Hoorn, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Technische vragen EénHoorn
Agendapunt 5.2 Vaststellen nieuwe Verordening Duurzaamheids- en stimuleringsregeling VvE's 2026-2030
Algemene raadscommissie dinsdag 1 september 2026
Beste raadsleden,
Fractie EénHoorn heeft op 26 augustus technische vragen gesteld over agendapunt 5.2 Vaststellen nieuwe Verordening Duurzaamheids- en stimuleringsregeling VvE's 2026-2030.
Onderstaand treft u de vragen aan. Deze zijn gepubliceerd in IBabs.
Inleiding: Bij de bestudering van de stukken is geconstateerd dat de specifieke woonvorm 'woonwagen' niet expliciet is opgenomen of meegenomen in de reikwijdte van deze stimuleringsregeling.
Tegelijkertijd valt op dat in artikel 2, lid c andere bijzondere en aparte woonvormen, te weten woonboten en woonarken, wél expliciet worden genoemd en daarmee toegang krijgen tot de stimuleringsregeling.
Zowel het College voor de Rechten van de Mens als de Rijksoverheid benadrukken dat de woonwagencultuur en de woonwagen als woonvorm wettelijke bescherming en gelijke behandeling behoeven, ook op het gebied van volkshuisvesting en verduurzaming. Vanuit de lokale woonwagenbewoners is bovendien nadrukkelijk vernomen dat zij het expliciet opnemen van de woonwagen in gemeentelijk beleid en regelingen ervaren als een cruciale en noodzakelijke erkenning van hun unieke woonvorm. Met het oog op deze rechtsgelijkheid, de menselijke maat en de behandeling van verschillende woonvormen heeft de fractie de volgende technische vragen:
1. Gelijke behandeling woonvormen: Waarom is er in deze verordening voor gekozen om woonboten en woonarken (onder artikel 2.c) wél expliciet op te nemen als aparte doelgroep binnen deze regeling, maar is een vergelijkbare aparte en erkende woonvorm als de woonwagen volledig buiten de tekst gelaten?
_Antwoord:_ _Een woonwagen is een zelfstandige woonruimte en valt daarom binnen artikel 2 Toepassingsbereik._ _Hierdoor is het niet nodig om deze expliciet op te nemen._
2. Definitie en reikwijdte: Welke argumenten rechtvaardigen het onderscheid dat hierin gemaakt wordt tussen bewoners van een specifieke woonvorm op het water versus een specifieke woonvorm op het land, aangezien beide groepen voor soortgelijke verduurzamingsuitdagingen staan?
_Antwoord:_ _Zie antwoord onder 1, een woonwagen is een zelfstandige woonruimte en valt daarom binnen artikel 2_ _Toepassingsbereik. Door woonboten en woonarken expliciet te noemen wordt verduidelijkt dat ook_ _deze specifieke woonvormen onder het toepassingsbereik van de verordening vallen._
3. Uitsluiting: Betekent de huidige formulering in het raadsvoorstel dat bewoners van woonwagens in Hoorn de facto worden uitgesloten van deze specifieke gemeentelijke stimuleringsregeling voor de periode 2026-2030? Zo ja, hoe rijmt het college dit met het landelijke beleidskader omtrent gelijke behandeling van woonwagenbewoners?
_Antwoord:_
_Zie antwoord onder 1: woonwagens worden niet uitgesloten en kunnen op grond van artikel 2 een_ _duurzaamheidslening aanvragen._
4. Erkenning en aanpassing verordening: Is de portefeuillehouder mede in het licht van de door bewoners ervaren behoefte aan erkenning van hun woonvorm bereid om via een nota van wijziging de verordening aan te vullen, zodat ook woonwagens (al dan niet in collectief beheer) expliciet aanspraak kunnen maken op deze duurzaamheidsondersteuning?
_Antwoord;_ _Dit is niet nodig, zie antwoord onder 1._