Rheden, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen (artikel 44 RvO) van fractie . 50PLUS over Zorgfraude en inzet Bibob Datum vraag: 07-07-2026 Indiener: Anja van Essen Datum antwoord: 8-7-2026
Geacht college,
Naar aanleiding van signalen over mogelijke misstanden in de zorg heeft onze fractie de volgende vragen:
Aanleiding verkapte zorgfraude
Algemene toelichting op beantwoording vragen
Het college onderschrijft het belang van een integere en rechtmatige uitvoering van de Wmo en Jeugdwet. Misbruik van publieke middelen is onacceptabel en gaat ten koste van inwoners die afhankelijk zijn van passende ondersteuning. Zorgfraude kent uiteenlopende verschijningsvormen, variërend van administratieve onrechtmatigheden tot georganiseerde zorgcriminaliteit.
Afhankelijk van de aard van de zorg en de ontvangen signalen zijn verschillende organisaties verantwoordelijk voor de uitvoering, het toezicht en de handhaving. De gemeente werkt daarbij samen met de daarvoor bevoegde partners en neemt signalen van mogelijke onrechtmatigheid serieus.
Het college geeft bij de beantwoording van onderstaande vragen zoveel mogelijk feitelijke informatie. Waar vragen betrekking hebben op concrete signalen, lopende onderzoeken of andere operationele toezichtinformatie, past het college terughoudendheid. Openbaarmaking van dergelijke informatie kan de effectiviteit van toezicht en handhaving schaden. Daarnaast past het college zorgvuldigheid in de omgang met signalen en vermoedens van onrechtmatigheid. Aanbieders mogen niet op basis van signalen of vermoedens van onrechtmatigheid publiekelijk in verband worden gebracht met fraude voordat zorgvuldig onderzoek heeft plaatsgevonden en betrokkenen in de gelegenheid zijn gesteld daarop te reageren.
1. Kan het college toelichten welke signalen van misstanden en mogelijke fraude bij zorgaanbieders in Rheden bekend zijn, mede in het licht van de situatie in De Steeg waarbij bestuurlijk is ingegrepen en het pand is gesloten?
De situatie in De Steeg laat zien dat ernstige signalen over kwaliteit, veiligheid of mogelijke onrechtmatigheid vragen om samenwerking tussen verschillende
overheidsorganisaties. Afhankelijk van de aard van de signalen hebben verschillende organisaties daarbij een eigen wettelijke verantwoordelijkheid. Het college doet geen mededelingen over concrete signalen, vermoedens van fraude of lopende onderzoeken bij individuele zorgaanbieders. Signalen worden, afhankelijk van de aard ervan, gedeeld met de daarvoor bevoegde toezichthouders of andere samenwerkingspartners. Openbaarmaking van dergelijke informatie kan de effectiviteit van toezicht en handhaving schaden. Daarnaast moeten signalen zorgvuldig worden onderzocht voordat conclusies kunnen worden getrokken.
2. Hoe beoordeelt het college het risico op zorgfraude binnen de Wmo en Jeugdwet in Rheden?
Het college ziet dat zorgfraude ook binnen de Wmo en Jeugdwet een reëel risico is. Landelijk is zichtbaar dat zorgfraude zich ontwikkelt van administratieve onrechtmatigheden naar complexere vormen waarbij ook sprake kan zijn van georganiseerde criminaliteit. Het college ziet geen aanleiding te veronderstellen dat deze ontwikkelingen aan de gemeente Rheden voorbijgaan. Tegelijkertijd geldt dat fraude zich veelal aan het zicht onttrekt totdat signalen aanleiding geven voor nader onderzoek. Juist daarom zet het college in op het serieus nemen van signalen, samenwerking met de daarvoor bevoegde partners en een zorgvuldige opvolging van vermoedens van onrechtmatigheid.
3. Hoeveel onderzoeken naar zorgaanbieders zijn de afgelopen vijf jaar uitgevoerd en hoe vaak leidde dit tot maatregelen of beëindiging van contracten?
Alle signalen over kwaliteit en rechtmatigheid over een zorgaanbieder worden zorgvuldig opgepakt. In de meeste gevallen leidt dit tot maatregelen zoals kwaliteitsgesprekken en aanvullende afspraken. In enkele gevallen heeft dit geleid tot nader onderzoek en bestuurlijke maatregelen. Eén voorbeeld hiervan is bekend bij u via de media. Over de afgelopen vijf jaar zijn 108 volledige overeenkomsten met zorgaanbieders beëindigd (incl. regionale inkoop). De redenen hiervoor zijn verschillend en worden niet op een wijze geregistreerd waarmee kan worden vastgesteld hoeveel beëindigingen het gevolg waren van onderzoek naar kwaliteit, integriteit of rechtmatigheid. De meeste beëindigingen vinden echter plaats op verzoek van de aanbieder zelf.
4. In hoeveel gevallen was sprake van vermoedens van fraude of onrechtmatigheid?
Signalen over zorgaanbieders worden binnen de regionale inkooporganisatie geregistreerd en gemonitord. Daarbij wordt niet afzonderlijk geregistreerd hoeveel signalen kunnen worden aangemerkt als een vermoeden van fraude of onrechtmatigheid. Daarom is hierover geen afzonderlijk cijfer beschikbaar.
5. In welke gevallen past de gemeente de Wet Bibob toe bij zorgaanbieders, en hoe vaak is dit gebeurd binnen het sociaal domein?
De gemeente past de Wet Bibob toe conform de Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Rheden 2025. In deze beleidsregel is opgenomen dat de gemeente een eigen onderzoek kan verrichten bij een overeenkomst zorg vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 wanneer daar op basis van concrete signalen aanleiding voor is. Binnen het sociaal domein is de Wet Bibob tot op heden niet lokaal toegepast. Binnen de Modulaire gemeenschappelijke Regeling (MGR) wordt Bibob in regionaal verband toegepast bij alle zorgaanbieders door middel van een light-toets.
6. Welke maatregelen neemt de gemeente om te voorkomen dat zorg wordt gedeclareerd die niet is geleverd of dat ondeskundig personeel wordt ingezet?
De gemeente zet in op het voorkomen van onrechtmatigheid door vooraf eisen te stellen aan zorgaanbieders bij de contractering. Daarbij worden eisen gesteld aan kwaliteit, deskundigheid en bedrijfsvoering. Gecontracteerde aanbieders blijven verantwoordelijk voor de kwaliteit en veiligheid van de ondersteuning die zij leveren, ook wanneer zij gebruik maken van onderaannemers of zelfstandige professionals. Wanneer daar aanleiding voor is, kan de gemeente verschillende instrumenten inzetten, zoals contractmanagement, kwaliteitstoezicht, rechtmatigheidsonderzoeken en bij signalen de Wet Bibob. Daarbij werkt de gemeente samen met de daarvoor verantwoordelijke partners.
7. Acht het college het huidige toezicht en instrumentarium voldoende om zorgfraude te voorkomen? Zo ja, waarom?
Het huidige instrumentarium biedt een goede basis om signalen van onrechtmatigheid op te pakken. Tegelijkertijd ziet het college dat zorgfraude steeds complexere vormen aanneemt. Daarom blijft het college werken aan de verdere ontwikkeling van kennis, samenwerking en instrumenten.
8. Is het college bereid de raad periodiek te informeren over signalen, onderzoeken en maatregelen rond zorgfraude?
Het college vindt het belangrijk de raad goed te informeren over toezicht, rechtmatigheid en handhaving binnen het sociaal domein. Op welke wijze en met welke frequentie dat gebeurt, vraagt om een zorgvuldige afweging. Het college betrekt dit bij de verdere ontwikkeling van het beleid op het gebied van toezicht,
rechtmatigheid en handhaving.
9. Deelt het college de opvatting dat elke euro die verloren gaat aan zorgfraude direct ten koste gaat van kwetsbare inwoners, en dat daarom maximale inzet op preventie en controle gerechtvaardigd is?
Het college deelt de opvatting dat iedere euro die verloren gaat door zorgfraude of andere vormen van onrechtmatig gebruik niet ten goede komt aan inwoners die ondersteuning nodig hebben. Daarom zet het college in op het voorkomen en bestrijden van onrechtmatigheid en zorgfraude. Daarbij worden de beschikbare instrumenten zorgvuldig, proportioneel en risicogericht ingezet.