Diemen, 25 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen VVD Diemen – werk als uitgangspunt bij inburgering en participatie
Op 23 september berichtte de NOS over het nieuwe advies _Van aankomst naar toekomst – Naar_ _volwaardige arbeidsdeelname van nieuwkomers_ van de Sociaal Economische Raad (SER). De SER constateert dat de arbeidsparticipatie van statushouders nog altijd achterblijft. Acht jaar na het verkrijgen van een verblijfsstatus heeft 57 procent betaald werk, tegenover 73 procent van de totale beroepsbevolking. Ook werken veel statushouders en Oekraïense ontheemden onder hun opleidings- en ervaringsniveau. De SER adviseert daarom om volwaardige arbeidsparticipatie een leidend principe te maken in het beleid voor nieuwkomers. Werk of opleiding, taalverwerving en inburgering zouden zoveel mogelijk geïntegreerd moeten worden aangeboden. Ook pleit de SER voor een vroege scan van talenten en ambities en voor een grotere rol van gemeenten bij de begeleiding naar werk. De SER stelt bovendien dat gemeenten een wettelijke verantwoordelijkheid voor arbeidstoeleiding zouden moeten krijgen, gekoppeld aan structurele financiering. Ook in het recent besproken Diemense Koersdocument over opvang, ondersteuning en participatie wordt het belang van participatie en werk benoemd. De VVD-fractie heeft daarbij eerder aandacht gevraagd voor betaald werk als belangrijke route naar zelfstandigheid, integratie en het leren van de Nederlandse taal.
De VVD-fractie heeft daarom de volgende vragen aan het college:
1. Deelt het college, met de VVD de analyse van de SER dat arbeidsparticipatie vanaf het begin een leidend uitgangspunt zou moeten zijn bij de ondersteuning en inburgering van statushouders en andere nieuwkomers die mogen werken? 2. De SER stelt dat inburgering en taalonderwijs nu soms een belemmering vormen om te gaan werken en pleit ervoor werk of opleiding, taal en inburgering zoveel mogelijk gelijktijdig te organiseren. De SER constateert bijvoorbeeld dat de combinatie van werk en inburgering in de praktijk vaak niet haalbaar is. Herkent het college dit knelpunt in Diemen? Zo ja, welke mogelijkheden ziet het college om taalonderwijs en inburgering flexibeler rondom werk te organiseren? 3. In het Koersdocument wordt ingezet op snelle deelname aan de samenleving genoemd, onder meer via taal, onderwijs, werk en participatie. Is betaald werk op dit moment een prioriteit binnen de begeleiding van Diemense statushouders en inburgeraars? Kan het college toelichten hoe arbeidsparticipatie binnen deze integrale aanpak wordt gewogen en wat dit concreet betekent voor de Diemense aanpak? 4. Is het college bereid om, aansluitend bij het SER-advies, als uitgangspunt te hanteren dat voor inburgeraars die kunnen werken betaald werk zoveel mogelijk voorrang krijgt en dat taal, opleiding en overige onderdelen van de inburgering waar mogelijk daaromheen worden georganiseerd? Zo nee, waarom niet? 5. De SER waarschuwt ook voor een _lock-in_ : nieuwkomers vinden wel werk, maar blijven langdurig hangen in eenvoudig of tijdelijk werk dat niet aansluit bij hun opleiding en ervaring. Hoe wordt in Diemen bij de begeleiding naar werk rekening gehouden met eerder verworven opleiding, beroepservaring en talenten? Wordt na plaatsing in een eerste baan ook gevolgd of doorgroei naar duurzamer en beter passend werk mogelijk is? 6. Welke afspraken maakt de gemeente momenteel met werkgevers en organisaties in de arbeidsmarktregio over het beschikbaar stellen van werk, leerwerkplekken en trajecten voor statushouders en andere nieuwkomers? Is het college bereid naar aanleiding van het SER-advies mogelijkheden om deze samenwerking te intensiveren, in het bijzonder in sectoren met personeelstekorten? 7. Welke resultaten behaalt Diemen momenteel bij het begeleiden van statushouders naar betaald werk? Kan het college aangeven welk aandeel van de statushouders/inburgeraars dat de afgelopen jaren in Diemen is gehuisvest inmiddels betaald werk heeft en, voor zover bekend, hoeveel daarvan duurzaam uitkeringsonafhankelijk zijn?
8. De SER beschrijft participatie nadrukkelijk niet alleen als een recht op ondersteuning, maar ook vanuit wederkerigheid: de samenleving biedt perspectief en randvoorwaarden en van de nieuwkomer wordt verwacht dat deze naar vermogen bijdraagt. Welke verwachting stelt de gemeente concreet aan statushouders en inburgeraars die kunnen werken? En welke concrete stappen worden gezet wanneer iemand zonder geldige reden onvoldoende meewerkt aan de begeleiding naar werk? 9. Is het college bereid om de aanbevelingen uit het SER-advies te betrekken bij de verdere uitwerking en uitvoering van het koersdocument en de raad te informeren welke aanbevelingen in Diemen kunnen worden overgenomen? 10. Het koersdocument bevat diverse ambities op het gebied van participatie, zelfredzaamheid en werk, maar bevat geen concrete streefwaarden voor arbeidsdeelname van statushouders. Is het college bereid bij de verdere uitwerking van het beleid meetbare doelstellingen op te nemen voor onder andere arbeidsparticipatie?
Daisy Kerklaan, raadslid VVD Hans Dijksman, fractieopvolger VVD