Zandvoort, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Raadsinformatiebrief
bijdragen aan een soepelere overgang, maar ook dat dit vraagt om duidelijke afspraken, gezamenlijke taal en gedeelde verantwoordelijkheid. Col2 Col3 Nummer 2026/380571 Datum college 22 september 2026 Portefeuillehouder Wiegmans-de Winter, D. Wiegmans-de Winter, D. Programma/beleidsveld 4.1. Wonen en ruimtegebruik 4.1. Wonen en ruimtegebruik Afdeling PG PG Auteur M. Modderkolk M. Modderkolk Telefoonnummer mmodderkolk@haarlem.nl mmodderkolk@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad. Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de Raad. Bijlagen geen geen Geachte leden van de raad,
Op 1 juli 2026 heeft de fractie van Jong Zandvoort schriftelijke vragen gesteld over de mogelijke gevolgen van het nieuwe landelijke maatregelenpakket voor stikstof voor de woningbouw in Zandvoort. De vragen hebben onder meer betrekking op de aangekondigde zones rond Natura 2000-gebieden, de voorgenomen rekenkundige ondergrens en de gevolgen daarvan voor lopende woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen.
_Schriftelijke vragen:_
_Het kabinet heeft recent een nieuw pakket stikstofmaatregelen aangekondigd. Onderdeel daarvan is onder_ _meer de introductie van bufferzones rondom beschermde natuurgebieden. De wethouder heeft hierover,_ _mede namens enkele andere kustgemeenten, op 30 juni 2026 een brief gestuurd aan de minister van LVVN en_ _de minister van VRO. In deze brief wordt gewezen op de bijzondere positie van gemeenten zoals Zandvoort,_ _waar vrijwel alle woningbouw binnenstedelijk plaatsvindt en waar nieuwe maatregelen kunnen leiden tot een_ _feitelijke bouwstop._
_Jong Zandvoort deelt deze zorgen. Jong Zandvoort vreest dat projecten waarvoor stikstof al een risico vormde_ _voor de aangekondigde maatregelen door de invoering van bufferzones nog minder kans hebben op een_ _natuurvergunning van de provincie en daarmee feitelijk stil komen te liggen. Daarom heeft Jong Zandvoort de_ _volgende vragen aan het college._
_Inleiding_
_Zandvoort ligt ingeklemd tussen beschermde duinnatuur, waardoor vrijwel al onze woningbouw_ _binnenstedelijk plaatsvindt, pal naast Natura 2000-gebied. Eind juni presenteerde het kabinet een nieuw_ _pakket stikstofmaatregelen, met onder meer bufferzones rond natuurgebieden. Logisch dat dat vragen_ _oproept: kunnen er in Zandvoort straks nog wel woningen bijkomen, juist voor jongeren en starters die nu al_
Kenmerk: 2026/334512 1/13
_nauwelijks een plek kunnen vinden? Jong Zandvoort wil weten wat deze plannen concreet betekenen voor het_ _bouwen in onze gemeente, en vooral wat er nodig is om door te kunnen bouwen._
_Aanleiding_
_Het kabinet presenteerde op 26 juni een pakket stikstofmaatregelen. Een belangrijk onderdeel hiervan is de_ _instelling van zones rond ongeveer honderd stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden: 500 meter rond de_ _meeste gebieden en 1000 meter rond de vijftien meest kwetsbare. Voor Kennemerland-Zuid, dat direct aan_ _Zandvoort grenst, gaat het om een zone van 500 meter. Sinds de uitspraak van de Raad van State van_ _december 2024 hebben projecten die met mitigerende maatregelen zoals salderen op 0,00 mol_ _stikstofdepositie uitkomen ook nog eens een aparte natuurvergunning van de provincie nodig, inclusief een_ _zogenoemde additionaliteitstoets._
_Naar aanleiding van het nieuwe stikstofpakket heeft wethouder Wiegmans, samen met enkele andere_ _kustgemeenten, een brief gestuurd aan de ministers van LVVN en VRO. Jong Zandvoort deelt de zorgen over_ _de woningbouw, maar wil ook scherp krijgen welke maatregel nu welk effect heeft, zodat we gericht kunnen_ _sturen op wat werkt. Daarom leggen wij het college de volgende vragen voor._
Gevolgen voor Zandvoort in beeld
1. Heeft het college inmiddels een eerste analyse gemaakt van de mogelijke gevolgen van de aangekondigde stikstofmaatregelen voor de woningbouwopgave in Zandvoort?
De aangekondigde zones vormen op dit moment geen zelfstandige juridische beperking of algemeen bouwverbod voor woningbouw vormen. De maatregelen zijn nog niet uitgewerkt in bindende regelgeving. Het Rijk moet de maatregelen nog verder uitwerken en de Provincie werkt momenteel ook aan een maatregelenpakket. De kamerbrief is nog niet concreet genoeg om op dit moment conclusies aan woningbouwprojecten te verbinden. Zodra de maatregelen verder zijn uitgewerkt, kunnen de gevolgen per project gerichter worden beoordeeld. De voornaamste actuele knelpunten voor woningbouwprojecten zijn:
- de bestaande Natura 2000-regels;
- de beoordeling van stikstofdepositie met AERIUS;
- de gewijzigde rechtspraak over intern salderen;
- de eisen aan een passende beoordeling;
- de additionaliteitstoets in het projectspoor;
- het ontbreken van een volledig uitgewerkt toetsingskader voor vergunningverlening bij intern salderen.
Niet alle projecten zijn relevant voor de actuele vragen over stikstof en woningbouw. Sommige projecten betreffen geen woningbouw, zijn al in uitvoering of afgerond, of bevinden zich nog in een te vroege fase voor een projectspecifieke beoordeling.
Kenmerk: 2026/334512 2/13
Project Actuele fase
Relevantie voor deze beantwoording
Toelichting
Theater De Krocht
Gerealiseerd; aanvullende geluidmaatregelen
Geen woningbouwproject en de Niet relevant realisatie is grotendeels afgerond.
Circulaire Hotspot On hold Niet relevant
Definitie- en Raadhuis ontwerpfase;
Geen woningbouwproject. Het project ligt stil vanwege afval- en beheerbeleid, niet vanwege stikstof.
Stikstofonderzoek is uitgezet, maar ontwerp, bouwmethode en vergunningverlening zijn nog niet concreet.
Passende beoordeling nodig. Omgevingsdienst IJmond heeft inhoudelijke opmerkingen gemaakt. Voor de realisatie is een natuurvergunning voorzien.
De bouw is in 2024 gestart en de planologische procedures zijn afgerond.
Beperkt relevant
Actueel relevant
Curiedex
Wijziging omgevingsplan voorzien Q1 2027;
De Duinwachter/Auto In uitvoering; Niet relevant Strijder
Watertoren In uitvoering; Niet relevant De bouw is gestart.
Badhuisplein – hotel BOPA in behandeling; Actueel relevant
Stikstofonderzoek en ecologische beoordeling beschikbaar. Omgevingsdienst IJmond heeft het project inmiddels beoordeeld. Daarbij is geadviseerd de gevolgen passend te beoordelen en een aanvraag voor een Natura 2000activiteit voor te leggen aan ODNHN.
Kenmerk: 2026/334512 3/13
Badhuisplein – woongebouw
Tender en planologische procedure;
Actueel relevant
Nog geen afzonderlijk stikstofonderzoek. De huidige tendervertraging hangt samen met de parkeergarage en aanbestedingsprocedure.
Het plan en de bouwmethode zijn nog onvoldoende uitgewerkt voor een stikstofberekening.
Stikstofberekening beschikbaar, maar actualisatie en een ecologische beoordeling zijn nodig.
De voortgang is momenteel vooral afhankelijk van overeenkomsten, parkeren, de VvE en de procedure rond Dolfirama.
Badhuisplein – Beperkt voormalige HC-locatie [Planvorming;] relevant
De Entree – Passagepanden
De Entree – Palace Hotel/Dolfirama
PVEL en Actueel relevant ontwerpuitwerking
Planontwikkeling gestagneerd
Beperkt relevant
Gerealiseerd en Watertorenplein Niet relevant Het project is gereed. opgeleverd
Heimanshof/Manege Rückert
Omgevingsprogramma Noordkust
Ontwerp- en Actueel relevant voorbereidingsfase
Analyse- en verkenningsfase
Ligt op de grens van 500 meter van Natura 2000. Het beschikbare onderzoek betreft 80 woningen en steunt op intern salderen met de inmiddels gesloopte manege.
Nog geen concreet woningbouwprogramma of bouwplan. Stikstof moet bij de verdere uitwerking worden onderzocht.
Beperkt relevant
Uit deze analyse volgt dat Curiedex, Heimanshof, Badhuisplein en De Entree/Passagepanden de projecten zijn waarvoor stikstof nu of op korte termijn gevolgen kan hebben voor een planologische procedure, vergunningverlening of start van de bouw.
Kenmerk: 2026/334512 4/13
Voor het Raadhuis, de voormalige HC-locatie, het Palace Hotel en Noordkust kan stikstof in een latere fase relevant worden, maar zijn de plannen nu nog onvoldoende concreet voor een definitieve beoordeling. De overige projecten zijn geen woningbouwproject, al in uitvoering of afgerond.
2. Kan het college een overzicht geven van alle woningbouwlocaties in Zandvoort die binnen een zone van respectievelijk 1000, 500 en 250 meter van beschermd natuurgebied liggen?
De vraag wordt opgevat als de afstand tot Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Voor de projecten die momenteel relevant zijn voor de stikstofbeoordeling, is het volgende bekend:
- binnen 250 meter: Curiedex, op circa 180 meter;
- binnen 500 meter: Heimanshof/Manege Rückert;
- tussen 500 en 1.000 meter: het hotel op het Badhuisplein, op circa 540 meter, en de Passagepanden, op circa 750 meter.
De andere onderdelen van het Badhuisplein en De Entree liggen in dezelfde gebiedsontwikkelingen, maar zijn niet afzonderlijk ingemeten. Voor de overige projecten uit het overzicht bij vraag 1 is de exacte afstand tot Natura 2000 niet vastgesteld.
De ligging binnen een zone betekent niet automatisch dat woningbouw niet is toegestaan. De aangekondigde 500-meterzone vormt momenteel geen zelfstandige weigeringsgrond of bouwverbod. De gevolgen zijn afhankelijk van de definitieve uitwerking van de kabinetsmaatregelen en van de projectspecifieke gevolgen voor Natura 2000.
3. Kan het college een overzicht geven van de concrete woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen in Zandvoort waarvan de start of voorhang afhangt van het verkrijgen van een natuurvergunning bij de provincie, en die daardoor nu mogelijk vertraging oplopen of dreigen vast te lopen?
Op dit moment ligt voor geen van de Zandvoortse woningbouwprojecten een aanvraag voor een natuurvergunning ter besluitvorming bij de provincie. Er is dus geen project dat momenteel wacht op een provinciaal besluit. Wel bestaat bij de volgende projecten een risico op vertraging:
- Curiedex: de procedure voor wijziging van het omgevingsplan kan worden voortgezet nadat het stikstofonderzoek en de passende beoordeling voldoende zijn aangevuld. Voor de latere realisatie is naar verwachting een natuurvergunning nodig.
- Hotel Badhuisplein: Omgevingsdienst IJmond heeft het project inmiddels beoordeeld. Daarbij is geadviseerd de gevolgen passend te beoordelen en een aanvraag om een omgevingsvergunning voor
Kenmerk: 2026/334512 5/13
een Natura 2000-activiteit in te dienen bij ODNHN. Er is nog geen aanvraag ingediend. Het aanvullende vergunningstraject kan gevolgen hebben voor de planning.
- Passagepanden: voor de aanlegfase is een maximale tijdelijke bijdrage van 0,03 mol stikstof per hectare per jaar berekend. Na actualisatie van het onderzoek en een ecologische beoordeling kan worden bepaald of een natuurvergunning nodig is.
- Heimanshof: de beschikbare berekening voor 80 woningen maakt gebruik van intern salderen met de voormalige manege. Als intern salderen mogelijk is en nodig blijft, zijn een passende beoordeling en een natuurvergunning vereist. Vergunningaanvragen waarbij intern salderen en de additionaliteitstoets een rol spelen, kunnen momenteel niet worden afgerond. Dit vormt een reëel risico op vertraging.
4. Kan het college voor alle woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen aangeven:
a. of vertraging wordt verwacht; b. of aanvullende onderzoeken of vergunningen noodzakelijk worden; c. en of de haalbaarheid van het project hierdoor onder druk komt te staan?
In antwoord op vraag 1 zijn alle projecten benoemd. Niet alle projecten bevinden zich in een fase waarin de stikstofproblematiek gevolgen kan hebben voor een planologische procedure, vergunning of start van de bouw. Voor de verschillende projecten geldt het volgende.
Curiedex: het stikstofonderzoek, de passende beoordeling en de plan-mer-beoordeling worden op dit moment aangevuld of gecorrigeerd o.b.v. opmerkingen Omgevingsdienst IJmnond. Voor Curiedex is nog geen afzonderlijke omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit aangevraagd. De ontwikkelaars zijn wel voornemens om voor de realisatie een natuurvergunning aan te vragen. Bij toepassing van mitigerende maatregelen, zoals intern salderen, moet worden onderbouwd dat aan het additionaliteitsvereiste wordt voldaan. De mogelijkheden hiervoor zijn mede afhankelijk van voldoende concrete en geborgde maatregelen van het Rijk en de provincie. Hierdoor bestaat onzekerheid over de vergunbaarheid en planning van het project.
Dit mogelijke knelpunt betekent niet dat de procedure voor de wijziging van het omgevingsplan moet worden stilgelegd. In het planspoor kan worden gewerkt met een passende beoordeling en de vergewisplicht. De haalbaarheid staat onder druk, maar het project is niet aantoonbaar onuitvoerbaar. Wel bestaat een reëel risico dat na afronding van de planprocedure vertraging ontstaat bij de vergunningverlening en de start van de bouw.
Heimanshof: bevindt zich in de ontwerp- en voorbereidingsfase en ligt binnen 500 meter van een Natura 2000-gebied. Er is een stikstofonderzoek uit 2023 beschikbaar voor maximaal 80 appartementen. Daarin is voor de aanlegfase een maximale bijdrage van 0,09 mol stikstof per hectare per jaar berekend en voor de gebruiksfase 0,03 mol. Na intern salderen met het voormalige gebruik als manege komt de berekening voor beide fasen uit op 0,00 mol. Als in het projectspoor gebruik wordt gemaakt van intern salderen, zijn een
Kenmerk: 2026/334512 6/13
passende beoordeling en een natuurvergunning nodig. Daarbij moet eerst worden vastgesteld of de inmiddels beëindigde en gesloopte manege nog als referentiesituatie kan worden gebruikt. Omdat vergunningaanvragen waarbij intern salderen en de additionaliteitstoets een rol spelen momenteel niet kunnen worden afgerond, vormt dit een reëel risico op vertraging.
Het coalitieakkoord gaat uit van 100 woningen op deze locatie. Het bestaande onderzoek voor 80 woningen moet daarom worden geactualiseerd. Pas daarna kan worden beoordeeld wat het programma van 100 woningen betekent voor de stikstofdepositie en de vergunningverlening.
Badhuisplein – hotel: voor het hotel en het bijbehorende jaarrondstrandpaviljoen zijn een AERIUSberekening en een ecologische beoordeling opgesteld. De maximale berekende bijdrage bedraagt 0,04 mol stikstof per hectare per jaar in de aanlegfase en 0,02 mol in de gebruiksfase. Omgevingsdienst IJmond heeft het project inmiddels beoordeeld. Daarbij is geadviseerd de gevolgen passend te beoordelen en een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit in te dienen bij ODNHN. Dit aanvullende vergunningstraject kan gevolgen hebben voor de planning en uitvoerbaarheid van het project.
Badhuisplein – woongebouw noordzijde: er is nog geen afzonderlijk stikstofonderzoek beschikbaar. De plannen en de bouwmethode zijn nog onvoldoende uitgewerkt om een betrouwbare AERIUS-berekening te kunnen uitvoeren. De tender is vertraagd, maar deze vertraging hangt samen met de gewijzigde aanpak van de ondergrondse parkeergarage en de noodzakelijke aanbestedingsprocedure. De vertraging wordt niet veroorzaakt door stikstof. Naarmate het ontwerp concreter wordt, moet projectspecifiek stikstofonderzoek worden uitgevoerd. Op dit moment kan nog niet worden bepaald of een natuurvergunning nodig zal zijn of dat de haalbaarheid door stikstof onder druk komt te staan.
Badhuisplein – voormalige locatie Holland Casino: bevindt zich nog in de planfase. Het stedenbouwkundig plan moet worden aangevuld en de start van de uitvoering is voorzien in 2028. De planuitwerking en bouwmethode zijn nog onvoldoende concreet voor een projectspecifieke stikstofberekening. Er is op dit moment geen vertraging door stikstof vastgesteld. In een latere fase is aanvullend stikstofonderzoek nodig.
De Entree – Passagepanden: er is een maximale depositiebijdrage van 0,03 mol stikstof per hectare per jaar in de aanlegfase berekend. Voor de gebruiksfase zijn geen resultaten boven afgerond 0,00 mol berekend. Het rapport adviseert om voor de aanlegfase nog een ecologische beoordeling op te stellen. Het rapport moet op verschillende onderdelen worden geactualiseerd en verder uitgewerkt, onder meer wat betreft de bouwmethode, bouwplanning en nog uit te voeren werkzaamheden. Aanvullend onderzoek is dus nodig. Op dit moment kan nog niet worden vastgesteld of een natuurvergunning noodzakelijk is. De haalbaarheid staat niet aantoonbaar onder druk, maar de stikstofbeoordeling moet worden afgerond voordat de planologische en vergunningprocedures definitief kunnen worden doorlopen.
De Entree – Palace Hotel en Dolfirama: bevindt zich nog niet in een fase waarin stikstof bepalend is voor een concrete vergunning of de start van de bouw. De planontwikkeling is op dit moment vooral afhankelijk van overeenstemming over de voorschotovereenkomst, de parkeeroplossing, de positie van de VvE en de
Kenmerk: 2026/334512 7/13
| aarom geen actuele vertraging door stikstof vastgesteld. Wanneer de planontwikkeling wordt hervat en een concreet ontwerp beschikbaar is, moet worden bepaald welk stikstofonderzoek en welke eventuele natuurtoestemming nodig zijn. In schooljaar 2026-2027 worden onderstaande punten verwerkt in de Uitvoeringsagenda van het Ontwikkelplan | Col2 | Col3 | Col4 | Col5 | Col6 |
|---|---|---|---|---|---|
| Raadhuis:bevindt zich vergunningverlening v | in de definitie- en ont oor het woningbouwd | werpfase. Ee eel voorzien | n stikstofonderzoek is uitgezet. De in het vierde kwartaal van 2028 en de realisatie in | ||
| 2029. Door deze plann de bouw. Er kan nog n door stikstof onder dru Omgevingsprogramm concreet woningbouw Stikstof is als toekomst De Duinwachter/Auto opgeleverd. De aange | ing is stikstof op dit m iet worden vastgesteld k komt te staan. a Noordkust:bevindt z programma of bouwpl ig risico onderkend. Strijder, Watertoren ondigde kabinetsmaa | oment niet b of een natu ich nog in de an waarvoor en Watertor regelen heb | epalend voor een concrete vergunning of start van urvergunning nodig zal zijn of dat de haalbaarheid analyse- en verkenningsfase. Er is nog geen een AERIUS-berekening kan worden gemaakt. enplein:zijn in uitvoering of gerealiseerd en en geen directe gevolgen meer voor de | ||
| planologische uitvoerb voorliggende vragen is 5. Klopt het dat Zo ja, wat bet Beide projecten zijn ge de aangekondigde 500 over intern salderen. | aarheid van deze proj daarom niet aan de o de projecten Curiedex ekenen de nieuwe kab voelig voor de stikstof -meterzone, maar doo | ecten. Aanvu rde. en Heimans inetsvoorste problematie r de bestaan | llend stikstofonderzoek in het kader van de hof reeds gevoelig zijn voor stikstofbeperkingen? llen specifiek voor deze projecten? k. Dit komt op dit moment echter niet primair door de Natura 2000-regels en de gewijzigde rechtspraak | ||
| De 500 meter zone lijkt in de huidige kamerbrief voornamelijk een zone te zijn waarin gebied specifieke maatregelen voor industrie en agrariërs zullen worden getroffen en niet zozeer een zone waarbinnen woningbouw wordt getroffen. Er is op het moment echter nog veel onduidelijk en verdere uitwerking van de maatregelen door het kabinet is vereist om hier echt iets over te kunnen zeggen. De voorgenomen rekenkundige ondergrens kan perspectief bieden voor projecten met een beperkte berekende stikstofdepositie. Als een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens wordt vastgesteld, kan dit de vergunningverlening voor dergelijke projecten vereenvoudigen. De bufferzones en gebruiksfase 6. De bufferzones lijken zich vooral te richten op het terugdringen van agrarische emissies. Kan het college: a. Bevestigen dat de zones op zichzelf geen nieuwe, aanvullende weigeringsgrond vormen voor woningbouwvergunningen en dat het knelpunt voor woningbouw vooral voortkomt | De 500 meter zone lijkt in de huidige kamerbrief voornamelijk een zone te zijn waarin gebied specifieke maatregelen voor industrie en agrariërs zullen worden getroffen en niet zozeer een zone waarbinnen woningbouw wordt getroffen. Er is op het moment echter nog veel onduidelijk en verdere uitwerking van de maatregelen door het kabinet is vereist om hier echt iets over te kunnen zeggen. De voorgenomen rekenkundige ondergrens kan perspectief bieden voor projecten met een beperkte berekende stikstofdepositie. Als een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens wordt vastgesteld, kan dit de vergunningverlening voor dergelijke projecten vereenvoudigen. De bufferzones en gebruiksfase 6. De bufferzones lijken zich vooral te richten op het terugdringen van agrarische emissies. Kan het college: a. Bevestigen dat de zones op zichzelf geen nieuwe, aanvullende weigeringsgrond vormen voor woningbouwvergunningen en dat het knelpunt voor woningbouw vooral voortkomt | De 500 meter zone lijkt in de huidige kamerbrief voornamelijk een zone te zijn waarin gebied specifieke maatregelen voor industrie en agrariërs zullen worden getroffen en niet zozeer een zone waarbinnen woningbouw wordt getroffen. Er is op het moment echter nog veel onduidelijk en verdere uitwerking van de maatregelen door het kabinet is vereist om hier echt iets over te kunnen zeggen. De voorgenomen rekenkundige ondergrens kan perspectief bieden voor projecten met een beperkte berekende stikstofdepositie. Als een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens wordt vastgesteld, kan dit de vergunningverlening voor dergelijke projecten vereenvoudigen. De bufferzones en gebruiksfase 6. De bufferzones lijken zich vooral te richten op het terugdringen van agrarische emissies. Kan het college: a. Bevestigen dat de zones op zichzelf geen nieuwe, aanvullende weigeringsgrond vormen voor woningbouwvergunningen en dat het knelpunt voor woningbouw vooral voortkomt | De 500 meter zone lijkt in de huidige kamerbrief voornamelijk een zone te zijn waarin gebied specifieke maatregelen voor industrie en agrariërs zullen worden getroffen en niet zozeer een zone waarbinnen woningbouw wordt getroffen. Er is op het moment echter nog veel onduidelijk en verdere uitwerking van de maatregelen door het kabinet is vereist om hier echt iets over te kunnen zeggen. De voorgenomen rekenkundige ondergrens kan perspectief bieden voor projecten met een beperkte berekende stikstofdepositie. Als een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens wordt vastgesteld, kan dit de vergunningverlening voor dergelijke projecten vereenvoudigen. De bufferzones en gebruiksfase 6. De bufferzones lijken zich vooral te richten op het terugdringen van agrarische emissies. Kan het college: a. Bevestigen dat de zones op zichzelf geen nieuwe, aanvullende weigeringsgrond vormen voor woningbouwvergunningen en dat het knelpunt voor woningbouw vooral voortkomt | De 500 meter zone lijkt in de huidige kamerbrief voornamelijk een zone te zijn waarin gebied specifieke maatregelen voor industrie en agrariërs zullen worden getroffen en niet zozeer een zone waarbinnen woningbouw wordt getroffen. Er is op het moment echter nog veel onduidelijk en verdere uitwerking van de maatregelen door het kabinet is vereist om hier echt iets over te kunnen zeggen. De voorgenomen rekenkundige ondergrens kan perspectief bieden voor projecten met een beperkte berekende stikstofdepositie. Als een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens wordt vastgesteld, kan dit de vergunningverlening voor dergelijke projecten vereenvoudigen. De bufferzones en gebruiksfase 6. De bufferzones lijken zich vooral te richten op het terugdringen van agrarische emissies. Kan het college: a. Bevestigen dat de zones op zichzelf geen nieuwe, aanvullende weigeringsgrond vormen voor woningbouwvergunningen en dat het knelpunt voor woningbouw vooral voortkomt | De 500 meter zone lijkt in de huidige kamerbrief voornamelijk een zone te zijn waarin gebied specifieke maatregelen voor industrie en agrariërs zullen worden getroffen en niet zozeer een zone waarbinnen woningbouw wordt getroffen. Er is op het moment echter nog veel onduidelijk en verdere uitwerking van de maatregelen door het kabinet is vereist om hier echt iets over te kunnen zeggen. De voorgenomen rekenkundige ondergrens kan perspectief bieden voor projecten met een beperkte berekende stikstofdepositie. Als een juridisch houdbare rekenkundige ondergrens wordt vastgesteld, kan dit de vergunningverlening voor dergelijke projecten vereenvoudigen. De bufferzones en gebruiksfase 6. De bufferzones lijken zich vooral te richten op het terugdringen van agrarische emissies. Kan het college: a. Bevestigen dat de zones op zichzelf geen nieuwe, aanvullende weigeringsgrond vormen voor woningbouwvergunningen en dat het knelpunt voor woningbouw vooral voortkomt |
Kenmerk: 2026/334512 8/13
uit de bestaande 0,00-mol-toets, de additionaliteitstoets en het uitblijven van provinciale vergunningverlening b. Toelichten of de zones, doordat zij de totale stikstofdepositie in de omliggende natuur verlagen, op termijn juist ruimte kunnen creëren voor woningbouw in plaats van deze te beperken?
a. De aangekondigde zones vormen op dit moment geen nieuwe of aanvullende weigeringsgrond voor woningbouwvergunningen. De zones zijn een kabinetsvoornemen en moeten nog juridisch en gebiedsgericht worden uitgewerkt. Daarbij geldt dat 0,00 mol geen zelfstandige wettelijke weigeringsgrens is. Een berekende toename boven 0,00 mol betekent dat significante gevolgen niet zonder nadere beoordeling kunnen worden uitgesloten. Dit kan leiden tot aanvullend ecologisch onderzoek, een passende beoordeling of vergunningplicht, maar niet automatisch tot weigering. Bij projecten waarbij intern salderen wordt gebruikt, vormen de eisen aan de passende beoordeling, de additionaliteit en de provinciale vergunningverlening in het projectspoor belangrijke knelpunten.
Op basis van de informatie die nu beschikbaar is, zijn de aangekondigde zones bedoeld als onderdeel van een bredere aanpak. Doel is om de stikstofbelasting op kwetsbare Natura 2000-gebieden te verminderen én de vergunningverlening weer op gang te brengen.
b. Maatregelen binnen de zones kunnen op termijn bijdragen aan een structurele daling van de stikstofdepositie en verbetering van de natuur. Dat kan de juridische mogelijkheden voor vergunningverlening verbeteren. Een daling leidt echter niet automatisch tot vrij beschikbare stikstofruimte voor woningbouw. Daarvoor zijn concrete, geborgde en gemonitorde maatregelen en een juridisch houdbare wijze van vergunningverlening of toedeling nodig.
Het doel van het aangekondigde maatregelenpakket is onder meer om de stikstofbelasting op kwetsbare natuur te verminderen, natuurherstel mogelijk te maken en de vergunningverlening weer op gang te brengen. In die zin kunnen effectieve en juridisch geborgde maatregelen op termijn bijdragen aan betere omstandigheden voor vergunningverlening, waaronder voor woningbouw.
Of en wanneer hierdoor daadwerkelijk meer ruimte ontstaat voor concrete woningbouwprojecten in Zandvoort, kan op dit moment nog niet worden aangegeven. Dit is afhankelijk van de verdere uitwerking, we weten uit recent overleg in stikstofwerkgroepen dat de Provincie Noord Holland hard hieraan werkt.
7. Bij binnenstedelijke woningbouw komt een belangrijk deel van de stikstofdepositie niet uit de bouwfase, maar uit de gebruiksfase en met name uit het autoverkeer dat een project genereert. Welke invloed heeft het kabinetspakket naar verwachting op deze gebruiksfase-emissies, mede gelet op de aangekondigde reductie van 50% van de NOx-uitstoot in de mobiliteit in 2035 en de verduurzaming van het wegverkeer?
Kenmerk: 2026/334512 9/13
Verkeer is samen met landbouw en industrie een grote bron van stikstofuitstoot. Een reductie van 50% NOxuitstoot heeft daarom naar verwachting invloed op de stikstofuitstoot in de gebruiksfase. Hoe deze reductie gehaald wordt, zal verder moeten worden uitgewerkt.
Er is daarbij al sprake van een dalende trend van stikstofuitstoot door wegverkeer. Dit is een autonome ontwikkeling en wordt jaarlijks verwerkt in het model van Aerius Calculator met een update. Door berekeningen te actualiseren na de update wordt er rekening gehouden met de dalende trend van stikstofuitstoot voor wegverkeer. Er mag echter niet vooruit worden gelopen op de dalende trend.
De rekenkundige ondergrens
8. Het kabinet wil een rekenkundige ondergrens invoeren (in de berichtgeving genoemd: circa 0,5 mol per hectare per jaar), waaronder projecten voor het aspect stikstof geen natuurvergunning meer nodig hebben; de invoering is voorzien uiterlijk in het vierde kwartaal van 2027, mogelijk eerder. Kan het college inschatten voor welk deel van de Zandvoortse woningbouwprojecten zo’n ondergrens uitkomst zou bieden? Dat wil zeggen: welke projecten zouden bij een ondergrens van circa 0,5 mol per hectare per jaar geen natuurvergunning meer nodig hebben?
Een indicatieve vergelijking met 0,5 mol is mogelijk, maar hieraan kunnen nog geen juridische conclusies worden verbonden. De beschikbare onderzoeken laten de volgende maximale bijdragen zien:
- hotel Badhuisplein: 0,04 mol in de aanlegfase en 0,02 mol in de gebruiksfase;
- Passagepanden: 0,03 mol in de aanlegfase en afgerond 0,00 mol in de gebruiksfase;
- Curiedex: maximaal 0,38, 0,45 en 0,48 mol in de onderzochte beoogde situaties.
- Heimanshof: 0,09 mol in de aanlegfase en 0,03 mol in de gebruiksfase, uitgaande van het in 2023 onderzochte programma van 80 woningen en vóór intern salderen.
Deze waarden liggen numeriek onder 0,5 mol. Een ondergrens van 0,5 mol kan voor deze projecten daarom mogelijk betekenis hebben. Ook zijn de definitieve hoogte, rekenwijze, toepassingsvoorwaarden en juridische grondslag van de ondergrens nog niet vastgesteld. Het college kan daarom nog niet betrouwbaar aangeven voor welk deel van de totale Zandvoortse woningbouwopgave de ondergrens daadwerkelijk een oplossing zal bieden.
Wat de gemeente nu al doet
9. Is het college bekend met de mogelijkheid onder de Omgevingswet (artikel 5.7) om de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit los te koppelen van de natuurvergunning, zodat de planologische procedures kunnen doorlopen en projecten ‘vergunningsklaar’ zijn zodra de provincie weer vergunt? Zo ja, hanteert het college deze werkwijze al, of is het bereid dat te doen?
Artikel 5.7 van de Omgevingswet biedt de aanvrager de mogelijkheid om voor verschillende activiteiten afzonderlijke vergunningaanvragen in te dienen. Hierdoor kan een procedure voor een
Kenmerk: 2026/334512 10/13
omgevingsplanactiviteit in voorkomende gevallen afzonderlijk worden doorlopen van een eventuele aanvraag voor een Natura 2000-activiteit.
Het college is bereid aan deze werkwijze mee te werken als dit voor een project juridisch en procedureel mogelijk en doelmatig is. De gemeentelijke lijn is om procedures zo ver mogelijk voort te zetten en deze niet uitsluitend vanwege onzekerheid over toekomstige rijksregels stil te leggen. Dit is mede van belang omdat de gemeente bij onder meer Curiedex, De Entree en het hotel Badhuisplein een faciliterende rol heeft. Het zonder voldoende juridische of contractuele grond stilleggen van procedures kan leiden tot financiële risico’s en mogelijke claims van ontwikkelaars. Het afzonderlijk doorlopen van procedures betekent niet dat met de uitvoering mag worden gestart als daarnaast een natuurvergunning nodig is. Ook kan bij een wijziging van het omgevingsplan een noodzakelijke passende beoordeling niet worden doorgeschoven naar een latere projectvergunning.
10. Heeft het college op dit moment voldoende juridische, ecologische en stikstofdeskundigheid beschikbaar in de organisatie om de gevolgen van de nieuwe regelgeving voor lopende projecten tijdig in beeld te brengen?
De benodigde deskundigheid is niet volledig binnen de gemeentelijke organisatie beschikbaar. De gemeente beschikt niet over een afzonderlijke stikstofdeskundige en maakt voor specialistische vraagstukken gebruik van Omgevingsdienst IJmond en externe juridische en ecologische adviesbureaus. Voor verschillende projecten zijn onder andere Sweco en TAUW ingeschakeld.
Met deze combinatie van interne projectkennis en externe expertise kunnen de gevolgen voor lopende projecten projectspecifiek worden onderzocht. Vanwege de complexiteit, de veranderende regelgeving en de beperkte specialistische capaciteit wordt per project bepaald welke aanvullende expertise nodig is en wanneer deze moet worden ingezet.
11. Zo nee, welke aanvullende expertise is of wordt ingezet en heeft het college daarvoor aanvullende middelen nodig?
Zodra de nieuwe landelijke stikstofregels voldoende concreet en definitief zijn uitgewerkt, acht het college het zinvol om een Zandvoortbreed onderzoek uit te voeren naar de gevolgen voor de woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen. Eerder onderzoek heeft beperkte waarde, omdat de uitgangspunten en juridische kaders nog kunnen wijzigen. Voor dit onderzoek zullen middelen moeten worden gereserveerd. De benodigde omvang kan worden bepaald zodra de definitieve regels en de onderzoeksopzet bekend zijn.
De onderzoeksresultaten kunnen worden gebruikt in gesprekken met de provincie en het Rijk over de gevolgen voor Zandvoort. Ondersteuning door public affairs is daarbij van belang. Bij de werving van een nieuwe medewerker public affairs moet de inzet voor Zandvoort daarom voldoende worden geborgd.
Kenmerk: 2026/334512 11/13
12. Is er over de expertise in de organisatie contact met de provincie Noord-Holland, over bijvoorbeeld het [aanbod van de provincie voor het beschikbaar stellen van woningbouwexperts](https://www.noord-holland.nl/Actueel/Archief/2026/Juni_2026/Provincie_stelt_woningbouwspecialisten_beschikbaar_voor_gemeenten) of een [basiscursus stikstof voor ambtenaren, zoals de provincie Gelderland dit organiseert?](https://www.gelderland.nl/nieuws/basiscursus-stikstof-voor-medewerkers-gemeenten)
De gemeente heeft de provincie Noord-Holland meermaals om ondersteuning gevraagd. Naar aanleiding daarvan hebben gesprekken plaatsgevonden met medewerkers van de provincie en Omgevingsdienst NoordHolland Noord, die namens de provincie taken uitvoert op het gebied van natuurbescherming en stikstof. Deze gesprekken hebben nog niet tot concrete oplossingen voor de Zandvoortse woningbouwprojecten geleid, omdat de provinciale en landelijke maatregelen en toetsingskaders nog in ontwikkeling zijn. Wel is geadviseerd om de stikstofuitstoot bij projecten zo veel mogelijk te beperken.
In 2025 heeft de gemeente daarnaast verzocht om Curiedex te bespreken aan de provinciale versnellingstafel voor woningbouwprojecten. De provincie heeft toen aangegeven dat behandeling nog geen meerwaarde had, omdat er te veel onzekerheid bestond over het stikstofvraagstuk om concrete vervolgstappen te kunnen bepalen.
Voor milieukundige advisering maakt de gemeente binnen de gemeenschappelijke regeling gebruik van de expertise van Omgevingsdienst IJmond. Daar zijn stikstofspecialisten werkzaam die adviseren over actuele regelgeving, mogelijke projectmaatregelen en landelijke en provinciale ontwikkelingen. Zij worden waar nodig bij projecten betrokken en ondersteunen de ambtelijke organisatie en het bestuur bij het beantwoorden van vragen en het duiden van ontwikkelingen. De beschikbare specialistische capaciteit is wel beperkt.
De provincie Noord-Holland biedt vooralsnog geen basiscursus stikstof aan die vergelijkbaar is met de cursus van de provincie Gelderland. De ambtelijke organisatie is wel uitgenodigd voor een provinciale informatiesessie over het maatregelenpakket waaraan de provincie werkt. Een of meer ambtenaren die voor Zandvoort werkzaam zijn, zullen daarbij aansluiten.
Provincie
13. Indien blijkt dat woningbouwprojecten en gebiedsontwikkelingen op los zand staan door de aangekondigde stikstofmaatregelen: is het college bereid met de provincie in gesprek te treden over de uitwerkingen van de stikstofplannen en een uitzonderingspositie voor Zandvoort?
Het college voert hierover gesprekken met de provincie, het Rijk en andere betrokken overheden. Omgevingsdienst IJmond ondersteunt de gemeente daarbij vanuit haar inhoudelijke adviesrol. Daarnaast trekt Zandvoort samen met andere gemeenten op.
In de brief van 30 juni 2026 aan de ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft het college aandacht gevraagd voor de bijzondere positie van kustgemeenten en andere gemeenten die grotendeels door Natura 2000-gebieden worden omgeven. Deze brief is ook onder de aandacht gebracht van de betrokken Tweede Kamercommissie. Daarnaast heeft het
Kenmerk: 2026/334512 12/13
college in de zienswijze op de ontwerp-omgevingsvisie van de provincie Noord-Holland aandacht gevraagd voor de specifieke ruimtelijke positie en ontwikkelmogelijkheden van Zandvoort.
Het college blijft er bij het Rijk en de provincie op aandringen dat bij de uitwerking van het stikstofbeleid rekening wordt gehouden met gemeenten zoals Zandvoort, die nauwelijks alternatieve woningbouwlocaties hebben. De inzet is gericht op werkbaar en juridisch houdbaar maatwerk waarmee noodzakelijke binnenstedelijke woningbouw en andere ontwikkelingen mogelijk blijven.
14. Is het college bereid bij de provincie Noord-Holland aan te dringen op het zo spoedig mogelijk vaststellen van werkbare beleidsregels (met een uitvoerbare additionaliteitstoets), zodat natuurvergunningen voor woningbouw weer kunnen worden verleend?
Het college dringt in gesprekken met de provincie Noord-Holland, Omgevingsdienst IJmond en andere betrokken overheden aan op werkbare en juridisch houdbare regels voor intern salderen, de additionaliteitstoets en de vergunningverlening voor woningbouw. Ook via de brief van 30 juni 2026, de samenwerking met andere gemeenten en de zienswijze op de provinciale ontwerp-omgevingsvisie vraagt het college aandacht voor de bijzondere positie van Zandvoort en de noodzaak van maatwerk.
De mogelijkheden van de gemeente om de inhoud en snelheid van landelijke en provinciale regels te bepalen, zijn beperkt. Daarom wordt daarnaast per project onderzocht welke maatregelen mogelijk zijn om de stikstofuitstoot en -depositie te beperken. Wanneer een maatregel noodzakelijk is voor de uitvoerbaarheid van een project, moet deze voldoende concreet en juridisch geborgd zijn.
Het college zet daarmee zowel in op passende landelijke en provinciale kaders als op projectspecifieke maatregelen om woningbouw in Zandvoort mogelijk te blijven maken.
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris de burgemeester
Kenmerk: 2026/334512 13/13