Houten, 21 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
SCHRIFTELIJKE VRAGEN [1] AAN HET COLLEGE
ZOALS BEDOELD IN ART. 36 RVO
Registratienummer: ( _in te vullen door de raadsgriffie)_
Datum: 25-08-2026
Aan de voorzitter van de raad
Steller van de vragen: Daan Blauw - ChristenUnie Houten
Onderwerp : Zorgvuldig omgaan met te water geraakte dieren
_Het college/de burgemeester_ _[2]_ wordt verzocht de volgende vraag, vragen schriftelijk te beantwoorden:
1. Is het college bekend met het probleem dat duiven en mogelijk andere dieren in Houtense watergangen te water raken en vervolgens niet zelfstandig uit het water kunnen komen? 2. Deelt het college de mening van de ChristenUnie dat het beperken van bijvoorbeeld de duivenpopulatie en het voorkomen van onnodig dierenleed twee verschillende vraagstukken zijn, en is het bereid voor beide vraagstukken afzonderlijk passende maatregelen te treffen? 3. Houdt de gemeente bij hoeveel meldingen zij ontvangt van dieren die in gemeentelijke watergangen te water zijn geraakt en niet zelfstandig uit het water kunnen komen, waaronder meldingen van verdronken dieren? 4. Kan het college aangeven welke partij verantwoordelijk is voor de watergangen waar dit probleem zich voordoet en voor het beheer en onderhoud daarvan? Kan hierbij onderscheid worden gemaakt tussen gemeentelijke watergangen en watergangen die onder verantwoordelijkheid van het waterschap vallen? 5. Is het college bekend met voorzieningen, zoals vlonders, loopplankjes, uitklimtrapjes, drijvende rustplekken of andere voorzieningen waarmee dieren uit het water kunnen komen? Zijn dergelijke voorzieningen in Houten of elders in Nederland al toegepast? 6. Is het college bereid te onderzoeken wat de kosten en praktische gevolgen zouden zijn van het plaatsen van een dergelijke voorziening (zoals genoemd bij vraag 5) op enkele geschikte locaties in Houten? Hierbij vragen wij het college ook te kijken naar gevolgen voor onderhoud, waterbeheer, veiligheid, ecologie en inpassing in de omgeving (passend in de groenblauwe uitstraling). 7. Ziet het college mogelijkheden om dergelijke voorzieningen (zoals genoemd bij vraag 5) te combineren met bestaand beleid of bestaand onderhoud op het gebied van biodiversiteit, ecologie en een groene leefomgeving? 8. Welke inhoudelijke, technische, juridische, financiële of ecologische bezwaren ziet het college tegen het plaatsen van voorzieningen (zoals genoemd bij vraag 5) die dieren de mogelijkheid geven om het water te verlaten? 9. Is het college bereid om te onderzoeken of een kleinschalige proef met enkele voorzieningen (zoals genoemd bij vraag 5) relatief goedkoop en praktisch uitvoerbaar is? Zo nee, waarom niet?
Indien nodig een toelichting:
ChristenUnie Houten heeft kennisgenomen van de signalen over duiven en mogelijk andere dieren die in de Houtense watergangen (bijvoorbeeld in de buurt van Het Rond) terechtkomen en daar niet zelfstandig uit kunnen komen. De petitie _‘Voorkom het verdrinken van duiven in Houten’_ heeft inmiddels veel steun gekregen van inwoners.
De ChristenUnie vindt dat het beperken van de (duiven)populatie en het voorkomen van onnodig dierenleed twee verschillende vraagstukken zijn. Verdrinking vinden wij geen gewenste of diervriendelijke vorm van populatiebeheer. Je hoeft daarmee bijvoorbeeld niet vóór méér duiven te zijn om vóór het voorkomen van verdrinking te zijn.
Vanuit het uitgangspunt van goed rentmeesterschap willen wij daarom graag weten welke mogelijkheden er zijn om dieren die in het water terechtkomen, op een eenvoudige en proportionele manier de mogelijkheid te geven om er weer uit te komen.
Daarbij vinden wij het belangrijk om ook te kijken naar de kosten, verantwoordelijkheid, veiligheid, ecologie en aansluiting bij bestaand beleid en onderhoud.
Alvast grote dank aan het college en de ambtelijke organisatie voor het beantwoorden van de vragen!
Ondertekening en naam indiener(s):
Daan Blauw ChristenUnie Houten
_1 Begripsomschrijving:_
_Schriftelijke vragen aan het college_ _: het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over_ _aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair_ _van informatieve strekking. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats; in ieder geval binnen 30 dagen nadat_ _de vragen zijn binnengekomen._
_Wijze van indienen van schriftelijke vragen:_ _de vragen worden bij de voorzitter van de raad ingediend (art. 36, tweede lid Reglement van orde voor de werkzaamheden van_ _de gemeenteraad)._
_2 Schriftelijke vragen worden schriftelijk beantwoord. Indien mondelinge beantwoording gewenst is, kan het raadslid dit_ _aangeven. Mondelinge beantwoording vindt indien mogelijk plaats in de eerstvolgende debatraad._