Zwolle, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
De bron levert dit stuk in meerdere versies. Dit is een andere versie van de hoofdversie; alleen die telt mee en staat in de lijsten.
voorstel
Raadsbrief over artikel 45 vragen
Datum 31 augustus 2026
Onderwerp Beantwoording artikel-45 vragen van D66 en CDA over aanhoudende droogte en klimaatadaptatiebeleid Versienummer
Portefeuillehouder Gerdien Rots
Bijlagen Bijlage 1 –
Openbaarheid
Openbaar Geheim
Wij stellen u voor kennis te nemen van:
De beantwoording van de artikel 45 vragen over Aanhoudende droogte en klimaatadaptatiebeleid .
1/5
voorstel
Datum 31 augustus 2026 Inleiding De fracties van D66 en het CDA hebben op 31 augustus 2026 schriftelijke vragen gesteld over droogte en klimaatadaptatiebeleid: De afgelopen zomerperiode was er sprake van droogte. Die droogte van deze omvang zal door klimaatverandering waarschijnlijk vaker voorkomen en heeft effect op Zwolle. Mede door de geografische ligging van Zwolle omgeven door waterstromen- en gangen: o.a. de IJssel, de Vecht, het Zwarte water en de Sallandse weteringen. De indieners van de vragen stellen dat dit vraagt om een gemeente die zich daar structureel op voorbereidt, met eigen instrumenten voor grondwaterbeheer, groen en waterberging. Dit in aanvulling op wat het waterschap en Rijk al doen. Daarom stellen de fracties van D66 en CDA het college de vraag hoe het haar bevoegdheden inzet op dit onderwerp en hoe dit zich verhoudt tot de eerdere constatering van de Rekenkamer dat hitte en droogte binnen het gemeentelijke klimaatadaptatiebeleid tot nu toe onderbelicht zijn gebleven.
Vraag 1: Is het college bekend met de gevolgen van de aanhoudende droogte voor de grondwaterstand en het openbaar groen binnen de gemeente Zwolle, en welke maatregelen neemt het college binnen zijn eigen taak voor de fysieke leefomgeving (artikel 2.3 en 2.16 Omgevingswet) om verdroging van gemeentelijk groen, bomen en grondwater in bebouwd gebied tegen te gaan?
Antwoord: Ja. Het college kent de gevolgen van aanhoudende droogte voor grondwaterstanden, bomen en openbaar groen. Langdurige droogte en hoge temperaturen verminderen het bodemvocht en vergroten vooral bij jonge aanplant het risico op schade.
De gemeente beperkt deze gevolgen met watergiften aan jonge bomen, betere groeiplaatsen, vergroting van de boomkroonbedekking en, op verschillende locaties, bodemvochtsensoren voor gerichte watergiften. De ontwikkelingen worden gemonitord; zo nodig worden aanvullende maatregelen getroffen.
Vraag 2: Hoeveel gebruik wordt op dit moment gemaakt van het klimaatadaptatiebudget (en andere relevante financiële middelen) voor het afkoppelen van hemelwater (regentonnen, infiltratiekratten, wadi’s, verlaagde tuinen)? Ziet het college aanleiding om deze regeling, gezien de aanhoudende droogte, actiever onder de aandacht van inwoners te brengen of uit te breiden?
Antwoord: Het budget Klimaatadaptatie (begrotingsdoel 4.2.1) wordt ingezet voor het stimuleren en faciliteren van maatregelen door inwoners en ondernemers, cofinanciering van subsidies beleidscapaciteit en externe kosten. Het Team Klimaat Actief heeft inmiddels in 176 straten maatregelen aangejaagd.
De subsidieregeling ‘Klimaatadaptieve maatregelen’ is in 2025 ingevoerd als opvolger van eerdere gemeentelijke en regionale regelingen. Na beperkt gebruik in 2025, circa € 32.000, is de regeling verruimd. Inmiddels is ruim € 34.000 verstrekt en resteert voor 2026 circa € 51.000.
De regeling is breed gecommuniceerd. Het college onderzoekt verdere verruiming voor kwetsbare doelgroepen, bijvoorbeeld hogere vergoedingen en bevoorschotting van bewonersinitiatieven en stichtingen. Eind 2026 stelt het college het subsidieplafond voor 2027 vast.
2/5
voorstel
Datum 31 augustus 2026 Daarnaast is in 2026 € 30.000 uit het GRP-budget beschikbaar voor de tegeltaxi. Bestaande regelingen vergoeden concrete maatregelen, maar niet de proceskosten van actieve bewonersgroepen, zoals communicatie, zaalhuur en menskracht. Hiervoor is de afgelopen jaren incidenteel steun geboden vanuit meerdere beleidsterreinen.
Vraag 3: Op welke wijze wordt droogte en verdroging meegewogen in het huidige Water en Rioleringsprogramma en in de eisen die de gemeente stelt aan waterberging en infiltratie bij nieuwbouw, bijvoorbeeld via het omgevingsplan?
Antwoord: Droogte en verdroging maken deel uit van het gemeentelijke water- en klimaatadaptatiebeleid. Het huidige Gemeentelijk Rioleringsplan zet in op het vasthouden, bergen en infiltreren van hemelwater, zodat water beschikbaar blijft voor bodem, groen en grondwater.
Bij nieuwbouw en herontwikkeling geldt als uitgangspunt dat initiatiefnemers hemelwater zoveel mogelijk op eigen terrein bergen en infiltreren. De Hemelwaterverordening 2024 maakt van rechtswege deel uit van het Omgevingsplan en wordt opgenomen in het nieuwe deel daarvan. Nieuwe inzichten kunnen aanleiding geven de eisen aan te scherpen, waarop het omgevingsplan moet worden aangepast.
Het Gemeentelijk Rioleringsprogramma wordt geactualiseerd tot een Water- en Rioleringsprogramma. Daarbij worden ervaringen met droge en natte perioden, nieuwe klimaatinzichten en de opgaven voor waterberging, infiltratie en klimaatadaptatie betrokken.
Ook het Zwolse groen- en bomenbeleid draagt bij, onder meer door klimaatbestendige soorten, betere groeiplaatsen en versterking van de sponswerking. Het Stationsplein en de Passerelle zijn voorbeelden waarbij hittebestendige beplanting en een bodemopbouw met een grotere vochtbuffer zijn toegepast.
Vraag 4: Wat is de stand van zaken van de opvolging van de aanbeveling uit het Rekenkameronderzoek klimaatadaptatie van januari 2025 om hitte en droogte meer aandacht te geven binnen het gemeentelijke beleid? Kan de raad hierover op korte termijn een geactualiseerde voortgangsrapportage ontvangen?
Antwoord: De aanbeveling van de Rekenkamer om hitte en droogte nadrukkelijker in het beleid te betrekken, wordt uitgevoerd. Voor hitte gebeurt dit via het in juni 2025 vastgestelde Hitte- en Koelteplan. Dit plan wordt met maatschappelijke partners uitgevoerd, periodiek geëvalueerd en waar nodig geactualiseerd. De raad is hierover op 7 juli 2026 geïnformeerd. Voor de openbare ruimte wordt tevens uitvoering gegeven aan motie 11b-2 over het ontwerpen en realiseren van koelte. Motie-20 ‘Koelteplekken voor Zwollenaren’ is een andere motie, die gaat over het ontsluiten van koele binnen locaties bij extreme hitte. Binnen Veiligheidsregio wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van maatregelen rondom hitte en koelte voor kwetsbare groepen.
Voor droogte werkt de gemeente binnen het Regiolab Wijk van Morgen aan de projecten RAINBOW, Proeftuin Watercirculaire Wijk en Thirsty Cities. Deze projecten bieden inzicht in de toekomstige watervraag, alternatieve waterbronnen en circulaire watersystemen.
3/5
voorstel
Datum 31 augustus 2026 Het college informeert de raad in het tweede kwartaal van 2027 via een geactualiseerde voortgangsrapportage over het Hitte- en Koelteplan en de maatregelen voor droogte.
Vraag 5: Welke gevolgen van de aanhoudende droogte ziet het college specifiek voor het buitengebied van Zwolle, waaronder de agrarische sector, natuur en de beschikbaarheid van voldoende zoetwater? Op welke wijze is de gemeente hierover in gesprek met agrariërs, terreinbeheerders en het waterschap, en waar ziet het college mogelijkheden om gezamenlijk maatregelen te nemen die zowel water vasthouden als perspectief bieden aan het buitengebied?
Antwoord: Aanhoudende droogte raakt landbouw, natuur en het watersysteem. Minder bodem- en oppervlaktewater kan leiden tot opbrengst- en kwaliteitsverlies en zet natuurwaarden en waterkwaliteit onder druk. Voor het Zwolse buitengebied is het daarom van belang bodemvocht en grondwaterstanden langer op peil te houden.
Zwolle maakt deel uit van het regionale watersysteem van IJssel, Zwarte Water, Vecht en Sallandse Weteringen. Ook de zoetwaterbeschikbaarheid vraagt aandacht, mede vanwege de drinkwaterwinning bij het Engelse Werk van circa 13,6 miljoen m³ per jaar. De opgave moet daarom gebiedsgericht en regionaal worden benaderd.
Het waterschap is primair waterbeheerder. De gemeente brengt vanuit ruimtelijke ordening, landbouw, natuur en gebiedsontwikkeling partijen bijeen. In structureel ambtelijk en bestuurlijk overleg met Waterschap Drents Overijsselse Delta worden de gevolgen van drogere zomers en nattere winters onderzocht, onder meer via de Regionale Sponsstrategie.
Het college wil het overleg met agrariërs en terreinbeheerders intensiveren en gebiedsgerichte maatregelen ontwikkelen die water vasthouden, natuur en landschap versterken en agrarische ondernemers perspectief bieden. De Omgevingsvisie en het Ruimtelijk Toekomstperspectief vormen hiervoor het beleidskader.
Vraag 6: Is het college het met de D66-fractie en de CDA-fractie eens dat de gemeente zich, gezien de terugkerende droogteperioden van de afgelopen jaren, structureel moet voorbereiden op een klimaat waarin droogte een net zo reëel risico is als wateroverlast, en dat dit vraagt om steviger gemeentelijk beleid voor waterbuffering en -opvang binnen de eigen grenzen, naast de bestaande aandacht voor waterveiligheid? Zo ja, welke concrete stappen gaat het college hiertoe zetten en op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord Ja. Het college onderschrijft dat Zwolle zich structureel moet voorbereiden op zowel droogte als wateroverlast en overstromingen. Dit vraagt om een toekomstbestendig watersysteem.
Daarom werkt Zwolle met regiopartners en het Rijk aan de Regionale Sponsstrategie, gericht op het vasthouden, vertragen en bergen van water. De uitgangspunten zijn als Zwolle Deltaspons verankerd in het Ruimtelijk Toekomstperspectief Zwolle 2030-2040 en de Omgevingsvisie.
4/5
voorstel
Datum 31 augustus 2026 Concreet versterkt de gemeente het blauwgroene netwerk, vermindert zij waar mogelijk verharding en vergroot zij de waterbergende capaciteit. Deze uitgangspunten worden structureel toegepast bij gebiedsontwikkelingen, herinrichtingen en vervangingsopgaven in de openbare ruimte.
Openbaarheid Deze raadsbrief en alle bijlagen zijn openbaar.
Burgemeester en wethouders van Zwolle,
burgemeester, Peter Snijders
secretaris Dick Emmer
5/5