Leidschendam-Voorburg, 19 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 20 oktober 2026.
Rapport
ARMOEDE IN DE PRAKTIJK
Rosmalen, oktober 2026
EEN ONDERZOEK NA AR TRENDS EN ONTWIKKELINGEN IN HET WERKVELD VAN ARMOEDEBESTRIJDING STOP ARMOEDE IN NEDERL AND
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2
Stichting Armoedefonds is in 2013 opgericht met als doel het bestrijden en verzachten van (de gevolgen van) armoede. Dit doet het Armoedefonds door het ondersteunen van meer dan duizend lokale hulporganisaties met geld, producten en kennis. Deze hulporganisaties zijn actief op het gebied van armoedebestrijding in Nederland. Stichting Armoedefonds gelooft in een maatschappij waarin mensen elkaar steunen en waarin we zorgen voor onze medemens.
Rosmalen, oktober 2026
© Oktober 2026. Tekst- en drukfouten voorbehouden. Citeren uit en verwijzen naar is toegestaan met bronvermelding.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
VOORWOORD
OK T O B E R 2026 | 4
3 op de 10 hulporganisaties ziet jongeren die vanwege financiële problemen hun opleiding niet kunnen beginnen of afmaken. Dat is een statistiek waar je stil van wordt. Hoe kan dat nou, in een welvarend land als Nederland?
Er wordt snel gedacht dat jongeren niet goed met geld om kunnen gaan en onverstandige keuzes maken. Maar hulporganisaties zien andere oorzaken blijkt uit dit onderzoek. Jongeren hebben een onzeker en laag inkomen, kunnen geen buffer opbouwen, en zijn niet op de hoogte van de financiële verantwoordelijkheden die ze vanaf hun 18 [e] plotseling dragen. Enkel investeren in financieel onderwijs of het aan banden leggen van Buy Now, Pay Later- diensten gaat de financiële positie van jongeren dus niet verbeteren. Hiervoor zal een bredere aanpak nodig zijn.
Van een fundamentele aanpak op armoede kunnen we helaas nog niet spreken. Afgelopen Prinsjesdag werd duidelijk dat het kabinet tevreden is met de status quo. Een bittere boodschap voor de 1,7 miljoen financieel kwetsbare Nederlanders die regelmatig voor onmogelijke keuzes staan: een warme maaltijd of warm douchen. Naar de tandarts gaan of een winterjas kopen. Een rekenmachine voor mijn kind of een achterstallige rekening betalen.
De cijfers maken het pijnlijk duidelijk. 2 uit 3 hulporganisaties ziet een stijging in het aantal mensen dat om hulp vraagt. Mensen kloppen aan voor de meest basale producten: voedsel, douchegel, kleding. Lokale hulporganisaties doen essentieel werk, maar komen steeds meer onder druk te staan.
De conclusie is simpel. Er is nú actie nodig om armoede terug te dringen. Dat vraagt om een duidelijke doelstelling vanuit de politiek én een helder plan van aanpak. Tot armoede het land uit is, zullen lokale hulporganisaties essentieel zijn in het verzachten van armoede. Dat staat vast.
| Stichting Armoedefonds
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 8
| Wet | Artikel | Omschrijving | Pagina's |
|---|---|---|---|
| 1.1 ARMOEDE I Na vijf jaar v | N NEDERLAND an dalende armoede | cijfers is in de meeste recente armoedecijfer | s |
(december 2025) een omslag zichtbaar. In 2025 leefden 551.000 Nederlanders onder de armoedegrens, een stijging ten opzichte het jaar ervoor. ~~[1]~~ Het inkomenstekort, dat laat zien hoeveel procent het inkomen van mensen in armoede onder de armoedegrens ligt, is ook opgelopen. Waar het in 2018 nog om 12 procent ging, is dat inmiddels gestegen naar 19 procent. Mensen in armoede komen dus maandelijks steeds meer geld tekort. Daarnaast leven 1,1 miljoen mensen nét boven de armoedegrens. Dat betekent dat zij financieel kwetsbaar zijn en (bijna) geen buffer hebben. Bij een financiële tegenslag komen zij snel in de problemen. Veel mensen maken zich hier zorgen over, en uit onderzoek van het Nibud blijkt dat 38% van de huishoudens het gevoel heeft moeilijk rond te kunnen komen. ~~[2]~~
Verdere statistieken laten geen positiever beeld zien. Het aantal mensen met betaald werk dat onder de armoedegrens leeft is afgelopen jaar toegenomen, inmiddels heeft 48% van de mensen in armoede een betaalde baan. ~~ 3 ~~ Dit blijkt ook uit het onderzoek naar verzorgingsarmoede dat jaarlijks wordt uitgevoerd in opdracht van het Armoedefonds en Kruidvat. 4 op de 10 mensen in verzorgingsarmoede is fulltime werkzaam in loondienst. ~~ 4 ~~ Ook kinderarmoede blijft onveranderd hoog. In een gemiddelde schoolklas van dertig kinderen hebben ongeveer drie kinderen te maken met armoede, of een groot risico daarop. ~~ 5 ~~ Er is ook steeds meer aandacht voor jongeren als financieel kwetsbare groep. Volgens schattingen van het CBS heeft tussen de 20 en 26 procent van de jongeren problematische schulden. ~~ 6 ~~ Uit onderzoek van het Nibud blijkt bovendien dat 54% van de jongvolwassenen tussen de 18 en 30 jaar moeite heeft om rond te komen. ~~ 7 ~~
Daarnaast blijft energiearmoede een onverminderd groot probleem. Net als vorig jaar leven ruim een half miljoen huishoudens in energiearmoede. Wel komen zij een steeds groter bedrag tekort. Huishoudens met een laag inkomen en hoge energiekosten kwamen in 2025 gemiddeld € 624 tekort op de energierekening. Voor huishoudens in een woning van zeer slechte energiekwaliteit is dit tekort zelfs gemiddeld € 1.295. ~~ 8 ~~
Ondanks deze ontwikkelingen spreekt er weinig urgentie uit het landelijke armoedebeleid om armoede structureel terug te dringen. Al in het regeerakkoord van januari was er weinig aandacht voor armoedebestrijding. Op Prinsjesdag 2026 werd duidelijk dat met de aangekondigde plannen, armoede in Nederland stagneert. Er is geen plan van aanpak om het aantal mensen in armoede te laten dalen. Wel werd duidelijk dat het Tijdelijk Noodfonds Energie dat deze winter geopend wordt, bekostigd wordt uit de beschikbare middelen voor armoede- en schuldenbeleid, waardoor een groot deel van het budget voor structurele armoedebestrijding direct wordt
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 9
uitgeput. Tegelijkertijd wilde het kabinet bezuinigen op het socialezekerheidsstelsel, waardoor de financiële risico’s bij ziekte en werkloosheid groter worden. Juist mensen met een laag inkomen kunnen deze risico’s nauwelijks opvangen, want zij hebben geen financiële buffer om een inkomensdaling of extra zorgkosten te dragen. De bezuinigingen zijn uiteindelijk van tafel, maar deze voorbeelden illustreren de beperkte politieke urgentie waarmee armoede momenteel wordt benaderd.
1.2 DOEL EN BELANG Wat de bovengenoemde cijfers laten zien is meer dan alleen financiële tekorten. Armoede beperkt mensen niet alleen in wat zij kunnen betalen, maar ook in hoe zij kunnen meedoen aan de samenleving.
Wie geen geld heeft voor verzorgingsproducten of menstruatieproducten ervaart schaamte en sociale uitsluiting. Kinderen die geen zonnebrandcrème hebben, blijven binnen of lopen gezondheidsrisico’s. Mensen die hun energierekening niet kunnen betalen brengen de winter door in koude, vochtige woningen, met alle gevolgen voor hun fysieke en mentale gezondheid. Problematische schulden leiden bovendien tot stress, gezondheidsklachten, verlies van werk en hoge maatschappelijke kosten. De impact van armoede strekt zich daarmee uit tot ver buiten de portemonnee.
Juist daarom zijn lokale armoedehulporganisaties van onschatbare waarde. Zij vormen voor veel huishoudens een eerste hulplijn. Door hun laagdrempelige karakter bieden zij praktische steun die de meest acute nood verlicht. Ze brengen rust in een moeilijke situatie en kunnen mensen doorverwijzen naar meer structurele hulp. Daarmee spelen zij een essentiële rol in het voorkomen dat mensen verder buiten de samenleving komen te staan. Bovendien hebben hulporganisaties een uniek en actueel beeld van de werkelijkheid achter de cijfers. Door hun dagelijkse contact met mensen in armoede zien zij als eerste veranderingen in het aantal hulpvragen, de aard van de problemen en de groepen die ondersteuning nodig hebben.
Toch wordt hun maatschappelijke betekenis niet altijd voldoende erkend. Daarom houdt het Armoedefonds jaarlijks een vinger aan de pols door armoedehulporganisaties te vragen naar:
- Het aantal hulpvragen dat zij in het afgelopen jaar hebben ontvangen;
- De belangrijkste trends, ontwikkelingen en thema’s die zij signaleren;
- De mate waarin zij beschikken over voldoende financiële middelen, materialen en menskracht om hulp te bieden;
- Hun verwachtingen over de ontwikkeling van de hulpvraag in het komende jaar.
Met dit onderzoek brengen we niet alleen de ervaringen van lokale hulporganisaties in beeld, maar geven we ook inzicht in ontwikkelingen die in de officiële cijfers vaak pas veel later zichtbaar worden. Daarmee vormt dit onderzoek een belangrijke aanvulling op de landelijke statistieken en een onmisbare graadmeter voor de ontwikkeling van armoede in Nederland in de praktijk.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 0
Ook besteden we in onze onderzoeken regelmatig extra aandacht aan een actueel thema. In dit onderzoek hebben we hulporganisaties specifiek gevraagd naar welke problematiek zij zien bij jongeren in armoede of met financiële problemen. Signalen uit andere onderzoeken wijzen erop dat deze doelgroep steeds meer moeite heeft om rond te komen. In de politiek is veel aandacht voor de financiële situatie van jongeren, maar met name op het gebied van schulden door Buy Now, Pay Later-diensten. Door hulporganisaties die in direct contact staan met jongeren te vragen naar de problematiek die zij zien bij deze groep, proberen we een beter beeld te krijgen van waar jongeren tegenaan lopen en welke oorzaken daarvoor aan te wijzen zijn.
1.3 DATAVERZAMELING Eind juli 2026 heeft Stichting Armoedefonds een vragenlijst verspreid onder ruim 1.300 hulporganisaties door heel Nederland die zich inzetten voor mensen met een krappe beurs. In totaal vulden 652 unieke organisaties de vragenlijst in tussen juli en september. Het invullen van de afzonderlijke vragen was niet verplicht; sommige vragen zijn dus ingevuld door minder organisaties. De groep respondenten bestaat uit een diverse mix van hulporganisaties, zoals weergegeven in figuur 1.3.1. Met name organisaties uit de categorie ‘andere hulporganisatie’ vullen het onderzoek in. Dit zijn meestal armoedehulpinitiatieven die maar in één gemeente actief zijn en niet onder een landelijke koepel vallen. Veel van hen bieden hulp op meerdere vlakken, bijvoorbeeld door het uitgeven van voedsel én kleding.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 1
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 2
De meeste hulporganisaties bieden (een combinatie van) voedselhulp (46%), hygiëneen verzorgingsproducten (44%), kleding (39%) of schoolspullen (34%) aan. Zie figuur 1.3.3
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 3
Lokale hulporganisaties hebben een belangrijke positie binnen de samenleving en staan dagelijks in contact met mensen die ondersteuning nodig hebben. Vanuit die directe betrokkenheid merken zij welke problemen zich voordoen, welke groepen daar het meeste last van hebben en of de druk op de hulpverlening groter wordt. Hun ervaringen geven daardoor een waardevol beeld van de ontwikkelingen en trends op het gebied van armoedehulp. Daarom is aan hen gevraagd: hoe zijn de hulpvragen in het afgelopen jaar veranderd?
2.1 AANTAL HULPVRAGEN Ieder jaar vraagt Stichting Armoedefonds aan lokale hulporganisaties of zij een verandering hebben gemerkt in het aantal hulpvragen. 631 organisaties hebben gereageerd op deze vraag. 66% van deze armoedehulporganisaties zag in het afgelopen jaar een stijging in het aantal hulpvragen. Bij 30% van de hulporganisaties bleef het aantal hulpvragen ongeveer gelijk. Slechts 4% van de hulporganisaties geeft aan dat zij een daling in het aantal hulpvragen hebben gemerkt. Zie figuur 2.1.1.
Het aantal hulporganisaties dat een stijgend aantal hulpvragen registreert neemt ieder jaar toe (figuur 2.1.2). In oktober 2024 ging het nog om 50% van de organisaties, in 2025 steeg het naar 60% en dit jaar gaat het om 66%. Hoewel het niet met zekerheid te zeggen is wat de oorzaak van deze stijging is, kan het betekenen dat meer mensen in financiële problemen verkeren. Bijvoorbeeld door stijgende inflatie en energiekosten.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 4
80%
60%
40%
20%
0%
| r 2.1.2 Percentage hulporganisaties dat een stijging in hulpvragen ervaart, 2024-2026 | Col2 | Col3 | Col4 |
|---|---|---|---|
| 6 | 0% 6 | 6% | |
| 5 | 0% |
2024 2025 2026
2.2 AARD VAN DE VERANDERINGEN IN HULPVRAGEN Hulporganisaties is ook gevraagd onder welke groepen de hulpvragen vooral zijn toegenomen het afgelopen jaar (figuur 2.2.1). Hieruit komt naar voren dat meer dan de helft van de hulporganisaties (55%) meer hulpvragen krijgt van alleenstaande ouders. Verder ziet 32% van de hulporganisaties een toename in het aantal vluchtelingen (met of zonder verblijfsvergunning) dat om hulp vraagt. 30% ontvangt steeds meer hulpvragen van ouderen. Slechts 2% van de hulporganisaties die de vraag hebben beantwoord geeft aan dat de hulpvraag onder geen enkele groep is toegenomen.
Net als de afgelopen twee jaar hebben we lokale hulporganisaties gevraagd welke ontwikkeling zij zien in het aantal mensen met betaald werk dat bij hen aanklopt. 44% van de hulporganisaties geeft aan een stijging te ervaren bij deze doelgroep (figuur 2.2.2). Het percentage hulporganisaties dat een toename ziet in het aantal hulpvragen van mensen met betaald werk stijgt ieder jaar. In 2024 was dit nog 36%,
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 5
in 2025 ging het om 42%. 32% geeft aan geen zicht te hebben op deze doelgroep. Als we enkel kijken naar organisaties die daar wel zicht op hebben, ziet 65% een stijging in het aantal hulpvragen van mensen met betaald werk. Dit sluit aan bij resultaten uit ander onderzoeken. Zo blijkt uit CBS-cijfers dat 48% van de mensen in armoede een betaalde baan heeft. ~~ 9 ~~ Ook onderzoek van het Nibud laat zien dat 39% van de werkenden moeite heeft om rond te komen. ~~ 10 ~~
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 6
Lokale hulporganisaties hebben dagelijks contact met mensen die financieel kwetsbaar zijn. Daardoor hebben zij goed zicht op waar mensen als eerste tegenaan lopen wanneer ze niet rondkomen. Daarom hebben we aan deze organisaties gevraagd waar de mensen die bij hen om hulp vragen het moeilijk mee hebben in het dagelijks leven (figuur 3.1).
3.1 WAAR LOPEN HULPVRAGERS IN HET DAGELIJKS LEVEN TEGENAAN? Het grootste struikelblok voor hulpvragers zijn huishoudelijke uitgaven zoals boodschappen. 69% van de hulporganisaties ziet dat mensen hier problemen mee hebben. Daarnaast ziet een even grote groep hulporganisaties (68%) dat het ontbreken van een financiële buffer voor moeilijkheden zorgt. De mensen die bij hen komen hebben amper of geen spaargeld, en komen met één onverwachte rekening in de problemen. Een derde van de hulporganisaties ziet dat de mensen die ze helpen kampen met schulden die een impact hebben op het dagelijks leven. Ook energiekosten (55%) en zorg- en tandartskosten (46%) worden vaak genoemd.
Dat hulpvragers het lastig hebben met dagelijkse boodschappen blijkt ook uit de essentiële producten waar volgens hulporganisaties een groot tekort aan is (figuur 3.1.2). Het vaakst worden voedsel (62%) en verzorgingsproducten (61%) genoemd. Ook aan schoolspullen is een groot tekort, ziet 42% van de hulporganisaties. Uit eerder onderzoek van het Armoedefonds blijkt dat vooral duurdere schoolspullen zoals laptops en rekenmachines een probleem vormen. ~~ 11 ~~
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 7
Aan de hulporganisaties is ook gevraagd aan welke verzorgingsproducten veel behoefte is onder de hulpvragers (figuur 3.1.3). Uit de antwoorden blijkt dat mensen met name behoefte hebben aan shampoo en douchegel, menstruatieproducten en wasmiddel. Dit komt grotendeels overeen met resultaten uit een onderzoek naar verzorgingsarmoede uitgevoerd door Ipsos I&O in opdracht van Kruidvat en het Armoedefonds. ~~ 12 ~~
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 8
3.2 GEVOLGEN VAN ARMOEDE Armoede en financiële problemen zorgen voor veel moeilijkheden in het dagelijks leven, zoals hierboven beschreven. We vroegen aan hulporganisaties welke gevolgen zij zien van de geldzorgen die hulpvragers hebben (figuur 3.2.1). Uit de antwoorden blijkt dat hulporganisaties vaak zien dat mensen zich schamen (79%), gestrest of in paniek zijn (69%), en eenzaam raken (66%). Een opvallend resultaat is dat bijna de helft van de organisaties (49%) fysieke gezondheidsklachten zien die gerelateerd zijn aan de financiële problematiek van de hulpvragers. Bijvoorbeeld omdat ze geen medicijnen kunnen kopen, of in een huis met schimmel wonen omdat de verwarming aanzetten te duur is.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 1 9
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 0
Onder jongvolwassenen van 18 tot en met 30 jaar is het aandeel dat moeite heeft met rondkomen het afgelopen jaar van 40 naar 54 procent gestegen, blijkt uit onderzoek van Nibud ~~ 13 ~~. Ook hebben jongvolwassene vaak maar een kleine of geen enkele financiële buffer. Bijna de helft (49%) van de Nederlandse jongeren (16 tot en met 27 jaar) heeft een financiële schuld. ~~ 14 ~~ De financiële situatie van jongeren krijgt dan ook steeds meer aandacht in de media en in de Tweede Kamer. Het Armoedefonds wilde weten wat hulporganisaties in de praktijk merken van de toenemende geldzorgen onder jongeren. Daarom hebben we hierover aanvullende vragen gesteld, met een focus op de leeftijdscategorie 18 t/m 27 jaar.
4.1 ONTWIKKELING HULPVRAGEN DOOR JONGEREN Hulporganisaties is gevraagd welke verandering zij zien in het aantal jongeren dat bij hen om hulp vraagt (figuur 4.1.1). 36% van de hulporganisaties geeft aan dat zij een stijging ervaren in het aantal jongeren dat bij hen aanklopt, 26% ziet dat het aantal gelijk blijft, en 1% geeft aan een daling te ervaren. 38% van de hulporganisaties geeft aan hier geen zicht op te hebben. Als we enkel de antwoorden bekijken van armoedehulporganisaties die hier wel voldoende zicht op hebben, dan zien we dat 57% een stijging ervaart. 42% geeft aan dat het gelijk blijft, en slechts 1% ziet een daling. De signalen dat het niet goed gaat met de financiële gezondheid van jongeren worden bevestigd door een stijging in het aantal jongeren dat aanklopt bij hulporganisaties.
4.2 AARD VAN FINANCIËLE PROBLEMEN BIJ JONGEREN Hulporganisaties is ook gevraagd welke problemen ze vooral zien bij de jongeren die ze helpen (figuur 4.2.1). De meest genoemde problemen zijn het hebben van schulden (51%), het ontbreken van een financiële buffer (48%) en het hebben van stress door
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 1
geldzorgen (42%). Ook de hoge woonlasten vormen een probleem. 41% ziet dat jongeren geen woonruimte kunnen vinden, en 30% ziet jongeren die hun huidige woonlasten niet kunnen betalen. Een probleem wat specifiek is voor deze doelgroep is het bekostigen van een studie. 1 op de 5 hulporganisaties ziet jongeren die moeite hebben met het betalen van hun opleiding.
Gevraagd naar de oorzaken van financiële problemen bij jongeren, geven veel hulporganisaties meerdere antwoorden (figuur 4.2.2). Ruim een derde van de hulporganisaties ziet dat jongeren in de problemen komen door de hoge dagelijkse kosten van boodschappen en andere basisproducten. Even vaak noemen hulporganisaties dat de overgang naar 18 jaar, wanneer jongeren plotseling veel financiële verantwoordelijkheden krijgen, een oorzaak is van financiële problemen. Het Nibud publiceerde eerder dit jaar een rapport over de financiële knip op 18 jaar, waaruit ook blijkt dat het voor zowel jongeren als hun ouders niet altijd duidelijk is wat de gevolgen van deze veranderingen zijn. ~~ 15 ~~
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 2
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 3
4.3 GEVOLGEN VAN FINANCIËLE PROBLEMEN ONDER JONGEREN Financiële problemen hebben grote gevolgen in het leven van jongeren. Net als bij hulpvragers uit andere doelgroepen leidt het tot gevoelens van schaamte en stress. 44% van de hulporganisaties ziet dat het ook zorgt voor mentale gezondheidsklachten zoals angst, depressie en burn-out. Ook ziet 41% dat jongeren door hun geldzorgen niet mee kunnen doen met sociale activiteiten. Een ander gevolg met veel impact voor jongeren is dat ze hun opleiding niet kunnen beginnen of afmaken. 29% van de hulporganisaties ziet jongeren die hier tegenaan lopen. Ook ziet een kwart van de organisaties (24%) dat jongeren dak- of thuisloos raken door hun financiële situatie.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 4
Hulporganisaties spelen een essentiële rol in het verzachten en bestrijden van armoede. Steeds meer mensen lukt het niet om rond te komen en kloppen aan bij hulporganisaties voor basisproducten zoals voedsel en verzorgingsproducten, voor schoolspullen, voor hulp bij schulden, of voor een luisterend oor. Hoewel het belangrijk is dat mensen hulporganisaties weten te vinden, zet de toename in hulpvragen de organisaties wel onder druk. Het is niet vanzelfsprekend dat hulporganisaties voldoende (vrijwillige) medewerkers, financiële middelen, producten, tijd, en kennis hebben om deze stijging op te vangen. Daarom hebben we armoedehulporganisaties gevraagd naar hoe zij er zelf voorstaan.
5.1 HULPVRAGEN Gemiddeld hielpen de hulporganisaties het afgelopen jaar 1.343 mensen (figuur 5.1.1). Dat is een lichte stijging ten opzichte van 2025, toen hielpen hulporganisaties gemiddeld 1.304 hulpvragers. In 2024 gaven hulporganisaties nog aan gemiddeld 1.119 mensen te helpen in een jaar. Deze stijgende trend houdt dus al drie jaar aan.
Figuur 5.1.1 Aantal mensen geholpen in een jaar
Oktober 2024 Oktober 2025 Oktober 2026
Gemiddeld 1.119 1.304 1.343
Mediaan 300 315 310
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 5
Sommige hulporganisaties zien zich door het groot aantal hulpvragen genoodzaakt om met een wachtlijst te werken (figuur 5.1.2). Zij kunnen niet iedereen die zich aanmeldt voor hulp onmiddellijk helpen. 1 op de 9 hulporganisaties (11%) geeft aan dat dit voor hen het geval is. De organisaties die met een wachtlijst werken hebben gemiddeld 57 mensen op de wachtlijst staan (mediaan is 27). Het duurt gemiddeld 67 dagen voordat mensen van de wachtlijst af zijn en geholpen kunnen worden. Dat is iets korter dan vorig jaar, toen mensen op de wachtlijst nog gemiddeld 78 dagen moesten wachten.
Gevraagd naar het verwachte aantal hulpvragen in het komende halfjaar geeft een groot gedeelte van de hulporganisaties aan dat zij een stijging verwachten, namelijk 84% (figuur 5.1.3). Slechts 16% verwacht niet dat het aantal hulpvragen zal stijgen. Dit is vergelijkbaar met de resultaten van vorig jaar, toen 83% een stijging verwachtte.
5.2 MIDDELEN VAN HULPORGANISATIES We vroegen hulporganisaties naar hun financiële situatie (figuur 5.2.1). Slechts de helft van de hulporganisaties (54%) geeft aan dat ze zich op dit moment met hun eigen middelen redden. 33% geeft aan dat ze hulp van derden nodig hebben, en 13% moet de reserves aanspreken. Voor 3% is de financiële situatie zo slecht dat het voorbestaan van de organisatie op het spel staat. Gezien de essentiële hulp die lokale organisaties bieden, is het zorgwekkend dat zoveel organisaties aangeven geen comfortabele financiële situatie te hebben.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 6
Voor veel hulporganisaties is steun vanuit de (lokale) overheid belangrijk. Ruim twee derde van de hulporganisaties geeft aan subsidies van de gemeente, een ministerie of een andere overheidsinstantie te ontvangen (figuur 5.5). Dit geld wordt gebruikt om een fysieke locatie te bekostigen, om medewerkers te betalen, om projecten uit te kunnen voeren, en om de opleiding van betaalde en onbetaalde medewerkers te financieren. Maar een groot deel van de subsidies zijn kortdurend. De meeste hulporganisaties geven aan subsidies voor maximaal een jaar te ontvangen. Dit maakt het een onzeker inkomen en zorgt ervoor dat hulporganisaties soms niet weten of ze als de subsidie afloopt nog door kunnen gaan met hun activiteiten.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 7
Hulporganisaties is ook gevraagd met hoeveel medewerkers, zowel betaald als onbetaald (vrijwilligers) zij hun werk doen. Gemiddeld hebben hulporganisaties minder betaalde medewerkers dan vorig jaar. De mediaan is net als vorig jaar 0. Het grootste aantal hulporganisaties heeft dus geen betaalde medewerkers. Enkele grote armoedehulporganisaties maken dat het gemiddelde op 24 ligt. We zien een opvallende stijging in het aantal vrijwilligers per organisatie. Dit zijn er 317, ten opzichte van 100 in 2025. De mediaan verschuift echter amper, wat doet vermoeden dat er een of enkele zeer grote organisaties de vragenlijst hebben ingevuld die daarmee het gemiddelde omhooghalen.
Figuur 5.2.3 Hoeveel medewerkers hebben hulporganisaties
| Betaalde medewerkers | Col2 |
|---|---|
| Oktober 2025 Oktober 2026 | Oktober 2025 Oktober 2026 |
| 31 | 24 |
| 0 0 | 0 0 |
| Vrijwilligers | Col2 |
|---|---|
| Oktober 2025 Oktober 2026 | Oktober 2025 Oktober 2026 |
| 100 | 317 |
| 28 30 | 28 30 |
Gevraagd naar de menskracht (zowel betaald als onbetaald) van hun organisatie geeft 65% aan dat ze voldoende mensen hebben (figuur 5.7). Ruim een derde van de hulporganisaties antwoordt dat ze mensen tekortkomen. Er is vooral een tekort aan vrijwilligers, dat geeft 26% van de hulporganisaties aan. 6% komt alleen betaalde krachten tekort en 4% heeft een tekort aan zowel betaalde krachten als vrijwilligers.
“ De hoeveelheid hulpvragers groeit zo hard, dat we meer fte moeten
aannemen en daar hebben we nu de financiering niet voor. ” Rotterdamse Douwers
De aanhoudende stijging van het aantal hulpvragen legt steeds meer druk op hulporganisaties. Het is zorgwekkend dat een significant deel van de hulporganisaties er financieel niet comfortabel voorstaat en dat ruim een derde aangeeft onvoldoende
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 8
mankracht te hebben, zowel betaald als onbetaald. Dat 11% van de hulporganisaties inmiddels met een wachtlijst moet werken, laat zien dat deze druk zich voor een deel van de organisaties al vertaalt in beperkte beschikbaarheid van hulp. Tegelijkertijd verwacht 84% van de hulporganisaties dat het aantal hulpvragen in de komende zes maanden verder zal toenemen. Het risico ontstaat dat hulporganisaties deze stijging in de toekomst onvoldoende kunnen opvangen.
“ Voor dit jaar gaat het nog goed, als de forse stijging die we nu zien doorzet,
hebben we volgend jaar een tekort. ” Leergeld Stichtse Vecht
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 2 9
Stichting Armoedefonds werkt nauw samen met ruim 1.300 lokale armoedehulp organisaties verspreid door heel Nederland. Voor dit periodieke onderzoek hebben 652 van deze hulporganisaties hun waardevolle inzichten gedeeld. Door hen te bevragen, brengen we niet alleen de staat van de lokale armoedebestrijding in kaart, maar leggen we ook bloot waar de grootste zorgen én veerkracht liggen.
In dit hoofdstuk vatten we de antwoorden op de vier centrale vragen van dit onderzoek samen.
1. HOE HEBBEN HULPVRAGEN ZICH ONTWIKKELD IN AARD EN AANTAL HET AFGELOPEN JAAR?
Bij een meerderheid van de hulporganisaties nam het aantal hulpvragen toe in het afgelopen jaar. Deze stijging is al meerdere jaren zichtbaar en het aandeel organisaties dat een toename ziet, groeit al sinds 2024. De ontwikkeling lijkt daarmee onderdeel van een langdurige trend en niet van een tijdelijke opleving. Vooral alleenstaande ouders, mensen met betaald werk, jongeren en vluchtelingen doen vaker een beroep op hulp.
Een stijgende hulpvraag kan verschillende oorzaken hebben. Zo kunnen hogere prijzen en vaste lasten ervoor zorgen dat meer mensen hulp nodig hebben. Tegelijkertijd kunnen een grotere bekendheid van hulporganisaties en een afnemend taboe op armoede ertoe leiden dat mensen eerder hulp zoeken. Op basis van dit onderzoek kan niet worden vastgesteld in welke mate deze verschillende factoren bijdragen aan de stijging. Het is goed mogelijk dat meerdere ontwikkelingen tegelijkertijd spelen. Hoe dan ook betekent het dat veel mensen hulp nodig hebben en hulporganisaties meer middelen en ondersteuning nodig hebben om aan deze vraag te voldoen.
2. HOE ZIET DE PROBLEMATIEK VAN HULPVRAGERS ERUIT? WAAR HEBBEN ZIJ HET MOEILIJK MEE?
De problematiek waarmee mensen bij lokale hulporganisaties aankloppen, laat zien dat veel mensen moeite hebben om de stijgende kosten van dagelijkse levensbehoeften te betalen. Boodschappen, energie en benzine zijn kostenposten die mensen in de problemen brengen. Dit maakt zichtbaar dat veel huishoudens een kwetsbare financiële positie hebben en niet in staat zijn stijgende kosten op te vangen.
Dit beeld wordt bevestigd door de vraag waar mensen die bij hulporganisaties aankloppen concreet behoefte aan hebben. Het gaat vaak om de meest basale producten: voedsel, verzorgingsproducten, kleding en schoolspullen.
Veel hulporganisaties zien dat armoede en geldzorgen ook sociale en persoonlijke gevolgen hebben. Schaamte, stress en eenzaamheid worden veel genoemd. Ook
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 3 0
mentale gezondheidsklachten komen regelmatig voor. Financiële problemen kunnen daarmee doorwerken in verschillende onderdelen van het dagelijks leven en het welzijn van mensen.
3. HOE ZIET DE PROBLEMATIEK VAN JONGERE HULPVRAGERS ERUIT? WELKE ONTWIKKELINGEN ZIEN HULPORGANISATIES BIJ DEZE DOELGROEP?
Meer dan de helft van de organisaties die zicht heeft op deze ontwikkeling, ziet een stijging van het aantal jongeren dat om hulp vraagt. Dit sluit aan bij signalen uit andere recente onderzoeken dat steeds meer jongeren moeite hebben om financieel rond te komen. De problematiek onder jongeren lijkt in veel opzichten op die van andere hulpvragers. Schulden, het ontbreken van een financiële buffer en moeite met dagelijkse kosten worden veel genoemd. Tegelijkertijd zijn er specifieke knelpunten. Zo noemen veel organisaties het gebrek aan betaalbare woonruimte als een belangrijk probleem voor jongeren.
Als belangrijkste oorzaken van financiële problemen noemen hulporganisaties de hoge kosten van dagelijkse levensbehoeften en de financiële overgang bij de 18 [e] verjaardag. Ook jongeren die werken, hebben niet altijd voldoende inkomen om rond te komen. Een derde van de organisaties ziet daarnaast het gebruik van Buy Now, Pay Later-diensten (zoals Klarna) als een probleem.
De gevolgen van financiële problemen zijn ook onder jongeren breder dan alleen geldgebrek. Schaamte, stress en mentale gezondheidsklachten worden veel genoemd. Daarnaast kunnen jongeren door geldproblemen minder deelnemen aan sociale activiteiten. Zorgwekkend is dat bijna een derde van de organisaties ziet dat jongeren hierdoor hun studie niet kunnen beginnen of afmaken. Financiële hebben daarmee niet alleen gevolgen voor hun huidige situatie, maar werken door in hun verdere leven.
4. IN WELKE MATE ZIJN LOKALE HULPORGANISATIES OP DIT MOMENT IN STAAT (GESTELD) OM AAN DE HULPVRAGEN TE VOLDOEN?
De groeiende hulpvraag legt steeds meer druk op lokale armoedehulporganisaties. Bij een meerderheid van de organisaties neemt het aantal hulpvragen toe. Voor 1 op de 9 hulporganisaties is de vraag inmiddels zo groot dat zij met een wachtlijst werken. Mensen die hulp nodig hebben, kunnen daardoor niet altijd direct worden geholpen. Mensen moeten vaak een hele grote drempel over voordat ze om hulp vragen, wanneer ze dan op een wachtlijst geplaatst worden kan dat ervoor zorgen dat ze weer terug in hun schulp kruipen waardoor problematiek verergert.
Ook de hulporganisaties zelf staan voor uitdagingen. Een deel verkeert financieel in onzekerheid en sommige hulporganisaties lopen het risico hun werkzaamheden te moeten beëindigen. Daarnaast heeft ruim een derde een tekort aan medewerkers. Juist bij een stijgende hulpvraag beperkt dit de mogelijkheden om meer mensen te ondersteunen. Ook korte looptijden van subsidies maken het voor hulporganisaties lastig om de continuïteit van hun hulpverlening te waarborgen.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 3 1
De verwachting voor de komende periode is duidelijk: meer dan vier op de vijf organisaties verwachten dat de hulpvraag verder zal stijgen. Niet alle hulporganisaties zullen deze groei zonder meer kunnen opvangen. De toenemende vraag naar hulp vraagt daarom niet alleen om voldoende capaciteit, maar ook om financiële en organisatorische continuïteit bij de organisaties die deze hulp bieden.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 3 2
De resultaten van dit onderzoek laten zien dat armoede in Nederland voor veel mensen een dagelijkse realiteit is. Op basis van de signalen van lokale armoedehulporganisaties doen we daarom vier aanbevelingen.
1. ONTWIKKEL EEN PASSENDE ARMOEDEDEFINITIE Niet alle mensen die bij lokale hulporganisaties aankloppen, zijn volgens de officiële definities arm. Toch zijn zij afhankelijk van hulp voor basisproducten zoals voedsel en verzorgingsproducten. Dit laat zien dat de huidige definitie van armoede niet alle financiële kwetsbaarheid in beeld brengt. Zo vallen groepen als dak- en thuisloze mensen buiten beeld en spelen schulden een grote rol in financiële problemen, terwijl deze niet als onderdeel van de armoededefinitie worden meegenomen. Een bredere definitie is nodig om de omvang en aard van armoede beter zichtbaar te maken en beleid daarop af te stemmen.
2. STEL ALS DOEL: ARMOEDE NAAR NUL Ieder gezin dat in armoede leeft, is er één te veel. Armoede heeft grote gevolgen voor mensen zelf en hun gezinnen. Naast financiële problemen zien hulporganisaties veel stress, schaamte, eenzaamheid en mentale gezondheidsklachten. Deze gevolgen raken niet alleen mensen zelf, maar maatschappij als geheel. Daarom is een duidelijke politieke doelstelling nodig om armoede terug te dringen naar nul. Daar hoort ook een concreet en plan van aanpak bij, ontwikkeld samenwerking met mensen die armoede zelf ervaren en met het maatschappelijk middenveld. Zo wordt het terugdringen van armoede niet alleen een ambitie, maar een gezamenlijke en toetsbare verantwoordelijkheid.
3. GEEF JONGEREN BREDERE FINANCIËLE ZEKERHEID De financiële problemen van jongeren vragen om meer aandacht dan alleen de aanpak van schulden en Buy Now, Pay Later-diensten. Hoewel deze problemen relevant zijn, laten de resultaten van dit onderzoek zien dat hoge dagelijkse kosten en de financiële overgang rond het 18 [e] jaar vaker als oorzaken van geldproblemen bij jongeren worden genoemd. Het beleid zou daarom ook moeten inzetten op een zeker en toereikend inkomen voor jongeren. Daarbij is extra aandacht nodig voor de overgang naar financiële zelfstandigheid vanaf het 18 [e] jaar en voor de vraag hoe gezinnen en jongeren in deze fase beter ondersteund kunnen worden.
4. ERKEN DE ESSENTIËLE ROL VAN LOKALE HULPORGANISATIES Lokale armoedehulporganisaties spelen een essentiële rol in de bestrijding van armoede. Zij zijn vaak een eerste plek waar mensen terechtkunnen wanneer het financieel echt niet meer gaat. Door hun lokale aanwezigheid, laagdrempeligheid en het vertrouwen dat zij hebben opgebouwd, bereiken zij mensen die niet altijd
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 3 3
via andere wegen hulp zoeken. De ondersteuning die zij bieden, van voedsel en verzorgingsproducten tot praktische en sociale hulp, geeft mensen ruimte om tijdelijk op adem te komen. Tegelijkertijd staat deze hulp onder druk door de groeiende hulpvraag, vrijwilligerstekorten en financiële onzekerheid. Daarom is duurzame ondersteuning nodig, zodat lokale hulporganisaties hun belangrijke rol kunnen blijven vervullen, ook wanneer de vraag naar hun hulp verder toeneemt.
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 3 4
1 CBS, Leven in Armoede 2025, longreads.cbs.nl/leven-in-armoede-2025/
2 Nibud, Geldzaken in de Praktijk 2026, www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapportgeldzaken-in-de-praktijk-2026/
3 CBS, Leven in Armoede 2025, longreads.cbs.nl/leven-in-armoede-2025/
4 Ipsos I&O, Onderzoeksrapport Verzorgingsarmoede 2026, www.armoedefonds.nl/wpcontent/uploads/2026/06/Ipsos-Verzorgingsarmoede-Barometer-2026-Rapport.pdf
5 CBS, Leven in Armoede 2025, longreads.cbs.nl/leven-in-armoede-2025/
6 Movisie, Verdieping: jongvolwassenen en geldzorgen. www.movisie.nl/verdiepingjongvolwassenen-geldzorgen
7 Nibud, Geldzaken in de Praktijk 2026, www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapportgeldzaken-in-de-praktijk-2026/
8 TNO en CBS, monitor energiearmoede 2025, www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2026/30/afnameenergiearmoede-stagneert-in-2025
9 CBS, Armoedecijfers 2025, www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/51/stijging-armoede-na-vijfjaar-daling
10 Nibud, Geldzaken in de Praktijk 2026, www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapportgeldzaken-in-de-praktijk-2026/
11 Armoedefonds, Kinderen in armoede: het effect van een lege schooltas, 2026, www.armoedefonds.nl/wp-content/uploads/2026/08/Onderzoek-ArmoedefondsKinderen-en-Schoolspullen.pdf
12 Ipsos I&O, Onderzoeksrapport Verzorgingsarmoede 2026, www.armoedefonds.nl/wpcontent/uploads/2026/06/Ipsos-Verzorgingsarmoede-Barometer-2026-Rapport.pdf
13 Nibud, Geldzaken in de Praktijk 2026, www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapportgeldzaken-in-de-praktijk-2026/
14 ING, nieuws.ing.nl/nl-NL/241043-ing-onderzoek-helft-van-jongeren-van-generatie-zheeft-schulden/
15 Nibud, Rapport De financiële knip op 18 jaar, www.nibud.nl/onderzoeksrapporten/rapportde-fnanciele-knip-op-18-jaar-2026/
A R M O E D E I N D E P R A K T I J K
OK T O B E R 2026 | 3 5