Eijsden-Margraten, 21 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Raadsvergadering 1 oktober 2026 Schriftelijke vragen Agendapunt 05: Beleidsplan Schuldhulpverlening Eijsden-Margraten 2026-2028
Vraag 1: _[20261001 05b Beleidsplan Schuldhulpverlening Eijsden-Margraten 2026-2028](https://portal.ibabs.eu/Document/AgendaItem/2b75d1f4-be7b-4679-9a59-0c6a9b00f4c8/36986c6d-059b-4791-b649-6f8c6e456a6e/ef3b26e5-1adf-403a-afb9-3fcd9e408f5d)_ pag. 6, 3.2.1 Eigen verantwoordelijkheid “de inwoner is zelf aan zet” Wat nu wanneer de inwoner deze verantwoordelijkheid niet waar kan maken, welke rol ziet de gemeente dan voor zich?
Antwoord: In de visie wordt beschreven dat het bestrijden van armoede centraal staat om (problematische) schulden te voorkomen. In eerste instantie is elke inwoner van Eijsden-Margraten zelf aan zet om op eigen kracht een financiële huishouding te voeren, ter voorkoming van armoede en/of (problematische) schulden. Mocht de inwoner deze verwachting niet waar kunnen maken, ondersteunt de gemeente de inwoner. Dit kan via gemeentelijke minimaregelingen, financiële voorlichting en eventueel via de gemeentelijke schuldhulpverlening.
Vraag 2: In hoeverre ontstaat het risico van loslaten en daarmee verdieping van de problemen, met alle gevolgen voor de gemeenschap van dien?
Antwoord: Indien een inwoner (problematische) schulden heeft, doen wij als gemeente altijd een passend hulpaanbod. Indien de inwoner geen ondersteuning wenst, zijn wij genoodzaakt om aan deze beslissing van de inwoner gehoor te geven.
Vraag 3: Pag. 6, 3.2.3. Brede toegang schuldhulpverlening “recidivisten kunnen geen aanspraak maken op een traject” En dan? Dus geen oplossing, dus verdieping van problematiek, en dan?
Antwoord: Dit is beschreven in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, de wet is hierin leidend. Wel is in bijlage 2 beschreven dat wanneer de nieuwe schuldenproblematiek niet (volledig) te wijten is aan de inwoner, er afgeweken kan worden van de bepaling dat recidivisten niet in aanmerking komen voor schuldhulpverlening.
Vraag 4: Pag.10, 3.5. Aandacht voor bijzondere doelgroepen: ‘Jongeren’ Is er hiervoor contact en samenwerking met VO-scholen in de regio om voorlichting, preventie en
Pagina 1 van 19
snelle hulpverlening te organiseren?
Antwoord: Dit wordt nader geduid in het uitvoeringsplan. De verbinding en samenwerking met het onderwijs komt hierin terug.
_Algemene vragen bij Beleidsplan Schuldhulpverlening Eijsden-Margraten_ Vraag 5: Is er zicht op de hoeveelheid burgers, categorieën van burgers (jong, oud, gezinnen, alleenstaande, migratieachtergrond etc.) die mogelijk aanspraak willen maken op deze regelingen? Indien ja om hoeveel burgers gaat het? Indien nee, waarom niet?
Antwoord: Ons is deze vraag niet duidelijk. Indien u doelt op de regeling in het kader van inwoners met problematische schulden, betreft het ongeveer 4,6% van het gehele inwoneraantal, dat komt neer op ongeveer 530 inwoners. Dit is gebaseerd op de laatste berekening van het CBS, en betreft een indicatief aantal. Dit zegt niks over de gemiddelde hoogte van de schuld.
Vraag 6: De praktijk en de cijfers laten zien dat schuldenproblematiek vaak niet op zichzelf staat. Is er inzicht in samenlopende of cumulatieve problematiek, en in het gebruik dat hulpbehoevende burgers maken van andere voorzieningen? Worden zij vervolgens ook doorverwezen naar het loket dat hen kan ondersteunen bij die overige problematiek? Indien dit het geval is, om hoeveel burgers gaat het dan? Indien dit niet het geval is, verliest men deze burgers dan als het ware uit het oog?
Antwoord: Dit is een vraag die betrekking heeft op de uitvoering. De praktijk laat inderdaad zien dat financiële problemen vaak samengaan met andere uitdagingen, zoals gezondheidsproblemen, relatieproblemen, laaggeletterdheid, werkloosheid of problemen op het gebied van wonen en participatie. Daarom hanteert de gemeente een integrale aanpak waarbij niet alleen naar de schulden, maar naar de gehele situatie van de inwoner wordt gekeken. Wanneer tijdens een gesprek blijkt dat er sprake is van aanvullende problematiek, wordt samen met de inwoner bekeken welke ondersteuning passend is. Waar nodig wordt doorverwezen naar of samengewerkt met gespecialiseerde organisaties en gemeentelijke voorzieningen. De gemeente vervult hierin vooral een signalerende, verbindende en regisserende rol. Het is niet mogelijk om exact aan te geven om hoeveel inwoners dit gaat, omdat de aard en omvang van de onderliggende problematiek niet altijd afzonderlijk worden geregistreerd. Wel is de ervaring dat financiële problemen regelmatig samenhangen met andere sociale of persoonlijke vraagstukken. Inwoners worden hierdoor niet uit het oog verloren. Juist door de integrale werkwijze en de samenwerking binnen het sociaal domein wordt geprobeerd om inwoners zo vroeg mogelijk naar passende ondersteuning toe te leiden. Het doel is niet alleen het oplossen van de financiële problemen, maar ook het versterken van de zelfredzaamheid en het voorkomen van nieuwe problematiek.
Pagina 2 van 19
Vraag 7: Hoewel het begrijpelijk is dat bij een beleidsplan nog niet in detail kan worden getreden over de precieze uitvoering, blijft dit beleidsplan erg algemeen. Wij kijken dan ook uit naar het uitvoeringsplan. Wanneer kunnen we dit verwachten?
Antwoord: Het uitvoeringsplan wordt in Q4 2026 in het college vastgesteld. Het uitvoeringsplan zal ter kennisname naar de gemeenteraad worden gestuurd.
Vraag 8: Worden er beleidsregels, dan wel een juridisch kader opgesteld waaraan de voorwaarden om de regeling in het kader van de Wgs te krijgen getoetst en gecontroleerd kan worden?
Antwoord: De integrale verordening sociaal domein is het brede juridische kader wat gebruikt wordt binnen de uitvoering van het sociaal domein. Hier valt ook de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening onder.
Vraag 9: De Wgs in haar geheel lijkt op het eerste gezicht een grote opgave te zijn. Er lijkt een stuk opsporing, afhandeling van aanvragen, mogelijk juridisch kant aan te zitten en fraudeopsporing. Is dit onderdeel van de ambtenarenorganisatie met voldoende middelen geëquipeerd om deze wettelijke taak goed uit te voeren zoals de betreffende Wet het heeft bedoeld?
Antwoord: De Wgs is een brede wettelijke taak, maar richt zich vooral op schuldhulpverlening en vroegsignalering van schulden, niet op fraudeopsporing. De gemeente heeft de uitvoering ingericht met gespecialiseerde medewerkers en waar nodig externe expertise door middel van een samenwerking met Kredietbank Limburg. De organisatie is voldoende toegerust om de wettelijke taken uit te voeren, waarbij capaciteit en middelen blijvend worden gemonitord en indien nodig aangepast aan ontwikkelingen in de praktijk.
Vraag 10: Welke middelen zet het college tegen fraude in?
Antwoord: Deze vraag valt buiten de scope van het beleidsplan. Ter voorkoming van fraude controleert het college de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens, worden beschikbare gegevensbronnen geraadpleegd en worden signalen van mogelijke onregelmatigheden onderzocht. Bij vastgestelde fraude worden maatregelen getroffen conform de geldende wet- en regelgeving. Daarnaast wordt ingezet op duidelijke voorlichting over de rechten en plichten van inwoners.
Vraag 11: De afkorting Bbz 2004 staat voor ‘Besluit bijstandverlening zelfstandigen’. Kan de juiste benaming in het stuk opgenomen worden?
Pagina 3 van 19
Antwoord: De benaming is overgenomen.
_Gerichte vragen bij Beleidsplan Schuldhulpverlening Eijsden-Margraten_ Vraag 12: p. 2 ‘vroegsignalering’ ‘Dat houdt in dat er mogelijkheden zijn om gegevens van inwoners met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars’ Privacy vormt een steeds belangrijker aspect binnen de samenleving en is een integraal onderdeel van de Wgs. Hoe beschermt de gemeente Eijsden-Margraten (dus buiten de verplichtingen uit de Wgs) de privacyrechten van betrokkenen? Is er apart beleid geschreven ten aanzien van deze wet of volgt deze algemene kaders?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Wij volgen de algemene landelijke kaders. In het kader van de vroegsignalering zijn landelijke convenanten afgesloten met de betrokken partijen. Hierbij zitten ook de noodzakelijke verwerkersovereenkomsten.
Vraag 13: ‘Dit zorgt ervoor dat inwoner met schulden in een vroeger stadium in beeld komen bij de gemeente’ In welk stadium is dit dan? Gaat het om mensen die zelf aan de bel trekken en/of om mensen die door actieve opsporing (?) worden gevonden? Hoe denkt het college dat in de praktijk goed uit te kunnen voeren? Is er al een concreet beleidskader?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Vanuit de vroegsignalering krijgen wij elke maand via het platform Vindplaats van Schulden welke via het BKR loopt, een overzicht van inwoners die een betalingsachterstand hebben volgens het systeem. Deze inwoners worden actief benaderd door de gemeente. Het is aan de inwoner in te gaan op het hulpaanbod wat hierbij gedaan wordt. Deze werkwijze wordt al uitgevoerd sinds de inwerktreding van vroegsignalering in de wet sinds 2021.
Vraag 14: p. 3 ‘Schuldhulpverlening voor ondernemers vraagt meer kennis dan schuldhulpverlening aan particulieren’ Wat wordt met deze zinsnede geïmpliceerd? Is de kennis wel aanwezig binnen onze ambtelijke organisatie of moet daar extra in geïnvesteerd worden?
Antwoord: De vervolgvraag valt buiten de scope van dit beleidsplan. Bij schuldenproblematiek voor ondernemers dient ook het belang van het bedrijf in acht te worden genomen, naast het belang van de schuldenaar en zijn/haar directe omgeving. Dat houdt in dat de mogelijke gevolgen van schulden bij ondernemers groter is dan bij particulieren. Deze kennis is aanwezig binnen de ambtelijke organisatie.
Vraag 15: Tevens, is er zicht op hoeveel schuldhulpverlening aan ondernemers is gegeven en hoeveel ondernemers aanspraak hebben gemaakt op de regeling over de afgelopen jaren? Om hoeveel gaat het dan?
Pagina 4 van 19
Antwoord: Sinds de oprichting van SEM op 1 juli 2021 heeft de gemeente ondernemers ondersteund via zowel schuldhulpverlening als de uitvoering van de Tozo-regeling. De financiële gevolgen van de coronacrisis zijn bij een deel van de ondernemers nog steeds merkbaar, wat leidt tot een structureel beroep op Bbz 2004 van ca. 2 aanvragen per week. Door actief debiteurenbeheer wordt ingezet op vroegsignalering en het tijdig bieden van passende ondersteuning aan ondernemers met financiële problemen.
Vraag 16: p. 3 Op het moment dat schulden vroegtijdig opgespoord worden door het delen van gegevens, zijn er meer mogelijkheden om hulp te bieden. Het delen van gegevens lijkt vroegsignalering van schulden mogelijk te maken. Zijn hiervan concrete voorbeelden? Welke gegevens worden gedeeld? Wat wordt in dit verband verstaan onder vroegtijdig signaleren? En welke middelen zet het college hiervoor in?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. De voorbeelden zijn de nationale convenanten die beschreven zijn bij de beantwoording van vraag 12. Doordat gemeenten in een vroeg stadium betrokken worden, kan in de meeste gevallen met een goedkoper en een minder ingrijpend traject naar een schuldenvrije toekomst gewerkt worden. De middelen zitten in de begrotingspost Schuldhulpverlening, waar voor 2026 €145.230 is opgenomen.
Vraag 17: p. 3 Hiermee wordt voorkomen dat achterstanden verder oplopen en zich ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie Welke kaders worden gehanteerd om te bepalen of een casus zich kan ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie? Welke middelen worden in dit stadium ingezet? Betreft dit ook financiële ondersteuning, zoals het (gedeeltelijk) aflossen van schulden? Zo ja, in hoeveel gevallen heeft de gemeente schulden geheel of gedeeltelijk afgelost, en om welk totaalbedrag gaat het? Zo nee, bestaat deze mogelijkheid danwel is het college bereid die te bieden? Welke kaders gelden op hoofdlijnen voor burgers die hiervan gebruik willen maken, en in hoeverre wijkt dit af voor ondernemers? Aan welke voorwaarden moeten ondernemers op hoofdlijnen voldoen?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Of een situatie zich kan ontwikkelen tot een problematische schuldsituatie wordt beoordeeld aan de hand van signalen zoals betalingsachterstanden bij vaste lasten (huur, energie, water en zorgverzekering), het aantal openstaande schulden, de duur van de achterstanden, de hoogte van de schuldenlast en de financiële draagkracht van de inwoner. Daarnaast wordt gekeken naar persoonlijke omstandigheden die het risico op financiële problemen vergroten, zoals werkloosheid, scheiding, ziekte of een laag inkomen. In deze fase zet de gemeente primair middelen in die gericht zijn op preventie en vroegtijdige ondersteuning. Hierbij kan worden gedacht aan informatie en advies, budgetcoaching, budgetbeheer, ondersteuning bij het aanvragen van inkomensondersteunende regelingen en waar nodig een doorverwijzing naar schuldhulpverlening. Het geheel of gedeeltelijk aflossen van schulden maakt in beginsel geen onderdeel uit van de reguliere vroegsignalering en schuldhulpverlening. De gemeente neemt schulden van inwoners doorgaans niet over. Wel kan in uitzonderlijke situaties, wanneer sprake is van een acute noodsituatie en er geen andere passende oplossing beschikbaar is, ondersteuning worden geboden vanuit bestaande wettelijke of gemeentelijke voorzieningen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan bijzondere bijstand of een lening voor noodzakelijke kosten. Per aanvraag vindt een individuele beoordeling plaats op basis van de geldende wet- en regelgeving en het gemeentelijk beleid.
Pagina 5 van 19
Voor inwoners gelden daarbij onder meer de voorwaarden dat sprake moet zijn van een aantoonbare noodzaak, onvoldoende eigen financiële middelen mogelijkheden en het ontbreken van voorliggende voorzieningen.
Vraag 18: p.4 Dit wordt versterkt door koop nu, betaal later diensten’ Hoewel deze kredietdiensten momenteel op rijksniveau kritisch worden gevolgd, opereren zij nog steeds binnen de grenzen van de wet en kunnen zij hun huidige verdienmodel voortzetten. Hoe wil het college voorkomen dat behaalde vooruitgang wordt ondermijnd door het voortbestaan van deze kredietdiensten en het opnieuw aangaan van dergelijke leningen? Is het college bereid om in het kader van maatwerk aanvullende beschermingsmaatregelen te treffen, bijvoorbeeld door voor mensen die gebruikmaken van de Wgs-regeling vrijwillige, of indien juridisch mogelijk verplichte, uitsluiting van dergelijke kredietverlening op te nemen als voorwaarde in beleidsregels? Indien niet, waarom niet? En hoe voorkomt de gemeente Eijsden-Margraten dat publieke middelen onbedoeld terechtkomen bij dergelijke kredietverstrekkers?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Wanneer inwoners in de gemeentelijke schuldhulpverlening zitten, staan zij vrijwel altijd onder bewind of hebben minstens budgetbeheer. De inwoner beschikt dan niet vrij over zijn inkomen en wordt beperkt om leningen aan te gaan bij deze kredietverstrekkers. Wij zijn als gemeente niet bevoegd om dergelijke beschermingsmaatregelen op te leggen aan inwoners middels beleidsregels. Daarnaast vormt het voorkomen van nieuwe schulden een belangrijk onderdeel van de begeleiding binnen de schuldhulpverlening. Tijdens het traject wordt actief aandacht besteed aan financiële bewustwording, budgetvaardigheden en de risico's van het aangaan van nieuwe kredieten, waaronder koop nu, betaal later-diensten. Schuldhulpverleners, bewindvoerders en budgetbeheerders bespreken deze risico's met inwoners en maken afspraken om het ontstaan van nieuwe schulden zoveel mogelijk te voorkomen. Het college onderschrijft de zorgen over de mogelijke negatieve gevolgen van dergelijke kredietvormen, maar de bevoegdheid om aanbieders van deze diensten te reguleren of inwoners hiervan uit te sluiten ligt niet bij de gemeente. Dit is primair een verantwoordelijkheid van de landelijke wetgever en toezichthouders. Om te voorkomen dat publieke middelen onbedoeld terechtkomen bij kredietverstrekkers, vindt bij aanvragen voor bijzondere bijstand of andere financiële ondersteuning altijd een individuele beoordeling plaats. Daarbij wordt beoordeeld of de gevraagde ondersteuning noodzakelijk, rechtmatig en passend is. Gemeentelijke ondersteuning is in beginsel gericht op het waarborgen van bestaanszekerheid en het voorkomen van verdere financiële problemen, niet op het financieren of aflossen van consumptieve kredieten die door inwoners zelf zijn aangegaan. Alleen in uitzonderlijke situaties, waarin op grond van wet- en regelgeving een noodzaak wordt vastgesteld, kan hiervan worden afgeweken.
Vraag 19: p.4 Verder neemt het aantal problematische schulden toe, deze worden opgepakt door de Kredietbank Limburg Hoe geeft de gemeente Eijsden-Margraten uiting aan het begrip ‘problematisch schuld’? En wat houdt dat concreet in voor de hulpzoekende?
Antwoord: Van problematische schulden is sprake wanneer een inwoner zijn financiële verplichtingen niet meer zelfstandig kan nakomen en redelijkerwijs niet in staat is de schulden binnen afzienbare tijd zelf op te lossen. De hulpzoekende wordt aangemeld bij Kredietbank Limburg, en op basis van dat gesprek wordt een passend vervolgtraject aangeboden. Een voorbeeld hiervan is een schuldentraject in combinatie met budgetbeheer of de inzet van bewindvoering.
Pagina 6 van 19
Vraag 20: p. 4 Wij zijn kostenbewust, zodat hulp en ondersteuning beschikbaar en betaalbaar kan blijven. Wij zetten de goedkoopst- adequate hulp en ondersteuning in Hoe heeft de gemeente Eijsden-Margraten dit kostenbewust gedeelte ingericht? Zijn er afspraken gemaakt met ondernemers om de kosten laag te houden? Op welke wijze geeft de gemeente EijsdenMargraten concreet invulling aan het onderdeel ‘kostenbewust’.
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. In het uitvoeringsplan zal hier nader duiding aan worden gegeven. De kostenbewustheid zit in het inzetten van de goedkoopst adequate vorm van ondersteuning. Dit betekent dat de gemeente de aard en omvang van de problematiek beoordeelt en vervolgens de minst zware, maar wel passende en effectieve vorm van hulp inzet.
Vraag 21: p. 4 Als het een spoedmelding betreft, passen wij maatwerk toe en wordt de inwoner binnen 3 dagen geholpen. Waaruit bestaat het ‘maatwerk’ in de genoemde drie situaties? Het lijkt mij dat het direct overmaken van gelden door de gemeente aan de schuldeiser de spoedeisendheid direct wegneemt. Hoe wordt de zorgvuldigheid bewaard in het geval dat er sprake is van spoedeisendheid? Gelden er bijvoorbeeld maximumbedragen?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Het genoemde maatwerk bestaat uit het snel beoordelen van de aard en ernst van de situatie en het inzetten van de meest passende interventie. Daarbij kan gedacht worden aan het leggen van direct contact met schuldeisers, het treffen van betalingsregelingen, het voorkomen van afsluiting van essentiële voorzieningen, het inzetten van budgetbeheer of schuldhulpverlening en het ondersteunen bij het aanvragen van inkomensvoorzieningen of andere passende regelingen. Het direct overmaken van gelden aan een schuldeiser kan in uitzonderlijke situaties onderdeel uitmaken van de oplossing, maar wordt nadrukkelijk beschouwd als een uiterste middel. Het enkel voldoen van een openstaande schuld neemt de directe dreiging mogelijk weg, maar biedt vaak geen structurele oplossing voor de onderliggende financiële problematiek. Daarom wordt in eerste instantie ingezet op het creëren van schuldenrust. Hierdoor ontstaat ruimte om samen met de inwoner de financiële situatie integraal in beeld te brengen en toe te werken naar een duurzame en doordachte oplossing, in plaats van uitsluitend de acute schuld te betalen. Ook bij spoedeisende situaties blijft de vereiste zorgvuldigheid gewaarborgd. Er vindt altijd een beoordeling plaats van de noodzaak van de ondersteuning, de financiële situatie van de inwoner, de beschikbare eigen middelen en eventuele voorliggende voorzieningen. Waar nodig worden bewijsstukken opgevraagd en betrokken professionals geraadpleegd. De ondersteuning wordt uitsluitend verstrekt binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving en het gemeentelijke beleid.
Vraag 22: p. 4 dreiging van stopzetten van gas/water/elektriciteit wegens betaalachterstand Is dit een spoedeisende situatie? Dit is toch een eerste levensbehoefte waarbij de leverancier onder de Wgs verplicht is om betaalachterstanden aan de gemeente te melden? Idem voor de verzekeraar. De leverancier en de verzekeraar voldoen in de genoemde gevallen aantoonbaar niet aan de wet, aangezien er in die gevallen al een flinke betaalachterstand is hadden zij moeten ‘vroegsignaleren’. Zijn er situaties bekend waarbij zich deze situatie heeft voorgedaan? Zo ja, hoe heeft de gemeente Eijsden-Margraten die afgehandeld?
Pagina 7 van 19
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Een dreigende afsluiting van gas, water of elektriciteit wordt door de gemeente beschouwd als een spoedeisende situatie, omdat hierdoor de bestaanszekerheid en gezondheid van inwoners rechtstreeks in het gedrang kunnen komen. Om die reden wordt in dergelijke gevallen met voorrang gehandeld. Tegelijkertijd betekent een dreigende afsluiting niet automatisch dat er geen vroegsignalering heeft plaatsgevonden. Energieleveranciers, drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars zijn inderdaad verplicht om betalingsachterstanden te melden in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). In de praktijk komt het echter voor dat inwoners, ondanks meerdere contactpogingen vanuit de gemeente of andere betrokken partijen, geen gebruik willen maken van het hulpaanbod. Pas wanneer de situatie verder escaleert en de gevolgen concreet worden, nemen zij alsnog contact op met de gemeente. Op dat moment kan er sprake zijn van een acute situatie waarbij snel moet worden gehandeld om afsluiting of verdere problemen te voorkomen. Daarnaast maken inwoners regelmatig zelf betalingsafspraken met leveranciers, verhuurders of zorgverzekeraars. Op het moment dat een betalingsregeling wordt getroffen, komen deze inwoners doorgaans niet langer voor in de vroegsignalering, omdat er afspraken zijn gemaakt over het inlopen van de achterstand. Wanneer een dergelijke betalingsregeling vervolgens niet of slechts gedeeltelijk wordt nagekomen, kan de schuldeiser alsnog overgaan tot verdere incassomaatregelen en uiteindelijk een afsluiting van voorzieningen of andere maatregelen aankondigen. Hierdoor kunnen ook situaties ontstaan waarin de gemeente pas in een later stadium betrokken raakt. Eenzelfde situatie kan zich voordoen bij huurachterstanden. Zowel woningcorporaties als particuliere verhuurders kunnen betalingsafspraken maken met huurders, waardoor een directe melding of interventie op dat moment niet altijd aan de orde is. Indien deze afspraken vervolgens niet worden nagekomen, kan de huurachterstand verder oplopen en kan uiteindelijk een ontruimingsprocedure dreigen. Ook in dergelijke gevallen komt het voor dat inwoners zich pas melden wanneer de situatie acuut is geworden of wanneer eerdere hulpaanbiedingen niet zijn geaccepteerd. Voor zover bekend zijn er 4 situaties geweest waarin inwoners zich pas in een laat stadium meldden of alsnog hulp accepteerden nadat eerdere contactpogingen geen resultaat hadden opgeleverd. In dergelijke gevallen heeft de gemeente maatwerk toegepast om escalatie te voorkomen en tegelijkertijd een traject richting structurele financiële stabiliteit op te starten. Hiermee wordt invulling gegeven aan zowel de wettelijke taak van vroegsignalering als aan de verantwoordelijkheid om inwoners in acute noodsituaties passende ondersteuning te bieden.
Vraag 23: p. 6 ‘Dit betekent ook, dat de inwoner en ondernemer, naar vermogen, zelf verantwoordelijkheid moeten nemen in beslissingen en afspraken dienen na te komen’ Zijn er consequenties aan verbonden als deze verwachtingen niet uitkomen? Wat zijn deze consequenties en welke consequenties zijn er als er al reeds gelden zijn verschaft? Worden deze dan teruggevorderd of is de gemeente dat geld kwijt? Concreet, als wat voor een schuldeiser gedraagt zij zich in die gevallen?
Antwoord: Van inwoners en ondernemers wordt verwacht dat zij actief meewerken, correcte informatie verstrekken en gemaakte afspraken nakomen. Wanneer dit niet gebeurt, kan de ondersteuning worden aangepast, opgeschort of beëindigd. Bij leningen blijven de terugbetalingsverplichtingen bestaan en indien sprake is van onjuiste informatie kan, binnen de wettelijke mogelijkheden, terugvordering aan de orde zijn. De gemeente handelt hierbij niet als commerciële schuldeiser, maar heeft wel de verantwoordelijkheid zorgvuldig om te gaan met publieke middelen. Door de strikte beoordeling van aanvragen, de voortdurende monitoring en de zorgvuldige afweging vooraf, komen situaties van misbruik, beëindiging van trajecten of terugvordering in de praktijk slechts zeer incidenteel voor.
Pagina 8 van 19
Vraag 24: p.6 ‘Wanneer er sprake is van een crisis, wordt direct hulp ingezet.’ Om wat voor een crisis hebben we het dan? Is dat iets anders dan het eerdergenoemde spoedgeval?
Antwoord: Dit bevat alle eerdergenoemde spoedgevallen. Denk hierbij verder ook nog aan woninguitzettingen waarbij minderjarige kinderen betrokken zijn.
Vraag 25: p. 6 ‘In principe is schuldhulpverlening toegankelijk voor alle inwoners en zelfstandige ondernemers met (dreigende) problematische schulden.’ Problematische schulden zijn toch weggelegd voor de Kredietbank? Blijkt eerder uit het beleidsplan. Dan is voor de gemeente geen taak meer weggelegd? Hoe verhoudt deze frase zich tot de eerdergenoemde stelling omtrent de Kredietbank?
Antwoord: De Kredietbank voert veelal de schuldregelingen uit voor inwoners met problematische schulden. De gemeente blijft echter verantwoordelijk voor de toegang tot schuldhulpverlening, de beoordeling van de hulpvraag, de begeleiding van inwoners en de regie op het traject. Er is daarom geen tegenstelling tussen beide passages. De gemeente zorgt voor de toegang en ondersteuning, terwijl de Kredietbank specialistische instrumenten zoals schuldregelingen en saneringskredieten uitvoert. Beide partijen hebben hierin een aanvullende rol.
Vraag 26: p. 6 ‘Brede toegang: wel worden inwoners die volgens de wet geen aanspraak maken op een traject geweigerd. Dit zijn recidivisten, frauderende schuldenaar en asielzoekers.’ Welke achterliggende toets vindt plaats ten aanzien van de individuen die gebruikmaken van de regeling? Hoe wordt voorkomen dat er gelden worden gebruikt door frauderende of andere zaken (ondermijning) die de gemeente niet moet willen faciliteren?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Tot op heden hebben wij geen situaties gehad waarin sprake was van frauderende schuldenaars in de zin zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarbij moet het begrip 'frauderen' niet te beperkt worden uitgelegd als uitsluitend strafbare fraude. In dit kader gaat het vooral om personen die bewust of onbewust misbruik maken van voorzieningen, onvolledige of onjuiste informatie verstrekken of niet voldoen aan de verplichtingen die verbonden zijn aan een hulpverleningstraject. Om dergelijke situaties te voorkomen, vindt voorafgaand aan de inzet van ondersteuning altijd een zorgvuldige beoordeling plaats van de persoonlijke en financiële situatie van de inwoner. Daarbij worden relevante gegevens gecontroleerd en wordt de noodzaak van de gevraagde ondersteuning beoordeeld. Gedurende het traject vindt daarnaast monitoring plaats en wordt informatie, waar wettelijk toegestaan, geverifieerd. Door deze controles en waarborgen is de kans op oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen zeer beperkt. Mocht tijdens een traject blijken dat sprake is van misbruik of het bewust verstrekken van onjuiste informatie, dan kan dit gevolgen hebben voor de voortzetting van de ondersteuning binnen de kaders van de geldende wet- en regelgeving.
Vraag 27: p. 6 ‘Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van psychische problemen, verslaving, problemen van relationele aard of laaggeletterdheid Deze problemen kunnen een rol spelen bij het ontstaan van financiële
Pagina 9 van 19
problemen en kunnen een succesvolle schuldregeling en zelfredzaamheid in de weg staan. Het doel van de integrale aanpak is om te komen tot een duurzaam resultaat.’ Hier worden zware problematieken beschreven die normaliter in het taakveld van instellingen vallen binnen de GGZ. Hoe moet ik de rol van de gemeente hierin zien? Is dat een signalerende rol of gaat zij daadwerkelijk deze problematieken aanpakken? Speelt zij een faciliterende rol? Is dat allemaal mogelijk met het budget die zij heeft voor de uitvoering van deze wet? Wat is de betekenis van ‘een duurzaam resultaat’? Wat is de minimale resultaatseis die geldt bij de uitvoering van deze wet?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. De genoemde problematieken zijn inderdaad veelal geen problematieken die door de gemeente zelf worden behandeld. De rol van de gemeente is hierin primair signalerend, coördinerend en faciliterend. Wanneer dergelijke omstandigheden van invloed zijn op het ontstaan of voortbestaan van financiële problemen, wordt waar nodig samengewerkt met gespecialiseerde organisaties en zorgaanbieders die hiervoor de expertise en wettelijke taak hebben. De integrale aanpak houdt in dat niet alleen naar de schulden wordt gekeken, maar ook naar factoren die een succesvolle schuldregeling kunnen belemmeren. Door deze factoren tijdig te signaleren en passende ondersteuning of begeleiding in te schakelen, wordt de kans op een duurzaam herstel van de financiële situatie vergroot. Dit betekent niet dat vanuit het budget voor schuldhulpverlening alle genoemde problematieken worden behandeld of gefinancierd. De uitvoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening richt zich op het ondersteunen van inwoners bij financiële problemen, waarbij waar nodig verbinding wordt gelegd met andere vormen van zorg en ondersteuning die vanuit andere wettelijke kaders worden gefinancierd. Met een duurzaam resultaat wordt bedoeld dat niet alleen de acute schuldsituatie wordt opgelost, maar dat de inwoner op langere termijn financieel stabiel blijft en nieuwe problematische schulden zoveel mogelijk worden voorkomen. De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening kent daarbij geen minimale resultaatseis in de vorm van een verplicht schuldenvrij eindresultaat. Het doel is om inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen bij het bereiken van financiële stabiliteit, waarbij de uiteindelijke uitkomst mede afhankelijk is van de persoonlijke omstandigheden en de medewerking van de inwoner zelf.
Vraag 28: p. 7 Alinea preventie En hoe wordt uitwerking gegeven aan preventie? Hoe krijg je mensen uit een sociaal isolement? Gaat de gemeente langs de deuren? Gaat zij willekeurig mensen uitnodigen op gesprek? Dat betekent heel wat inregelen in verband met privacy? Heeft de gemeente al deze aspecten momenteel ingeregeld?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Preventie is gericht op het voorkomen van financiële problemen en een sociaal isolement. De gemeente zet hierbij in op vroegsignalering en tijdige ondersteuning, zodat problemen niet escaleren en inwoners kunnen blijven deelnemen aan de samenleving. Dit gebeurt binnen de geldende privacywetgeving en op basis van signalen of hulpvragen, niet door willekeurige huisbezoeken of uitnodigingen.
Vraag 29: P7 Alinea financieel bewustzijn Door inwoners te informeren over de mogelijkheden tot financiële hulp gaat u het financiele bewustzijn vergroten. Waar kunnen wij in het beleidsplan teruglezen dat financiële bewustwording ook een maatschappelijke component kent? En dat de problemen voor iemand oplossing eigenlijk fundamenteel niks bijdraagt aan het bewustwordingsproces? Het beleidsplan eindigt immers met een bepaling dat recidivisten uitgesloten worden van hulpverlening.
Antwoord:
Pagina 10 van 19
Financieel bewustzijn richt zich in eerste instantie op het voorkomen van armoede en schulden aan de voorkant. Armoede en schulden brengen namelijk stress met zich mee en hebben ook een directe invloed op de gezondheid van betrokkenen. Daar zit een maatschappelijke component. Een schuldhulpverleningstraject betekent verder niet dat wij de volledige problematiek uit handen van de inwoner nemen, maar een stabiele situatie creëren voor de inwoner zodat deze kan werken naar een structurele oplossing.
Vraag 30: p. 7 ‘Beogen wij dat onze inwoners financieel meer slagkracht hebben om eventuele tegenvallers op te vangen?’ Hoe ziet dat uit? Is dat eigen geld of is dat gemeenschapsgeld? Hoe zorgt de gemeente EijsdenMargraten dat de betreffende burger voldoende financiële slagkracht heeft om eventuele tegenvallers op te vangen.
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Dat zit in het nadrukkelijker onder de aandacht brengen van de gemeentelijke minimaregelingen en andere vormen van financiële ondersteuning. Onderzoek van Nibud in 2025 heeft aangetoond dat in het kader van armoedebestrijding het uitputten van minimaregelingen een belangrijke maatregel is. Tevens kan een inwoner, ook als deze geen bijstandsuitkering ontvangt, bijzondere bijstand aanvragen voor incidentele tegenvallers.
Vraag 31: p. 7 ‘en zien we verder dat vroegsignalering in de meeste gevallen leidt tot het voorkomen van een schuldentraject’ In hoeveel procent van de gevallen is daar sprake van? Hoe is deze vroegsignalering in de succesvolle gevallen tot stand gebracht? Hoeveel heeft de gemeente Eijsden-Margraten aan gemeenschapsgelden bespaard met het gebruik van ‘vroegsignalering’.
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Afgelopen jaar (2025) hebben wij ca. 360 meldingen gehad in het kader van de vroegsignalering. Verder hebben wij 24 schuldhulpverleningstrajecten afgenomen bij Kredietbank Limburg. In minder dan 10% van de gevallen heeft dit dus geleid tot een schuldhulpverleningstraject.
Vraag 32: p.8 ‘houdt de gemeente een vinger aan de pols’ Hoe doet de gemeente dat? Hoe voorkomt zij dat de betreffende burger niet uit het oog wordt verloren?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. De gemeente houdt een vinger aan de pols door eerst met de inwoner in gesprek te gaan over de voortgang, zelfredzaamheid en eventuele ondersteuningsbehoeften. Tijdens dit contact wordt beoordeeld of de inwoner voldoende in staat is om zelfstandig verder te gaan of dat aanvullende ondersteuning wenselijk is. Op basis van de uitkomst wordt de inwoner, indien nodig, actief toegeleid naar een passende voorziening binnen het voorliggend veld of naar andere ondersteuning. Op deze manier blijft er zicht op de situatie van de inwoner en wordt voorkomen dat deze uit beeld raakt wanneer problemen aanhouden of verergeren.
Vraag 33: p. 8 ‘Dit is wel afhankelijk van de situatie en de behoefte van de inwoner om gebruik te maken van dit aanbod’
Pagina 11 van 19
In hoeveel procent van de gevallen maakt een inwoner daadwerkelijk gebruik van het aanbod en waarin voorziet het aanbod? Is het verkrijgen van gemeenschapsgelden afhankelijk van het accepteren van het betreffende aanbod tot hulp?
Antwoord: Wij zien dat 1 op de 6 meldingen leidt tot een gesprek bij de gemeente, bij 5 op de 6 meldingen is een gesprek bij de gemeente niet noodzakelijk. Vanuit de Wgs is de gemeente verplicht een hulpaanbod te doen bij een gesprek inzake schuldhulpverlening. Het komt echter voor dat een inwoner het hulpaanbod weigert. In dat geval dienen wij de wens van de inwoner te accepteren.
Vraag 34: Pagina 2, punt 3: Vroegsignalering _“Vroegsignalering is sinds 2021 een wettelijke taak van gemeenten en vormt een belangrijke pijler van_ _het beleid. Via meldingen van woningcorporaties, energie- en drinkwaterbedrijven en_ _zorgverzekeraars worden betalingsachterstanden vroegtijdig gesignaleerd. In de meeste gevallen_ _voorkomt gemeentelijke vroegsignalering dat er een schuldentraject noodzakelijk is. De gemeente sluit_ _aan bij landelijke ontwikkelingen om vroegsignalering verder uit te breiden, bijvoorbeeld met banken,_ _deurwaarders en hypotheekverstrekkers”._ In het raadsvoorstel staat dat vroegsignalering “in de meeste gevallen” voorkomt dat een schuldentraject noodzakelijk is. Kan het college deze constatering cijfermatig onderbouwen en aangeven welk percentage van de vroegsignaleringsmeldingen daadwerkelijk niet leidt tot een schuldhulpverleningstraject?
Antwoord: Zie antwoord vraag 31. Meer dan 90% van de meldingen geeft geen aanleiding tot een schuldhulpverleningstraject.
Vraag 35: Pagina 3 Uitvoering en evaluatie Een belangrijk deel van de concrete uitvoering wordt doorgeschoven naar het _Uitvoeringsplan_ _Armoede en Schuldhulpverlening 2026-2028_ . Kan het college aangeven wanneer dit uitvoeringsplan gereed is en op welke wijze de raad hierin wordt meegenomen?
Antwoord: Het uitvoeringsplan wordt in Q4 in het college vastgesteld. Het uitvoeringsplan zal ter kennisname naar de gemeenteraad worden gestuurd.
Vraag 36: Pagina 3, Financiële aspecten Hoeveel € bedraagt het budget in de begroting voor 2027 en 2028?
Antwoord:
Pagina 12 van 19
Zowel in 2027 als in 2028 staat het bedrag op €145.230. Hierbij is het belangrijk om te benadrukken dat schuldhulpverlening een open-einde regeling is, waardoor de realisatie hoger of lager kan uitvallen dan de begroting.
Vraag 37: 20261001 05b Beleidsplan Schuldhulpverlening Eijsden-Margraten 2026-2028 Pagina 8, punt 3.4.: KPI's van dit beleidsplan Bij verschillende KPI's wordt 2026 als referentiejaar gebruikt. Kan het college per KPI aangeven wat de concrete nulwaarde voor 2026 is, dan wel wanneer deze nulmeting beschikbaar komt voor de raad?
Antwoord: De nulwaarde van 2026 wordt opgeleverd begin 2027, zodra alle gegevens van het kalenderjaar beschikbaar zijn.
Vraag 38: Bij KPI 3 wordt beoogd dat het aantal succesvolle schuldhulpverleningstrajecten in 2028 met 10% is toegenomen ten opzichte van 2026. Kan het college aangeven welke definitie wordt gehanteerd voor een succesvol traject?
Antwoord: Een succesvol schuldhulpverleningstraject is behaald wanneer de inwoner met de schuldeisers tot een betaalregeling is gekomen, de inwoner aan deze regeling heeft voldaan, en hierdoor (indien mogelijk) schuldenvrij is.
Vraag 39: Er wordt gesproken over de KPI met betrekking tot de aantallen recidivisten zo klein is dat de KPI niet representatief wordt geacht. Waarop baseert u dan de keuze om recidivisten in beginsel vijf jaar uit te sluiten van schuldhulpverlening?
Antwoord: Dit is gebaseerd op de bepaling in de wet dat recidivisten in principe niet in aanmerking komen voor schuldhulpverlening. Echter, zoals bij de beantwoording van vraag 4, kan hiervan afgeweken worden wanneer een nieuwe schuldensituatie niet (volledig) aan de inwoner te wijten is.
Vraag 40: Pagina 10, Jongeren _Een maatschappelijk probleem van de laatste jaren is dat veel jongeren aankopen doen bij aanbieders_ _die werken volgens het principe “koop nu, betaal later”, en daarna de rekeningen niet meer kunnen_ _betalen._ Heeft de gemeente zicht op hoeveel jongeren in Eijsden-Margraten problematische schulden hebben?
Antwoord: Op dit moment is het precieze cijfer niet inzichtelijk. Wel kan hier een inschatting in worden gemaakt op basis van de landelijke trend. De landelijke trend laat zien dat ongeveer 6,4% van alle mensen met problematische schulden jongeren (16 t/m 25 jaar) zijn. Dit percentage komt uit het rapport van het CBS “mensen met geregistreerde problematische schulden 2021-2023”. Wanneer het landelijk percentage wordt vertaald naar de situatie Eijsden-Margraten, dan zou een voorzichtige inschatting zijn dat ca. 30-35 jongeren in Eijsden-Margraten problematische schulden hebben. Let wel, dit is een inschatting op basis van landelijke cijfers. De lokale context kan hierin afwijken.
Pagina 13 van 19
Vraag 41: Is zichtbaar welk aandeel daarvan samenhangt met achteraf-betaaldiensten?
Antwoord: Dat is op dit moment niet inzichtelijk. Ook het CBS heeft hierin geen nader onderzoek gedaan.
Vraag 42: Welke leeftijdsgroep wil het college preventief bereiken?
Antwoord: Inwoners vanaf 16 jaar voor wat betreft voorlichting en financieel bewustzijn. Inwoners vanaf 18 jaar voor alle onderdelen van de aanpak integrale schuldhulpverlening. Dit komt omdat tot 18 jaar de ouders financieel verantwoordelijk zijn voor het kind.
Vraag 43: Pagina 12, Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) _Op 1 januari 2021 is de nieuwe Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) in werking getreden._ _De beslagvrije voet is het inkomen waarover iemand altijd moet blijven beschikken, zodat mensen niet_ _onder het bestaansminimum zakken._ Kunt u aangeven hoe hoog de beslagvrije voet is?
Antwoord: De beslagvrije voet is 95% van de bijstandsnorm. Momenteel is dat ca. €1.350 voor een alleenstaande en ca. €1.925 voor een (echt)paar.
Vraag 44: Pagina 13, Frauderende schuldenaars _Het is in principe niet de bedoeling, dat schuldhulpverlening wordt_ _aangewend om vorderingen te saneren die zijn ontstaan als gevolg van fraude ten koste van_ _maatschappelijke middelen._ In het beleidsplan staat eerst dat fraude wordt uitgesloten van schuldhulpverlening, maar vervolgens dat inwoners met fraudeschulden vanwege maatschappelijke gevolgen toch kunnen worden geholpen en dat dit altijd maatwerk is. Kunt u verduidelijken wanneer iemand met een fraudeschuld wel en wanneer iemand niet wordt toegelaten tot schuldhulpverlening? Welke concrete criteria worden daarbij gehanteerd?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Tot op heden hebben wij geen situaties gehad waarin sprake was van frauderende schuldenaars in de zin zoals bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarbij moet het begrip 'frauderen' niet te beperkt worden uitgelegd als uitsluitend strafbare fraude. In dit kader gaat het vooral om personen die bewust of onbewust misbruik maken van voorzieningen, onvolledige of onjuiste informatie verstrekken of niet voldoen aan de verplichtingen die verbonden zijn aan een hulpverleningstraject. Wanneer dit scenario aan de orde is zal op basis van alle beschikbare gegevens een afweging worden gemaakt welke oplossing het beste aansluit bij de behoefte van de klant.
Vraag 45:
Pagina 14 van 19
De gemeente erkent dat schulden langdurige stress veroorzaken en kunnen leiden tot problemen op meerdere leefgebieden, waarom wordt de verantwoordelijkheid voor het slagen van het traject dan volledig bij de inwoner gelegd?
Antwoord: Vanuit de ondersteuning in het kader van de wet gemeentelijke schuldhulpverlening kunnen wij een situatie of regeling creëren voor inwoners of ondernemers om hun schulden af te lossen, en (zover mogelijk) schuldenvrij te geraken. Wij beheren echter niet de financiën van de inwoner, en mogen ook geen verplichtingen opleggen aan de inwoner wat er met zijn/haar financiën wordt gedaan. Die verantwoordelijkheid ligt bij de inwoner. Indien dit dreigt te ontsporen, wordt een gesprek gevoerd met de inwoner, en eventueel met de schuldeisers om het traject niet te laten mislukken.
Vraag 46: Is het niet passender om te spreken over een gedeelde verantwoordelijkheid, waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor passende ondersteuning, begeleiding, bereikbaarheid en maatwerk, en de inwoner – binnen zijn of haar mogelijkheden – verantwoordelijk is voor het leveren van een bijdrage aan het traject?
Antwoord: Zie antwoord vorige vraag. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van zowel gemeente als inwoner om het schuldhulpverleningsproces succesvol te doen doorlopen. De gemeentelijke ondersteuning is echter begrensd, wat inhoudt dat de eindverantwoordelijkheid bij de inwoner ligt.
Vraag 47: Hoe kan er voorkomen worden dat inwoners die juist vanwege hun problematiek onvoldoende in staat zijn om aan de verwachtingen van het traject te voldoen, vervolgens worden gezien als “niet gemotiveerd” of als iemand bij wie het traject door eigen toedoen is mislukt?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering In de dienstverlening van de gemeentelijke schuldhulpverlening wordt hier nadrukkelijk aandacht aan gegeven. Wanneer een inwoner zich aan de betaalverplichtingen houdt, kan het traject worden doorlopen en is de inwoner (waar mogelijk) vrij van schulden. Indien er reden is om aan te nemen dat de inwoner hier zelf niet toe in staat is, kunnen andere voorzieningen aan de voorkant worden ingezet zoals budgetbeheer of bewindvoering.
Vraag 48: Kunt U toelichten wat concreet bedoeld wordt met “de inwoner is zelf verantwoordelijk voor het slagen van het traject” en welke verantwoordelijkheid draagt de gemeente zelf wanneer een traject dreigt vast te lopen?
Antwoord: Zie antwoord vraag 45. Wij kunnen een situatie creëren voor inwoners om hun schulden af te lossen. De inwoner is verantwoordelijk voor het afbetalen van de schulden. Wanneer een traject uit de hand dreigt te lopen, nemen wij contact met de inwoner op en eventueel met de schuldeisers om de voortgang in het traject te kunnen handhaven.
Vraag 49: Welke ondersteuning biedt de gemeente gedurende de vijf jaar waarin iemand vanwege recidive niet voor schuldhulpverlening in aanmerking komt? Het moet toch niet zo zijn dat iemand gedurende die periode verder wegzakt in schulden, waardoor uiteindelijk grotere maatschappelijke en financiële problemen ontstaan?
Pagina 15 van 19
Antwoord: Wanneer een inwoner uit een schuldhulpverleningstraject komt, en de inwoner toch wederom in financiële problemen dreigt te komen, kan altijd bekeken worden welke ondersteuning passend is. Verder is ook opgenomen dat wanneer de nieuwe schuldenproblematiek niet (volledig) de schuld is van de inwoner, kan altijd afgeweken worden van de bepaling dat recidivisten uitgesloten zijn.
Vraag 50: Er wordt gesproken over de menselijke maat en daar wordt mee bedoeld dat schuldhulpverlening integraal, laagdrempelig en op basis van maatwerk moet worden aangeboden. En vervolgens erkent wordt dat de inwoners met schulden te maken kunnen hebben met complexe problemen zoals psychische problematiek, verslaving, relationele problemen en laaggeletterdheid. Hoe waarborgt het college dat inwoners die vanwege deze omstandigheden niet volledig in staat zijn om zelfstandig verantwoordelijkheid te dragen, niet tussen wal en schip vallen? Kan het college daarbij expliciet aangeven welke verantwoordelijkheid de gemeente neemt wanneer een inwoner ondanks motivatie en inzet niet in staat blijkt het schuldhulpverleningstraject zelfstandig succesvol te doorlopen?
Antwoord: Dit is een vraag over de uitvoering. Wanneer een inwoner aan het begin van het traject niet in staat wordt geacht om zelfstandig het schuldhulpverleningstraject te doorlopen, kan altijd direct budgetbeheer of bewindvoering worden ingeschakeld. Vanuit de gemeentelijke ondersteuning kan altijd extra contact gezocht worden met schuldeisers om eventuele hobbels in het traject weg te nemen.
Vraag 51: De ASD doet acht concrete aanbevelingen. Het college geeft in de afzonderlijke reactiebrief aan dat verschillende aanbevelingen geheel of gedeeltelijk worden overgenomen. In het raadsvoorstel zelf staat echter alleen dat de ASD betrokken is geweest en dat het advies is bijgevoegd. _Kan het college per aanbeveling aangeven wat daadwerkelijk in het beleidsplan is verwerkt, wat pas in_ _het uitvoeringsplan wordt opgenomen en wat niet wordt overgenomen?_
Antwoord: In de reactie van het college aan de ASD staat beschreven welke aandachtspunten zijn overgenomen, welke punten in het uitvoeringsplan worden overgenomen en welke punten niet worden overgenomen. Voor de volledigheid is de reactie van het college aan de ASD bijgevoegd aan het raadsvoorstel, en is dus onderdeel daarvan.
Vraag 52: Een behoorlijk deel van de inhoudelijke uitwerking wordt doorgeschoven naar het uitvoeringsplan Armoede en Schuldhulpverlening 2026–2028. Dat geldt onder meer voor onderdelen van maatwerk, kwaliteitsmeting en verschillende uitvoeringsprincipes. _Welke inhoudelijke kaders stelt de raad vandaag daadwerkelijk vast en welke wezenlijke keuzes_ _worden pas in het uitvoeringsplan gemaakt?_
Pagina 16 van 19
Antwoord: De raad stelt vandaag de integrale aanpak voor schuldhulpverlening vast, aan de hand van de in het beleidsplan beschreven stappen. Bij vaststelling van het plan is het college daarna bevoegd om binnen de gestelde kaders van het beleidsplan de uitvoering vorm te geven middels een uitvoeringsplan.
Vraag 53: Het beleidsplan bevat verschillende percentages: 10% lagere gemiddelde schuldhoogte, 10% meer succesvolle trajecten en andere doelstellingen ten opzichte van 2026. De ASD vraagt daarbij expliciet om nulmetingen. _Wat zijn de concrete nulwaarden van 2026 waarop deze percentages zijn gebaseerd?_
Antwoord: De nulwaarden van 2026 kunnen vastgesteld worden na afloop van het jaar. Deze worden begin 2027 verwacht.
Vraag 54: Nazorg is één van de vijf hoofdpijlers. Als KPI wordt vervolgens vooral gemeten of 75% van de inwoners binnen zes weken na het traject is gesproken. _Meten we daarmee de kwaliteit van nazorg, of alleen dat er een gesprek heeft plaatsgevonden?_
Antwoord: De KPI registreert dat er een gesprek heeft plaatsgevonden. Echter zal dit gesprek gebruikt worden om eventuele vervolgstappen met de inwoner vorm te geven ter voorkoming van nieuwe schuldenproblematiek. Het gesprek in het kader van nazorg is ook relevant om de kwaliteit van schuldhulpverlening te toetsen bij de inwoner.
Vraag 55: De ASD vraagt aandacht voor de wettelijke termijn van maximaal vier weken. Het college antwoordt dat inwoners in Eijsden-Margraten in nagenoeg alle gevallen sneller worden geholpen. _Wat is die werkelijke gemiddelde en maximale doorlooptijd dan op dit moment?_
Antwoord: Zodra een melding binnenkomt wordt binnen een week al contact opgenomen. Indien de destrefeende ambtenaar niet aanwezig is, is geborgd dat een vervanger het gesprek voert.
Vraag 56: De ASD vraagt nadrukkelijk om schuldenrust, stress-sensitief werken, één regisseur en outreachend werken als expliciete uitvoeringsprincipes. Het college zegt dat advies over te nemen. _Waarom zijn deze principes dan niet al herkenbaar als kader in het beleidsplan opgenomen?_
Antwoord: Omdat de ASD adviseert deze principes als uitvoeringsprincipes op te nemen, worden deze opgenomen in het uitvoeringsplan.
Vraag 57: In de juridische bijlage treffen wij nog passages aan die spreken over wetgeving die naar verwachting in 2022 zou worden ingevoerd. _Is voorafgaand aan dit raadsvoorstel het volledige beleidsplan, inclusief de juridische bijlagen,_ _opnieuw op actualiteit gecontroleerd?_
Pagina 17 van 19
Antwoord: Het klopt dat hier per abuis een oude passage staat. Bij de totstandkoming van het beleidsplan zijn alle juridisch relevante bijlagen gecontroleerd, en waar nodig geactualiseerd. Deze passage is inmiddels verwerkt.
Vraag 58: De raad wordt gevraagd uitsluitend het beleidsplan vast te stellen. Een aantal belangrijke toezeggingen – waaronder verdere verwerking van ASD-adviezen en betrokkenheid van de ASD bij het uitvoeringsplan – staat niet in het raadsbesluit zelf. _Hoe worden deze toezeggingen voor de raad controleerbaar geborgd?_
Antwoord: Het college zal de raad informeren op welke manier de ASD is betrokken bij de totstandkoming van het uitvoeringsplan. Dit zal gebeuren bij het delen van het uitvoeringsplan aan de raad ter kennisname.
Vraag 59: Op welke nulmeting, gegevensbron en afbakening baseert het college de doelstelling dat de gemiddelde schuldhoogte in 2028 10% lager is dan in 2026? Kan het college deze nulmeting en meetmethode vooraf aan de raad beschikbaar stellen, zodat deze KPI daadwerkelijk controleerbaar is?
Antwoord: De meetmethodes zullen worden beschreven in het uitvoeringsplan, welke ter kennisname aan de raad zal worden toegestuurd. De nulmeting zal daarop gedeeld worden begin 2027.
Vraag 60: Waarom stuurt het college op 10% méér aanmeldingen voor schuldhulpverlening na vroegsignalering, terwijl een aanmelding niet in iedere situatie nodig of wenselijk is? Is het college bereid deze KPI te vervangen door een concreet doel dat 100% van de vroegsignalen tijdig wordt opgepakt, met registratie van contactpogingen, bereik en de passend ingezette vervolgactie?
Antwoord: Door de uitbreiding van de vroegsignalering met bijvoorbeeld banken en hypotheekverstrekkers verwachten wij dat het aantal schuldhulpverleningstrajecten met 10 procent zal toenemen. Vóór een aanmelding schuldhulpverlening bij de Kredietbank wordt uiteraard een afweging gemaakt of een traject noodzakelijk is. Tevens zijn wij bereid om uw voorgestelde KPI over te nemen, mits hiervoor een meerderheid in de raad is.
Pagina 18 van 19
Pagina 19 van 19