Heerenveen, 28 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
_74_
Onderwerp: Rechtbank Jeugdzaken
IBABS ID: PV 24
Van:
J. van der Schaar (HL)
Portefeuillehouder:
O. Chang
Behandelend ambtenaar
Datum ontvangst vragen:
26-08-2026
Vragen beantwoorden voor
20 werkdagen na ontvangst
1. Is het college bekend met de uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2026:2946)?
Antwoord: Ja, het college is bekend met deze uitspraak.
2. Op welke wijze draagt het college er zorg voor dat uitspraken van rechtbanken die betrekking hebben op jeugdhulp, zorgvoorzieningen of noodzakelijke ondersteuning tijdig en volledig worden verwerkt in de gemeentelijke uitvoering.
Antwoord: Er zijn verschillende types uitspraken. Als de uitspraak betrekking heeft op een jeugdige waar de gemeente financieel verantwoordelijk voor is, moet de gemeente binnen zes weken, behoudens een uitzondering dat uit de uitspraak blijkt, hieraan uitvoering geven. Als de uitspraak algemene jurisprudentie is, en deze is van belang voor de gemeentelijke uitvoering, wordt door het bedrijfsbureau beoordeeld hoe groot de impact is en hoe spoedig dit verwerkt moet worden. De uitspraak wordt op de opgavelijst geplaatst
3. Zijn er binnen de gemeente termijnen vastgesteld waarbinnen een rechterlijke uitspraak moet zijn verwerkt in beschikkingen, indicaties en administratieve systemen?
Antwoord: Ja, er zijn termijnen vastgesteld waarbinnen een uitspraak moet zijn verwerkt. De termijnen zijn afhankelijk van het type uitspraak zoals bij vraag 2 is beschreven.
4. Hoe controleert het college of een toegekende voorziening ook daadwerkelijk uitvoerbaar is voor betrokken zorgaanbieders, budgethouders en de Sociale Verzekeringsbank (SVB)?
Antwoord: Het college voert geen controle uit of een toegekende voorziening ook uitvoerbaar is voor een zorgaanbieder of budgethouder. Dit komt omdat de PGB-tarieven zijn vastgesteld conform de wettelijke en landelijke tarieven. Het college heeft bij het vaststellen van de hoogte van de tarieven de uitspraken van de Centrale raad van Beroep (CrvB) gevolgd waarin is omschreven welke tarieven toereikend zijn. De Sociale Verzekeringsbank
betaalt de PGB-budgetten uit. Zij leveren geen zorg.
5. Zijn bij het college signalen bekend van situaties waarin een beschikking wel is afgegeven, maar declaraties of betalingen niet konden worden verwerkt vanwege administratieve of technische problemen?
Antwoord: Er zijn enkele signalen bekend bij het college dat een declaratie niet kon worden voldaan. Dit heeft te maken met de software die wordt gebruikt. Als een zorgaanbieder geen gebruik maakt van deze software en/of de werking ervan zich het nog eigen moet maken, heeft dit in een enkele casus geleid tot vertraging in de uitbetaling. Mocht dit leiden tot onoverkomelijke problemen, dan verstrekt het college een voorschot .
6. Hoeveel meldingen heeft de gemeente in de afgelopen twee jaar ontvangen over vertragingen bij PGB-betalingen, vervoer binnen de jeugdhulp, maatwerkvoorzieningen en logeer- of verblijfsvoorzieningen?
Antwoord: Deze meldingen worden niet geregistreerd. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) verzorgt de uitbetaling van het PGB. Het college heeft daar geen zicht of invloed op. Voor de overige categorieën komt het incidenteel voor dat vertragingen gemeld worden. Zoals bij vraag 5 aangegeven heeft dit vaak te maken met het berichtenverkeer. De administratie probeert dit altijd zo snel mogelijk op te lossen.
7. Wat is de wettelijke en gemeentelijke werkwijze voor het verstrekken van beschikkingen aan gezaghebbende ouders, ook wanneer sprake is van een ondertoezichtstelling of betrokkenheid van een gecertificeerde instelling?
Antwoord: Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet een beschikking bekend worden gemaakt aan degene tot wie zij is gericht. Bij besluiten over jeugdhulp of voorzieningen voor een minderjarige zijn de gezaghebbende ouders en minderjarigen de belanghebbenden. Wanneer beide ouders gezamenlijk gezag uitoefenen, worden beide ouders als belanghebbende worden beschouwd.
Als Team Jeugd en Gezin de verwijzer is, krijgen de belanghebbenden een beschikking toegestuurd.
Als er een ondertoezichtstelling is uitgesproken, bepaalt de gecertificeerde instelling welke jeugdhulp wordt ingezet door het opstellen van een jeugdbepaling. In dit geval neemt de gemeente geen besluit en stuurt dan ook geen beschikkingsbrief aan ouders.
8. Kan het college bevestigen dat beschikkingen in beginsel aan de gezaghebbende ouder(s) worden verstrekt en, indien dat niet gebeurt, op welke wettelijke grondslag daarvan wordt afgeweken?
Antwoord: Als Team Jeugd en Gezin de verwijzer is, krijgen de ouders met gezag, nadat de gemeente een besluit genomen heeft, een beschikkingsbrief. Echter moet een jeugdige vanaf 16 jaar toestemming geven om de beschikkingsbrief aan ouders te versturen.
Geeft de jeugdige geen toestemming, dan wordt er geen beschikkingsbrief aan ouders verstrekt.
9. Herkent het college signalen dat ouders of zorgverleners herhaaldelijk contact moeten opnemen om beschikkingen, tarieven of verlengingen te verkrijgen?
Antwoord: Nee, het college herkent deze signalen niet.
10. Welke maatregelen neemt het college om te voorkomen dat noodzakelijke zorgverlening wordt onderbroken doordat beschikkingen, tarieven of administratieve mutaties niet tijdig worden verwerkt?
Antwoord: Het college kent geen signalen waaruit blijkt dat zorgverlening is onderbroken door redenen zoals in de vraag benoemd.
11. De rechtbank heeft in de betreffende zaak nadrukkelijk aandacht besteed aan de langdurige en structurele zorgbehoefte van het kind. Hoe vertaalt het college dergelijke rechterlijke overwegingen naar duurzame ondersteuning en het voorkomen van terugkerende jaarlijkse procedures?
Antwoord: Binnen de uitvoering wordt per casus zorgvuldig beoordeeld welke duur van de indicatie het beste aansluit bij de situatie en ontwikkeling van de minderjarige. Daarbij wordt periodiek bekeken of de ingezette ondersteuning nog passend is en of er mogelijkheden zijn om gebruik te maken van voorliggende voorzieningen. Om de ondersteuning zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de behoeften van de jeugdige en het gezin, vindt deze afweging ten minste eenmaal per jaar plaats.
12. Deelt het college de opvatting dat langdurige onzekerheid over indicaties, beschikkingen en betalingen kan leiden tot extra druk op gezinnen, zorgverleners en de jeugdbescherming? Zo ja, welke verbeteringen worden ingezet?
Antwoord: Ja, het college deelt deze mening. Er zijn geen signalen bij het college bekend die maken dat er verbeteringen doorgevoerd moeten worden.
13. Kan het college toelichten waarom er volgens betrokkenen nog steeds problemen bestaan rond beschikkingen, tarieven en declaraties, terwijl een rechter zich reeds heeft uitgesproken over de noodzaak van de betreffende hulp en ondersteuning?
Antwoord: Als de rechtbank naar een specifieke zorgaanbieder verwijst, wordt de zorg altijd ingezet. Wel worden er met de aanbieder afspraken gemaakt over de bijvoorbeeld tarieven, de evaluaties en kwaliteitseisen.