Haarlem, 13 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Haarlem, 13-07-2026
Vragen ex. art. 32 R.v.O.
afha dom fiets rout nkelijkhied v inant en gro en staan ce es. Voor bes an een auto. Auto’s zijn minder druk m tendeels uit het zicht. Wandelen en en arb ntraal, met veilige en aantrekkelijke snelhe temmingen buiten de wijk is het De N2 et de verwach eidsplaatsen. M idslimiet van 1 70 is ook een t de voo bew ingr an van Zu r aansluit oners aa ijpende w tphenstraat voor de rechter daagt, nadat ing op het warmtenet. Uit dezelfde berich ngeven zich onvoldoende gehoord te voel erkzaamheden of onvoldoende te zijn be onvoldoend tgeving blijk en, moeite t reikt. Deze b op over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan d coalitieakkoord, waarin draagvlak, betrokkenheid van b dialoog centraal staan. Juist omdat de warmtetransitie op over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan d coalitieakkoord, waarin draagvlak, betrokkenheid van b dialoog centraal staan. Juist omdat de warmtetransitie op over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan d coalitieakkoord, waarin draagvlak, betrokkenheid van b dialoog centraal staan. Juist omdat de warmtetransitie e uitgangsp ewoners en op over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan d coalitieakkoord, waarin draagvlak, betrokkenheid van b dialoog centraal staan. Juist omdat de warmtetransitie op over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan d coalitieakkoord, waarin draagvlak, betrokkenheid van b dialoog centraal staan. Juist omdat de warmtetransitie op over de wijze waarop invulling wordt gegeven aan d coalitieakkoord, waarin draagvlak, betrokkenheid van b dialoog centraal staan. Juist omdat de warmtetransitie de komend hee daa ft voor ve dwerkelij el Haarlemmers, vinden wij het belangrijk zichtbaar zijn in de praktijk. Daarom hee dat deze ui ft Jouw Haa 1. Heeft over d het college kennisgenomen van de recent e rechtszaak die Ymere heeft aangespann e berichtge en tegen be Zutph 2. Deelt kan sl enstraat? het college de opvatting uit het coalitieak agen wanneer sprake is van voldoende dr koord dat d aagvlak, bet
| en ee 3. In het _voort_ | n voortdurende dialoog? coalitieakkoord staat dat_"om echt te wet_ _urende dialoog nodig is."_ Is het college v | _ en wat men_ n mening d |
| Zutph 4. Hoe b | enstraat voldoende invulling is gegeven? eoordeelt het college het aanspannen va | Zo ja, waaru een rechts |
| Ymere? Deelt het college de opvatting dat bew vertrouwen dat een participatie- en instemmin alsnog via een gerechtelijke procedure wordt af | Ymere? Deelt het college de opvatting dat bew vertrouwen dat een participatie- en instemmin alsnog via een gerechtelijke procedure wordt af | Ymere? Deelt het college de opvatting dat bew vertrouwen dat een participatie- en instemmin alsnog via een gerechtelijke procedure wordt af | oners erop gstraject een gedwongen |
| draag 5. Welk | vlak blijkt te bestaan? Graag een toelichti concrete rol heeft de gemeente zelf gesp | ng. eeld bij het |
| van b zijn b 6. Ymere colleg proce | ewoners in Meerwijk? Is het college tevre ereikt en betrokken? stelt dat de bewoners een_"redelijk voor_ e kennisgenomen van de inhoud van dit v dure werd gestart? Zo ja, waaruit bestaat | den over de _ stel"_ hebben oorstel voor dit voorstel |
hierover met bewoners het gesprek gevoerd? En is het college van mening dat dit voorstel, inclusief het participatieproces, recht doet aan de bovengenoemde uitgangspunten uit het coalitieakkoord?
7. Uit de berichtgeving blijkt dat bewoners per brief zijn geïnformeerd. Tegelijkertijd wordt beschreven dat een deel van de bewoners de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Is het college bekend of Ymere de communicatie ook in andere talen heeft
aangeboden of gebruik heeft gemaakt van tolken, meertalige medewerkers of andere vormen van ondersteuning om alle bewoners daadwerkelijk te bereiken? Zo nee, deelt het college de opvatting dat dit bij een ingrijpend project als de warmtetransitie voor de hand ligt? 8. In het coalitieakkoord staat dat de uitvoering van het warmteprogramma wordt verbonden aan het programma Versterken Lokale Democratie. Op welke concrete wijze is dit uitgangspunt bij de realisatie van het warmtenet in Meerwijk vormgegeven? Hoe verhoudt zich dit volgens het college tot de huidige situatie, waarin een woningcorporatie bewoners voor de rechter daagt om realisatie van het warmtenet mogelijk te maken? 9. Deelt het college de opvatting dat het bevorderen van draagvlak voor de warmtetransitie niet uitsluitend een verantwoordelijkheid is van woningcorporaties, maar ook van de gemeente? Zo ja, welke eigen verantwoordelijkheid neemt het college hierin? 10. Is onderzocht waarom een deel van de bewoners tegen het warmtenet heeft gestemd en waarom ongeveer een derde van de bewoners geen instemming heeft gegeven of niet is bereikt? Zo ja, welke redenen zijn daarbij naar voren gekomen? Welke concrete lessen trekken het college, het Warmtebedrijf Haarlem en de betrokken woningcorporatie hieruit en welke maatregelen neemt het college om te voorkomen dat de bewoners van de Jan van Zutphenstraat de warmtetransitie ervaren als een proces dat hen overkomt, in plaats van een ontwikkeling waarbij zij daadwerkelijk kunnen meedenken, meedoen en meebeslissen?
Bij de oprichting van het publieke Warmtebedrijf Haarlem in 2024 heeft het college aangegeven dat een publiek warmtebedrijf moet zorgen voor meer publieke controle, een betrouwbaar aanbod aan bewoners, proactieve communicatie en transparantie richting inwoners. Ook is aangekondigd dat het Warmtebedrijf uiteindelijk het aanspreekpunt wordt voor bewoners.
11. Is het college van mening dat de gang van zaken rond het warmtenet in de Jan van Zutphenstraat aansluit bij deze uitgangspunten die het college zelf bij de oprichting van het Warmtebedrijf Haarlem heeft geformuleerd? Hoe kijkt het college, mede vanuit zijn rol als 50%-aandeelhouder van het Warmtebedrijf Haarlem, naar deze ontwikkeling? Welke lessen trekken het college en het Warmtebedrijf en de corporatie(s) hieruit voor toekomstige warmtenetprojecten in Haarlem en op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd?
Dank alvast voor de beantwoording.
Moussa Aynan Arwen Scholten