Heusden, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
POSTADRES Gemeente Heusden Postbus 41 5250AA Vlijmen
BEZOEKADRES Julianastraat 34 Vlijmen
T (073) 513 17 89 F (073) 513 17 99 E info@heusden.nl
DIGITAAL LOKET www.heusden.nl
BANKRELATIE NL54BNGH0285003909 Gemeente Heusden gebruikt uw persoonsgegevens uitsluitend voor het doel waarvoor zij zijn verstrekt. Voor meer informatie kunt u onze privacy-pagina raadplegen op www.heusden.nl A.H. Aarts
ONS KENMERK: 2232438 UW KENMERK: UW BRIEF VAN: 28 augustus 2026 BEHANDELD DOOR: Drs. J.M.H. Kuijsten ONDERWERP: Vragen ex art. 67 RvO over Eigen bijdrage Wmo AANTAL BIJLAGEN: 0 DATUM: 28 september 2026 VERZ. 28 september 2026
Beste meneer Aarts,
In antwoord op uw brief van 28 augustus 2026 vindt u hieronder de beantwoording van uw schriftelijk gestelde vragen over Eigen bijdrage Wmo.
Vraag 1 Kan het college bevestigen dat achter de gerapporteerde uitnuttingspercentages individuele Wmo-beschikkingen liggen? Op welke concrete wettelijke grondslag kan een individueel toegekende maatwerkvoorziening vanwege een algemeen capaciteitstekort bij gecontracteerde aanbieders gedurende langere tijd niet of slechts gedeeltelijk worden uitgevoerd, zonder dat de individuele beschikking wordt gewijzigd? Graag de relevante wettelijke bepaling(en) en jurisprudentie noemen.
Antwoord Inwoners die recht hebben op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden hebben daarvoor een individuele beschikking ontvangen. In die beschikking wordt allereerst het te behalen resultaat (‘een schoon en leefbaar huis’) vastgelegd en de daarvoor noodzakelijke activiteiten vastgelegd. Daarnaast is in de beschikking de omvang van de hulp bij het huishouden in minuten per week vastgelegd.
We streven naar volledige uitnutting volgens de afgegeven beschikking. Aanpassing van deze beschikking is op dit moment niet aan de orde. Langdurige onder-uitnutting is niet gestoeld op een wettelijke grondslag maar betreft gevolgen van de uitvoering van overeenkomsten.
Vraag 2 Hoe verhoudt de in Heusden gevolgde werkwijze van het verdelen van schaarse capaciteit zich tot ECLI:NL:CRVB:2024:702, waarin de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het college onzorgvuldig handelde en niet daadwerkelijk een passende bijdrage leverde toen de toegekende zorg in natura voor de individuele cliënt feitelijk niet passend beschikbaar was? Heeft het college juridisch laten toetsen of de Heusdense werkwijze hiermee verenigbaar is? Zo ja, ontvangen wij die juridische onderbouwing graag.
Antwoord In de aangehaalde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep was een specifiek geval aan de orde aangaande de gemeente Meppel. In die zaak had het college in eerste instantie een maatwerkvoorziening in de vorm van pgb voor beschermd wonen verleend. De cliënt vroeg vervolgens tijdig om een verlenging van die maatwerkvoorziening. Het college heeft langere tijd nodig gehad voor het onderzoek waarna het uiteindelijk een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura toekende, zonder dat er een geschikte aanbieder voor de cliënte beschikbaar was en daar ook geen onderzoek naar was gedaan door het college. Onder die Ons KENMERK 2232438 Onderwerp vragen ex art. 67 RvO over Eigen bijdrage Wmo Datum 28 september 2026 Pagina 2 van 4
omstandigheden oordeelde de Centrale Raad dat het college de inwoner met lege handen had laten staan en daardoor onzorgvuldig had gehandeld.
In individuele beschikkingen hebben inwoners een maatwerkvoorziening in de vorm van zorg in natura toegekend gekregen. Ter uitvoering van die maatwerkvoorzieningen zijn na een zorgvuldig doorlopen aanbestedingsprocedure verschillende zorgaanbieders geselecteerd. Voor zover het handelen van deze zorgaanbieders ertoe leidt dat bepaalde cliënten niet volledig de ondersteuning ontvangen waarop zij zijn aangewezen betreuren wij dat ten zeerste. Wij zetten ons tot het uiterste in om passende acties te ondernemen die zowel zijn gericht op de betreffende aanbieder als op het vergroten van het gecontracteerde aanbod om deze onwenselijke situatie te verbeteren.
Vraag 3 Indien het college voorafgaand aan of tijdens de uitvoering wist, dan wel redelijkerwijs kon voorzien, dat een reëel risico bestond dat de gecontracteerde capaciteit onvoldoende zou zijn om individuele Wmo-beschikkingen volledig uit te voeren: op welke juridische grondslag mogen de praktische en financiële gevolgen van het verwezenlijken van dat risico vervolgens bij de individuele inwoner terechtkomen? Graag hierbij afzonderlijk ingaan op het zorgvuldigheidsbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel, het evenredigheidsbeginsel en - voor zover van toepassing - het vertrouwensbeginsel.
Antwoord Een individuele inwoner heeft in beginsel aanspraak op uitvoering van de aan die inwoner toegekende maatwerkvoorziening. Dat volgt ook uit het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. In overeenstemming met de wet hebben wij aan zorgvuldig geselecteerde aanbieders de opdracht verstrekt om de maatwerkvoorzieningen te leveren. Onder meer als gevolg van personeelstekorten bij de aanbieders is het niet in alle gevallen mogelijk gebleken om cliënten te ondersteunen voor alle toegekende ondersteuning. Daarom zetten wij verschillende acties in om die situatie op een zo kort mogelijke termijn te verbeteren. Dit is in lijn met het zorgvuldigheids- en evenredigheidsbeginsel.
Het is vervelend wanneer cliënten minder huishoudelijke ondersteuning ontvangen dan is afgesproken. Wij hebben oog en begrip voor de impact die dit kan hebben op het dagelijks leven van betrokken inwoners. Samen met de aanbieders blijven wij ons inspannen om cliënten de ondersteuning te bieden waar zij recht op hebben. Daarbij zoeken wij voortdurend naar mogelijkheden om de beschikbare capaciteit zo goed mogelijk in te zetten en de gevolgen voor cliënten zoveel mogelijk te beperken.
Vraag 4 Hoe verhoudt het laten doorlopen van de eigen bijdrage zich tot artikel 20, derde lid, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026 en artikel 6 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2026, waarin het gebruik respectievelijk het in gebruik zijn van de maatwerkvoorziening centraal staat, wanneer de individueel toegekende ondersteuning door onvoldoende gecontracteerde capaciteit feitelijk niet of slechts gedeeltelijk wordt geleverd? Graag onderscheid maken tussen de administratieve inning door het CAK en de eigen verantwoordelijkheid van het college voor de beschikbaarheid en uitvoering van de voorziening.
Ons KENMERK 2232438 Onderwerp vragen ex art. 67 RvO over Eigen bijdrage Wmo Datum 28 september 2026 Pagina 3 van 4
Antwoord Op grond van het bepaalde in artikel 2.1.4a van de Wmo 2015 wordt bij verordening bepaald in welke gevallen een eigen bijdrage voor een maatwerkvoorziening is verschuldigd. De (maximale) hoogte van die bijdrage volgt vervolgens uit artikel 2.1.4a, derde lid van de wet. Vaststelling, herziening en inning van de eigen bijdrage gebeurt verplicht door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) overeenkomstig de in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vastgestelde regels. In artikel 20, derde lid van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden is – voor zover hier van belang – bepaald dat een eigen bijdrage is verschuldigd zolang de inwoner gebruik maakt van de maatwerkvoorziening en afhankelijk is van het inkomen en vermogen van de inwoner en zijn of haar echtgenoot. Omdat aan de individuele bewoners een maatwerkvoorziening is verstrekt en zij daarvan ook gebruikmaken zijn deze inwoners een eigen bijdrage verschuldigd. Er bestaat niet de ruimte om geheel of gedeeltelijk van een eigen bijdrage af te zien of deze te herzien op de grond dat een cliënt niet (altijd) alle uren geleverd krijgt waarop deze op grond van de beschikking is aangewezen. In het geval een inwoner eigen bijdrage heeft betaald maar een volledige kalendermaand geen ondersteuning vanuit de Wmo heeft ontvangen kan er bezwaar gemaakt worden tegen de factuur. Aangezien de verwerking van de eigen bijdrage via het CAK verloopt, is dit een zaak voor de inwoner, aanbieder en het CAK. Inwoners die niet zelf of met hulp van hun eigen netwerk bezwaar kunnen maken, kunnen voor ondersteuning terecht bij het geldzakenspreekuur of het juridisch loket.
Vraag 5 Heeft het college op individueel cliëntniveau zicht op welke inwoners hun beschikking niet volledig uitgevoerd hebben gekregen en welke gevolgen dit voor hen heeft gehad, zoals noodgedwongen hulp door familie of derden, zelf ingekochte hulp of het uitstellen van noodzakelijke huishoudelijke werkzaamheden? Zo ja, hoe worden die individuele gevolgen beoordeeld? Zo nee, hoe verhoudt een uitsluitend generieke benadering via uitnuttingspercentages en “verdeling van schaarste” zich tot het individuele karakter van de beschikking en de zorgvuldigheid die artikel 3:2 Awb verlangt?
Antwoord Wij hebben zicht op de hoeveelheid ondersteuning inwoners hebben ontvangen per maand. Deze gegevens worden ook gedeeld met de raad, zoals te lezen is in de raadsinformatiebrieven over de voortgang. Wij hebben geen zicht op gevolgen die buiten de gemeentelijke organisatie om geregeld zijn. Zie verder ons antwoord op vraag 3.
Vraag 6 Wat gaat het college concreet doen om inwoners te herstellen of te compenseren die als gevolg van onvoldoende capaciteit bij de door de gemeente gecontracteerde aanbieders gedurende langere tijd minder ondersteuning hebben ontvangen dan individueel aan hen is toegekend? Graag daarbij afzonderlijk ingaan op: (a) herstel of vervangende ondersteuning, (b) eventuele vergoeding van aantoonbare kosten die inwoners zelf hebben moeten maken, en (c) gehele of gedeeltelijke terugbetaling of compensatie van de betaalde eigen bijdrage. Indien het college één of meer van deze vormen uitsluit, op welke juridische grondslag gebeurt dat?
Antwoord In de basis hebben inwoners aanspraak op het aantal minuten ondersteuning per week zoals vermeld in de beschikking. Dat betekent overigens niet vanzelfsprekend dat inwoners aanspraak hebben op compensatie of schadevergoeding. In het geval dat een inwoner een kalendermaand een eigen bijdrage heeft betaald maar een volledige kalendermaand geen Ons KENMERK 2232438 Onderwerp vragen ex art. 67 RvO over Eigen bijdrage Wmo Datum 28 september 2026 Pagina 4 van 4
ondersteuning vanuit de Wmo heeft ontvangen kan er bezwaar gemaakt worden tegen de factuur. Aangezien de verwerking van de eigen bijdrage via het CAK verloopt, is dit een zaak voor de inwoner, aanbieder en het CAK.
Vraag 7 Het college heeft op 25 augustus 2026 meegedeeld aanvullende inkoop te starten om het risico op onvoldoende capaciteit vanaf 2027 te beperken. Welke betekenis geeft het college aan dit besluit voor inwoners die in 2026 reeds de gevolgen van onvoldoende capaciteit hebben gedragen? Waarom behoort het risico van onvoldoende gecontracteerde capaciteit volgens het college wel of niet voor rekening van de gemeente te komen wanneer de individuele inwoner geen invloed heeft gehad op de aanbesteding, contractering of beschikbare personeelscapaciteit?
Antwoord Na een zorgvuldig doorlopen aanbesteding hebben wij twee aanbieders gecontracteerd. Hierbij zijn we overeengekomen dat, in het kader van redelijkheid en billijkheid en een goede samenwerking, de aanbieders drie maanden de tijd kregen om toe te groeien naar volledige ondersteuning. Wij betwisten dat wij met deze aanbesteding aan de voorkant structureel onvoldoende capaciteit hebben gecontracteerd. De aanvullende inkoop is een volgende actie waarmee we het gedurende de uitvoering gebleken capaciteitstekort op zo kort mogelijke termijn willen verminderen.
Met vriendelijke groet,
het college van Heusden, de secretaris, de burgemeester,
mr. H.J.M. Timmermans drs. W. van Hees