Barendrecht, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Aan de gemeenteraad
L.P. van der Linden MSc _Wethouder_
Uw brief van: 10 september 2026 Ons kenmerk: 2026-050986
Uw kenmerk: Contactpersoon: S. Kooiman
Bijlage(n): Cluster: Leefomgeving
Onderwerp: Technische vragen kaderstellende startnotitie Doorkiesnummer: 14 0180 Datum: 15 september 2026
Geachte raadsleden,
Op 10 september 2026 stelden raadsleden Iris Bourne en Cicilia Rijsdijk (EVB) technische vragen over de kaderstellende startnotitie centrumgebied Middenbaan. Via deze brief worden de vragen beantwoord.
1. Ondernemers tijdens de transformatie Welke gevolgen verwacht het college van de gefaseerde ontwikkeling voor de bestaande onderne- mers? Wordt bij de verdere uitwerking ook gekeken naar de economische gevolgen van werkzaam- heden en tijdelijke maatregelen, waaronder eventuele omzetderving en tijdelijke leegstand? En op welke wijze worden deze gevolgen gedurende het proces gemonitord? Antwoord: Een ontwikkeling van deze omvang brengt tijdens de uitvoering tijdelijk hinder en uitdagingen met zich mee. Bereikbaarheid, bevoorrading, parkeren en bezoekersstromen zijn direct van invloed op ondernemers. Bij de verdere uitwerking willen we hier zo goed mogelijk op voorbereid zijn en per fase bekijken welke maatregelen nodig zijn om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken. Goede communicatie met ondernemers is daarbij essentieel. Echter, hiermee lopen we vooruit op zaken; momenteel is er nog geen faseplan. De monitoring van bezoekersstromen kan overigens helpen om de effecten van ontwikkelingen en maatregelen te volgen en waar nodig bij te sturen.
2. Fasering en continuïteit van het centrum Welke fasering heeft het college voor ogen bij de verdere ontwikkeling van het centrumgebied en welke randvoorwaarden stelt het college aan de start van werkzaamheden om de bereikbaarheid, be- voorrading en aantrekkelijkheid van het centrum voor ondernemers en bezoekers te waarborgen? Antwoord: Er is op dit moment nog geen uitgewerkte fasering. De concrete fasering wordt onderdeel van de verdere uitwerking van de verschillende ontwikkelrichtingen. De randvoorwaarden voor bereikbaarheid, bevoorrading, parkeren en aantrekkelijkheid zoals genoemd bij vraag 1 zijn daarbij leidend.
_Portefeuille: Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen, Financiën, Natuur en recreatie, Toezicht en handhaving._
Pagina 1 van 4
3. Bezoekersstromen: meten én benutten De startnotitie voorziet in structurele monitoring van bezoekersstromen. Op welke wijze wordt deze informatie gebruikt om de ontwikkeling en het functioneren van het centrum tijdig bij te sturen, en hoe worden ondernemers en ondernemersverenigingen hierbij geïnformeerd? Antwoord: Met de door Strabo uitgevoerde passantenmeting hebben we een eerste beeld van de huidige bezoekersaantallen en loopstromen. Met een structureel passantentelsysteem kunnen we continu volgen wat er tijdens en na ontwikkelingen in het centrum verandert. Zo ontstaat inzicht in het effect van maatregelen en ontwikkelingen en kunnen we waar nodig bijsturen, bijvoorbeeld bij de verdere uitwerking van branchering en routing.
Een structureel systeem vraagt om samenwerking tussen de gemeente, de BIZ en vastgoedeigenaren (mits zij hiervoor gezamenlijk georganiseerd zijn). De BIZ kan hierin een prominente rol krijgen, bijvoorbeeld door eigenaar van de gegevens te worden en daarmee zelf regie te voeren over het delen van de gegevens met ondernemers.
4. Woningbouw en draagkracht van het centrum In de startnotitie wordt een bandbreedte van 0 tot 300 woningen genoemd. Waarop is deze band- breedte gebaseerd? Is onderzocht hoeveel extra woningen het centrumgebied maximaal kan dragen in relatie tot onder andere verkeer, parkeren, openbare ruimte, voorzieningen en de economische functie van het centrum? En is daarbij ook gekeken naar de vraag wat een groter inwonertal betekent voor het draagvlak en de bezoekersaantallen van winkels, horeca en andere voorzieningen? Antwoord: De bandbreedte van 0 tot 300 woningen is als richtlijn opgenomen in de conceptkaders voor de verdere ontwikkeling van het centrumgebied. Deze bandbreedte is gebaseerd op het meest recente verkeersonderzoek, waarin verschillende scenario’s met een toename van het aantal woningen en meters zijn bekeken. Op basis daarvan hanteren we voor nu de bandbreedte van 0 tot 300 woningen.
Daarbij bouwen we voort op het bestaande parkeer- en verkeersonderzoek. Eind september wordt aanvullend een nieuwe parkeertelling uitgevoerd om de actuele situatie in beeld te hebben. Ook wordt verder uitgewerkt wat de uitkomsten van het verkeersonderzoek betekenen voor parkeren en eventuele parkeerregulering. In de aanloop naar het ontwikkelkader wordt bekeken of er op basis hiervan nog andere mogelijkheden zijn die verder kunnen worden uitgewerkt.
Woningbouw kan daarnaast bijdragen aan het draagvlak voor winkels, horeca en andere voorzieningen in het centrum.
5. Netcongestie en uitvoerbaarheid In de startnotitie wordt netcongestie genoemd als aandachtspunt. In hoeverre is bij de verdere ont- wikkeling van het centrumgebied rekening gehouden met de beschikbare netcapaciteit en kan eente- kort aan netcapaciteit de vestiging of uitbreiding van bedrijven, horeca en winkels of de realisatie en fasering van woningbouw en andere ontwikkelingen in het centrum beperken?
_Portefeuille: Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen, Financiën, Natuur en recreatie, Toezicht en handhaving._
pagina 2 van 4
Antwoord: Netcongestie is een aandachtspunt waarvan het college zich bewust is. Bij de verdere uitwerking van het ontwikkelkader wordt hier rekening mee gehouden en wordt bekeken welke gevolgen de beschikbare netcapaciteit heeft voor de uitvoerbaarheid en fasering van ontwikkelingen.
6. Financiën Gezien het feit dat we nog maar enkele maanden te gaan hebben, acht het college het realistisch dat het volledige bedrag van € 207.500 in 2026 daadwerkelijk wordt uitgegeven? Antwoord: Ja. Het college acht het realistisch om de middelen in 2026 in te zetten voor de werkzaamheden die voor dit jaar zijn voorzien.
Als we tot een goed en onderbouwd ontwikkelkader voor het toekomstige centrumgebied willen komen, zijn hiervoor onderzoeken en verdere uitwerking nodig. De beschikbare middelen zijn daarvoor bedoeld. Mocht toch blijken dat niet alle middelen in 2026 worden besteed, dan wordt in de slotwijziging een voorstel gedaan voor de overheveling van het resterende bedrag naar 2027.
7. Sturingsmogelijkheden Welke sturingsmogelijkheden heeft de raad tijdens de planvormingsfase? Komt er een tussentijdse update, bijvoorbeeld per kwartaal, zodat de raad tijdig kan bijsturen op scope, kosten en planning? Antwoord: De raad houdt gedurende het verdere proces zijn reguliere kaderstellende en controlerende rol. De kaderstellende startnotitie vormt het vertrekpunt voor de verdere ontwikkeling. De uitwerking daarvan vindt plaats via het ontwikkelkader en het omgevingsprogramma, waarover de gemeenteraad uiteindelijk het besluit zal nemen.
Wanneer voor vervolgstappen besluitvorming van de raad nodig is, wordt die via de reguliere gemeentelijke besluitvormingsstructuur aan de raad voorgelegd. De voortgang, planning, risico’s, capaciteit en eventuele knelpunten worden structureel binnen het programma gevolgd. De wijze en frequentie waarop de raad hierover tussentijds wordt geïnformeerd, wordt bij de verdere uitwerking van het programma nader bepaald.
Hoogachtend,
L.P. van der Linden MSc
_Portefeuille: Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen, Financiën, Natuur en recreatie, Toezicht en handhaving._
pagina 3 van 4
_Portefeuille: Ruimtelijke ontwikkeling, Wonen, Financiën, Natuur en recreatie, Toezicht en handhaving._
pagina 4 van 4