Rotterdam, 3 september 2026
Schriftelijke vragen Wempe over of de inzet van Social Return daadwerkelijk de grootste meerwaarde oplevert
Partij: Volt
Aan:
Het
college
van
Burgemeester
en
Wethouders
Rotterdam,
3
september
2026
Schriftelijke
vragen
aan
het
college
Betreft:
Meer
impact
met
Social
Return
Geacht
college,
Social
Return
is
voor
Rotterdam
een
belangrijk
instrument
om
via
gemeentelijke
inkoop
maatschappelijke
impact
te
realiseren.
De
Volt-fractie
heeft
de
afgelopen
jaren
daarom
meerdere
malen
aandacht
gevraagd
voor
de
werking
en
doorontwikkeling
van
Social
Return,
onder
meer
via
een
Regeling
van
Werkzaamheden,
een
technische
sessie
en
de
motie
Meer
impact
met
Social
Return
Beleid .
Het
regionale
Social
Return-beleid
2023-2027
stelt
als
uitgangspunt
dat
de
uitvoering
moet
aansluiten
bij
de
arbeidsmarkt.
De
arbeidsmarkt
is
echter
enorm
veranderlijk.
Zo
is
de
arbeidsmarktregio
Rijnmond
de
afgelopen
jaren
gekenmerkt
door
grote
krapte.
De
motie
Meer
impact
met
Social
Return-Beleid
verzoekt
het
college
daarom
te
onderzoeken
voor
welke
mbo-opleidingen
sprake
is
van
een
aantoonbaar
tekort
aan
praktijkplaatsen
en
deze
uitkomsten
te
vergelijken
met
de
mbo-opleidingen
die
via
Social
Return
worden
opgevoerd.
Nu
het
huidige
beleidskader
de
laatste
fase
ingaat,
vinden
wij
het
van
belang
om
niet
alleen
te
kijken
naar
de
vraag
óf
de
Social
Return-verplichting
wordt
ingevuld,
maar
vooral
naar
de
vraag
waar
de
inzet
van
Social
Return
daadwerkelijk
de
grootste
maatschappelijke
meerwaarde
oplevert.
Daarom
stellen
wij
het
college
de
volgende
vragen:
Het
regionale
Social
Return-beleid
stelt
dat
doelgroepen
en
de
bijbehorende
waarderingen
periodiek
worden
aangepast
aan
de
arbeidsmarkt
en
het
bestand
van
mensen
met
een
afstand
tot
de
arbeidsmarkt.
Vraag
1:
Wanneer
zijn
de
doelgroepen
en
waarderingen
binnen
Social
Return
voor
het
laatst
geactualiseerd
en
op
basis
van
welke
gegevens
is
dat
gebeurd?
Is
dit
destijds
met
de
raad
gedeeld?
Zoniet,
waarom
niet?
Vraag
2:
Heeft
het
college
inzicht
in
welke
doelgroepen
binnen
Social
Return
daadwerkelijk
de
grootste
duurzame
uitstroom
realiseren?
Zo
ja,
kan
dit
inzicht
met
de
raad
worden
gedeeld?
Vraag
3:
Hoe
staat
het
met
de
uitvoering
van
de
motie
Meer
impact
met
Social
Return
Beleid
en
wanneer
verwacht
het
college
de
raad
hierover
te
kunnen
informeren?
Vraag
4:
Op
welke
manier
stuurt
het
college
binnen
Social
Return
op
de
doelgroepen
die
op
dat
moment
de
grootste
afstand
tot
de
arbeidsmarkt
hebben?
Vraag
5:
Welke
doelgroepen
overweegt
het
college
toe
te
voegen?
En
bij
welke
doelgroepen
is
de
noodzaak
juist
minder
afgenomen?
Vraag
6:
Welke
mogelijkheden
ziet
het
college
om
de
maatschappelijke
impact
van
Social
Return
verder
te
vergroten,
wanneer
blijkt
dat
bepaalde
invullingen
minder
nodig
zijn
door
ontwikkelingen
op
de
arbeidsmarkt?
Hilgo
Wempe
Volt
Rotterdam