Nijkerk, 2 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Nijkerk, 2 oktober 2026
Aan het college van B&W van de gemeente Nijkerk
Geacht college,
Op grond van artikel 69 van het Reglement van Orde van de gemeenteraad willen de fracties van het CDA en de CU-SGP vragen stellen over het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe.
Op 16 juni 2026 hebben de colleges van Foodvalley-gemeenten en Putten besloten om de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) Aanpak Veluwe aan te gaan. In de raadsinformatiebrief van 17 juni 2026 is beschreven dat parallel aan de SOK het volledige Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe is opgesteld dat richting geeft aan de aanpak voor de komende tien jaar en een eerste uitwerking bevat van maatregelen en werkwijze.
Tevens wordt in deze raadsinformatiebrief beschreven dat besluitvorming over het plan is voorzien in september 2026.
De fracties van het CDA en de CU-SGP vinden het van groot belang dat helder is wat de consequenties zijn van het uitvoeringsplan voor onze lokale agrarische sector. Daarom stellen wij de volgende vragen:
1. KDW, RKO en de doelen van Aanpak Veluwe Volgens de brief van 26 juni 2026 van de minister van LVVN komt de kritische depositiewaarde (KDW) als wettelijke norm te vervallen en wordt een rekenkundige ondergrens (RKO) geïntroduceerd. Kan het college aangeven welke gevolgen deze wijziging heeft voor de doelstellingen van het Uitvoeringsplan Aanpak Veluwe ten aanzien van emissiereductie, stikstofdepositie en het herstel en behoud van de natuur? En op welke wijze worden deze gewijzigde landelijke uitgangspunten in het uitvoeringsplan verwerkt?
2. Verdeling van emissiereductie via de regionale stikstofbank In het uitvoeringsplan wordt gesproken over het oprichten van een regionale stikstofbank, waarin gerealiseerde emissiereducties worden geregistreerd. Kan het college aangeven volgens welke uitgangspunten en verdeelsleutel de beschikbare emissieruimte wordt ingezet voor respectievelijk natuurdoelen, PAS-melders, interimmers, mobiliteit en woningbouw? Is hiervoor al een concrete verdeling of prioritering vastgesteld?
3. Afdwingbare doelen voor natuurherstel Van onze agrarische ondernemers worden concrete inspanningen en, waar van toepassing, afdwingbare maatregelen ten aanzien van emissiereductie verwacht. Kan het college aangeven welke concrete, meetbare en tijdgebonden doelen (KPI’s) binnen Aanpak Veluwe worden gesteld aan het herstel en behoud van de natuur? Op welke wijze wordt gemonitord of deze doelen worden gerealiseerd en welke consequenties zijn verbonden aan het niet behalen ervan?
4. Economisch perspectief bij extensivering Extensivering van agrarische bedrijven wordt binnen Aanpak Veluwe als één van de
mogelijke ontwikkelrichtingen genoemd. Een dergelijke ontwikkeling kan gevolgen hebben voor de omzet, kostenstructuur en het inkomen van agrarische ondernemers, en daarmee voor de toekomst van deze ondernemers in onze gemeente. Kan het college aangeven welke maatregelen en financiële instrumenten beschikbaar zijn om een economisch rendabel toekomstperspectief bij extensivering te waarborgen? Voor welke periode kunnen ondernemers op deze ondersteuning rekenen en onder welke voorwaarden? In hoeverre vindt er een staatssteuntoets plaats ?
5. Juridische zekerheid bij vergunningverlening Welke concrete juridische waarborgen biedt Aanpak Veluwe aan agrarische ondernemers ten aanzien van vergunningverlening en de rechtszekerheid van bestaande en toekomstige bedrijfsactiviteiten? Kan het college daarbij aangeven welke garanties binnen de bevoegdheid van de gemeente vallen en voor welke aspecten de gemeente afhankelijk is van de provincie of het Rijk?
6. Emissiereductie, dierwaardige veehouderij en netcongestie Hoe verhoudt de landelijke ontwikkeling richting een dierwaardige veehouderij zich tot de emissiereductiedoelstellingen van Aanpak Veluwe? Hoe wordt voorkomen dat beide doelstellingen elkaar in de uitvoering tegenwerken? En hoe wil het college omgaan met de extra elektriciteitsbehoefte van bijvoorbeeld luchtwassers, stikstofkrakers en andere emissiereducerende technieken, zodat agrarische bedrijven tijdig over voldoende netcapaciteit kunnen beschikken?
7. Vertegenwoordiging van de landbouw in de gebiedscommissie In de voorgestelde governance-structuur bestaat de gebiedscommissie uit twee vertegenwoordigers vanuit de overheid, twee vanuit de landbouw, twee vanuit de natuur en twee vanuit de recreatie. Gezien de directe gevolgen van Aanpak Veluwe voor agrarische ondernemers en het landelijk gebied, is het college bereid zich ervoor in te zetten dat de vertegenwoordiging van de landbouw wordt uitgebreid met één extra vertegenwoordiger? Zo nee, waarom niet en op welke wijze wordt volgens het college voldoende recht gedaan aan de belangen van de agrarische sector?
8. Agrarische expertise binnen de expertteams Kan het college aangeven welke deskundigheid wordt betrokken bij de samenstelling van de expertteams die uitvoering geven aan Aanpak Veluwe? Is daarbij specifiek voorzien in voldoende onafhankelijke agrarische expertise, waaronder deskundigheid op het gebied van agrarische bedrijfsvoering, emissiereductie en vergunningverlening? Zo ja, op welke wijze wordt deze expertise geborgd?
9. Besteding van het beschikbare budget Voor de uitvoering van het programma wordt een bedrag van circa €300 tot €600 miljoen genoemd. Kan het college aangeven hoe dit bedrag naar verwachting wordt verdeeld over de verschillende onderdelen van Aanpak Veluwe, zoals natuurherstel, emissiereductie, agrarische maatregelen, innovatie, ondersteuning van ondernemers, vergunningverlening en overige maatregelen? Kan het college daarbij aangeven welk deel naar verwachting rechtstreeks beschikbaar komt voor agrarische ondernemers en welk deel voor andere doelgroepen of maatregelen wordt ingezet?
10.Samenhang en uitvoerbaarheid van Aanpak Veluwe Kan het college aangeven hoe wordt gewaarborgd dat de verschillende onderdelen van Aanpak Veluwe — natuurherstel, emissiereductie, agrarische ontwikkeling, mobiliteit, woningbouw, energie/netcapaciteit en de sociaal-economische gevolgen — in samenhang worden uitgevoerd? Welke concrete verantwoordelijkheden liggen daarbij bij de gemeente Nijkerk, de provincie en het Rijk, en op welke momenten kan de gemeenteraad bijsturen wanneer doelstellingen, financiering of uitvoerbaarheid onvoldoende worden geborgd?
Namens de fractie van het CDA,
Fije Visscher
Namens de fractie van de CU-SGP,
Menno Aman