Haarlemmermeer, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen
Onderwerp 13777603 Concept Nota van Uitgangspunten voor het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Schiphol Datum 30 september 2026 Aan College B&W Haarlemmermeer Indiener Jan van den Berg van Saparoea Aanleiding
Donderdag 1 oktober 2026 bespreekt de raad de Nota van Uitgangspunten voor het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan Schiphol. Het betreft een bespreking van de 80%-versie van het uiteindelijke document. Om dit verder te doorgronden heeft D66 de volgende vragen.
Participatie
Vraag 1
In het participatieplan staat dat de participatieperiode voor de concept-NvU van half september tot half oktober 2026 is, terwijl de raad het stuk nu pas bespreekt en daarover stemt. Inwoners hebben al brieven ontvangen die op 16 september 2026 zijn verstuurd.
_Kan het college toelichten hoe de uitnodiging voor participatie en de raadsbehandeling zich tot elkaar_ _verhouden en hoe de (mogelijk) inhoudelijke wijzigingen van de raad worden verwerkt?_
Karakter van het stuk en rolverdeling
Vraag 2
De Nota van Uitgangspunten is bedoeld als het ruimtelijke en toetsbare kader voor de toekomstige wijzigingen van het omgevingsplan. Een groot deel van de tekst heeft eerder een strategisch en (macro-)economisch karakter.
_Hoe worden deze brede economische punten in de definitieve versie vertaald naar concrete, afdwingbare_ _ruimtelijke kaders waaraan initiatieven getoetst kunnen worden?_
Vraag 3
In het document wordt Schiphol gevraagd om in het ROP zelf uitwerking te geven aan programma's, de balans en de onderzoeken.
_Hoe zorgt het college dat de gemeente aan het stuur blijft bij de afwegingen, zodat Schiphol binnen de_ _vooraf door de raad gestelde kaders blijft?_
Vraag 4
Doel 2 is het streven naar een “herkenbaar, aantrekkelijk en beleefbaar landschap”.
_Kan het college uitleggen welke fysieke en ruimtelijke kenmerken onder de term 'beleefbaar' worden_ _verstaan, en hoe dit meetbaar en herkenbaar wordt voor onze inwoners in de kernen rondom de_ _luchthaven?_
Vraag 5
Het college geeft aan dat functies uit het centrumgebied mogelijk verschuiven naar de randen van de luchthaven (zoals Zuidoost en Noordwest). Tegelijkertijd is het de bedoeling dat Schiphol verdicht.
_Hoe ziet het college deze twee punten die mogelijk tegenstrijdig zijn?_
Vraag 6
De milieuaspecten in de huidige tekst gaan met name over geluid.
_Deelt het college het uitgangspunt dat ontwikkelingen aan de randen van het luchthaventerrein altijd_ _gepaard moeten gaan met een aantoonbare verlaging van de geluidsdruk van de luchthaven op de_ _aangrenzende kernen?_
_Hoe zorgt het college ervoor dat ook het onderwerp ultrafijnstof en gezondheid als randvoorwaarden_ _worden toegevoegd in de NvU in plaats van alleen als onderzoeksopgave?_
Vraag 7
In de NvU wordt gesproken over overgangszones tussen het luchthaventerrein en omliggende kernen zoals Badhoevedorp en Rijsenhout.
_Hoe worden de voorwaarden van deze groenbuffers in de NvU opgenomen, zodat de realisatie en de_ _kwaliteit van deze buffers geldt als voorwaarde voorafgaand aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen?_
Vraag 8
In paragraaf 1a en hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het monitoren van leefomgevingseffecten. Onder de Omgevingswet is monitoring een wettelijke overheidstaak. Dit leent zich niet voor regels in een omgevingsplan.
_Hoe wil het college de monitoring van hinder en effecten juridisch en bestuurlijk vormgeven buiten het_ _omgevingsplan om en hoe is dit van invloed op de Nota van Uitgangspunten?_
Vraag 9
Hoofdstuk 5 (Indicatoren) en Hoofdstuk 7 (Proces) ontbreken nog in deze conceptversie.
_Kan het college toelichten in welke richting de indicatoren en drempelwaarden momenteel worden_ _uitgewerkt? Hoe krijgt de raad inzicht in deze indicatoren en drempelwaarden om hierop te kunnen sturen?_
Met vriendelijke groet,
Jan van den Berg Van Saparoea
D66 Haarlemmermeer