Kerkrade, 14 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vragen SP Kerkrade commissie AZM 14-09-2026
6.1 Zienswijzeprocedure Meerjarenbeleidsplan/meerjarenbegroting Gemeenschappelijke Regeling Historisch Centrum Limburg
1. In de meerjarenbegroting wordt een jaarlijkse stijging van de cao-kosten met 3% gedeeltelijk opgevangen door medewerkers die met pensioen gaan selectief niet te vervangen. Om hoeveel functies of FTE gaat dit naar verwachting in de periode 2028–2031 en welke gevolgen heeft dit voor werkdruk, dienstverlening, toezicht en toegankelijkheid van de archieven?
Het gaat daarbij om circa 4,4 fte (5 medewerkers), zonder dat dit gevolgen heeft voor werkdruk, dienstverlening, toezicht en toegankelijkheid van de archieven. Eén van de betrokken medewerkers is als tijdelijke verhuiscoördinator belast met de tijdelijke taak van inhuizing van archieven van nieuwe GR-deelnemers. Drie anderen waren werkzaam voor het AMV-project dat het HCL voor het Nationaal Archief uitvoerde en welke op initiatief van het NA per 1 januari 2026 voortijdig is beëindigd. Zij voeren momenteel op boventallige basis werkzaamheden uit. De loonkosten van deze drie medewerkers worden tot aan pensionering betaald uit een afkoopsom die het HCL in dit kader van het NA heeft ontvangen. De taken van de vijfde medewerker, een medewerker huisvesting, worden na pensionering verdeeld over de resterende huisvestingsmedewerkers. Tegelijkertijd wordt geïnvesteerd in personele capaciteit om de extra werkzaamheden als gevolg van de toename van het aantal GR-partners – met name op het gebied van dienstverlening, toezicht & advies en e-depot – op te kunnen vangen, zodat de werkdruk op deze gebieden in de pas blijft lopen.
2. Voor 2031 wordt €100.000 aan additionele e-depotinkomsten geraamd die nog niet aan specifieke deelnemers zijn toegewezen. Hoe wordt een eventuele tegenvaller opgevangen?
Een eventuele tegenvaller kan worden opgevangen uit de bestaande Voorziening e-depot (voorziening DTR-gelden) of uit algemene reserves. Gezien de reeds getoonde interesse van diverse GR-deelnemers om – op termijn – gebruik te gaan maken van het e-depot, is de verwachting dat de geraamde € 100.000 extra inkomsten per 2031 meer dan realistisch is.
3. Het Rijk is per 1 januari 2027 uit de gemeenschappelijke regeling getreden, terwijl voor 2028–2031 nog aanzienlijke SPUK-, huur- en onderhoudsbijdragen van het Rijk worden geraamd. Op basis van welke afspraken of regelingen blijven deze bijdragen na het uittreden doorlopen, voor welke periode zijn deze gegarandeerd en welk financieel risico ontstaat voor de overige deelnemers wanneer deze bijdragen wijzigen of wegvallen?
Voormalig minister Arie Slob (OCW) heeft in november 2021 het formele besluit genomen dat het Rijk terugtreedt uit de gemeenschappelijke regelingen (GR) van de elf Regionaal Historische Centra (RHC's). Redenen waren 2-ledig: a) het is niet passend en wenselijk om als Rijk deel te nemen in GR’en met een verder uitsluitend decentrale samenstelling, b) de archivering van digitale Rijksarchieven dient bij voorkeur landelijk centraal te worden belegd (in een landelijk e-depot voor de Rijksoverheid). De uittreding van het Rijk kent dus een politieke grondslag, en is daarbij gekoppeld aan de inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet, vandaar de datum van 1 januari 2027. Het feit dat het Rijk uit de GR stapt, heeft geen invloed op de uitgevoerde taken dan wel daartoe door het Rijk structureel ter beschikking gestelde middelen, noch voor haar archieftaak noch voor de huur- en onderhoudsbijdrage. Deze afspraken zijn vastgelegd in zowel de Archiefwet, als in verschillende Bestuursakkoorden tussen OCW en alle RHC’s. De ontwikkeling van de SPUK-bijdrage volgt daarbij hetzelfde regime als de ontwikkeling van de huidige lumpsumbijdrage, en ook de wijze van verantwoording blijft ongewijzigd. Mocht het Rijk onverhoopt besluiten haar aan het HCL gedelegeerde taken elders onder te brengen – hetgeen alleen mogelijk is bij een wijziging van de Archiefwet dan wel het structureel in gebreke blijven van het HCL bij de aan haar gedelegeerde taakuitvoering
- dan is als overgangs- en transitieperiode gedurende vijf jaar de volledige doorbetaling van de SPUK-bijdrage gegarandeerd.