Voorschoten, 14 juli 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
457 Vragen o.g.v. artikel 37 Reglement van orde
Datum 12 juni 2026 Steller vragen Jaap Haubrich, VVD Erik Maassen, SP Paul ’t Lam, PRO Marleen Persoon, fractie Persoon Esther Hendriksen, FvD Jolien Schroot, D66 Bart van Horck, CDA Wouter van Duivendijk, Voorschoten Lokaal Onderwerp Bouwweg Starrenburg III Aanleiding: Op 12 mei 2026 hebben de VVD- en SP-fractie schriftelijke vragen gesteld over de ontstane situatie bij de bouwweg Starrenburg III. De op 10 juni ontvangen beantwoording van deze vragen geeft aanleiding voor een aantal vervolgvragen. Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: In de beantwoording van vraag 1 staat dat de ODWH momenteel (nog) geen reden ziet voor afsluiting van de bouwweg maar geeft tevens aan dat “_de ODWH geen bevoegdheid heeft om een_ _weg af te sluiten”._ Vraag 1: Welke instantie heeft deze bevoegdheid tot afsluiting van de weg wél, mocht de ODWH op enig moment van oordeel zijn dat daar een reden voor is? In de beantwoording van vraag 2 staat:_“De ODWH geeft aan dat het nog onduidelijk is of de_ _verdachte laag die onder het menggranulaat aanwezig is uiteindelijk weggehaald moet worden”._ In het advies van de ODWH d.d. 8 mei 2026 aan de Gemeente Voorschoten staat echter (zie onderstaand, punt 2 en 3) dat de staalslakkenhoudende bouwstof volledig verwijderd en afgevoerd moet worden. Aanleiding: Op 12 mei 2026 hebben de VVD- en SP-fractie schriftelijke vragen gesteld over de ontstane situatie bij de bouwweg Starrenburg III. De op 10 juni ontvangen beantwoording van deze vragen geeft aanleiding voor een aantal vervolgvragen. Het college wordt verzocht de volgende vragen schriftelijk te beantwoorden: In de beantwoording van vraag 1 staat dat de ODWH momenteel (nog) geen reden ziet voor afsluiting van de bouwweg maar geeft tevens aan dat “_de ODWH geen bevoegdheid heeft om een_ _weg af te sluiten”._ Vraag 1: Welke instantie heeft deze bevoegdheid tot afsluiting van de weg wél, mocht de ODWH op enig moment van oordeel zijn dat daar een reden voor is? In de beantwoording van vraag 2 staat:_“De ODWH geeft aan dat het nog onduidelijk is of de_ _verdachte laag die onder het menggranulaat aanwezig is uiteindelijk weggehaald moet worden”._ In het advies van de ODWH d.d. 8 mei 2026 aan de Gemeente Voorschoten staat echter (zie onderstaand, punt 2 en 3) dat de staalslakkenhoudende bouwstof volledig verwijderd en afgevoerd moet worden. 457 Vragen o.g.v. artikel 37 Reglement van orde
Vraag 2: Hoe staat de beantwoording van deze vraag in verhouding tot het advies van de ODWH?
In de beantwoording van vraag 2 en vraag 4 staat dat de Last Onder Dwangsom (LOD) 37.500 euro per week bedraagt met een maximum van 150.000 euro. Een LOD kan alleen effectief zijn wanneer de hoogte ervan in verhouding staat tot de financiële gevolgen van het beëindigen van de geconstateerde overtreding. Hoewel er geen wettelijk maximum is opgenomen in de wet, kan uit jurisprudentie opgemaakt worden dat de hoogte voldoende moet zijn om effect na te streven, maar ook niet te hoog mag zijn omdat het anders een punitief karakter zou krijgen [1]
Vraag 3: In hoeverre bent u van mening dat de maximale hoogte van het bedrag het effect zal hebben dat de weg snel verwijderd zal worden? Is het denkbaar dat de hoogte van de last onder dwang lager is dan de economische schade voor de bouwer om de weg open te houden zo lang de procedure loopt?
In de beantwoording van vraag 5 wordt alleen ingegaan op mitigerende maatregelen voor opwaaiend bouwstof in de huidige situatie. Er wordt niet ingegaan op de vraag of deze problematiek ondervangen kan worden indien de bouwweg verwijderd en opnieuw aangelegd moet worden. Juist het mogelijk opnieuw moeten aanleggen van de bouwweg geeft de mogelijkheid om eisen te stellen om overlast in de basis te voorkomen of te beperken. Het BLVC-plan is zo’n mogelijkheid (de L staat voor Leefbaarheid) en wordt in de vergunning van de aansluiting van de bouwweg op de Veurseweg als voorwaarde gesteld voor ingebruikname.
Vraag 4: kan het college aangeven of, indien de bouwweg inderdaad verwijderd moet worden en opnieuw aangelegd, de stofproblematiek op basis van een BLVC plan genoemd in de vergunning structureel ondervangen of beperkt kan worden?
In de beantwoording van vraag 7 staat m.b.t. een door loging en contact met grondwater mogelijke verontreiniging van de ondergrond en grondwater: _“De ODWH geeft aan dat dit nog onbekend is en_ _afhankelijk is van de samenstelling van de verdachte laag”_
Vraag 5: is er contact opgenomen met het Hoogheemraadschap Rijnland om eventuele verontreiniging van de ondergrond/grondwater te onderzoeken? Zo ja, kan aangegeven worden wanneer de resultaten daarvan bekend zijn? Zo nee, waarom niet?
In de beantwoording van vraag 8 staat dat de ODWH aangeeft dat ‘ _het vrijkomende stof afkomstig_ _is van de toplaag die bestaat uit gecertificeerd menggranulaat (zonder staalslakken)’._ In menggranulaat kunnen ook staalslakken verwerkt zijn, met een maximum van 20% van de materialen. Op de Veurseweg zijn door bewoners metalen sporen in ruime mate gevonden in het stof dat nabij de tijdelijke bouwweg ligt. De veronderstelling dat er in de toplaag ook staalslakken verwerkt zijn, is niet heel vreemd.
Vraag 6: “Is op basis van een rechtsgeldig certificaat van de toplaag met zekerheid vast te stellen dat er geen staalslakken in verwerkt zijn”?
Vanuit de gemeente worden de omwonenden primair geïnformeerd door een periodieke update van deze site [Starrenburg III | Voorschoten.](https://www.voorschoten.nl/starrenburg-iii) Dit is in de basis een passieve manier van informatieverstrekking en de situatie is best complex (geworden) gezien de rollen van meerdere partijen en termijnen van bezwaren/zienswijzen etc.
Vraag 7: Kunnen de betrokken omwonenden vanuit de gemeente op een pro-actievere wijze geïnformeerd worden dan nu het geval is?
Toelichting (indien nodig): [ 1] [Uitspraak 200604367/1 | Raad van State](https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@5210/200604367-1/)