Ooststellingwerf, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Mededeling aan de raad
Van : Burgemeester en wethouders Datum B&W : 22 september 2026 Onderwerp: Beantwoording technische vragen OoststellingwerfsBelang omtrent Monitor Sociaal Domein 2025 Portefeuillehouder : Appie Broersma Domein : Samenleving
Kennis te nemen van De beantwoording van de technische vragen van OoststellingwerfsBelang gesteld over de Monitor sociaal Domein 2025.
Inleiding Op vrijdag 4 september heeft OoststellingwerfsBelang vragen gesteld over de Monitor sociaal Domein 2025. Dit naar aanleiding van de behandeling van dit onderwerp tijdens de Raadscommissie Samenleving op 2 september 2026.
Kernboodschap Met deze mededeling aan de raad worden de technische vragen van de fractie van OoststellingwerfsBelang beantwoord.
1. Actualiteit gegevens en burgerpeiling Bij verschillende indicatoren in de Monitor Sociaal Domein 2025 zijn de meest recente gegevens afkomstig uit 2024. Kan het college aangeven bij welke belangrijke indicatoren inmiddels actuelere gegevens beschikbaar zijn? Kan daarnaast worden toegelicht waarom in 2025 geen nieuwe burgerpeiling heeft plaatsgevonden en wanneer de volgende burgerpeiling wordt verwacht?
De monitor Sociaal Domein wordt gevuld vanuit diverse onderzoeksgegevens en bronnen. Externe bronnen kennen soms een ander verschijningsritme. Dat kan om de twee jaar of zelfs om de vier jaar zijn. Dus er zijn op moment van schrijven geen actuelere gegevens beschikbaar.
Zoals door de wethouder toegelicht tijdens de commissie Samenleving gaan we de monitor sociaal domein anders inrichten. Dit heeft tijd nodig en betekent ook dat we het onderdeel burgerpeiling anders gaan invullen. We merken dat de huidige burgerpeiling niet meer representatief is.
2. Jongeren tot 27 jaar Uit de monitor begrijpen wij dat jongeren tot 27 jaar circa 30% van de instroom vormen. Om hoeveel jongeren gaat het concreet, wat zijn de belangrijkste redenen voor deze instroom en welk percentage stroomt binnen respectievelijk 6 en 12 maanden weer uit naar werk of opleiding?
In 2025 zijn er totaal 53 nieuwe bijstandsgerechtigden van 18 tot 27 jaar ingestroomd in Ooststellingwerf. Instroom reden is uiteenlopend (beëindiging studie, uitval werk, verhuizing met bijstand uit vorige gemeente, etc.). Bij de casemanagers wordt opgemerkt dat uitval van studie/werk door psychische kwetsbaarheid of diverse vormen van verslaving ook zorgt voor instroom deze groep. Van de instroom in 2025, is 31% van de jongeren binnen een jaar uitgestroomd naar studie of werk.
3. Participatieladder Uit de monitor blijkt dat 15 uitkeringsgerechtigden één of meerdere treden op de participatieladder zijn gedaald. Kan op hoofdlijnen worden aangegeven wat hiervan de oorzaken zijn en in hoeverre een dergelijke daling tijdelijk is dan wel aanleiding geeft tot aanpassing van de begeleiding?
Oorzaak van de daling is divers. Casemanagers geven aan; terugval tijdens traject door ziekte of psychische klachten, reguliere terugval gedurende het traject, te hoog gegrepen waardoor meer hulp nodig is richting werk, etc. Beide opties zijn mogelijk (tijdelijk dan wel aanpassing begeleiding), per persoon verschillend.
4. Armoede onder kinderen De monitor laat een sterke stijging zien van armoede onder kinderen in eenoudergezinnen. Tevens ligt het aandeel kinderen in armoede in Ooststellingwerf hoger dan het Friese gemiddelde. Om hoeveel kinderen gaat het concreet, wat verklaart deze ontwikkeling en welk deel van deze gezinnen maakt gebruik van de beschikbare gemeentelijke minimaregelingen?
Het gaat naar schatting om 200 tot 225 kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar onder de armoedegrens. Eén verklaring is dat er meer eenoudergezinnen zijn en dat daar ook meer kinderen zijn. Er zijn verschillende lokale minimaregelingen en fondsen beschikbaar. Het gaat dan bijv. om de kleding- en schoenenbonnen en de regelingen die vallen binnen ‘Samen voor alle kinderen’, zoals Stichting Leergeld en het Jeugdfonds Sport en Cultuur. In 2025 zijn er aan 365 kinderen kleding- en schoenenbonnen verstrekt. Bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur zijn 121 aanvragen toegekend. (Het gaat bij deze regelingen om kinderen uit gezinnen met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum).
5. Schuldenproblematiek In de monitor wordt een percentage van 7,2% huishoudens met schuldenproblematiek genoemd. Elders worden cijfers genoemd over inwoners in de schuldhulpverlening. Kan worden toegelicht hoe deze cijfers zich tot elkaar verhouden en welke definities daarbij worden gehanteerd? Kan tevens worden aangegeven welk deel van de huishoudens met problematische schulden naar schatting niet wordt bereikt door de gemeente of ketenpartners?
Schuldhulpverlening is de brede hulpverlening bij geldproblemen, terwijl schuldsanering (de Wsnp) een wettelijk traject bij de rechter is als het niet lukt om via schuldhulpverlening tot een akkoord te komen. Deze laatste zijn in de monitor opgenomen. Het is lastig aan te geven hoeveel mensen er bereikt worden omdat er verschillende toegangen en vormen van ondersteuning zijn.
6. Geldfit Bij Geldfit wordt gesproken over 1.260 'meetbare vervolgstappen'. Wat wordt precies onder een meetbare vervolgstap verstaan en hoeveel unieke inwoners/huishoudens betreft dit?
Via Geldfit ontdekken mensen wat zij kunnen doen om meer grip op hun geld te krijgen. Iedere stap die mensen zetten, telt als meetbare stap. Eén persoon kan meerdere stappen zetten. Het gaat dan bijv. om het invullen van een online tool zoals een proefberekening Toeslagen, aanvragen van lokale voorzieningen, [De](https://devoorzieningenwijzer.nl/gemeente/ooststellingwerf) [Voorzieningenwijzer](https://devoorzieningenwijzer.nl/gemeente/ooststellingwerf) etc.. Maar ook om informatie en advies over bijv. sociale huurwoning, fiscaal partnerschap, eerste baan en salaris. Ook zijn er inwoners doorverwezen naar een vrijwilliger in onze gemeente. Het aantal unieke inwoners wordt niet geregistreerd.
7. Laaggeletterdheid De monitor laat een stijging van laaggeletterdheid zien. Kan worden aangegeven of dit een daadwerkelijke stijging betreft of dat veranderingen in meetwijze, registratie of doelgroep hierbij een rol spelen? Welke groepen zijn hierin met name vertegenwoordigd en hoeveel inwoners worden met het huidige aanbod daadwerkelijk bereikt?
Voorheen werd alleen de leesvaardigheid gemeten (vandaar de term laaggeletterd). Het kunnen lezen is een basisvaardigheid net zoals rekenen, spreken en het gebruik van digitale apparaten (telefoon, computer).
Landelijk gebruiken we nu de term basisvaardigheden . Ook dit wordt gemeten. En verklaard tevens de toename.
De belangrijkste groepen zijn:
- Jongeren: door gebruik van multi-media en de afleiding daarvan, lezen zij minder literatuur en complexe teksten. Het aanbod om leesvaardigheid te vergroten en behouden loopt via het onderwijs en bibliotheken.
- Ouderen: onder de groep ouderen heeft een deel minder lang onderwijs genoten, waardoor zij al minder vaardig zijn op het gebied van lezen. Na pensionering komen ouderen minder in aanraking met complexe teksten of administratieve taken. Hierdoor wordt de leesvaardigheid minder.
- Nieuwkomers: Ook in Ooststellingwerf groeit de groep anderstalige inwoners. Leerplichtigen gaan naar taalscholen in Drachten. Voor volwassenen is er in Ooststellingwerf aanbod voor NT2 (Firda en bibliotheek).
8. Welke drie ontwikkelingen uit deze monitor vindt het college het meest zorgelijk voor onze inwoners? En geven deze ontwikkelingen het college aanleiding om iets in het beleid of de uitvoering anders te gaan doen?
De monitor SD 2025 laat een aantal opvallende zaken zien waaronder een stijging van het aantal mantelzorgers in onze gemeente dat bekend is bij de mantelzorgconsulenten. Ook zien we een stijgende trend in het aantal vroeg signaleringen. Het aantal meldingen neemt mogelijk toe doordat steeds meer organisaties betalingsachterstanden doorgeven via het VPS-portaal (Vindplaats van Schulden). Daardoor komen meer inwoners met beginnende geldproblemen in beeld. Het percentage werkloosheid binnen de gemeente Ooststellingwerf ligt meerdere jaren achtereen onder het Fries gemiddelde maar de instroom neemt wel toe. Deze stijging wijst op een specifieke groep inwoners die moeilijk aan te werk komt. Er wordt extra aandacht besteed aan deze doelgroep door bijvoorbeeld de inzet van gespecialiseerde casemanagers.
Vervolg N.v.t.
Bijlagen N.v.t.