Voerendaal, 5 augustus 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Artikel 33 RvO Gemeenteraad Voerendaal
Betreft: Actief toezicht Spreidingswet en betrokkenheid inwoners en gemeenteraad.
Inleiding
Uit berichtgeving is gebleken dat de gemeente Voerendaal door het ministerie onder actief toezicht is gesteld omdat de gemeente niet voldoet aan de opgave uit de Spreidingswet.
VVD Voerendaal is van mening dat de gemeente haar wettelijke taken zorgvuldig moet uitvoeren, maar dat dit nooit ten koste mag gaan van een transparant besluitvormingsproces, de positie van de gemeenteraad en de belangen van de inwoners van Voerendaal.
De gang van zaken rondom de crisisnoodopvang in Ubachsberg in 2024 heeft laten zien dat inwoners en de gemeenteraad werden geconfronteerd met een besluit dat feitelijk al was genomen. De VVD wil voorkomen dat een dergelijke situatie zich opnieuw voordoet. Juist bij besluiten die grote impact hebben op de leefomgeving, veiligheid en het draagvlak binnen onze gemeenschap, is tijdige betrokkenheid van de gemeenteraad en inwoners essentieel.
De VVD-fractie stelt daarom de volgende vragen.
1. Wanneer is het college door het ministerie geïnformeerd over het voornemen om Voerendaal onder actief toezicht te plaatsen en wanneer is de gemeenteraad hierover geïnformeerd? 2. Welke gesprekken hebben inmiddels plaatsgevonden met het ministerie en/of het COA en welke concrete verwachtingen of opdrachten zijn daarbij aan het college meegegeven? 3. Heeft het college tijdens deze gesprekken al toezeggingen gedaan of standpunten ingenomen over mogelijke opvanglocaties, aantallen of termijnen? Zo ja, welke? 4. Kan het college ondubbelzinnig toezeggen dat geen onomkeerbare afspraken of bestuurlijke toezeggingen worden gedaan voordat de gemeenteraad hierover is geïnformeerd en haar kaderstellende rol heeft kunnen vervullen? 5. Welke locaties zijn op dit moment in beeld of worden onderzocht voor eventuele opvang, en op basis van welke objectieve criteria worden deze beoordeeld? 6. Op welke wijze worden de belangen van omwonenden en overige inwoners vooraf betrokken bij eventuele locatiekeuzes en hoe wordt voorkomen dat zij opnieuw voor een voldongen feit worden geplaatst? 7. Welke lessen heeft het college getrokken uit de gang van zaken rondom de crisisnoodopvang in Ubachsberg in 2024 en welke concrete maatregelen zijn genomen om herhaling daarvan te voorkomen? 8. Deelt het college de opvatting dat besluiten met een grote maatschappelijke impact alleen zorgvuldig tot stand kunnen komen wanneer de gemeenteraad en inwoners
vooraf worden betrokken, en niet pas nadat bestuurlijke keuzes feitelijk al zijn gemaakt? 9. Welke concrete inzet pleegt het college richting het ministerie om de belangen van de inwoners van Voerendaal te beschermen, onder andere op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, handhaving, zorg, onderwijs en de druk op gemeentelijke voorzieningen? 10. Is het college bereid als harde randvoorwaarde te hanteren dat eventuele opvang pas aan de orde kan zijn wanneer vooraf aantoonbaar is voorzien in voldoende capaciteit voor veiligheid, handhaving, zorg, onderwijs, bereikbaarheid en een sluitende financiële dekking? 11. In hoeverre brengt het college in de gesprekken met het ministerie naar voren dat de regio Parkstad als geheel reeds een substantiële bijdrage levert aan de opvang van asielzoekers en dat de lasten binnen de regio evenwichtig verdeeld dienen te worden? 12. Is het college bereid de gemeenteraad actief en periodiek te informeren over alle relevante ontwikkelingen, zodat de raad zijn controlerende en kaderstellende rol daadwerkelijk kan uitoefenen? 13. Deelt het college de opvatting van de VVD dat inwoners nooit meer mogen worden geconfronteerd met een voldongen feit zoals bij de crisisnoodopvang in Ubachsberg in 2024, en is het college bereid deze werkwijze expliciet uit te sluiten bij toekomstige besluiten over asielopvang?
In afwachting van uw antwoorden,
VVD Voerendaal Sebastiaan Vliegen