Emmen, 1 oktober 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen Veilig Emmen naar aanleiding van ernstige incidenten en beveiligingsinzet tijdens C’est la Vie
Maandag 20 juli
Naar aanleiding van de ernstige geweldsincidenten tijdens C’est la Vie, waaronder steekincidenten en meerdere vechtpartijen, heeft Veilig Emmen direct contact gezocht met zowel de politie als de burgemeester. Wij hebben daarbij gevraagd om extra inzet van politie en handhaving en aandacht gevraagd voor de mogelijkheid om het centrum tijdelijk als veiligheidsrisicogebied aan te wijzen en aanvullende bestuurlijke maatregelen te treBen om verdere escalatie te voorkomen.
Daarnaast hebben wij tijdens beide evenementdagen zelf waarnemingen gedaan rondom de uitvoering van de beveiliging. Naar onze indruk verliep deze uitvoering op meerdere momenten zeer rommelig. Er leek onvoldoende sprake te zijn van een duidelijke commandostructuur, taakverdeling en operationele aansturing. Ook ontstond bij ons de indruk dat bij een deel van de ingezette personen onvoldoende kennis, ervaring en expertise aanwezig was om op professionele wijze om te gaan met spanningen, vechtpartijen en andere incidenten.
Op ons verzoek heeft handhaving vervolgens een controle uitgevoerd op de aanwezige beveiligers en hun legitimatiebewijzen.
Wij hebben echter zelf waargenomen dat, naar onze indruk, niet iedere aanwezige beveiliger individueel en fysiek werd gecontroleerd. In plaats daarvan zagen wij dat samen met vertegenwoordigers van de organisatie aan de hand van foto's en beschikbare passen werd nagegaan welke personen over een legitimatiebewijs beschikten.
Tegelijkertijd hebben wij waargenomen dat enkele personen die volgens onze informatie niet over een geldige beveiligingspas beschikten, kort voor of tijdens de controle een burgerjas over hun beveiligingskleding aantrokken. Hierdoor bestaat bij ons de ernstige zorg dat personen mogelijk buiten de controle zijn gebleven.
Daarnaast hebben wij begrepen dat personen die niet over een beveiligingspas beschikten mogelijk verder zijn ingezet onder andere functiebenamingen, zoals servicemedewerker of toezichthouder.
Wij wijzen erop dat alleen het wijzigen van een functiebenaming niet automatisch betekent dat de regels van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus niet meer van toepassing zijn. Voor medewerkers die door een beveiligingsorganisatie te werk worden gesteld, geldt dat de beveiligingsorganisatie voor iedere medewerker toestemming van de korpschef moet aanvragen. Volgens Justis worden daarbij ook medewerkers gescreend die zelf geen beveiligingswerkzaamheden uitvoeren.
Ook willen wij benadrukken dat het beschikken over uitsluitend een Verklaring Omtrent het Gedrag niet hetzelfde is als de vereiste toestemming van de korpschef. Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid kan de korpschef naast strafrechtelijke veroordelingen ook andere relevante feiten en politie-informatie meewegen. Gezien de ernst van de gebeurtenissen, onze eerdere meldingen en onze waarnemingen tijdens het evenement stellen wij de volgende vragen aan het college:
1. Kan het college aangeven welke concrete acties zijn ondernomen naar aanleiding van het verzoek van Veilig Emmen om tijdens en na de incidenten extra politie en handhaving in te zetten? 2. Is naar aanleiding van ons verzoek onderzocht of het centrum tijdelijk kon worden aangewezen als veiligheidsrisicogebied? Zo ja, wat was hiervan de uitkomst? Zo nee, waarom is dit niet onderzocht? 3. Is tijdens of na de ernstige incidenten overwogen om gebruik te maken van aanvullende bestuurlijke bevoegdheden, zoals een noodbevel of noodverordening, om verdere escalatie te voorkomen? 4. Welke signalen en risico's rondom openbare orde en veiligheid waren voorafgaand aan het evenement bekend bij de gemeente, politie en organisatie? 5. Is het college bekend met signalen dat de uitvoering van de beveiliging tijdens beide evenementdagen onvoldoende gestructureerd verliep? 6. Is vooraf gecontroleerd of binnen de beveiligingsorganisatie sprake was van een duidelijke commandostructuur, operationele leiding, briefing en heldere taakverdeling?
7. Is achteraf geëvalueerd of de ingezette beveiligingsorganisatie en haar medewerkers over voldoende kennis, ervaring en expertise beschikten voor een evenement van deze omvang en met dit risicoprofiel? 8. Wordt bij de evaluatie onderzocht of het optreden van individuele beveiligers of andere ingezette personen bij bepaalde incidenten mogelijk escalerend in plaats van de-escalerend heeft gewerkt? 9. Kan het college exact aangeven hoe de controle door handhaving op de aanwezige beveiligers en legitimatiebewijzen is uitgevoerd? 10. Is iedere aanwezige persoon die beveiligingswerkzaamheden uitvoerde individueel geïdentificeerd en persoonlijk gecontroleerd op een geldig legitimatiebewijs? 11. Zo nee, waarom is ervoor gekozen om de controle mede via de leiding of organisatie uit te voeren en niet iedere ingezette persoon afzonderlijk te controleren? 12. Is het college bekend met signalen dat personen die mogelijk niet over een geldig legitimatiebewijs beschikten tijdens de controle burgerkleding over hun beveiligingskleding hebben aangetrokken of zich op andere wijze aan de controle hebben onttrokken? 13. Kan het college uitsluiten dat tijdens het evenement personen beveiligingswerkzaamheden hebben uitgevoerd zonder de daarvoor vereiste toestemming en legitimatie? 14. Hoeveel personen zijn tijdens beide evenementdagen in totaal ingezet door of namens de betrokken beveiligingsorganisatie(s), uitgesplitst naar beveiligers, beveiligers in opleiding, servicemedewerkers, toezichthouders en overige functies? 15. Is voor al deze personen gecontroleerd of zij beschikten over de vereiste toestemming van de korpschef? 16. Is bij de controle uitsluitend gekeken naar beveiligingspassen en/of VOG's, of is ook gecontroleerd of voor iedere door een beveiligingsorganisatie te werk gestelde medewerker daadwerkelijk toestemming van de korpschef aanwezig was? 17. Kan het college uitsluiten dat personen zijn ingezet die mogelijk wel over een VOG beschikten, maar niet de vereiste screening en toestemming van de korpschef hadden doorlopen? 18. Is onderzocht welke werkzaamheden personen die als servicemedewerker of toezichthouder stonden geregistreerd feitelijk hebben uitgevoerd?
19. Is onderzocht of personen die formeel als servicemedewerker of toezichthouder waren ingezet in de praktijk toch beveiligingswerkzaamheden hebben verricht? 20. Welke beveiligingsbedrijven waren direct of via onderaanneming betrokken bij de beveiliging van het evenement en beschikten deze bedrijven allemaal over de vereiste vergunningen? 21. Wie was namens de gemeente, organisator en beveiligingsorganisatie verantwoordelijk voor het controleren van de bevoegdheden en legitimatie van het ingezette beveiligingspersoneel? 22. Is het college bereid deze gang van zaken samen met de politie en de bevoegde toezichthoudende instanties nader te laten onderzoeken op mogelijke overtredingen van de Wpbr? 23. Wordt de volledige veiligheidsorganisatie van het evenement geëvalueerd, waaronder de voorbereiding, personele inzet, kwaliteit van de beveiliging, toegangscontrole, operationele aansturing en samenwerking tussen organisatie, beveiliging, handhaving en politie? 24. Is het college bereid om bij toekomstige grote evenementen te zorgen voor onaangekondigde en individuele controles, waarbij iedere ingezette beveiliger of medewerker persoonlijk wordt geïdentificeerd en waarbij wordt gecontroleerd of de benodigde toestemming en legitimatie aanwezig zijn? 25. Welke concrete maatregelen worden vóór het eerstvolgende grote evenement in het centrum genomen om te voorkomen dat personen zonder de juiste bevoegdheden, screening of deskundigheid opnieuw worden ingezet?
Veilig Emmen vindt dat veiligheid niet alleen draait om het aantal beveiligers dat wordt ingezet, maar vooral om de kwaliteit, betrouwbaarheid, deskundigheid en aansturing van de mensen die verantwoordelijk worden gemaakt voor de veiligheid van onze inwoners en bezoekers. Na de ernstige gebeurtenissen tijdens C’est la Vie verwachten wij daarom een volledige en transparante evaluatie en waar nodig direct maatregelen.