Vught, 9 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
_Vught, 10 juli 2026_
Onderwerp: Gebruik van de EBZ binnen de Penitentiaire Inrichting Vught
Geacht college,
De VVD heeft kennisgenomen van berichtgeving over het beperkte gebruik van de Extra Beveiligde Zittingslocatie Vught (EBZV) binnen de penitentiaire inrichting (PI) in Vught.
Deze EBZ biedt de mogelijkheid om strafzaken binnen de beveiligde muren van de inrichting te behandelen met als doel vervoersbewegingen van gedetineerden te beperken, veiligheidsrisico's te verminderen en maatschappelijke kosten terug te dringen. Uit de berichtgeving ontstaat echter het beeld dat de voorziening minder wordt gebruikt dan destijds werd beoogd.
Daarom stelt de VVD de volgende vragen aan het college:
1. Heeft het college kennisgenomen van het artikel in het Brabants Dagblad met als titel ‘Rechtbank amper gebruikt – 13 juni j.l. Over het beperkte gebruik van de rechtbankvoorziening binnen de PI? 2. Deelt het college de opvatting dat de Vughtse samenleving onvoldoende profiteert van de speciaal gerealiseerde zittingszaal wanneer deze slechts beperkt wordt gebruikt, terwijl juist minder transportbewegingen, meer veiligheid, minder verkeershinder en lagere maatschappelijke kosten de belangrijkste redenen waren om deze voorziening naar Vught te halen? 3. De VVD krijgt signalen en neemt zelf waar dat het aantal vervoersbewegingen van gedetineerden van en naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) mogelijk weer toeneemt. Herkent het college dit beeld? Beschikt het college over gegevens waaruit blijkt hoe het aantal vervoersbewegingen zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld? 4. Indien sprake is van een toename, hoe beoordeelt het college de gevolgen daarvan en de risico’s die samenhangen met het vervoer van gedetineerden door of langs de bebouwde kom van Vught op het gebied van:
1. de openbare orde en veiligheid; 2. de verkeersveiligheid; 3. het risico op voortgezet crimineel handelen, waaronder ontsnappingspogingen en pogingen tot bevrijding. 5. Welke inspanningen heeft het college sinds de ingebruikname van de EBZV in maart 2025 verricht richting de Raad voor de rechtspraak, het ministerie en het kabinet om het gebruik van de EBZV te bevorderen?
6. Is het college bereid de lobby richting de Raad voor de rechtspraak, het ministerie en de staatssecretaris casu quo het kabinet opnieuw te intensiveren, met als doel zoveel mogelijk daarvoor geschikte zittingen binnen de beveiligde muren van de inrichting in Vught te laten plaatsvinden? 7. Is het college bereid zowel de Raad voor de rechtspraak als het kabinet en de Tweede Kamer nadrukkelijk aan te spreken op het beperkte gebruik van de EBZV en daarbij onder de aandacht te brengen dat hierdoor onnodige vervoersbewegingen, veiligheidsrisico’s, verkeershinder, exploitatiekosten van vervoer en overige maatschappelijke kosten in stand blijven, terwijl juist het beperken daarvan de belangrijkste reden was voor de realisatie van de EBZV?
Tot slot hecht ik er waarde aan om aan deze brief toe te voegen dat de Vughtse VVD zich realiseert dat het college niet verantwoordelijk is voor de operationele inzet van de EBZV en niet bepaalt waar strafzaken door rechtbanken en gerechtshoven worden behandeld. De gestelde vragen zien daarom primair op de rol die het college vanuit haar verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid kan vervullen.
In afwachting van uw beantwoording verblijf ik,
Met hartelijke groeten,
Pepijn Rovers _Woordvoerder Veiligheid_ VVD Vught, Helvoirt & Cromvoirt