Bernheze, 10 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Beantwoording technische vragen CDA en ONS Bernheze over actualisatie verordening commissie bezwaarschriften
Technische vragen CDA:
1. Vraag:
In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat er voor de vernieuwing van deze verordening bij het meest recente VNG-model is aangesloten. Volgens het raadsvoorstel wijkt dit model qua opbouw en formulering af van de bestaande verordening. Wij vragen ons af of er inderdaad aansluiting is gezocht bij het meest recente model van de VNG verordening, namelijk van april 2022, bij deze wijziging?
Gelet op het model van april 2022 is er inderdaad sprake van een sterk afwijkende opbouw en formulering ten opzichte van onze huidige (intergemeentelijke) verordening. Als voorbeeld: volgens de model verordening wordt de verordening aangehaald als: ‘’Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften [naam gemeente en eventueel jaartal]’’. De nieuwe verordening zal volgens het raadsvoorstel echter aangehaald worden als: Verordening commissie Bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026.
Daarnaast valt het op dat de opbouw van de verordening zoals voorgesteld inderdaad erg afwijkt van de model verordening april 2022. Echter komt de nieuwe verordening zoals voorgesteld bijna volledig overeen met de huidige intergemeentelijke verordening. Een waswordt tabel met dit nieuwe voorstel en de huidige verordening is dan ook bijna 1 op 1 mogelijk. Waarom zit deze er dan alsnog niet bij?
Antwoord:
Aansluiting VNG-model / ontbreken was-wordt-lijst
Bij het opstellen van de nieuwe verordening is de huidige verordening als uitgangspunt genomen. Daarnaast is aansluiting gezocht bij het meest recente VNG-model, waarbij enkele bepalingen uit dat model zijn overgenomen of verwerkt. De nieuwe verordening wijkt inhoudelijk slechts in beperkte mate af van de bestaande verordening. De aanpassingen zien met name op actualisatie, verduidelijking en het beter laten aansluiten bij actuele wet- en regelgeving. Van wezenlijke beleidsmatige wijzigingen is geen sprake
De titel van een verordening is een lokale beleidskeuze. Er is bewust gekozen voor de titel _Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Bernheze 2026_, omdat deze verordening primair ziet op de inrichting, samenstelling en werkwijze van de commissie bezwaarschriften en niet op de volledige behandeling van bezwaarschriften binnen de gemeente.
Van een was-wordt-lijst is afgezien, omdat de voorgestelde verordening niet kan worden beschouwd als een wijziging van één bestaande verordening. De nieuwe regeling is tot stand gekomen door het combineren van elementen uit de huidige intergemeentelijke verordening, relevante onderdelen uit het VNG-model en lokale keuzes. Een traditionele was-wordt-lijst zou daardoor geen volledig en representatief beeld geven van de totstandkoming van de nieuwe verordening.
Daarnaast zijn de wijzigingen voor de feitelijke werkwijze van de commissie beperkt. Er is daarom geen sprake van ingrijpende veranderingen ten opzichte van de huidige praktijk.
2. Vraag:
In de verordening staat boven geen datum genoemd bij het voorstel van burgemeester en wethouders en onderin staat ‘3 september 2026’ als datum waarop de verordening wordt vastgesteld door de raad. Dit is onjuist.
Antwoord:
De opmerking over de datumvermeldingen is terecht. Dit betrof een redactionele onjuistheid. De datumgegevens in de verordening zijn inmiddels aangepast.
3. Vraag:
Het raadsbesluit ontbreekt bij het agendapunt. Is dit gebruikelijk bij de behandeling van een verordening?
Antwoord:
Het concept-raadsbesluit is inmiddels aan de stukken toegevoegd, zodat de raad beschikt over het formele besluit behorende bij de vaststelling van de verordening.
Technische vragen ONS Bernheze:
1. Vraag:
Gebruikt VNG-model. Op welk exact VNG-model is het voorstel gebaseerd (volledige titel, versiedatum en publicatielink)? Betreft dit de VNG Model Verordening voor de behandeling van bezwaarschriften van april 2022? Zo ja, kan het college toelichten waarom het Bernhezer ontwerp een opbouw met 22 artikelen hanteert die sterk aansluit bij de regeling uit 2010, terwijl het VNG-model van 2022 onder meer afzonderlijke keuzes bevat over informele behandeling, ambtelijk horen en instellingsbesluiten? Graag tevens een overzicht van de bewuste afwijkingen van het gebruikte model en de reden per afwijking.
Aanknopingspunt: Raadsvoorstel, argument 1.1; VNG-ledenbrief van 28 april 2022 en de bijbehorende implementatiehandleiding.
Antwoord:
_Gebruikt VNG-model_
Bij het opstellen van de nieuwe verordening is de huidige verordening als uitgangspunt genomen. Daarnaast is aansluiting gezocht bij het meest recente VNG-model, waarbij enkele bepalingen uit dat model zijn overgenomen of verwerkt. De nieuwe verordening wijkt inhoudelijk slechts in beperkte mate af van de bestaande verordening. De aanpassingen zien met name op actualisatie, verduidelijking en het beter laten aansluiten bij actuele wet- en regelgeving. Van wezenlijke beleidsmatige wijzigingen is geen sprake.
De gemeente Bernheze werkt reeds met een vorm van informele geschiloplossing (premediation) die is vastgelegd in de werkprocessen. Om die reden zijn de modelbepalingen over informele behandeling en ambtelijk horen niet in de verordening opgenomen. De ontwerpverordening sluit daarom qua systematiek grotendeels aan bij de bestaande verordening uit 2010.
Ambtelijk horen wordt in Bernheze niet toegepast, omdat er een commissie is ingericht. Dit was al zo geregeld.
2. Vraag:
Volledig overzicht van de wijzigingen. Hoe verhoudt de mededeling dat alleen het roulerend voorzitterschap inhoudelijk wijzigt zich tot de overige verschillen met de geldende verordening? Het gaat onder meer om de toevoeging van de Jeugdwet, gewijzigde samenstellings- en onafhankelijkheidseisen, het vervallen van de grens van tweemaal herbenoemen, het vervangen van de termijn van zeven werkdagen door 'zo spoedig mogelijk', overdracht van bevoegdheden aan de secretaris, een ander quorum, het vervallen van bepalingen over het minderheidsstandpunt en de proceskostenvergoeding, een gewijzigde verzending van stukken bij het advies en een snellere inwerkingtreding. Kan het college deze verschillen per artikel kwalificeren als inhoudelijk, procedureel of redactioneel en de praktische gevolgen vermelden? Kan dit overzicht als aanvulling op de raadsstukken worden verstrekt?
Aanknopingspunt: Raadsvoorstel, argument 1.1; vergelijking ontwerpverordening 2026 met de verordening Bernheze-Maasdonk 2010.
Antwoord:
_Volledig overzicht van de wijzigingen_
Met de term "inhoudelijke wijziging nagenoeg nihil" is bedoeld dat de taak, bevoegdheden en werkwijze van de commissie in hoofdzaak ongewijzigd blijven. Er is ook geen reden voor aanpassing naar voren gekomen.
Naast het roulerend voorzitterschap zijn enkele wijzigingen aangebracht die voornamelijk van organisatorische, actualiserende of redactionele aard zijn:
- toevoeging van de Jeugdwet aan de bevoegdheid van de commissie (was voorheen geen taak van de gemeente);
- actualisatie van onafhankelijkheidseisen;
- vervallen van het maximum aantal herbenoemingen;
- vereenvoudiging van enkele procedurele bepalingen;
- actualisering van terminologie;
3. Vraag:
Bevoegde bestuursorganen en instellingsbesluiten. Het ontwerpbesluit wordt alleen door de raad vastgesteld, terwijl artikel 2 bepaalt dat de commissie adviseert over bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. Hebben het college en de burgemeester ieder een afzonderlijk instellingsbesluit voor deze adviescommissie genomen of zullen zij dat nog doen? Zo ja, graag de datum en het kenmerk van ieder besluit. Zo nee, op welke juridische grondslag kan de commissie dan adviseren over bezwaren tegen besluiten van die bestuursorganen?
Aanknopingspunt: Ontwerpbesluit en artikel 2; VNG-implementatiehandleiding bij artikel 5; artikel 84 Gemeentewet.
Antwoord:
_Bevoegde bestuursorganen en instellingsbesluiten_
De commissie verricht haar werkzaamheden ten behoeve van de raad, het college en de burgemeester.
De verordening wordt vastgesteld door de raad op grond van artikel 149 Gemeentewet. Daarnaast zullen college en burgemeester voor zover nodig besluiten nemen die betrekking hebben op de uitoefening van hun bevoegdheden ten aanzien van de commissie. De commissie functioneert feitelijk reeds voor alle drie bestuursorganen, zoals ook wordt vermeld in artikel 2. Deze besluiten zullen pas genomen worden, nadat de verordening is vastgesteld.
4. Vraag:
Minimumsamenstelling, quorum en plaatsvervanging. Uit hoeveel leden bestaat de commissie in totaal en uit hoeveel leden bestaat de commissie bij de behandeling en advisering in één concrete zaak? Hoe borgt artikel 3 de wettelijke minimumsamenstelling van een voorzitter en ten minste twee leden? Kan op grond van artikel 12 een zitting en daaropvolgende advisering plaatsvinden met slechts twee leden? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot artikel 7:13, eerste lid, van de Awb? Zo nee, waarom wordt het minimum van drie niet expliciet opgenomen? Wie wordt in artikel 12 bedoeld met 'zijn plaatsvervanger', nu artikel 3 geen vaste voorzitter of plaatsvervanger aanwijst?
Aanknopingspunt: Ontwerpverordening, artikelen 3 en 12; Awb, artikel 7:13, eerste lid, onder a.
Antwoord:
_Minimumsamenstelling, quorum en plaatsvervanging_
De commissie bestaat uit meerdere onafhankelijke leden.
Bij iedere zaak nemen ten minste drie leden deel aan de behandeling, waaronder degene die voor die zaak als voorzitter optreedt. Artikel 12 heeft betrekking op het houden van een hoorzitting en dient te worden gelezen in samenhang met artikel 7:13 Awb.
De verwijzing naar een plaatsvervanger ziet op een commissielid dat voor de betreffende zaak als vervangend voorzitter optreedt.
5. Vraag:
Werkwijze bij het roulerend voorzitterschap. Wanneer, door wie en volgens welke objectieve regeling wordt per zaak de voorzitter aangewezen en waar wordt die aanwijzing vastgelegd? Welke voorzitter oefent de bevoegdheden uit die vóór en na de hoorzitting ontstaan op grond van de artikelen 8 tot en met 11 en 15 tot en met 18? Hoe is vervanging geregeld bij verhindering, terugtreding wegens mogelijke partijdigheid of wisseling tijdens de behandeling? Welke bevoegdheden kan de voorzitter precies aan de secretaris overdragen en wordt die overdracht schriftelijk en per zaak vastgelegd?
Aanknopingspunt: Ontwerpverordening, artikelen 3, 8 tot en met 11 en 13 tot en met 18.
Antwoord:
_Werkwijze bij het roulerend voorzitterschap_
Per zaak wordt vooraf vastgesteld welk commissielid als voorzitter optreedt. Deze aanwijzing vindt plaats binnen de planning van de commissie en wordt administratief vastgelegd.
De aangewezen voorzitter oefent gedurende de volledige behandeling van het bezwaarschrift de in de verordening genoemde bevoegdheden uit.
Bij verhindering of terugtreding wegens mogelijke partijdigheid wordt een ander commissielid aangewezen als voorzitter.
Mandatering aan de secretaris betreft uitsluitend de bevoegdheden genoemd in artikel 8, tweede lid.
6. Vraag:
Benoeming, onafhankelijkheid en herbenoeming. Welke vooraf vastgelegde deskundigheids, benoemings-, schorsings- en ontslagcriteria hanteert het college voor de leden? Waarom is gekozen voor de aanvullende eis dat geen lid in Bernheze mag wonen, en voldoen alle huidige leden hieraan? Wat is onder de nieuwe tekst het maximale aantal herbenoemingen, nu de oude grens van tweemaal herbenoemen is vervallen? Als geen maximum geldt, is dat een bewuste inhoudelijke wijziging en hoe wordt dan periodieke vernieuwing van de commissie geborgd?
Aanknopingspunt: Ontwerpverordening, artikelen 3 en 5; geldende verordening 2010, artikelen 3 en 5; VNG-implementatiehandleiding bij artikel 9.
Antwoord:
_Benoeming, onafhankelijkheid en herbenoeming_
Bij benoeming worden deskundigheid op het terrein van bestuursrecht, ervaring met bezwaarprocedures en onafhankelijkheid betrokken.
De woonplaatseis is opgenomen om iedere schijn van belangenverstrengeling te voorkomen en de onafhankelijke positie van de commissie te onderstrepen. Zoals gebruikelijk wonen de leden van de commissie niet in de gemeente Bernheze.
Alle huidige commissieleden voldoen aan deze eis.
Het vervallen van de beperking tot twee herbenoemingen is een bewuste keuze. Bij iedere herbenoeming vindt een afzonderlijke beoordeling plaats van functioneren, beschikbaarheid en onafhankelijkheid.
7. Vraag:
Doorgeleiding en termijnbewaking. Waarom is de concrete termijn van zeven werkdagen voor doorgeleiding van het bezwaarschrift vervangen door 'zo spoedig mogelijk'? Welke meetbare interne norm geldt straks voor registratie, doorgeleiding naar de commissie en bewaking van de wettelijke beslistermijn? Worden doorlooptijden, verdagingen en termijnoverschrijdingen opgenomen in het jaarverslag?
Aanknopingspunt: Ontwerpverordening, artikelen 6 en 18; geldende verordening 2010, artikel 6; Awb, artikel 7:10.
Antwoord:
_Doorgeleiding en termijnbewaking_
De term "zo spoedig mogelijk" sluit beter aan bij de huidige digitale werkprocessen.
In de praktijk worden bezwaarschriften direct na registratie verwerkt en doorgeleid. De wettelijke beslistermijnen blijven onverkort gelden.
De commissie rapporteert jaarlijks over haar werkzaamheden. Daarbij wordt aandacht besteed aan onder meer doorlooptijden, verdagingen en eventuele termijnoverschrijdingen.
8. Vraag:
Beslissing om niet te horen. Artikel 10, tweede lid, legt de beslissing om van horen af te zien bij de voorzitter. Hoe verhoudt dit zich tot artikel 7:13, vierde lid, van de Awb, waarin die beslissing aan de commissie wordt opgedragen? Op welke grond kan één roulerend voorzitter dit besluit nemen? De oude verordening bepaalde bovendien dat belanghebbenden en het verwerend orgaan van het niet horen bericht kregen. Is het vervallen van die bepaling bewust, en wanneer en door wie worden betrokkenen onder de nieuwe regeling geïnformeerd over het afzien van horen en de reden daarvoor?
Aanknopingspunt: Ontwerpverordening, artikel 10; geldende verordening 2010, artikel 10, derde lid; Awb, artikelen 7:12 en 7:13, vierde lid.
Antwoord:
_Beslissing om niet te horen_
Artikel 10, tweede lid, beoogt een praktische regeling voor de toepassing van artikel 7:3 Awb.
De voorzitter handelt daarbij namens de commissie. Het doel is efficiëntie in de behandeling van bezwaarschriften. Dit was al gebruikelijk.
Indien wordt besloten af te zien van horen, worden betrokkenen hierover geïnformeerd in het verdere verloop van de bezwaarprocedure.
9. Vraag:
Inhoud en verzending van het advies. Hoe wordt geborgd dat het schriftelijke commissieadvies steeds een verslag van het horen bevat, zoals artikel 7:13, zesde lid, van de Awb voorschrijft, nu artikel 18 alleen spreekt over eventuele nadere informatie? Wie beoordeelt en adviseert onder de nieuwe regeling over een tijdig ingediend verzoek om proceskostenvergoeding, nu de desbetreffende bepaling uit de oude verordening niet terugkeert? Is het eveneens bewust dat een verlangd minderheidsstandpunt niet langer in het advies hoeft te worden vermeld, en zo ja, hoe wordt een afwijkend oordeel binnen de commissie dan vastgelegd?
Aanknopingspunt: Ontwerpverordening, artikelen 17 en 18; geldende verordening 2010, artikelen 17 en 18; Awb, artikelen 7:13, zesde lid, en 7:15.
Antwoord:
_Inhoud en verzending van het advies_
Het advies van de commissie wordt opgesteld overeenkomstig de vereisten van de Awb.
Het verslag van het horen maakt onderdeel uit van de stukken die aan het bestuursorgaan worden toegezonden.
Ten aanzien van proceskostenvergoedingen geldt rechtstreeks artikel 7:15 Awb. Een afzonderlijke bepaling in de verordening is daarom niet noodzakelijk. In het jaarverslag van de commissie bezwaarschriften wordt aandacht besteed aan de werkwerkwijze.
Het vervallen van een expliciete regeling over minderheidsstandpunten belet niet dat afwijkende opvattingen binnen de commissie in de beraadslaging aan de orde kunnen komen.
In het VNG-model is het artikel over minderheidsstandpunten vervallen. Het kwam in de praktijk ook niet voor.
10. Vraag:
Jaarverslag en informatie aan de raad. Kan het college bevestigen dat het jaarverslag niet alleen een algemene beschrijving van de werkzaamheden bevat, maar ten minste ook de aantallen ontvangen en afgehandelde bezwaren, doorlooptijden, uitkomsten, verdagingen, termijnoverschrijdingen, ingetrokken bezwaren na bemiddeling en eventuele afwijkingen van commissieadviezen? Waarom wordt het verslag volgens artikel 19 met tussenkomst van het college aan de raad aangeboden in plaats van rechtstreeks door de commissie, terwijl de raad eerder heeft besloten dat de commissie de raad jaarlijks rond 1 juli rapporteert? Omvat de rapportage ook bezwaren die door samenwerkingspartners worden behandeld, of wordt daarvoor afzonderlijk gerapporteerd?
Aanknopingspunt: Ontwerpverordening, artikel 19; Rekenkamerrapport Optimalisatie dienstverlening, paragrafen 3.7 en 5.2; raadsbesluit naar aanleiding van dit rapport.
Antwoord:
_Jaarverslag en informatie aan de raad_
Het jaarverslag bevat ten minste een overzicht van de werkzaamheden van de commissie.
Daarin kunnen onder meer aantallen bezwaarschriften, uitkomsten en andere relevante gegevens worden opgenomen.
Het jaarverslag wordt via het college aan de raad aangeboden. De commissie wordt door de commissie zelf opgesteld.
11. Vraag:
Overgang, kosten en technische correcties. Hoeveel huidige leden moeten door de nieuwe samenstellings- en woonplaatseisen opnieuw worden benoemd of vervangen, blijven bestaande benoemingsbesluiten geldig en verandert de vergoeding doordat ieder lid als voorzitter kan optreden? Kan het college tegen deze achtergrond toelichten waarom bij risico's en kosten 'n.v.t.' staat? Kan vóór de besluitvorming tevens een gecorrigeerde versie worden verstrekt met ten minste de datum van het collegevoorstel in de aanhef, de juiste raadsdatum (1 oktober in plaats van 3 september 2026), herstel van 'in bij bijzondere omstandigheden' in artikel 11, een verduidelijking van de niet gedefinieerde plaatsvervanger in artikel 12, herstel van de formulering en spatie in artikel 18, 'wethouders' in artikel 19 en de kop 'Citeertitel' in plaats van 'Definitie' bij artikel 22?
Antwoord:
De bestaande benoemingen blijven geldig voor zover zij niet strijdig zijn met de nieuwe verordening.
De invoering van het roulerend voorzitterschap leidt niet tot aanvullende structurele kosten. Er wordt geen extra vergoeding uitgekeerd voor de werkzaamheden als voorzitter.
Met de vermelding "n.v.t." bij risico's en kosten is bedoeld dat geen substantiële financiële of organisatorische gevolgen worden verwacht. Technische correcties zullen worden verwerkt.