Epe, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
T e c h n i s c h e v r a a g
R a a d s c o m m i s s i e M & B A g e n d a p u n t P r o g r a m m a W e e r b a a r h e i d F r a c t i e D 6 6 D a t u m 1 - 1 0 - 2 0 2 6 Vraag
1. Pro heeft een aanvraag gedaan om met elkaar het programma weerbaarheid te bespreken met de raad. We lezen in het programma er programmatisch de komende drie jaar gedaan gaat worden. _Vraag 1: Wat wordt op dit moment hier al aan weerbaarheid gedaan?_ 2. In het programma lezen we dat de uitvoering gebeurt vanuit ambtelijke capaciteit vanuit bestaande functionarissen. _Vraag 2: Wat gaan zij nu minder of niet meer doen nu dit_ _project wordt opgepakt?_
Antwoord
1. In 2026 stellen een programmaplan op, prioriteren maatregelen en werken een uitvoeringsagenda uit. Ook richten we de governance en monitoring verder in. Het beoogde resultaat eind 2026 is een vastgesteld programmaplan met een concrete uitvoeringsagenda voor de jaren daarna. Er wordt echter niet op 0 begonnen. Het programma bouwt deels voort op bestaande activiteiten die al plaatsvinden binnen de gemeentelijke organisatie op het gebied van bedrijfscontinuïteit, crisisorganisatie en maatschappelijke weerbaarheid. In 2026 nemen medewerkers deel aan regionale werkgroepen en samenwerkingsverbanden binnen de VNOG, waarin gemeenten gezamenlijk kennis ontwikkelen, ervaringen uitwisselen en werken aan regionale opgaven zoals noodsteunpunten en langdurige crisisbeheersing. In het najaar van 2026 wordt bovendien aangesloten bij landelijke informatie- en bewustwordingscampagnes over weerbaarheid. 2. In 2026 ligt de nadruk vooral op het uitwerken van het programmaplan, het stellen van prioriteiten en het maken van keuzes over de inzet in de jaren daarna. Daarbij is voor enkele sleutelrollen uren vrijgemaakt binnen de bestaande formatie door herprioritering van werkzaamheden. Voor de rol van programmaregisseur/projectleider Maatschappelijke Weerbaarheid is 16 uur per week beschikbaar. Voor deze rol is vanaf 2027 ook extra budget in de begroting gevraagd. Op basis het programmaplan en de uitvoeringsagenda wordt inzichtelijk welke capaciteit en middelen structureel gedurende de programmaperiode nodig zijn. Het uitgangspunt is dat geen nieuwe organisatie wordt opgebouwd naast de bestaande organisatie, maar dat bestaande kennis, structuren en medewerkers worden ingezet voor de uitvoering van het programma. Projectgroepen worden daarom samengesteld uit medewerkers die vanuit hun reguliere functie al betrokken zijn bij de betreffende onderwerpen. Als in de verdere uitwerking blijkt dat aanvullende inzet noodzakelijk is, dan wordt dat expliciet aan het college en de raad voorgelegd.