januari 2026 wordt er rekening gehouden met de schulden die aanwezig zijn op het moment van ontvangen van het vermogen. Dit vraagt tijd en inspanning van de inwoners om gegevens aan te leveren en dit geldt ook gedurende de bijstandsverlening. Schulden die tijdens de bijstandsverlening ontstaan, zijn van invloed op het vermogen. Zolang het daadwerkelijke vermogen lager is dan de toepasselijke vermogensgrens, kan recht op bijstand bestaan.
3. Hoe staat het met de voorbereiding op de invoering van de Wet handhaving sociale zekerheid? Hoe gaat het college invulling geven aan de ruimte die ze krijgt om zelf af te wegen of een sanctie op zijn plaats is en zo ja, welke sanctie dan evenredig is volgens het college?
De betreffende wet staat gepland voor een plenair debat in de Tweede Kamer op 25 mei 2026 en wordt daarna behandeld in de Eerste Kamer. Zodra de wet is aangenomen, volgt er een voorstel om het beleid waar nodig aan te passen. Deze wet heeft bijvoorbeeld gevolgen voor ons kwijtscheldingsbeleid en de maatregelverordening. We moeten de impact van deze nieuwe wetgeving verder onderzoeken.
Enschede, 26 mei 2026
Burgemeester en Wethouders van Enschede, de Secretaris, de Burgemeester,
M.W. de Graaf R.W. Bleker