Oosterhout, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vraag op basis van artikel 39 Reglement van orde
van Hannie Broekhoven (fractie Gezond Burger Verstand) over Wet veilige jaarwisseling en ontheffingen vuurwerkafsteekverbod (RIB, zaaknummer 1101440) APV Oosterhout Oosterhout, 24 augustus 2026
Aanleiding Op 23 juli 2026 heeft het college de raad geïnformeerd (RIB 1101440) dat de burgemeester voor de komende jaarwisseling geen ontheffingen zal verlenen op het afsteekverbod uit de Wet veilige jaarwisseling. Onze fractie vindt het uitgangspunt dat inwoners van Oosterhout, in verenigingsverband, de gelegenheid moeten krijgen om vuurwerkshows te organiseren. De gemeenteraad van Oosterhout heeft zich in ruime meerderheid altijd tegen een landelijk vuurwerkverbod uitgesproken, en draagvlak achten wij dan ook een essentiële voorwaarde voor een zorgvuldige lokale uitvoering van deze wet. Wij hebben hierover ook de "Handreiking Ontheffingsbevoegdheid Wet veilige jaarwisseling" van de VNG (juli 2026) en de bijbehorende was-wordt-tabel voor wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (17 juli 2026) bestudeerd. Naar aanleiding van uw brief en deze documenten hebben wij de volgende vragen.
Vragen
Ervaringen uit het verleden 1. Tijdens de jaarwisseling 2020/2021 gold, vanwege de coronapandemie, eveneens een algeheel landelijk vuurwerkverbod zonder mogelijkheid tot ontheffing. Ook toen ontstonden in Oosterhout ernstige ongeregeldheden: een groep van circa veertig personen bekogelde hulpverleners in de Loevensteinlaan met zwaar vuurwerk en stenen, en er braken meerdere branden uit, onder meer aan voertuigen en aan een gevel tussen cafetaria 't Pleintje en Mirac Markt (bron: Omroep Brabant, 7 januari 2021). Welke lessen heeft de burgemeester uit deze ervaring getrokken bij de huidige afweging om voor de jaarwisseling 2026/2027 geen enkele ontheffing te verlenen, ook niet voor georganiseerde, onder toezicht gehouden verenigingsshows? 2. Onderkent het college het risico dat een algeheel verbod zonder legale uitlaatklep, zoals in 2020/2021 bleek, kan leiden tot illegaal afsteken en ordeverstoringen die zich moeilijker laten beheersen dan een beperkt aantal vooraf vergunde, gecontroleerde verenigingsshows op een vaste locatie en tijdstip? Is dit risico van géén ontheffingen verlenen expliciet afgewogen tegen de risico's die aan het wél verlenen van ontheffingen zijn verbonden, of is in de afweging vooral naar de laatste categorie risico's gekeken?
Tijdpad en voorbereiding
3. Sinds wanneer is bekend dat de Wet veilige jaarwisseling per 1 augustus 2026 in werking zou treden, en waarom is niet eerder gestart met de voorbereiding van een ontheffingenkader, zodat verenigingen dit jaar nog in aanmerking hadden kunnen komen? 4. De VNG-handreiking schetst op pagina 26 drie tijdpad-scenario's. In scenario 1 (uiterste beslisdatum burgemeester 29 december) is de uiterste aanvraagdatum 8 september 2026 – een datum die vanaf nu nog haalbaar is. Is dit scenario, met een verkorte aanvraag- en beslistermijn en beperkte ruimte voor bezwaar/beroep, expliciet overwogen en afgewogen tegen het besluit om dit jaar in het geheel geen ontheffingen te verlenen? Zo nee, waarom niet? 5. Is concreet onderzocht wat een lichter, beperkt ontheffingenkader (bijvoorbeeld voor een klein aantal locaties of verenigingen, conform de "Optie 1: Burgemeester wijst locaties aan" uit de handreiking) aan voorbereidingstijd zou vergen, of is zonder die afweging gekozen voor "geen ontheffingen" als categorische oplossing?
Draagvlak en betrokkenheid van de raad 6. De gemeenteraad van Oosterhout heeft zich in het verleden in ruime meerderheid tegen een landelijk vuurwerkverbod uitgesproken. De VNG-handreiking noemt "draagvlak ontheffing onder inwoners" als eerste dimensie van het afwegingskader (§3.1). Op welke wijze is het bestaande lokale draagvlak voor het afsteken van vuurwerk in verenigingsverband, en het eerder ingenomen standpunt van de raad, meegewogen in het besluit om dit jaar geen ontheffingen te verlenen? 7. De toelichting bij de was-wordt-tabel voor de wijziging van de Algemene plaatselijke verordening (VNG, 17 juli 2026) stelt dat het "wenselijk kan zijn voor burgemeesters de gemeenteraad vooraf al te betrekken bij de beslissing van de burgemeester om al dan niet gebruik te maken van de
ontheffingsbevoegdheid en eventueel bij het op te stellen ontheffingsbeleid." De RIB van 23 juli 2026 informeert de raad echter over een reeds genomen besluit. Is de raad, of zijn individuele fracties, voorafgaand aan dit besluit geraadpleegd over het al dan niet verlenen van ontheffingen? Zo nee, is het college bereid de raad voortaan vooraf te betrekken bij deze afweging, zoals de VNG aanbeveelt?
Politiecapaciteit en handhaving 8. De politie geeft aan geen capaciteit te hebben om op ontheffingen te handhaven. Is daarbij onderscheid gemaakt tussen handhaving op algemene, ongereguleerde vuurwerkoverlast enerzijds en toezicht op een beperkt aantal vooraf vergunde, professioneel georganiseerde verenigingsshows op een vaste locatie en tijdstip anderzijds? Dat laatste vraagt in de regel wezenlijk minder handhavingsinzet dan het algemene afsteekverbod, en de handreiking wijst er bovendien op dat de verantwoordelijkheid voor toezicht en handhaving op een verleende ontheffing primair bij de aanvrager zelf ligt. 9. Heeft het college overwogen om, als voorwaarde voor een ontheffing, de organiserende vereniging zelf te laten zorgen voor particuliere beveiliging, extra toezicht of een aansprakelijkheidsverzekering (zoals de handreiking als mogelijke aanvullende eis noemt), zodat een ontheffing niet leidt tot extra inzet van gemeentelijke of politiecapaciteit? 10. Klopt het dat "nagenoeg alle" gemeenten in de regio Zeeland-West-Brabant hetzelfde standpunt innemen? Welke gemeenten wijken hiervan af, en wat is daar de onderbouwing om wel ontheffingen te verlenen?
De professionele, provinciaal vergunde route 11. De VNG-handreiking stelt op pagina 20 expliciet: "De provincie en de omgevingsdiensten beschikken al over uitgebreide kennis en ervaring op het gebied van vuurwerk. Gedurende de rest van het jaar zijn zij verantwoordelijk voor het toezicht op professionele vuurwerkshows en tevens voor de vergunningverlening en de handhaving." Bevestigt het college dat het standpunt "geen ontheffingen" uit de RIB uitsluitend ziet op de nieuwe ontheffingen die de burgemeester op grond van de Wet veilige jaarwisseling kan verlenen aan verenigingen of stichtingen voor het zelf afsteken van consumentenvuurwerk (F2), en dat dit los staat van de reeds bestaande, bij de provincie belegde vergunningverlening voor professioneel evenementenvuurwerk? 12. Welke rol heeft de gemeente zelf nog in die laatste route, bijvoorbeeld via een APVevenementenvergunning, ontheffing geluid, verkeersmaatregelen en brandveiligheid? Is het college bereid om aanvragen van verenigingen die via een professionele, provinciaal vergunde partij een show willen organiseren, actief te faciliteren, in plaats van deze te laten stranden op dezelfde argumenten (korte voorbereidingstijd, capaciteitsgebrek) die nu voor de consumentenontheffingen worden aangevoerd? Voor deze route hoeft de gemeente immers geen nieuw ontheffingenkader te ontwikkelen. 13. Is het college bereid te onderzoeken of, via deze bestaande provinciale/professionele route, voor de komende jaarwisseling alsnog een pilot met één of enkele verenigingsshows haalbaar is op een centrale, goed te beveiligen locatie, gelet op de tijd die nog rest tot 31 december 2026? Dit sluit aan bij het alternatief dat de handreiking zelf noemt: een centrale vuurwerkshow waarbij de gemeente een faciliterende rol vervult en bewoners en partners de verantwoordelijkheid voor de uitvoering dragen. 14. Is het college bekend met verenigingen in Oosterhout die overwegen om via deze professionele/provinciale route alsnog een vuurwerkshow te organiseren voor de komende jaarwisseling?
Bestuurlijke context en transparantie 15. De VNG-handreiking is tot stand gekomen onder regie van onder meer de heer Van Grootheest, burgemeester van Oosterhout, in zijn rol als portefeuillehouder Vuurwerk/Jaarwisseling bij de VNGcommissie Bestuur en Veiligheid. Kan het college toelichten hoe de bij het opstellen van deze landelijke handreiking opgedane kennis over de verschillende opties (waaronder een beperkt ontheffingenkader en het gebruik van de professionele route) is meegewogen bij het Oosterhoutse besluit om dit jaar geen enkele ontheffing te verlenen? 16. De handreiking merkt op dat een besluit om geen ontheffingen te verlenen weliswaar niet bekendgemaakt hoeft te worden, maar dat dit "uit een oogpunt van transparantie en behoorlijk bestuur" wel wenselijk is, bijvoorbeeld door publicatie in het Gemeenteblad. Is dit besluit reeds gepubliceerd, en zo nee, is het college bereid dit alsnog te doen?
Vervolgproces 17. Kan het college toezeggen dat verenigingen die interesse hebben in het organiseren van een vuurwerkshow nu al actief worden geïnformeerd en betrokken bij het opstellen van een ontheffingenkader voor de jaarwisseling 2027-2028, zodat het tijdgebrek van dit jaar zich niet herhaalt? 18. Wanneer verwacht het college de resultaten van het Oosterhoutse DigiPanel en het voorstel over de invulling van toekomstige jaarwisselingen aan de raad voor te leggen?