Ridderkerk, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Toelichting Was – Wordt lijst Verordening Starterslening Ridderkerk 2019 en 2026
1. Samenvatting
De nieuwe verordening van 2026 actualiseert de bedragen en terminologie conform de
modelverordening van SVn. Er is ook een aantal inhoudelijke wijzigingen:
1. Nieuwbouw wordt expliciet toegevoegd als woning waarvoor een starterslening kan
worden verstrekt naar aanleiding van de motie van de gemeenteraad.
2. Energiebesparing wordt toegevoegd, inclusief een specifiek Energiebespaarbudget
waarmee tot 106% van de woningwaarde kan worden geleend. Hiermee wordt de
regeling gelijkgetrokken met de standaard voorwaarden van SVn.
3. De uitleg van het proces wordt gecorrigeerd: de geactualiseerde verordening legt
correct uit hoe een starterslening wordt behandeld; de gemeente bepaalt eerst of
iemand voldoet aan de door de gemeente in de verordening Startersleningen 2026
vastgestelde voorwaarden en reserveert budget; de aanvrager wordt door de
gemeente vervolgens verwezen naar SVn die daarna zelfstandig de financiële toets
uitvoert en de definitieve lening bepaalt.
4. De aanvraagprocedure wordt concreter en formeler geregeld, inclusief
ontvangstbevestiging, aanvullingstermijn, beslistermijn en bezwaar/beroep.
5. De expliciete uitsluitingen voor woningen die van een ontwikkelaar/belegger worden
verkregen en tweede woningen verdwijnen.
6. Een aantal bepalingen uit de oude verordening over NHG, sancties, terugvordering en
nadere voorschriften verdwijnt of wordt anders geregeld.
7. De systematiek waarmee de maximale hoogte wordt bepaald is anders
geformuleerd.
8. De overgangsregeling stelt dat niet alleen bestaande leningen, maar ook aanvragen
die vóór de inwerkingtreding zijn ingediend onder de 2019-verordening blijven
vallen.
De nieuwe verordening is meer gericht op de huidige werkwijze van SVn en de actuele NHG systematiek, en biedt daarnaast ruimte voor verduurzaming en nieuwbouw.
2. Artikel 1 – Begrippen
2.1 Nieuwe begrippen in 2026
In de nieuwe verordening zijn twee belangrijke begrippen bij gekomen:
Energiebespaarbudget: artikel 1, onderdeel f, definieert dit als een bouwdepot tot maximaal
106% van de woningwaarde voor erkende energiebesparende maatregelen.
Nieuwbouwwoning: met de nieuwe verordening wordt uitgebreid naar
nieuwbouwwoningen waarvan een definitie is opgenomen. Een nieuwbouwwoning wordt
gedefinieerd als een woning die volgens de BRP nog niet eerder is bewoond.
2.2 Aanvangsdraagkrachttoets wordt financiële toets
De term "aanvangsdraagkrachttoets" wordt gewijzigd naar de "financiële toets" om de
daadwerkelijke rolverdeling te weerspiegelen: SVn voert zelfstandig de financiële toets uit
en stelt de definitieve lening vast.
2.3 Combinatielening
In de oude verordening stond bij de Combinatielening dat daaruit de aflossing van de
hypotheek mocht worden betaald tot maximaal 50% van de waarde van de gefinancierde
woning. Die 50%-grens staat niet meer in de nieuwe definitie. In de nieuwe verordening
wordt alleen nog bepaald dat de Combinatielening een extra lening is naast de hypothecaire
lening waaruit de aflossing op die hypotheek mag worden betaald en dat deze onlosmakelijk
met de Starterslening wordt aangeboden. De Combinatielening blijft beperkt tot maximaal
het bedrag van de Starterslening. Hiermee volgt de verordening de modelverordening van
SVn. De actuele productvoorwaarden van SVn krijgen daardoor meer gewicht.
2.4 Begrippen uit de oude verordening vervallen
De begrippen "Sociale huurprijsgrens" en "Sociale huurwoning" zijn in de nieuwe
verordening verdwenen. Deze begrippen worden in zowel de oude als nieuwe verordening
nergens gebruikt.
3. Nieuw: nieuwbouwwoningen vallen onder de regeling
In de oude verordening was de regeling beperkt tot de aankoop van bestaande
eengezinswoningen of appartementen. In artikel 2 lid 2 van de nieuwe verordening wordt
onderscheid gemaakt tussen:
- bestaande eengezinswoningen of appartementen, én
- nieuwbouw eengezinswoningen of appartementen.
Voor beide categorieën geldt maximaal de actuele NHG-grens. Ook meerwerk en
verbeterkosten mogen worden meegenomen. Starters kunnen onder de nieuwe regeling dus
ook voor de aankoop van een nieuwbouwwoning gebruikmaken van de Starterslening.
4. Nieuwe mogelijkheid: Energiebespaarbudget
Artikel 2 lid 3 is een nieuwe aanvulling op de verordening waarmee de verordening de
standaard voorwaarden van SVn volgt. De aanvrager mag gebruikmaken van het
Energiebespaarbudget voor energiebesparende voorzieningen. Hiervoor mag meer dan
100% van de woningwaarde worden geleend. De regeling is daarmee niet meer uitsluitend
gericht op het overbruggen van een financieringstekort voor de aankoop, maar ook expliciet
op verduurzaming van de woning. De koppeling met artikel 1(f) maakt dit concreter: daar
wordt het budget als bouwdepot tot maximaal 106% van de woningwaarde omschreven.
5. Expliciete uitsluitingen verdwijnen
In de nieuwe verordening blijft alleen de bepaling staan dat de verordening niet van
toepassing is op woningen die niet voor permanente bewoning bestemd zijn.
De expliciete uitsluitingen van:
- aankoop van een ontwikkelaar/belegger;
- tweede woningen;
zijn dus verdwenen. Voor de tweede woning geldt wel dat in 1a) is bepaald dat de aanvrager
niet eerder een woning mag hebben gekocht of verkregen. Hierdoor wordt een tweede
woning indirect nog steeds uitgesloten.
6. Artikel 4 – Bevoegdheid college
Artikel 4 benoemt de bevoegdheid van het college om te bepalen of de aanvrager een
Starterslening mag aanvragen bij SVn. Daarmee wordt een duidelijke knip aangebracht
tussen gemeentelijke toewijzing en de daadwerkelijke financiële beoordeling door SVn. Dit
wordt uitgewerkt in artikel 7.
7. Artikel 5 – De aanvraagprocedure wordt uitgebreider beschreven
In de nieuwe verordening wordt de aanvraagprocedure uitgebreider beschreven dan in de
oude verordening. Dit maakt de procedure voor de aanvrager duidelijker en daarmee
juridisch scherper afgebakend.
Daarnaast wordt de bepaling van de hoogte van de lening aangevuld met de mogelijkheid
dat het bedrag lager kan uitkomen afhankelijk van het nog beschikbare gemeentelijke
budget. De maximale hoogte van de Starterslening wordt in de gemeentelijke toewijzing
bepaald op basis van de absolute grens van 20% van de NHG-kostengrens, met een
maximum van € 40.000. SVn stelt volgens artikel 7 vervolgens de definitieve hoogte vast aan
de hand van de financiële toets.
8. Bezwaar en beroep worden duidelijk geregeld
Een nieuwe toevoeging in artikel 5 is dat het besluit van het college wordt aangemerkt als
een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb, waartegen belanghebbenden bezwaar en beroep
kunnen instellen. In de oude verordening stond een dergelijke bepaling niet. Dit is vooral een
juridisch-procedurele verduidelijking.
9. Artikel 6 – Afwijzen en intrekken: aanzienlijk vereenvoudigd
De nieuwe verordening bevat niet meer:
- de expliciete intrekkingsgrond "ontbinding koopovereenkomst";
- de bepaling over terugvordering van de contante waarde van het rentevoordeel;
- de mogelijkheid van beslaglegging;
- de afzonderlijke bepaling over verschoonbaarheid.
en volgt hiermee de modelverordening van SVn.
10. Stapeling met andere financiële regelingen
In de oude verordening stond de bepaling over stapeling in artikel 4. In de nieuwe
verordening staat dezelfde inhoudelijke bescherming er nog steeds, maar nu ligt de
beslissing expliciet bij SVn, wat de praktijk beter weerspiegelt.
11. Artikel 8 "Nadere regels" vervalt
De oude verordening bevatte nog een afzonderlijk artikel waarin stond dat het college voor
de uitvoering nadere regels kon vaststellen. Dat artikel komt in de nieuwe verordening niet
meer terug. Dat past bij de nieuwe opzet waarin de procedure veel uitgebreider rechtstreeks
in de verordening zelf is opgenomen.
12. Artikel 9 – Overgangsregeling wordt geregeld
De verordening uit 2019 wordt ingetrokken, maar blijft van toepassing op:
- de daarop verstrekte geldleningen, én
- aanvragen die vóór de inwerkingtreding van de nieuwe verordening zijn ingediend.
Dat voorkomt dat lopende aanvragen tijdens de overgang ineens onder een andere regeling
komen te vallen.