Waterland, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Technische vragen over de begroting 2027 gemeente Waterland
PRO
425-5 Raadsvoorstel Begroting 2027
Vraag 1 Volgens het college is er in 2027 een structureel begrotingssaldo van € 1.502.000. De rekensom met toevoeging van reserves en incidentele uitgaven komt echter uit op een structureel begrotingssaldo van € 404.000. Hoe komt het college aan het structurele begrotingssaldo van € 1.502.000?
_Antwoord_ _Allereerst tellen we de lasten en baten bij elkaar op (lasten worden altijd als ‘’-‘’ aangemerkt) waarbij we_ _uitkomen op een saldo van € -452.000, dus hogere lasten dan baten. Hier tellen wij vervolgens de_ _onttrekkingen reserves bij op van € 1.405.000 waardoor het geraamd resultaat uitkomt op € 953.000._ _Vervolgens hebben we nog een saldo van incidentele baten en lasten van € -549.000. Incidentele lasten_ _beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief. Deze wordt dus bij het geraamd resultaat opgeteld_ _waardoor we uitkomen op een structureel begrotingssaldo van € 1.502.000. Als er per saldo meer_ _incidentele lasten dan incidentele baten zijn, betekent dit dat de structurele baten een deel van die_ _eenmalige kosten hebben opgevangen. Dat verbetert de overblijvende structurele ruimte._
_Een toelichting op de rekenmethode van het structureel evenwicht is ook te vinden bij de tabel in de_ _Begroting welke staat onder de kop ‘’Financiële begroting – Structurele toevoegingen en onttrekkingen_ _reserves’’._
Vraag 2 In de tabel voegt het college in 2027 geen middelen toe aan reserves. In de paragraaf C onderhoud kapitaalgoederen worden wel dotaties en onttrekkingen aan reserves vermeld? Waarom is in de tabel een bedrag van € 0 opgenomen voor stortingen in de reserves?
_Antwoord_ _De dotaties en onttrekkingen in paragraaf C betreffen voorzieningen. Vandaar dat dit niet overeenkomt_ _met de tabel in het raadsvoorstel._
Vraag 3 Het college schrijft dat in de Nota van Wijziging inzichtelijk zal worden gemaakt welke wijzigingen worden voorgesteld, wat de meerjarige financiële gevolgen zijn welke effecten optreden voor de formatie en welke dekking wordt ingezet. Mag de raad hieruit concluderen dat deze toets voor de voorstellen van de coalitie nog niet heeft plaatsgevonden?
_Antwoord_ _Ja._
Vraag 4 De berekening van de gecorrigeerde solvabiliteitsratio is niet begrijpelijk voor ons.
4a. Kan het college begrijpelijk uitleggen wat hierin wordt meegenomen en berekend?
_Antwoord_ _Bij de berekening van de gecorrigeerde solvabiliteitsratio wordt het eigen vermogen gecorrigeerd voor de_ _reserves die niet daadwerkelijk “vrij” zijn, zoals kapitaallastenreserves en de algemene reserve surplus._ _Deze reserves worden namelijk gebruikt ter dekking van structurele kosten. Bij kapitaallastenreserves gaat_
1
_het om de dekking van kapitaallasten van investeringen die in het verleden zijn gedaan. Daardoor kunnen_ _deze reserves niet als buffer dienen voor tegenvallende resultaten._
4b. Klopt het dat de bezittingen van de gemeente met deze berekening kleiner/lager worden gemaakt en de schulden op niveau blijven, want nergens voor gecorrigeerd worden?
_Antwoord_ _Nee, dat klopt niet. Het gaat bij de gecorrigeerde solvabiliteit niet om bezittingen. Bezittingen (= activa)_ _staan links op de balans. Bij de berekening van de solvabiliteit wordt iets gezegd over het vermogen (=_ _passiva) en die staan rechts op de balans._
4c. De coalitie wil dat dit kengetal stijgt van 21,1% eind 2025 naar 30% in de periode 2026-2030. Op welke inkomsten of uitgaven gaat het college sturen om dit kengetal in die richting te ontwikkelen?
_Antwoord_ _De solvabiliteit kan alleen verbeteren wanneer de schulden minder hard toenemen of het eigen vermogen_ _sneller groeit. Dit betekent in de praktijk dat investeringen en de daaruit voortvloeiende_ _fin_ ancieringsbehoefte lager moeten uitvallen dan nu geraamd, of dat hogere inkomsten en positieve begrotingsresultaten leiden tot een versterking van het eigen vermogen.
Vraag 5 Het college verwijst in de inleiding van de begroting naar de financiële paragraaf van de coalitiepartijen VVD Waterland, CDA Waterland en WaterlandNatuurlijk. De coalitiepartijen gaan echter niet over het informeren van de raad. Om deze financiële paragraaf, die door het college expliciet onderdeel zijn gemaakt van het begrotingsdebat, te beoordelen moeten alle maatregelen/ambities uit het coalitieakkoord van aanvullende informatie voorzien worden. Daarom de volgende drie vragen:
5a. Is de financiële paragraaf van de coalitiepartijen geschreven met ambtelijke ondersteuning? Graag ontvangen wij de verleende schriftelijke ambtelijke ondersteuning rond deze financiële paragraaf.
_Antwoord_ _Raadsleden hebben recht op ambtelijke bijstand en ondersteuning. Dat geschiedt buiten het college om._ _Bij navraag heeft de fractievoorzitter van de VVD Waterland laten weten dat hij inderdaad via de griffier_ _en de plaatsvervangend gemeentesecretaris heeft verzocht om ambtelijke bijstand/ondersteuning in_ _verband met het opstellen van de financiële paragraaf en dat hij deze bijstand/ondersteuning ook heeft_ _ontvangen._
5b. Zijn de bedragen uit de financiële onderbouwing van de coalitie accuraat? Zo niet, graag een inschatting van de kosten van iedere maatregel uit het coalitieakkoord.
_Antwoord_ _Het college heeft de financiële paragraaf van de coalitie niet doorgerekend. Dit wordt meegenomen bij het_ _opstellen van de nota van wijziging/gewijzigde begroting._
5c. Is er voldoende ambtelijke capaciteit om de maatregelen uit het coalitieakkoord uit te voeren? Graag per maatregel aangeven of het binnen de bestaande bezetting past, en indien dat niet het geval is, hoeveel extra FTE nodig is om de ambitie binnen de bestaande bezetting uit te voeren.
_Antwoord_ _Het college zal een nieuwe begroting/nota van wijzigingen aanleveren waarin is opgenomen wat er binnen_ _een meerjarig sluitende begroting past. Als de maatregelen niet binnen de formatie passen zal daar in de_ _begroting rekening mee worden gehouden._
2
425-7 Bijlage 1 Begroting 2027
Vraag 6 Onder weerbare inwoners en veilig samenleving schrijft het college dat er jaarlijks drie preventieve jeugdactiviteiten georganiseerd gaan worden. Waar denkt het college aan bij preventieve jeugdactiviteiten en wat wil het college daarmee bereiken?
_Antwoord_ _Het college denkt daarbij met name aan de voorlichting over digitale weerbaarheid op scholen. Het doel is_ _het vergroten van bewustwording en weerbaarheid. Zie ook het Uitvoeringsprogramma Openbare Orde en_ _Veiligheid 2026-2029 (208-222) dat wij recent aan uw raad hebben gestuurd._
Vraag 7 Het college wil een passend vestigings- en ondernemersklimaat realiseren.
7a. Welk soort bedrijven of branches ziet het college als passend?
_Antwoord_ _We richten ons op bedrijvigheid die aansluit bij de schaal en het karakter van Waterland en bijdraagt aan_ _werkgelegenheid, voorzieningen en de vitaliteit van de kernen. Daarbij moet er een goede balans zijn met_ _de leefbaarheid en het landschappelijke karakter. De Ontwikkelagenda legt bij bedrijfshuisvesting specifiek_ _de nadruk op zakelijke dienstverlening. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om kantoorruimtes, flexibele_ _werkplekken en bedrijfsverzamelgebouwen voor ondernemers en zzp'ers. Voor toerisme en recreatie_ _worden onder meer bijzondere, professioneel geëxploiteerde verblijfsaccommodaties genoemd, zoals_ _boetiekhotels. Daarnaast zetten we in op behoud en versterking van bestaande ondernemingen en lokale_ _voorzieningen, zoals winkels en dienstverlening. We gaan hiervoor inzetten op sterkere bedrijfscontacten_ _om behoeften en knelpunten tijdig te signaleren._
7b. En in welke kernen kunnen deze bedrijven dan terecht?
_Antwoord_ _Er zijn geen specifieke vestigingslocaties of branches per kern aangewezen. Dit hangt af van de_ _beschikbare ruimte en de inpasbaarheid van het bedrijf. De ontwikkelagenda noemt onder meer flexibele_ _werkruimte in de kernen en commerciële en maatschappelijke voorzieningen op het Galgeriet in_ _Monnickendam. Daarnaast staat het realiseren van een bedrijfsverzamelgebouw in Katwoude in de_ _planning._
Vraag 8 Het college schrijft dat bij woningbouwplannen waarbij op grond van de Nota Grondbeleid aangetoond kan worden dat er geen 30 (moet % zijn) sociale huurwoningen gerealiseerd kunnen worden, dan betaalt de initiatiefnemer een vastgesteld bedrag aan de gemeente. Hoe gaat het college de 30% niet gebouwde sociale huurwoningen compenseren? In geld kunnen mensen niet wonen.
_Antwoord_ _In 2023 is het beleidsstuk 30-30-40 vastgesteld, dat later onderdeel is geworden van de Nota Grondbeleid._ _Het financieel compenseren kan onder bepaalde voorwaarden. Een belangrijke reden daarbij is het niet in_ _beheer kunnen geven van sociale huurwoningen bij een woningcorporatie (woningcorporaties willen niet_ _altijd kleine hoeveelheden sociale huurwoningen in beheer nemen). In die gevallen vindt een financiële_ _compensatie plaats. De gelden die worden ontvangen via de compensatieregeling worden gelabeld als_ _'compensatiegelden woningbouwprojecten' en worden gereserveerd via een eigen bestemmingsreserve._ _Deze gelden kan de gemeente gebruiken om te zorgen voor meer sociale huurwoningen dan 30% in een_ _project of voor een project waarin de gemeente zelf grond uitgeeft. De praktijk heeft inmiddels ook_
3
_geleerd dat het vrijwel niet voorkomt dat in een project geen sociale huur gerealiseerd kan worden en_ _daarmee teruggevallen moet worden op het compensatiefonds. Tot nu toe is het alleen voorgekomen bij_ _Broekermeerdijk 16, 16B, 16C in Watergang._
Vraag 9 Is de door de wethouder Boes aangekondigde extra formatie voor volkshuisvesting in deze beleidsarme begroting verwerkt?
_Antwoord_ _Nee, deze formatie is niet verwerkt._
Vraag 10 Het college schrijft dat een beleidsplan opgesteld gaat worden voor beheer en exploitatie van de binnenhaven in Monnickendam en een beeldkwaliteitsplan. Via een ingezonden brief van een inwoner die nauw betrokken is bij de havens in de gemeente is aangegeven dat er al twee onderzoeksrapporten liggen waar niets mee is gedaan. Een nieuw onderzoek zou overbodig zijn. Het advies is wel om het douche en toiletgebouw te moderniseren voor het geld dat anders in een derde onderzoek gestoken zou worden. Hoe kijkt het college naar deze inbreng?
_Antwoord_ _Opstellen nieuw havenbeleid binnenhaven Monnickendam_ _Het college is bekend met de eerdere onderzoeken naar de binnenhaven (Visie Waterfront 2030 uit 2012_ _en de Notitie verbetering exploitatie Stadshaven uit 2022). Het college is van mening dat de beschikbare_ _onderzoeken een waardevolle basis vormen voor het opstellen van beleid. Het is nadrukkelijk niet de_ _bedoeling om onderzoeken opnieuw uit te voeren wanneer de benodigde informatie al beschikbaar is._ _Tegelijkertijd is het opstellen van een beleidsplan iets anders dan het uitvoeren van een nieuw onderzoek._ _Met het beleidsplan willen wij komen tot een samenhangende visie op de inrichting, het beheer, het_ _gebruik en de exploitatie van de binnenhaven. Daarbij moeten onder andere keuzes worden gemaakt over_ _de gewenste beeldkwaliteit, de gastvrijheid, de havenvoorzieningen, de ligplaatstarieven en de_ _kostendekkendheid van de exploitatie._ _Het college wil de bestaande onderzoeken en de daarin opgenomen aanbevelingen daarom als_ _uitgangspunt gebruiken bij het opstellen van het nieuwe beleidsplan. Daarbij wordt bezien welke_ _aanbevelingen nog actueel zijn, welke inmiddels zijn uitgevoerd en welke aanvullende informatie_ _eventueel noodzakelijk is om tot een zorgvuldige besluitvorming te komen._ _Het college deelt de opvatting dat bestaande onderzoeken zo veel mogelijk moeten worden benut en dat_ _onnodig aanvullend onderzoek moet worden voorkomen. Het opstellen van een nieuw beleidsplan is_ _echter noodzakelijk om de beschikbare informatie en aanbevelingen te vertalen naar actuele beleidskeuzes_ _en concrete uitvoeringsmaatregelen._
_Modernisering van het douche- en toiletgebouw_ _Het college herkent het belang van goede sanitaire voorzieningen voor de uitstraling en gastvrijheid van_ _de binnenhaven. De laatste renovatie dateert van 2019 en is sober en doelmatig ingericht, met als functie_ _een voorziening voor de havenpassanten. Het is echter geen voor iedereen toegankelijk openbaar toilet._ _Bij modernisering willen wij niet alleen kijken naar de huidige staat van het gebouw, maar ook naar de_ _toekomstige behoefte aan sanitaire voorzieningen, de toegankelijkheid, het gebruik door verschillende_ _doelgroepen en de mogelijkheden voor een doelmatige exploitatie._ _Het college vindt het belangrijk dat eventuele investeringen aansluiten bij de inrichting en het gebruik van_ _de binnenhaven. Hiermee willen wij voorkomen dat nu investeringen worden gedaan die later niet blijken_ _aan te sluiten bij de gekozen beleidsrichting. Het college wil hiermee komen tot een gedragen en_ _uitvoerbaar beleidsplan, waarin niet alleen de gewenste kwaliteit en uitstraling van de binnenhaven_
4
_worden vastgelegd, maar ook concrete keuzes worden gemaakt over het beheer, de exploitatie en de_ _benodigde investeringen._
_Zie voorts antwoord op vraag 23 van het CDA._
Vraag 11 Het college schrijft bij ‘Gelijke kansen op ontwikkeling en meedoen: De bibliotheek speelt een centrale rol in ontwikkeling, participatie en gelijke kansen’. Gezien de wens van het college om weerbare inwoners te hebben en deze rol van de bibliotheek die geschetst wordt, is het college bereid om structureel € 180.000 toe te voegen aan de subsidie voor de bibliotheek?
_Antwoord_ _Het college zal in de nog op te stellen nota van wijziging/aangepaste begroting de bijdrage aan de_ _bibliotheek in de jaren 2027 en 2028 verhogen met € 150.000,--._
Vraag 12 Het college schrijft bij ‘Versterken bestuurlijke advisering dat de bestuurlijke advisering uiterlijk 31 december 2026 versterkt is door de organisatie te trainen op de aspecten kwaliteit, volledigheid, strategische relevantie en bestuurlijke sensitiviteit’. Welke objectieve criteria gaat het college gebruiken om strategische relevantie van adviezen te beoordelen?
_Antwoord_ _Het college beoordeelt de strategische relevantie van adviezen aan de hand van: de bijdrage aan_ _vastgestelde beleidsdoelen, de samenhang met andere beleidsterreinen en de maatschappelijke,_ _organisatorische, financiële en bestuurlijke gevolgen, risico’s en uitvoerbaarheid op korte en lange termijn_ _gewogen. De genoemde datum van 31 december 2026 berust op een omissie en dient 31 december 2027_ _te zijn._
Vraag 13 Het college schrijft bij de VPB dat de kosten voor het inzamelen van reststromen afval 99% van de opbrengsten zijn. Wat zijn de opbrengsten en kosten hiervan in Euro’s?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
5
Vraag 14 Hoeveel budget is er nog beschikbaar in het duurzaamheidsfonds?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 15 Nummer 2.02.1.1 stelt ‘De hoeveelheid bomen binnen het verzorgingsgebied van de gemeente blijft minimaal gelijk’. Hoe verhoudt de ambitie om het aantal bomen minimaal gelijk te houden met de aangenomen motie ’11 voor 10 bomen’?
_Antwoord_ _De ambitie om de hoeveelheid bomen minimaal gelijk te houden is niet strijdig met een eventuele stijging_ _van het totaal aantal bomen._
Vraag 16 Hoeveel bomen zijn er in 2025 verwijderd en hoeveel bomen zijn er in 2025 toegevoegd?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 17 Het college schrijft dat de praktijk uitwijst dat de tijd en ruimte veelal ontbreekt voor regionale activiteiten. ‘De beperkte uitvoeringscapaciteit dwingt tot het maken van keuzes over waar wel en waar niet of minder wordt ingezet. Verhouding tijd, capaciteit, maatschappelijke relevantie en aantoonbare meerwaarde voor de inwoners van Waterland bepalen in het algemeen de inzet. Kan het college aangeven bij welke regionale activiteiten zij besluit om niet of minder op ingezet wordt en bij welke regionale samenwerkingsverbanden dat geldt?
_Antwoord_ _Leidraad voor het college is het Raadsinformatiedocument_ nummer 169-254 (19 december 2023) _inzake_ _samenwerkingsrelaties. Het college zet zich primair in op samenwerking binnen de regio Zaanstreek-_ _Waterland. Op welke activiteiten daarbij wel of niet ingezet zullen worden, zal de komende periode_ _duidelijk worden. Het beeld hierover is, gezien het zomerreces en de collegewisselingen, nog niet helemaal_ _duidelijk._
Vraag 18 Het college berekent het surplus van de Algemene Reserve vanaf bladzijde 180. De definitie hiervan is: Het deel van de algemene reserve dat een gemeente over heeft bovenop de benodigde buffer voor tegenvallers (het weerstandsvermogen). Dit komt voor Waterland uit op € 16.101.000. 10% mag ingezet worden om structurele lasten te dekken. Dat is € 1.610.000. Het college zet slechts € 420.000 in, nog net iets meer dan 26% van wat is toegestaan.
18a Hoe bepaalt het college hoeveel surplus wordt ingezet in de begroting?
_Antwoord_ _In 2024 heeft het college in de begroting 2025 voorgesteld om in totaal € 2.520.000 uit de algemene_ _reserve te halen en deze te storten in de algemene reserve surplus. In de jaren 2025 tot en met 2030 wordt_ _elk jaar € 420.000 uit deze algemene reserves surplus gehaald om structurele kosten te dekken._
6
18b Is het college bereid om de inzet te verhogen tot het maximum van € 1.610.000. Zo Nee, waarom niet?
_Antwoord_ _Nee, gezien de financiële discussie met de gemeenteraad die nu nog plaatsvindt, acht het college het niet_ _wenselijk om dit voor te stellen._
7
CDA
Vraag 1 Kan het college de ontwikkeling van de ambtelijke formatie van 2026 naar 2027 inzichtelijk maken, uitgesplitst naar afdeling en naar structurele en tijdelijke formatie, inclusief de financiële consequenties (wat is budgetneutraal en welke formatie vraagt extra financiële middelen) en de onderliggende motivering per uitbreiding? Kan daarbij tevens worden aangegeven welk deel van de uitbreiding voortvloeit uit wettelijke taken, welk deel uit autonome ontwikkelingen en welk deel uit organisatorische keuzes?
_Antwoord_ _Voor 2027 worden geen extra structurele middelen gevraagd voor extra formatie. De redenen van het_ _verschil ten opzichte van 2026 zijn:_ _1._ _Opname van bestaande bovenformatieve medewerkers of medewerkers, die uit andere_ _begrotingsposten worden gefinancierd, in de reguliere formatie. Door alle functies in de formatie op te_ _nemen, ongeacht de dekking van de loonkosten, ontstaat een vollediger en betrouwbaarder beeld van_ _de feitelijke formatie._ _2._ _Opname op grond van raadsbesluiten: vaststelling Rioleringsplan en burgerparticipatie._ _3._ _Opname op grond van werkzaamheden die waren uitbesteed en nu zelf worden uitgevoerd: beheer De_ _Bolder en Omgevingsdienst._ _Met andere woorden: Het gaat uitsluitend om een administratieve verwerking en een andere weergave_ _van bestaande cijfers. Er worden geen extra structurele middelen aangevraagd._
Vraag 2 In de begroting 2026 is opgenomen het aantal fte (165,97) en de bezetting (150,09 fte). In de begroting is een stijging te zien van het aantal fte naar 178,86 en ontbreekt de bezetting. De bezetting is indicatief te bepalen op basis van de tabel op pagina 92 (9,1*17 = 155 fte). Wat is de bezetting voor de begroting 2027? Wordt inhuur (op formatie) ook gezien als bezetting? Welk deel van de inhuur hangt samen met structurele capaciteitstekorten en welk deel met tijdelijke pieken, projecten of vervanging? Waarom wordt de formatie opgehoogd, terwijl er nog ruim 10 fte (vacature) ruimte is binnen de formatie van 2026?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 3 Welke financiële vergoeding kan de gemeente voor de opvang van Oekraïense ontheemden verwachten uitgaande van het huidige aantal opgevangen Oekraïners gedurende heel 2027? Welke mate van (on)zekerheid is er voor het ontvangen van deze vergoeding van het rijk? Is er in de begroting budget opgenomen voor de kosten die samenhangen met deze opvang? Zo ja in welke posten zijn deze terug te vinden en wat zijn de totale kosten die zijn begroot?
8
_Antwoord_ _Wijziging financiering_
_Per 1 januari 2027 verandert de financieringssystematiek voor de opvang van Oekraïense ontheemden._ _Vanaf deze datum treedt de doelgroep flexibele regeling (DFR) in werking. De normvergoeding (44 euro_ _per dag per gerealiseerde opvangplek voor 2025/ 2026) komt hiermee te vervallen. De DFR bestaat uit een_ _vergoeding op basis van werkelijk gemaakte kosten._
- _Werkelijk gemaakte kosten zijn kosten die direct toerekenbaar zijn aan locaties, waaronder:_
`o` _Huurkosten_
`o` _Gas/water/licht_
`o` _Schoonmaak_
`o` _Beveiliging_
`o` _Verzekeringen_
`o` _Kosten aan regulier periodiek en preventief onderhoud_
`o` _Inrichtingskosten_
`o` _Begeleiding/ inzet op locatie (in ons geval de locatiemanager, inzet psycholoog)_
- _Aanvullend is er een normvergoeding voor indirecte kosten (€ 11 per plek per dag). Deze zijn ter_ _dekking van:_
`o` _Kosten van projectleiding_
`o` _Dagbesteding_
`o` _Indirecte kosten ambtelijke inzet_
_Wat betekent dit voor Waterland?_ _Het grootste deel van onze kosten wordt onder deze regeling vergoed. Daarnaast ontvangen wij een_ _aanvullende vergoeding voor 317 plekken voor heel 2027._ _De aanvullende vergoeding voor Waterland komt daarmee uit op 317 x 365 x 11 = € 1.272.755_ _Meerjarig worden geen bedragen in de begroting voor Oekraïne opgenomen. Bij de najaarsnota worden_ _de budgetten voor het lopende jaar bijgesteld. Verantwoording van deze kosten vindt plaats via de SiSa._
_Reële kosten_ _Op basis van de uitgaven over het eerste deel van 2026 is een grove berekening gemaakt. Indexaties voor_ _2027 zijn nog niet bekend en/of meegenomen._ _Bij werkelijke kosten gaat het in totaal om een bedrag van: +/- € 2.500.000. Voor 2027 zijn er eigenlijk_ _geen onzekerheden, omdat het gaat om al bestaande overeenkomsten (voor huur, beveiliging, etc.). Bij_ _nieuwe projecten adviseert het ministerie om in contact te treden met de NOO om te bepalen of het_ _kansrijk is._
_Indirecte kosten_ _Indirecte kosten zoals beleidsinzet/algemeen projectmanagement en ook dienstverlening door_ _burgerzaken ten behoeve van Oekraïense ontheemden vallen onder het nieuwe normbedrag._ _Hiervoor ontvangen wij een bedrag van € 1.272.755._ _De grootste kosten die hieronder vallen zijn in ieder geval de kosten van de medewerker die zich_ _bezighoudt met het innen van de eigen bijdrage en het uitbetalen van het leefgeld en personeelskosten_ _projectleiding._ _Het is mij nog niet bekend hoe de verantwoording van deze financiering verloopt. Ik ga ervan uit dat er een_ _gedeelte terugbetaald moet worden als wij dat niet gebruiken. Dit houd ik uiteraard in de gaten._
9
Vraag 4 In het verloop van de voorzieningen is bij de voorziening Riolering geen toevoeging zichtbaar. Wat is de reden waarom in 2027 geen toevoeging plaatsvindt, gelet op het doel van deze voorziening om jaarlijkse fluctuaties in exploitatielasten op te vangen?
_Antwoord_ _De voorziening riolering wordt gevoed vanuit een eventueel positief resultaat binnen de rioolexploitatie. In_ _de berekening van de_ _[kostendekkendheid is te zien dat de opbrengsten de kosten niet volledig dekken. Om](https://waterland.publicaties.app/pub/begroting2027/5/p18-alokaleheffingen)_ _die reden is er geen ruimte om een toevoeging aan de voorziening te doen._
Vraag 5 De rioolheffing stijgt van € 1,710 miljoen in 2026 naar € 1,980 miljoen in 2027. Hoe verhoudt deze stijging zich tot het saldo van taakveld 7.2 Riolering, de voorziening Riolering en het Gemeentelijk Riolerings- en Waterprogramma 2024-2028?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 6 Stichting Vluchtelingenwerk Amstel tot Zaan ontvangt in 2027 maximaal € 137.256 subsidie. Welke concrete activiteiten en/of dienstverlening worden hiervoor geleverd aan inwoners van Waterland? Op welke prestaties of aantallen is het bedrag gebaseerd?
_Antwoord_ _VluchtelingenWerk biedt in Waterland basisdienstverlening, maatschappelijke begeleiding, juridische_ _ondersteuning en taalcoaching. De basisdienstverlening omvat onder meer juridische spreekuren,_ _expertise, regiomanagement en ondersteuning van vrijwilligers. De maatschappelijke begeleiding richt zich_ _op huisvesting, administratie, zorg, integratie, participatie en zelfredzaamheid. De aanvraag omvat twaalf_ _maatschappelijke-begeleidingstrajecten als garantieafname. Daarnaast zijn vier aanvullende_ _begeleidingstrajecten van twaalf maanden opgenomen. Ook zijn acht verlengingstrajecten van zes_ _maanden voorzien. Voor taalcoaching zijn zestien individuele trajecten van zes maanden opgenomen._ _De participatieactiviteiten bestaan uit twee dagdelen per week, begeleid door twee taalcoaches._ _Daarnaast zijn er wekelijks een themaochtend en een bijeenkomst over digitale basisvaardigheden._
Vraag 7 Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek-Waterland ontvangt in 2027 maximaal € 26.827 subsidie. Welke concrete activiteiten en/of dienstverlening worden hiervoor geleverd aan inwoners van Waterland? Welke prestaties worden afgesproken?
_Antwoord_ _De Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen schrijft voor dat gemeenten inwoners toegang_ _bieden tot een voorziening waar zij discriminatie kunnen melden. Bureau Discriminatiezaken is een_ _meldpunt van de landelijke vereniging Discriminatie.nl en heeft de volgende kerntaken: 1._ _Klachtenbehandeling, 2. Registratie en monitoring, 3. Voorlichting en advies, 4. Beleidsbeïnvloeding en -_ _advisering, 5. Preventieve projecten, 6. Signalering en bestrijding van extreemrechts en fundamentalisme._ _De kerntaken 1 en 2 worden, via een bijdrage aan het Gemeentefonds, betaald door het Rijk (via het_ _ministerie van BZK). Daarnaast is er gemeentelijke cofinanciering nodig voor de kerntaken 3 tot en met 6_ _(die op hun beurt weer van invloed zijn op 1 en 2). Wel verstrekt het Rijk sinds 2024 via het Gemeentefonds_ _de gemeenten additioneel 14 cent per inwoner per jaar voor preventiewerkzaamheden._
10
Vraag 8 Stichting Muziekschool Waterland ontvangt in 2027 maximaal € 145.533 subsidie. Welke concrete activiteiten en/of dienstverlening worden hiervoor geleverd en voor welke doelgroepen? Welke prestaties of resultaten staan tegenover dit subsidiebedrag?
_Antwoord_ _Stichting Muziekschool Waterland biedt in 2027 muziek- en cultuuronderwijs aan kinderen, jongeren en_ _volwassenen in Waterland. Basisschoolleerlingen krijgen binnenschoolse instrumentale lessen, met naar_ _verwachting ongeveer 180 deelnemende kinderen. Daarnaast worden voorbereidende muzikale lessen_ _aangeboden aan leerlingen in groep 3 en 4. Binnen het programma Cultuureducatie met Kwaliteit worden_ _ruim 1.000 leerlingen bereikt met muziek en andere kunstdisciplines. Na schooltijd zijn er_ _kennismakingslessen, de Popfabriek en Popfabriek Junior, met optredens na afloop van een lesblok. Ook_ _worden twee kinderkoren georganiseerd in Monnickendam en Broek in Waterland. Deelnemers kunnen_ _doorstromen naar koren en ensembles, waaronder The Classics en het Waterland Jeugdorkest. The Classics_ _treedt minimaal vijf keer per schooljaar op; het jeugdorkest organiseert jaarlijks een studieweekend en_ _treedt regelmatig op. Verder vindt één muzikaal samenwerkingsproject plaats tussen een basisschool en_ _een lokaal orkest. De activiteiten zijn gericht op muzikale ontwikkeling, creativiteit, sociale samenhang,_ _talentontwikkeling en gelijke toegang tot cultuuronderwijs._
Vraag 9 Op pagina 175 is € 64.000 aan incidentele opbrengsten uit woningbouw opgenomen. Met welke concrete opbrengsten/woningbouwprojecten is rekening gehouden en op welk moment worden deze opbrengsten verwacht?
_Antwoord_ _Deze inkomsten betreffen compensatie voor het niet bouwen van 30% sociaal in project Broekermeerdijk._ _De factuur gaat in het laatste kwartaal van 2026 de deur uit. Betaling wordt verwacht begin 2027._
Vraag 10 Het begrotingssaldo na bestemming bedraagt € 953.000 in 2027, € 533.000 in 2028, € 335.000 in 2029 en € 841.000 in 2030. De structurele exploitatieruimte wijkt hiervan af. Kan het college per jaar aangeven welk deel incidenteel en welk deel structureel is en hoeveel structurele, vrij beschikbare ruimte resteert?
_Antwoord_ _[Deze informatie kunt u vinden onder Financiële begroting – Structurele toevoegingen en onttrekkingen](https://waterland.publicaties.app/pub/begroting2027/5/p32-structureletoevoegingenenonttrekkingenreserves)_ _[reserves – Structureel evenwicht. En op pagina 179-180 in de pdf-versie.](https://waterland.publicaties.app/pub/begroting2027/5/p32-structureletoevoegingenenonttrekkingenreserves)_
Vraag 11 De netto schuldquote stijgt van 54,36% in 2027 naar 102,51% in 2030. De solvabiliteit daalt van 34,28% in 2027 naar 22,89% in 2030 en de gecorrigeerde solvabiliteit daalt van 23,03% in 2027 naar 17,35% in 2030. Welke concrete ontwikkelingen moeten ervoor zorgen dat de financiële positie vanaf 2028 weer zorgt voor verbetering van de solvabiliteit?
_Antwoord_ _De solvabiliteit kan alleen verbeteren wanneer de schulden minder hard toenemen of het eigen vermogen_ _sneller groeit. Dit betekent in de praktijk dat investeringen en de daaruit voortvloeiende_ _financieringsbehoefte lager moeten uitvallen dan nu geraamd, of dat hogere inkomsten en positieve_ _begrotingsresultaten leiden tot een versterking van het eigen vermogen._
11
Vraag 12 De totale belasting- en heffingsinkomsten stijgen van € 12,720 miljoen in 2026 naar € 13,487 miljoen in 2027. Kan in hoofdzaak worden aangegeven welk deel van de mutatie wordt veroorzaakt door tarief, volume, WOZ, areaal of overige factoren?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 13 De begrote inkomsten uit leges dalen van € 1,281 miljoen in 2026 naar € 1,095 miljoen in 2027. Welke ontwikkeling in het aantal en/of de omvang van (omgevings)vergunningen ligt hieraan ten grondslag? Graag vergelijken met 2025 en 2026.
_Antwoord_ _In zowel 2025 als 2026 is er sprake van een extra legesbedrag van ruim € 2 ton (begroot) dat verband_ _houdt met de woningbouwontwikkeling Galgeriet/Gouwhaven. Voor 2027 is een dergelijk bedrag niet_ _begroot._
Vraag 14 Kan het college de belangrijkste mutaties in voorzieningen en onderhoudsbudgetten voor 2027-2030 koppelen aan actuele beheerplannen en inspectieresultaten? Waar wijkt de begroting af van eerder vastgestelde onderhoudsplanningen en waarom?
_Antwoord_ _Onderhoudsbudgetten en de geraamde stortingen in en onttrekkingen aan onderhoudsvoorzieningen zijn_ _gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde beheerplannen en de daarin opgenomen meerjarige_ _onderhoudsplanningen. Deze beheerplannen vormen het uitgangspunt voor de financiële ramingen in de_ _begroting._
_De onderhoudsbudgetten zijn daarmee gekoppeld aan de onderhoudsopgaven en financiële_ _uitgangspunten waarmee de raad bij de vaststelling van de beheerplannen heeft ingestemd. De begroting_ _geeft de financiële vertaling van deze vastgestelde kaders voor de jaren 2027–2030._
_Eventuele wijzigingen in de onderhoudsbehoefte die voortkomen uit nieuwe inspectieresultaten worden_ _betrokken bij de reguliere actualisatie van de onderhoudsplanningen en beheerplannen. Als daaruit_ _aanpassingen voortvloeien die gevolgen hebben voor de vastgestelde financiële kaders, worden deze via_ _de daarvoor geldende begrotings- en besluitvormingsmomenten aan de raad voorgelegd._
Vraag 15 Kan een aansluiting op hoofdlijnen worden gegeven tussen begroting 2026 en begroting 2027, zo mogelijk uitgesplitst in loon- en prijsontwikkeling, autonome ontwikkelingen, wettelijke taken, nieuwe beleidskeuzes, beëindigde activiteiten, incidentele posten, reserves en wijzigingen in bijdragen/uitkeringen van derden?
_Antwoord_ _De begroting 2027 sluit niet rechtstreeks aan op de begroting 2026. Tussen beide begrotingen zijn diverse_ _financiële mutaties verwerkt, waaronder de besluitvorming uit de Voorjaarsnota 2026, de verwerking van_ _de meicirculaire, loon- en prijsontwikkelingen, autonome ontwikkelingen, wijzigingen in bijdragen van_ _verbonden partijen en overige bijdragen en uitkeringen van derden, mutaties in reserves en incidentele_ _budgetten. Deze mutaties zijn verwerkt in de begroting 2027 en toegelicht in de relevante planning- en_
12
_controldocumenten. Een afzonderlijke aansluiting naar de in de vraag genoemde categorieën is niet_ _beschikbaar._
Vraag 16 In de begroting zijn op pagina 12 de kosten en opbrengsten van Haven-kade- en liggelden vermeld. In de post overhead is een bedrag van € 94.000 opgenomen. In de jaarrekening 2022 bedroeg deze post € 39.000 en in de jaarrekeningen 2023, 2024 en 2025 respectievelijk € 41.000, € 41.000 en € 39.000. Wat is de verklaring van de stijging van de overhead met 235% en waaruit bestaat de in de begroting 2027 opgenomen post overhead?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 17 De aan de post haven-, kade- en liggelden in de begroting toegerekende directe kosten bedragen € 145.000. Waaruit bestaan deze kosten?
_Antwoord_ _De directe kosten bestaan uit loonkosten en de dotatie aan de onderhoudsvoorziening._
Vraag 18 Aan opbrengsten van de post Haven-, kade- en liggelden is een bedrag van € 105.000 opgenomen. Zijn in dit bedrag de opbrengsten van vaste ligplaatsen, passanten, losse overnachtingen en winterliggers opgenomen en zo ja, hoe verhouden deze inkomsten zich ten opzichte van elkaar?
_Antwoord_ _Ja dit klopt. De verhouding is als volgt:_
- _Vaste ligplaatsen: 88%_
- _Passanten: 10%_
- _Losse overnachtingen: 2%_
_Deze verhouding hebben wij uit het jaar 2025 genomen gezien dit een volledig jaar is en het seizoen van_ _2026 nog niet is afgelopen waardoor we geen volledig beeld kunnen schetsen. Deze verdeling is in grote_ _lijnen jaarlijks vergelijkbaar._
Vraag 19 In de jaarrekening 2024 is aan uitgaven BTW een bedrag van € 16.000 vermeld en in de jaarrekening 2025 een bedrag van € 18.000. In de begroting 2027 is de BTW op nul gesteld. Wat is hiervan de reden?
_Antwoord_ _In de Jaarrekeningen bleek dat de gerealiseerde kosten niet volledig gedekt werden door de gerealiseerde_ _inkomsten waardoor er per saldo daar ook btw-kosten overblijven. In de Begroting wordt ervan uit gegaan_ _dan de kosten volledig worden gedekt door de inkomsten. Hierdoor zie je per saldo dan geen BTW kosten._
Vraag 20 De begroting 2026 telt 137 pagina’s. De begroting 2027 telt 231 pagina’s, een toename van 94 pagina’s. Wat is de reden van deze toename?
_Antwoord_ _De programmabegroting is een stuk uitgebreider dan voorheen. Hieraan is onder andere toegevoegd een_ _stoplichtmodel met statussen van de doelstellingen en activiteiten. Ook zijn doelstellingen en activiteiten_ _herzien ten opzichte van eerdere jaren en verder SMART opgesteld._
13
Vraag 21 Op pagina 9 stijgen de OZB/RZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing per inwoner met respectievelijk 5,7%, 7,7% en 5,7%, waardoor de totale lasten per inwoner met 6% stijgen. Op pagina 92 wordt echter een stijging van de lokale lasten van 2,9% genoemd. Welke definitie en berekeningswijze worden bij beide percentages gehanteerd en waardoor ontstaat het verschil?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 22 In de toelichting wordt voor 2027 een subsidieplafond van € 1.283.408 genoemd, terwijl het totaal van de subsidietabel op pagina 165 € 1.296.803 bedraagt. Kan het college het verschil van € 13.395 verklaren en aangeven welk bedrag in 2027 daadwerkelijk taakstellend is voor de subsidieverlening?
_Antwoord_ _Het bedrag in de subsidietabel is het juiste bedrag. Het bedrag in de toelichting is abusievelijk niet_ _aangepast. We zullen deze omissie herstellen bij de nota van wijziging/aangepaste begroting._
Vraag 23 In de begroting 2027 is het opstellen van een beeldkwaliteitsplan voor de Binnenhaven Monnickendam opgenomen. De gemeenteraad heeft op 2 juli 2026 het betreffende voorstel niet overgenomen. Waarom is deze activiteit desondanks in de begroting opgenomen en welk concreet besluit of budget ligt hieraan ten grondslag?
_Antwoord_ _In de begroting zijn geen financiële middelen opgenomen voor het opstellen van een beeldkwaliteitsplan._ _Het college heeft nog wel de intentie en heeft dit daarom als doelstelling in de Begroting opgenomen._
Vraag 24 Op pagina 35 wordt verwezen naar een beheerplan begraafplaatsen. Wanneer is dit plan vastgesteld, door wie en welke financiële consequenties voor 2027 en de meerjarenraming vloeien hieruit voort?
_Antwoord_ _Een beheerplan begraafplaatsen zal naar verwachting in december 2026 gereed zijn. Financiële_ _consequenties zijn nu nog niet inzichtelijk._
Vraag 25 De in de begroting 2027 opgenomen lijst van uit te voeren straatwerken wijkt op onderdelen af van de werken en planning in het geldende beheerprogramma. Welke werken zijn gewijzigd, welke zijn vervallen of toegevoegd en wat is de reden voor deze afwijkingen? Zijn de financiële consequenties hiervan verwerkt in de begroting en meerjarenraming?
_Antwoord_ _De planning van de volgende wegen is aangepast. Op basis van urgentie van het schadebeeld weg en/of_ _rioolstelsel:_
→ _Watergang kanaaldijk bij Stiereveld, naar 2028_ → _Ilpendam Dorpsstraat, naar 2028_ → _Monnickendam Zwaluwtong, naar 2027_
14
→ _Monnickendam Oranjewijk, naar 2029_ → _Marken Minnebuurt, naar 2032._ _Lokaal klein onderhoud voeren we wel uit om de veiligheid en bereikbaarheid te garanderen. De_ _verschuiving van de kapitaallasten is verwerkt in de begroting van 2027 en verder._
Vraag 26 Op pagina 58 staat dat in 2027 nog een tranche van het Sport- en Cultuurfonds wordt toegekend. Welk bedrag resteert hiervoor en welk deel daarvan is beschikbaar voor sport, cultuur en recreatie? Zijn voor recreatieve initiatieven inmiddels aanvragen of toekenningen gedaan?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 27 Op welke wijze is de nieuwe sporthal Monnickendam financieel en beleidsmatig in de begroting 2027 en de meerjarenraming opgenomen? Onder welke benaming en op welke pagina's zijn het investeringskrediet, de kapitaallasten en eventuele overige structurele lasten terug te vinden?
_Antwoord_ _Het investeringskrediet van de Sporthal is opgenomen op blz. 209 van de begroting hierin staan ook de_ _kapitaallasten t/m 2030. De structurele lasten vallen onder programma 5.2 Sportaccommodaties._
Vraag 28 Op pagina 15 wordt gesproken over het versterken van toezicht en handhaving. Welke concrete maatregelen worden hiermee bedoeld? Is uitbreiding van de BOA-capaciteit voorzien? Zo ja, met hoeveel formatie, vanaf wanneer en tegen welke structurele kosten?
_Antwoord_ _In de begroting is het versterken van toezicht en handhaving als doelstelling opgenomen. De concrete_ _maatregelen worden nog uitgewerkt._
15
D66
Vraag 1 (blz. 63: 3.03.2.4) ‘Marken en in Ilpendam is gestart met Welzijn op recept’. Is het voornemen om hiermee ook in Broek in Waterland en Monnickendam te starten? Zo ja, op welke termijn?
_Antwoord_ _Die wens is er wel, maar de haalbaarheid daarvan zal afhangen van de beschikbare SPUK-AZWA middelen_ _vanaf 2027._
Vraag 2 (blz. 83: 4.01.1.4) ‘We houden het ziekteverzuim onder 6%, ….’ Wat is dit percentage op dit moment? Is er sprake van een toename of afname?
_Antwoord_ _Er is sprake van een afname. Het percentage voor de eerste helft van 2026 is 5,66%._
Vraag 3 (blz. 112: bovenste tabel). Het percentage overhead op de verschillende heffingen is in de meeste gevallen hoog. Wat is hiervoor de verklaring?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 4 (blz. 150: OD IJmond). De jaarlijkse bijdrage aan OD IJmond stijgt in 2027 van 199K naar 570K. Wat is hiervan de reden?
_Antwoord_ _Het antwoord op deze vraag volgt op een later moment._
Vraag 5 (blz. 164 Subsidies) De Stichting Kinderopvang Waterland ontving in 2026 € 10.000 en zal in 2027 € 23.000 ontvangen. Wat is de reden dat de subsidie voor deze stichting sterk verhoogd wordt?
_Antwoord_ _De kinderopvangorganisaties ontvangen een subsidie voor kinderen die voorschoolse educatie nodig_ _hebben en/of op sociaal medische indicatie een aantal dagdelen per week naar de kinderopvang gaan. Het_ _aantal kinderen dat wordt doorverwezen kan per jaar verschillen._
16