Sittard-Geleen, 1 oktober 2026
Aan het College van B&W gemeente Sittard-Geleen
Datum 29-08-2026
Artikel 43-vragen inzake moestuinen en gezondheid rondom Chemelot
Geacht College,
De VVD-fractie heeft kennisgenomen van het artikel van De Limburger over het indicatieve onderzoek van Antea Group naar de aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) in bodem en regenwater bij volkstuincomplex ’t Mooshöfke in Lindenheuvel.
Chemelot is essentieel voor Sittard-Geleen en onze regio. Het chemiecluster is van groot belang voor onze werkgelegenheid, economie, innovatie en toekomstige welvaart. De VVD wil dan ook dat Chemelot zich verder kan ontwikkelen en een sterke economische motor voor onze regio blijft.
Juist vanwege die belangrijke positie vinden wij het essentieel dat veiligheid, gezondheid en transparantie richting inwoners goed geborgd zijn. Discussies over mogelijke gezondheidsrisico’s moeten wat de VVD betreft worden gevoerd op basis van feiten en betrouwbare informatie, niet op basis van aannames of onnodige onrust.
De resultaten van het onderzoek bij ’t Mooshöfke zijn voor de onderzochte stoffen geruststellend. Voor benzeen, vinylchloride en 1,3-butadieen zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen. Tegelijkertijd is het onderzoek indicatief en beperkt van omvang. Zo zijn de daadwerkelijk geteelde groenten en fruit niet onderzocht en is onder andere niet gekeken naar PFAS, zware metalen en depositie vanuit de lucht.
Daarnaast kunnen mogelijk ook andere lokaal geproduceerde voedingsmiddelen relevant zijn, zoals eieren van hobbykippen die buiten scharrelen en via bodem en stof aan stoffen uit hun omgeving kunnen worden blootgesteld.
Voor de VVD is dit geen aanleiding om bij voorbaat te pleiten voor nieuw of grootschalig onderzoek. Wel willen wij duidelijk hebben wat er reeds bekend en onderzocht is, waar eventueel nog kennishiaten bestaan en of deskundigen aanleiding zien voor proportioneel aanvullend onderzoek.
Daarom stelt de VVD-fractie de volgende vragen aan het college:
1. Hoe beoordeelt het college de resultaten en de beperkingen van het indicatieve onderzoek bij ’t Mooshöfke? Welke conclusies kunnen volgens het college op basis van dit onderzoek wel en niet worden getrokken over het langdurig consumeren van zelfgeteelde producten in de omgeving van Chemelot? 2. Is binnen onze gemeente eerder onderzoek uitgevoerd naar groenten, fruit, eieren van hobbykippen of andere lokaal geproduceerde voedingsmiddelen in de omgeving van
Chemelot op ZZS, PFAS, zware metalen of andere mogelijk relevante stoffen? Zo ja, kan het college aangeven welke onderzoeken dit betreft, waar en wanneer deze hebben plaatsgevonden en de resultaten daarvan aan de raad beschikbaar stellen? 3. Indien dergelijk onderzoek niet of slechts beperkt heeft plaatsgevonden, over welke concrete onderzoeken en metingen beschikt het college momenteel om de mogelijke gezondheidsrisico’s van langdurige consumptie van zelfgeteelde of lokaal geproduceerde voedingsmiddelen rondom Chemelot te kunnen beoordelen? 4. Heeft het college in beeld waar binnen onze gemeente volkstuincomplexen en andere locaties liggen waar op grotere schaal voedingsmiddelen voor eigen consumptie worden geteeld of gehouden en die binnen de mogelijke invloedssfeer van Chemelot liggen? 5. Kan het college, mede op basis van bestaande onderzoeken en in overleg met RIVM en GGD Zuid-Limburg, aangeven of er nog relevante kennishiaten bestaan ten aanzien van de consumptie van zelfgeteelde producten rondom Chemelot? Indien daarvan sprake is, welk aanvullend onderzoek achten deze deskundigen dan noodzakelijk en proportioneel? Kan daarbij tevens worden beoordeeld of onderzoek naar daadwerkelijk geteelde groenten en fruit, eieren van hobbykippen, PFAS, zware metalen en/of depositie vanuit de lucht relevant is? 6. Uit eerdere informatie blijkt dat in delen van het gebied beperkingen gelden voor het gebruik van grondwater. Hoe worden inwoners en gebruikers van volkstuinen hierover momenteel geïnformeerd en is bij het college bekend in hoeverre grondwater nog wordt gebruikt voor het besproeien van consumptiegewassen? 7. Rond andere industriële locaties in Nederland, waaronder Chemours, is uitgebreider onderzoek uitgevoerd naar mogelijke blootstelling via moestuinen en lokaal geproduceerd voedsel. Heeft de gemeente in het verleden overwogen of verzocht om vergelijkbaar onderzoek in de omgeving van Chemelot? Zo ja, wat is daarmee gebeurd? Zo nee, ziet het college naar aanleiding van de recente bevindingen aanleiding om met RIVM, GGD ZuidLimburg en Provincie Limburg te bespreken of de huidige kennisbasis rondom Chemelot voldoende is en de raad hierover te informeren?
Tekenend met een vriendelijke groet, VVD-fractie, Sittard-Geleen Rens Smeets