Haarlemmermeer, 17 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
MO 04
Motie (RvO 27)
Motie “Eerst duidelijkheid, dan handhaven” 13703048
De Raad van de gemeente Haarlemmermeer, in vergadering bijeen op 3 september 2026,
Constaterende dat:
- ieder perceel en bouwwerk op de drie recreatiegebieden anders is door onder meer uitbreidingen, verdiepingen, bijgebouwen en verschillende onderlinge afstanden;
- het college daarom per perceel de aanwezige bebouwing en onderlinge afstanden inventariseert;
- vanaf 1 april 2027 toezicht en handhaving plaatsvindt wanneer niet aan de brandveiligheidsregels wordt voldaan;
- vanuit De Zonnehoek vragen zijn gesteld over de juridische kwalificatie van de bouwwerken, de toepasselijke Bbl-gebruiksfunctie en de daaruit voortvloeiende technische eisen.
Overwegende dat:
- eigenaren verantwoordelijk zijn voor het brandveilig maken van hun eigen bouwwerk;
- zij dan wel duidelijk moeten weten wat in hun specifieke situatie niet voldoet en waarom;
- het aan het college is om voorafgaand aan handhaving zorgvuldig vast te stellen welke overtreding wordt geconstateerd en op welke feiten en wettelijke grondslag dit is gebaseerd;
- vanwege de verschillen tussen de bouwwerken duidelijk moet zijn welke gebruiksfunctie en welk juridisch kader het college op het betreffende bouwwerk van toepassing acht;
- de tijd die nodig is om een overtreding te beëindigen afhankelijk kan zijn van de aard en omvang van de noodzakelijke maatregelen;
- duidelijke communicatie en een passende hersteltermijn bijdragen aan vrijwillige medewerking en daarmee formele handhaving zoveel mogelijk kunnen voorkomen;
Roept het college op:
1. iedere eigenaar voorafgaand aan individuele handhaving schriftelijk en in begrijpelijke vorm te informeren welke gebruiksfunctie, wettelijke norm en concrete brandveiligheidsregel volgens het college op het betreffende bouwwerk van toepassing is en wordt overtreden; 2. bij de beoordeling van alle percelen een eenduidige werkwijze te hanteren, waarbij rekening wordt gehouden met de individuele verschillen tussen de bouwwerken; 3. tenzij sprake is van een acuut brandveiligheidsrisico dat onmiddellijk optreden noodzakelijk maakt, de betreffende eigenaar een redelijke en op de aard en omvang van de benodigde maatregelen afgestemde termijn te bieden om de geconstateerde overtreding vrijwillig te beëindigen voordat tot formele handhaving wordt overgegaan;
En gaat over tot de orde van de dag.
Ondertekening,
Maaike Roos, FVD Haarlemmermeer
Daniël de Moel, PVV
Jeanette Koolmoes, Hart van Haarlemmermeer
Rinus Beusenberg, SRH