Haarlemmermeer, 25 augustus 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
`BVNL`
``` HAARLEMMERMEER
Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Hoofddorp, 30 maart 2026,
Betreft: Schriftelijke vragen overeenkomstig artikel 32 van het RvO
Geacht College,
AANLEIDING
De fractie van BVNL Haarlemmermeer heeft kennisgenomen van een reeks schriftelijke
handhavingsverzoeken ingediend door een bewoner van het Pionier-Bolsterrein (kenmerk
gemeente: 12155820), gegrond op schending van door het Europees Verdrag voor de Rechten
van de Mens (EVRM) gewaarborgde grondrechten. Op deze verzoeken, ingediend op 3 juni 2025,
is nimmer een inhoudelijk besluit genomen — ook niet na formele ingebrekestelling.
De fractie constateert dat de brief van het college d.d. 17 maart 2026 geen inhoudelijk besluit
bevat op de handhavingsverzoeken, en dat het college het handhavingsverzoek onjuist
kwalificeert als bezwaarschrift. Voorts constateert de fractie dat de gemeenteraad schriftelijk
heeft bevestigd kennis te dragen van de correspondentie, zonder dat enige actie is
ondernomen.
De fractie acht dit een ernstige situatie die de grondslagen van de rechtsstaat raakt. Artikel 162
van het Wetboek van Strafvordering legt op openbare colleges — waaronder de gemeenteraad
— en op ambtenaren een wettelijke plicht tot aangifte bij kennis van ambtsmisdrijven. De
fractie stelt de volgende vragen.
VRAGEN AAN HET COLLEGE
BLOK 1 — HANDHAVINGSPLICHT EN BESLUITVORMING
Vraag 1. Is het college bekend met de handhavingsverzoeken d.d. 3 juni 2025 van de
gegrond op art. 1 Protocol 1 EVRM, art. 8 EVRM en Protocol 12 EVRM, met gemeentelijk
kenmerk 12155820? Zo niet, waarom niet?
BETER VOOR HAARLEMMERMEER
```
`BVNL`
``` HAARLEMMERMEER
Vraag 2. Waarom heeft het college op deze handhavingsverzoeken geen inhoudelijk
besluit genomen, terwijl de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in vaste
jurisprudentie heeft bepaald dat op een handhavingsverzoek een zelfstandig besluit dient te
worden genomen (beginselplicht tot handhaving, ABRvS 5 oktober 1999)?
Het college wordt verzocht een volledig juridisch gemotiveerd antwoord te geven. "Eris een
bezwaarprocedure opgestart" is geen antwoord op deze vraag
Vraag 3. Op welke juridische grond heeft het college het handhavingsverzoek
gekwalificeerd als bezwaarschrift, terwijl een handhavingsverzoek een zelfstandige rechtsfiguur
is inde zin van art. 1:3 jo. 4:13 Awb?
Indien het college meent dat de kwalificatie als bezwaar correct is: op welke wettelijke bepaling
of jurisprudentie is dit gebaseerd?
Vraag 4. Is het college bekend met het feit dat door het nalaten van een besluit op het
handhavingsverzoek, de indiener geen bezwaar kon indienen, geen beroep kon instellen en
daarmee de toegang tot de rechter is ontnomen — hetgeen een schending van art. 6 EVRM
constitueert?
Indien het college meent dat geen sprake is van schending van art. 6 EVRM: hoe verklaart het
college dan dat de indiener zonder besluit geen rechtsmiddel kon aanwenden?
Vraag 5. Erkent het college dat de ingebrekestelling d.d. 5 augustus 2025 de
dwangsomregeling van art. 4:17 Awb heeft geactiveerd, en zo ja, welke dwangsommen zijn
verschuldigd en zijn deze reeds voldaan?
BLOK 2 — EVRM-SCHENDINGEN
Vraag 6. Heeft het college een inhoudelijke beoordeling gemaakt van de gestelde
schendingen van art. 1 Protocol 1 EVRM (eigendomsrecht), art. 8 EVRM (privéleven en woning)
en Protocol 12 EVRM (non-discriminatie) in relatie tot het parkeerbeleid Pionier-Bolsterrein?
Indien ja: wat waren de uitkomsten van deze beoordeling en waarom zijn deze niet
gecommuniceerd aan de indiener? Indien nee: waarom niet, en hoe verhoudt zich dit tot de
positieve verplichtingen van de gemeente onder het EVRM?
Vraag 7. Is het college van mening dat het parkeerbeleid Pionier-Bolsterrein gelijke
behandeling biedt aan alle wijken en bewoners van Haarlemmermeer, en zo ja, op welke
objectieve en redelijke rechtvaardiging is de eventuele ongelijke behandeling gebaseerd?
BETER VOOR HAARLEMMERMEER
```
``` HAARLEMMERMEER
| Concept — AANGIFTEPLICHT | Dick de Vries ART. 162 SV EN AMB | Begeleidingscommissie TSMISDRIJVEN |
|---|---|---|
| `Is het college ` `e colleges en ambte` | `bekend met artikel ` `naren verplicht onve` | `162 van het Wetboek van Strafvorder` `rwijld aangifte te doen bij kennis va` |
| `drijven?` |
Vraag 9. Het college erkent in zijn brief d.d. 17 maart 2026 expliciet dat niet is gereageerd
op het handhavingsverzoek én op de ingebrekestelling. Het opzettelijk nalaten van een
wettelijke ambtelijke plicht kan een ambtsmisdrijf in de zin van art. 355/356 Sr opleveren. Heeft
het college overwogen of juridisch laten toetsen of zijn eigen handelen de drempel van art. 355/356 Sr bereikt?
Indien nee: is het college bereid dit alsnog te doen en de raad hierover te informeren?
Vraag 10. Heeft enig lid van het college of enige ambtenaar van de gemeente aangifte
gedaan bij het Openbaar Ministerie van de in de correspondentie van de beschreven mogelijke ambtsmisdrijven?
Indien nee: op welke grond meent het college dat de aangifteplicht van art. 162 Sv niet van
toepassing is, gegeven de schriftelijk bevestigde kennis van de feiten?
BLOK 4 — VERKIEZINGEN EN DEMOCRATISCHE INTEGRITEIT
Vraag 11. De handhavingsverzoeken zijn ingediend op 3 juni 2025. Daarna hebben
gemeenteraadsverkiezingen plaatsgevonden. Had een rechterlijk oordeel over de gestelde
EVRM-schendingen — dat alleen mogelijk was geweest als het college een besluit had
genomen — de kiezers informatie kunnen verschaffen die relevant was voor hun stemkeuze?
Het college wordt gevraagd deze vraag inhoudelijk te beantwoorden en niet te volstaan met een procedurele ontwijking.
Vraag 12. Is er intern binnen het college of de ambtelijke organisatie overleg geweest over
de timing van het al dan niet nemen van een besluit op de handhavingsverzoeken in relatie tot de verkiezingen?
Indien ja: wat was de uitkomst van dat overleg? Indien nee: hoe verklaart het college dan het
uitblijven van een besluit gedurende de gehele periode van juni 2025 tot heden?
BETER VOOR HAARLEMMERMEER
```
``` HAARLEMMERMEER
BLOK 5 — HERSTEL EN RESTITUTIO IN INTEGRUM
Vraag 13. Is het college bereid alsnog een inhoudelijk besluit te nemen op de
handhavingsverzoeken d.d. 3 juni 2025, en zo ja, binnen welke termijn?
Vraag 14. Is het college bereid alle besluiten die zijn genomen na 3 juni 2025 en die
samenhangen met de situatie waarop de handhavingsverzoeken betrekking hebben, op te
schorten en in heroverweging te nemen in het licht van de juridisch aangetaste grondslag?
Vraag 15. Is het college bereid de en de medebewoners van het Pionier Bolsterrein te herstellen in hun rechtspositie van vóór de schending — restitutio in integrum —
en zoja, op welke wijze en binnen welke termijn?
TOELICHTING BIJ DE VRAGEN
De fractie van BVNL Haarlemmermeer verzoekt het college alle vragen volledig, inhoudelijk en
afzonderlijk te beantwoorden binnen de termijn van art. 155 Gemeentewet. Verwijzingen naar
lopende procedures ontslaan het college niet van de plicht de vragen te beantwoorden. Bij
ontwijkende of procedurele antwoorden zullen wij ons beraden op vervolgstappen.
Namens de fractie van Belang van Nederland,
Met vriendelijke groet,
P. Meijer
Fractievoorzitter
BETER VOOR HAARLEMMERMEER
```