Zevenaar, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen aan het college (artikel 42 Reglement van Orde)
Bijlage 1 – Begrippen- en afkortingenlijst ................................................................. 36 Col2 Indiener (naam en fractie): Tjeerd Boekhorst, Lokaal Belang Ingediend op (datum): 28 september 2026 Inleiding:
Naar aanleiding van de 2 [e] Voortgangsrapportage 2026 zijn de volgende (technische) vragen voor de Commissie Middelen van 8 oktober 2026.
Vraag/ vragen:
1. Rentevoordeel en investeringen In de 2 [e] VGR is voor 2026 een voordeel op de rentelasten van € 1.509.000 opgenomen. Dit wordt grotendeels toegeschreven aan het doorschuiven van investeringen, onder andere bij grondaankopen, onderwijslocaties, wegen en openbare ruimte. Het overzicht op pagina 114 laat bijvoorbeeld verschuivingen uit 2026 zien bij wegen, openbaar groen en sport, revitaliseringsprojecten en riolering.
Kan het college in hoofdlijnen aangeven welke investeringsverschuivingen in 2026 het rentevoordeel van € 1.509.000 verklaren, welk totaalbedrag aan investeringen daardoor later dan 2026 worden uitgevoerd en of naast deze doorgeschoven investeringen nog andere oorzaken bijdragen aan het rentevoordeel?
2. Jeugdhulp met verblijf Voor de maatregel BA16 “door betere toegang minder verwijzingen naar verblijf” is voor 2026 een besparing van € 650.000 ingeboekt. In de toelichting wordt vermeld dat de verwijzingen door het eigen team afnemen, maar dat de verwijzingen door met name gecertificeerde instellingen stijgen. Daarmee is de realisatie van de besparing onzeker.
Kan het college voor 2026 aangeven welk deel van de taakstelling van € 650.000 naar de huidige stand naar verwachting wordt gerealiseerd, welk deel onzeker is en waardoor de verwijzingen door gecertificeerde instellingen toenemen terwijl de verwijzingen vanuit het lokale team afnemen? Kan daarbij tevens kort worden toegelicht in hoeverre de gemeente op verwijzingen door gecertificeerde instellingen kan sturen?
3. Afsluiten investeringskredieten De bijlage vermeldt bij verschillende investeringen dat wordt voorgesteld het krediet “bij de
jaarrekening af te sluiten”. Dit betekent dat het krediet administratief wordt beëindigd; daarna kunnen daar in beginsel geen uitgaven meer op worden verantwoord. De financiële uitwerking verschilt per krediet: een restant leidt vooral tot lagere toekomstige kapitaallasten, maar een overschrijding of een lagere subsidie kan wel een effect voor de jaarrekening hebben. Bij de verduurzaming van het Musiater is bijvoorbeeld een negatief saldo weergegeven, terwijl nog een subsidiebeschikking wordt verwacht.
Kan het college kort toelichten wat het afsluiten betekent voor het krediet en of dit een financieel effect heeft op het jaarrekeningresultaat 2026, de reserves of de toekomstige kapitaallasten?