Leiderdorp, 14 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN (art.48 RvO)
Onderwerp: Beleid vuurwerkshows na invoering Wet veilige jaarwisseling Vraagsteller: Hester Barendse (D66) Nummer: 2026-029 Datum: 20 juli 2026
Met ingang van 1 augustus 2026 geldt de Wet veilige jaarwisseling, waarmee een landelijk verbod op consumentenvuurwerk is ingevoerd. In de APV van Leiderdorp is in artikel 2:73c bepaald dat het verboden is een commerciële vuurwerkshow te houden, tenzij de burgemeester daarvoor ontheffing verleent. De D66 fractie vraagt zich af hoe deze APV-bepaling zich verhoudt tot de nieuwe landelijke regelgeving en welk beleid de gemeente hiervoor gaat hanteren Daarom hebben wij de volgende vragen: 1. Is de huidige APV volgens het college nog in overeenstemming met de Wet veilige jaarwisseling, of ziet het college aanleiding de APV aan te passen? Met de inwerkingtreding van de Wet veilige jaarwisseling en het Besluit veilige jaarwisseling op 1 augustus jl. geldt een totaalverbod voor het afsteken van consumentenvuurwerk ( met uitzondering van zogenaamd fop- en schertsvuurwerk van categorie F1). Hogere wetgeving heeft voorrang op lagere wetgeving. Als een rechtsnorm uit een lagere wet conflicteert met een rechtsnorm uit een hogere wet, leidt dat in de regel tot onverbindend verklaring van de lagere rechtsnorm. De rechtsnormen uit de Wet veilige jaarwisseling hebben dus voorrang op conflicterende rechtsnormen uit onze APV. Bij een eerstvolgende wijziging van de APV zal de raad worden voorgesteld om die artikelen uit de APV te schrappen. Eind november van dit jaar komt de VNG met een hele nieuwe model-APV.
2. Hoe verhoudt de ontheffingsbevoegdheid uit artikel 2:73c van de APV zich tot de landelijke regelgeving? Wat verstaat het college daarbij onder een commerciële vuurwerkshow? Moet dat hetzelfde worden gelezen als een professionele vuurwerkshow? Met ‘commerciële vuurwerkshows’ in de zin van 2:73c van de APV wordt bedoeld een vuurwerkshow met een commercieel oogmerk. De term ‘professionele vuurwerkshow’, is een breed gehanteerde term die ook in diverse media en documentatie rondom de Wet veilige jaarwisseling wordt gebruikt, maar niet in de wet zelf staat. Je zou de term professionele vuurwerkshow kunnen uitleggen als een bedrijfsmatige vuurwerkactiviteit die wordt uitgevoerd door gespecialiseerde en gecertificeerde vuurwerkbedrijven. Een dergelijke professionele vuurwerkshow kan dus ook een commerciële vuurwerkshow in de zin van de APV zijn. Evenwel wordt in beleids- en wetgevingsdocumentatie rondom (professionele) vuurwerkshows ook gewezen op de ontheffingsbevoegdheid van de burgemeester ten aanzien van het afsteken van F2-vuurwerk tijdens de jaarwisseling door stichtingen en verenigingen. Stichtingen en verenigingen hebben geen winstoogmerk, en daarom zullen door hun georganiseerde of vuurwerkshows doorgaans niet kwalificeren als commerciële vuurwerkshows in de zin van de APV. Stichtingen en verenigingen kunnen onder de nieuwe wet alleen ontheffingen ontvangen voor een vuurwerkshow tot maximaal 200 kilo categorie F-2 vuurwerk.
In beide gevallen geldt het ontheffingsregime zoals volgt uit de Wet veilige jaarwisseling. Daardoor is het APV-artikel inhoudelijk niet meer van betekenis. 3. Is het college voornemens beleidsregels vast te stellen voor de toepassing van artikel 2:73c van de APV? Wordt daarbij aangesloten bij de nog te verschijnen landelijke handreiking van het Rijk? Zo ja, wanneer verwacht het college hierover duidelijkheid te kunnen geven? De VNG-handreiking is inmiddels verschenen. De handreiking gaat over de nieuwe ontheffingsbevoegdheid voor het afsteken van categorie-F2 vuurwerk door verenigingen en stichtingen. In september zal het college hierover een besluit nemen.
4. Stelt het college ook beleidsregels op voor het verlenen van mogelijk ontheffingen? Zo ja, welke criteria zullen daarbij worden gehanteerd. In september zal het college hierover een besluit nemen. Eerst zal het college afwegen of zij ontheffingen willen verlenen of nul-beleid wil voeren en welke criteria dan zouden meewegen. Op het moment dat besloten wordt om wel ontheffingen te verlenen, zouden bijvoorbeeld criteria als draagvlak, alternatieven, lokale problematiek, toezicht en handhaving en aansprakelijkheid meewegen.
5. Zijn er locaties of gebieden binnen Leiderdorp die op voorhand niet in aanmerking komen voor een ontheffing? Zo ja, welke zijn dat en waarom? Het college zal zich dus eerst buigen over de vraag of er überhaupt ontheffingen zullen worden verleend. De nieuwe wetgeving stelt duidelijke eisen aan de locaties waarvoor ontheffingen mogen worden verleend. Bijvoorbeeld moet rekening worden gehouden met de bereikbaarheid door hulpdiensten, kwetsbaarheid van een gebouw, dieren en brandbare objecten. Als ontheffingen mogelijk worden, beoordelen we de locaties uiteraard aan de hand van de wettelijke eisen. 6. Zijn er inmiddels aanvragen voor een ontheffing ontvangen? Zo ja, hoeveel en wat is de status daarvan? Er zijn tot op heden bij de gemeente nog géén aanvragen voor ontheffingen ontvangen.
7. Wanneer verwacht het college inwoners, organisatoren en de gemeenteraad duidelijkheid te geven over het lokale beleid, de voorwaarden voor ontheffingen en de wijze van handhaving? Nadat het college in september een besluit neemt over het lokale beleid, zal hierover worden gecommuniceerd naar inwoners via de reguliere communicatiekanalen (gemeente aan huis, website en socials). Deze communicatie zal naar verwachting dus uiterlijk begin oktober starten. Ook eventuele organisatoren kunnen dus rond die tijd rekenen op meer duidelijkheid. Daarnaast moedigt de burgemeester inwoners aan om vuurwerk dat zij nog in hun bezit hebben in te leveren bij het regionale inleverpunt. Het vuurwerk inleverpunt is open op 30 september tussen 8.30 en 16.30 uur en bevindt zich op het parkeerterrein naast Combibad en Ijshal De Vliet in Leiden. Politie en boa’s zijn net als vorig jaar belast met de handhaving rondom de jaarwisseling. Ieder jaar worden regionaal en lokaal afspraken gemaakt over de handhavingsprioriteiten en de inzet van politie en handhaving rondom de jaarwisseling. Bij de politie zal de nadruk waarschijnlijk liggen op het opsporen van illegale productie, handel, illegaal transport en illegaal grootschalig bezit van F-2, F-3 en F-4 vuurwerk. De boa’s richten zich vooral op kleinschalig bezit en gebruik. Dit laatste is nieuw, onder de oude wetgeving konden boa’s enkel handhaven op het gebruik van vuurwerk en nu dus ook op het bezit van vuurwerk.