Assen, 22 september 2026
SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN
ONDERWERP: NALEVING CONTRACTUELE- EN
UITVOERINGSVOORWAARDEN DOOR JEUGDBESCHERMINGNOORD
DATUM: 22 SEPTEMBER 2026 INGEDIEND DOOR: TIRZA VAN BRAKEL (FRACTIE VAN BRAKEL)
VRAAG
Aanleiding
Op 12 november 2025 beantwoordde het college mijn technische vragen over de naleving van de contractvoorwaarden door Jeugdbescherming Noord (JBN). Uit deze beantwoording bleek dat ondanks de langdurige en structurele problemen bij JBN geen inhoudelijke audit naar de naleving van deze voorwaarden was uitgevoerd. Het college gaf aan uitsluitend het standaardproces voor declaraties en uitbetaling te volgen.
Het college gaf daarnaast aan niet te beschikken over een overzicht van contractschendingen, tekortkomingen of incidentmeldingen en dat tenminste sinds 2020 geen formele waarschuwingen, sancties of terugvorderingen waren opgelegd.
Nieuwe signalen over kwaliteitsborging en toezicht
Sindsdien zijn nieuwe feiten en signalen bekend geworden die rechtstreeks raken aan de vraag hoe de gemeente als opdrachtgever vaststelt dat JBN daadwerkelijk voldoet aan de overeengekomen kwaliteits- en uitvoeringsvoorwaarden.
Zo zette JBN een eerder tuchtrechtelijk berispte jeugdbeschermer in zonder kennis te hebben van de inhoud van die berisping. Naar aanleiding hiervan stelde het lid Van Meetelen Kamervragen. In de beantwoording wees de staatssecretaris op de eigen verantwoordelijkheid van werkgevers en gecertificeerde instellingen voor de screening, begeleiding en inzet van medewerkers en het toepassen van proportionele checks op de geschiktheid van professionals. Gecertificeerde instellingen moeten hun procedures hiervoor op orde hebben. Werkgevers moeten deze verantwoordelijkheid invullen met proportionele checks.
In eerdere antwoorden op Kamervragen van het lid Westerveld over JBN stelde het kabinet bovendien dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor een kwantitatief én kwalitatief toereikende jeugdbescherming en waar nodig maatregelen moeten nemen om die te waarborgen. De gemeente Assen heeft als opdrachtgever daarnaast contractuele afspraken gemaakt over de kwaliteit van de uitvoering en de monitoring daarvan.
Aanleiding en reikwijdte van het externe onderzoek
Over het handelen van de betreffende jeugdbeschermer ontstonden gedurende langere tijd ernstige zorgen. Vijf moeders bij wie deze medewerker betrokken was, hebben vanaf December 2025 herhaaldelijk aangedrongen op onafhankelijk onderzoek naar hun dossiers. Het betreft dossiers waarin zeer ingrijpende kinderbeschermingsmaatregelen zijn genomen, waaronder (spoed)uithuisplaatsingen.
Ook JeugdStem en Zorgbelang raakten bij deze dossiers betrokken. Op 7 juli 2026 deden JeugdStem en Zorgbelang vanwege de ernst van de signalen een melding bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).
Journalisten Erik Bloem en Bas van Sluis van Dagblad van het Noorden hebben hierover navraag gedaan bij de IGJ. IGJ-woordvoerder Frank Wassenaar heeft tegenover hen verklaard dat de IGJ JBN naar aanleiding van de melding heeft opgedragen onderzoek te laten uitvoeren naar alle dossiers waarin de betreffende jeugdbeschermer actief is geweest.
Het onderzoek dat JBN vervolgens bij Move Professionals heeft belegd, omvat echter vijf dossiers. De volledige resultaten van het onderzoek worden uitsluitend aan JBN gerapporteerd. Daarmee bestaat onduidelijkheid over de reikwijdte van het onderzoek, de aanleiding en aard van de opdracht en de wijze waarop JBN uitvoering geeft aan hetgeen volgens de IGJ is opgedragen.
Uit het inspectierapport uit 2025 blijkt dat de betrokken gemeenten tegenover de inspecties hebben verklaard dat zij JBN in de voorafgaande jaren extra hebben gefinancierd, hoger dan de kostprijs, om de continuïteit van de taakuitvoering te waarborgen. De gemeenten verklaarden tegelijkertijd dat deze extra financiering tot dat moment nog niet tot de benodigde verbeteringen had geleid. Mede daarom lieten JBN en de betrokken gemeenten AEF onderzoek doen naar duurzaam herstel.
Ook daarna zijn aanvullende middelen ingezet voor herstel, waaronder bovenformatieve inzet van ervaren jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders, praktijkbegeleiders en gedragsdeskundigen.
Boven de kostprijs financieren maakt de vraag relevant welke concrete prestaties en verbeterdoelen tegenover deze aanvullende publieke middelen stonden, hoe de realisatie daarvan is gemeten en op welke wijze de gemeente heeft vastgesteld dat de extra financiering daadwerkelijk heeft geleid tot de beoogde resultaten. Deze vraag is met name relevant nu Jeugdstem en Zorgbelang zich recent genoodzaakt zagen ernstige signalen bij de IGJ te melden.
In de raamovereenkomst is de gemeente Assen opdrachtgever en JBN opdrachtnemer. De contractstukken bepalen dat iedere gemeente individueel bestuurlijk en budgettair verantwoordelijk is. Het aanbestedingsdocument, inclusief bijlagen en nota's van inlichtingen, maakt integraal onderdeel uit van de overeenkomst.
Artikel 3.6 van de raamovereenkomst bepaalt dat voor de opdrachtgever onder meer een grond voor opzegging aanwezig kan zijn wanneer JBN ondanks schriftelijke waarschuwingen in gebreke blijft met de nakoming van de overeenkomst. Ook wordt expliciet genoemd de situatie waarin de
2
opdrachtnemer niet of niet meer de voor de jeugdbescherming vereiste bekwaamheid of geschiktheid bezit en/of de geleverde jeugdbescherming niet meer aan de kwaliteitseisen voldoet.
Op grond van paragraaf 3.5.1 van het aanbestedingsdocument moet JBN ieder kwartaal gegevens verstrekken over onder meer aantallen maatregelen, wachtlijsten en -tijden, doorlooptijden, instroom en uitstroom, uitvoerende fte en caseload, calamiteiten, klachten, tijdigheid van trajecten en een inhoudelijke analyse van cijfers, trends en ontwikkelingen. Deze gegevens moeten uiterlijk veertien dagen na afloop van het betreffende kwartaal beschikbaar zijn voor de contractmanagers van de inkoopregio's.
Paragraaf 3.17 bepaalt dat gedurende de contractduur viermaal per jaar contractgesprekken plaatsvinden met de gemeentelijke contractmanagers van beide inkoopregio's. Actuele cijfers, wachtlijsten en -tijden, caseload, doorlooptijden, bedrijfsvoering en weerbaarheid van de organisatie behoren tot de vaste onderwerpen. Tweemaal per jaar vindt daarnaast bestuurlijk overleg plaats tussen de gecontracteerde GI's en een bestuurlijke afvaardiging van de Drentse gemeenten.
Daarnaast bepaalt paragraaf 3.6.2 van het aanbestedingsdocument dat de GI moet voldoen aan het geldende accountantsprotocol en, bij de daarin genoemde omzetgrens, een productieverantwoording en controleverklaring moet verstrekken. Dit roept de vraag op welke aspecten van de rechtmatigheid daarmee worden gecontroleerd en op welke wijze de inhoudelijke naleving van contractuele kwaliteits- en uitvoeringsvoorwaarden wordt vastgesteld.
Uit door mij ingeziene dossiers en correspondentie met ouders blijkt daarnaast dat binnen lopende jeugdbeschermingsmaatregelen tot op heden veelvuldig sprake is van tijdelijke externe inzet, wisselingen van jeugdbeschermers, periodes waarin geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar is en plannen van aanpak die niet tijdig en/of niet samen met ouders tot stand komen. Deze signalen raken rechtstreeks aan onderwerpen waarop JBN contractueel wordt gemonitord.
Contractuele naleving en toezicht
1. Is sinds de beantwoording van mijn technische vragen van 12 november 2025 een inhoudelijke toets of audit uitgevoerd naar de naleving door JBN van de contractuele kwaliteits- en uitvoeringsvoorwaarden, mede in het licht van de in artikel 3.6 van de raamovereenkomst genoemde opzeggingsgronden betreffende bekwaamheid, geschiktheid en het niet (meer) voldoen van de geleverde jeugdbescherming aan de kwaliteitseisen? Zo ja, wanneer, door wie en met welke conclusies? Zo nee, waarom niet?
2. Heeft het college getoetst of de inzet van een jeugdbeschermer zonder kennis van de inhoud van haar eerdere tuchtrechtelijke berisping verenigbaar is met de contractuele kwaliteitseisen en de verantwoordelijkheid van een GI om zich met proportionele checks van de geschiktheid van professionals te vergewissen? Zo ja, wat was de uitkomst? Zo nee, waarom niet?
3. Beschikt het college inmiddels, anders dan op 12 november 2025, over een overzicht van contractuele tekortkomingen, waarschuwingen, sancties en/of terugvorderingen ten aanzien van JBN? Zo ja, kan de raad dit ontvangen?
3
4. Indien JBN niet aan één of meer contractuele kwaliteits- of uitvoeringsvoorwaarden voldoet, welke contractuele maatregelen kan het college treffen en wanneer acht het toepassing van artikel 3.6 van de raamovereenkomst aan de orde?
Contractmanagement en informatie
5. Heeft JBN vanaf 2025 ieder kwartaal volledig en binnen de in paragraaf 3.5.1 voorgeschreven termijn van veertien dagen de daar genoemde gegevens aangeleverd, waaronder gegevens over wachtlijsten en -tijden, doorlooptijden, uitvoerende fte en caseload, calamiteiten, klachten, tijdigheid van trajecten en een inhoudelijke analyse van cijfers, trends en ontwikkelingen? Zo nee, in welke kwartalen is hiervan afgeweken en welke consequenties heeft het college daaraan verbonden?
6. Hebben vanaf 2025 jaarlijks de in paragraaf 3.17 voorgeschreven vier contractgesprekken én de twee bestuurlijke overleggen daadwerkelijk plaatsgevonden? Zijn tijdens de contractgesprekken de voorgeschreven onderwerpen, waaronder actuele cijfers, wachtlijsten en -tijden, caseload, doorlooptijden, bedrijfsvoering en weerbaarheid van de organisatie, besproken? Kan het college de raad informeren over de belangrijkste bevindingen, gemaakte afspraken en eventuele verbetermaatregelen die hieruit vanaf 2025 zijn voortgekomen?
Onderzoek betreffende de berispte jeugdbeschermer
7. Is het college bekend met het verschil tussen de openbare verklaring van JBN over de aanleiding van het externe onderzoek en de informatie die IGJ-woordvoerder Frank Wassenaar tegenover journalisten Erik Bloem en Bas van Sluis van Dagblad van het Noorden heeft verstrekt, namelijk dat de IGJ JBN heeft opgedragen onderzoek te laten uitvoeren naar alle dossiers waarin deze jeugdbeschermer actief is geweest? Heeft het college bij de IGJ zelf geverifieerd wat de exacte aanleiding, opdracht en vereiste reikwijdte van dit onderzoek zijn? Zo ja, wat heeft de IGJ hierover meegedeeld? Zo nee, waarom heeft het college dit niet zelfstandig bij de toezichthouder geverifieerd?
8. Indien de opdracht van de IGJ inderdaad betrekking heeft op alle dossiers waarin deze jeugdbeschermer actief is geweest, hoe beoordeelt het college dan dat het door JBN aan Move Professionals opgedragen onderzoek vijf dossiers omvat en dat de volledige onderzoeksresultaten uitsluitend aan JBN worden verstrekt? Acht het college deze onderzoeksopzet, mede gelet op de eerdere bevindingen over sturing, intern toezicht en informatievoorziening binnen JBN, voldoende onafhankelijk, transparant en controleerbaar om als opdrachtgever vast te kunnen stellen of de bevindingen gevolgen hebben voor de naleving van de contractuele kwaliteitseisen? Zo ja, waarop baseert het college dit? Zo nee, welke aanvullende informatie of maatregelen acht het college noodzakelijk?
9. Voldoet JBN volgens het college aantoonbaar aan de contractuele kwaliteits- en uitvoeringsvoorwaarden, gelet op de hiervoor beschreven bevindingen over tijdelijke externe inzet, wisselingen van jeugdbeschermers, periodes zonder vaste jeugdbeschermer en plannen van aanpak die niet tijdig en/of niet samen met ouders tot stand komen? Zo ja, op basis van welke concrete gegevens stelt het college dit vast? Had de inzet van de berispte jeugdbeschermer binnen de reguliere contractmonitoring aan het licht moeten komen? Zo nee, hoe houdt het college dan zicht op de geschiktheid en kwaliteit van de door JBN ingezette professionals?
4
Rechtmatigheid, doelmatigheid en accountantscontrole
10. In hoeverre maakt de daadwerkelijke naleving van de contractuele kwaliteits- en uitvoeringsvoorwaarden door JBN onderdeel uit van de rechtmatigheidscontrole op betalingen aan JBN? Indien deze naleving niet inhoudelijk wordt getoetst, op basis waarvan wordt dan vastgesteld dat deze betalingen rechtmatig zijn?
11. Uit het inspectierapport uit 2025 blijkt dat gemeenten JBN in eerdere jaren hoger dan de kostprijs hebben gefinancierd om de continuïteit van de taakuitvoering te waarborgen, terwijl diezelfde gemeenten tegenover de inspecties verklaarden dat dit tot dat moment niet tot de benodigde verbeteringen had geleid. Heeft het college geëvalueerd of de aanvullende financiering daadwerkelijk heeft geleid tot de daarmee beoogde resultaten, waaronder voldoende personele bezetting, vermindering van wachtlijsten en caseload, continuïteit van jeugdbeschermers, tijdige plannen van aanpak en verbetering van de kwaliteit van de uitvoering? Zo ja, kan het college deze evaluatie en de onderliggende gegevens aan de raad verstrekken? Zo nee, hoe stelt het college dan vast dat de aanvullende financiering doelmatig is besteed?
13. JBN dient op grond van paragraaf 3.6.2 van het aanbestedingsdocument jaarlijks een productieverantwoording en, indien van toepassing, een controleverklaring overeenkomstig het geldende accountantsprotocol aan te leveren. Wordt daarbij inhoudelijk vastgesteld of JBN heeft voldaan aan de contractuele kwaliteits- en uitvoeringsvoorwaarden? Zo nee, door wie en op welke wijze wordt die naleving dan gecontroleerd en betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording van de gemeente?
14. Worden de naleving van contractvoorwaarden, kwartaalrapportages, uitkomsten van contractgesprekken en resultaten van aanvullende financiering daadwerkelijk betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording en accountantscontrole? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, op welke informatie en controles worden de rechtmatigheidsverantwoording en accountantscontrole van de uitgaven aan JBN dan gebaseerd?
15. Zijn betalingen aan JBN sinds 2022 door de gemeente en/of accountant ooit als onzeker, onrechtmatig of onvoldoende onderbouwd aangemerkt? Zo ja, om welke bedragen en redenen ging het? Zo nee, op basis van welke concrete controles is vastgesteld dat daarvan geen sprake was?
16. Indien achteraf blijkt dat JBN in één of meer jaren niet heeft voldaan aan contractuele voorwaarden die relevant zijn voor de rechtmatigheid van betalingen, welke gevolgen kan dit hebben voor reeds verrichte betalingen, de rechtmatigheidsverantwoording en de accountantscontrole over die jaren? Kan dit tevens aanleiding geven tot terugvordering, verrekening of andere contractuele maatregelen? Zo nee, waarom niet?
- Raamovereenkomst Inkoop uitvoering JB/JR-maatregelen 2022 e.v. – gemeente Assen / Jeugdbescherming Noord, in het bijzonder artikel 3.6.
- Aanbestedingsdocument Inkoop uitvoering JB/JR-maatregelen 2022 e.v., in het bijzonder paragrafen 3.5.1, 3.6.2 en 3.17.
- Beantwoording technische raadsvragen Lijst van Brakel, Inkoopregio Drenthe, 12 november 2025.
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid, rapport over Jeugdbescherming Noord en het daarop ingestelde verscherpt toezicht, 2025.
5
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid, hertoets Jeugdbescherming Noord, 2 juni 2026.
- AEF, onderzoek/herstelplan duurzaam herstel Jeugdbescherming Noord en Veilig Thuis Groningen, 2025.
- Tweede Kamer, Aanhangsel Handelingen 2025–2026, nr. 186, beantwoording Kamervragen Westerveld over ‘Hulp aan kinderen en ouders die vallen onder Jeugdbescherming Noord’, ontvangen 2 oktober 2025, in het bijzonder antwoord 7.
- Tweede Kamer, schriftelijke vragen van het lid Van Meetelen over ‘Vijf moeders eisen onderzoek JB Noord na inzet berispte jeugdbeschermer’, ingezonden 8 juni 2026; beantwoording 6 juli 2026.
- Openbare verklaring Jeugdbescherming Noord over het externe onderzoek door Move Professionals, september 2026.
- Melding JeugdStem en Zorgbelang bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd van 7 juli 2026.
- Informatie verstrekt door IGJ-woordvoerder Frank Wassenaar aan journalisten Erik Bloem en Bas van Sluis van Dagblad van het Noorden over de aanleiding en reikwijdte van het door de IGJ aan JBN opgedragen onderzoek.
- Voortgangsrapportages en herstelstukken Jeugdbescherming Noord, voor zover relevant voor personele bezetting, caseload, wachtlijsten, continuïteit en uitvoering van het herstelplan.
- Meldingen, dossiers en correspondentie en voor zover van toepassing, met toestemming van betrokken ouders ingezien.
6