Bronckhorst, 1 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Verder zal de komende jaren worden ingezet op het onderzoeken van de effecten plangebied om een rand van 50 meter om de functie "wonen" te waarborgen, waarbinnen geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt kunnen worden. Deze voorwaarden is opgenomen in de planregels. Col2 Col3 SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) SCHRIFTELIJKE VRAGEN (artikel 40 Reglement van Orde) Indiener: Trots op Bronckhorst (G. de Jongh-Gijsberts) Onderwerp: Veiligheid, naleving van afspraken en samen met COA bij AMV-opvanglocatie Vorden werking Inleiding Met de uitspraak van de rechtbank is de juridische procedure rondom de AMV- opvanglocatie in Vorden in een nieuwe fase gekomen. Tegelijkertijd heeft de n coalitie aangegeven het gesprek met het COA te willen aangaan om te onderz een andere invulling van de opvanglocatie mogelijk is. Bijvoorbeeld in een klei vorm of met een aanvullende maatschappelijke functie. Daarnaast verschijnen de laatste tijd berichten over ontwikkelingen rondom h andere gemeenten. Ook de recente gebeurtenissen in Ter Apel hebben bij inw vragen opgeroepen over veiligheid, toezicht en de uitvoerbaarheid van opvang In gemeenten als Epe en Hardenberg is bovendien discussie ontstaan over de van afspraken tussen gemeenten en het COA. Deze ontwikkelingen roepen bij onze fractie vragen op over de verdere ontwik de locatie in Vorden. Inleiding Met de uitspraak van de rechtbank is de juridische procedure rondom de AMV- opvanglocatie in Vorden in een nieuwe fase gekomen. Tegelijkertijd heeft de n coalitie aangegeven het gesprek met het COA te willen aangaan om te onderz een andere invulling van de opvanglocatie mogelijk is. Bijvoorbeeld in een klei vorm of met een aanvullende maatschappelijke functie. Daarnaast verschijnen de laatste tijd berichten over ontwikkelingen rondom h andere gemeenten. Ook de recente gebeurtenissen in Ter Apel hebben bij inw vragen opgeroepen over veiligheid, toezicht en de uitvoerbaarheid van opvang In gemeenten als Epe en Hardenberg is bovendien discussie ontstaan over de van afspraken tussen gemeenten en het COA. Deze ontwikkelingen roepen bij onze fractie vragen op over de verdere ontwik de locatie in Vorden. ieuwe oeken of nschaliger et COA in oners locaties. naleving keling van Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: 1. Kan het college toelichten wat de huidige stand van zaken is van het ov het COA over een mogelijke wijziging van de invulling van de opvanglo Het college bereidt het gesprek met het COA over een andere invulling opvanglocaties voor, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord van 8 j Doel is te onderzoeken hoe de opvang in Vorden en Hengelo kleinschali worden vormgegeven en gecombineerd kan worden met woonruimte v meer starters en spoedzoekers, binnen de bestaande raadsbesluiten. H informeert de raad zodra hierover meer duidelijkheid is. 2. Welke concrete alternatieven worden op dit moment onderzocht? Zoals kleinschaliger opvang of combinatie met andere maatschappelijke func Vooruitlopend op het gesprek met het COA werkt het college de eigen uitgangspunten uit: een zo kleinschalig mogelijke invulling, gecombine woonruimte voor andere doelgroepen zoals starters en spoedzoekers, b bestaande raadsbesluiten. Concrete alternatieven voor de fysieke invull worden pas verder uitgewerkt en beoordeeld in overleg met het COA, o mede afhankelijk is van wat binnen de bestaande vergunning en het bo haalbaar is. 3. Betekent de uitspraak van de rechtbank dat het COA de voorbereidinge onverkort voortzet? Of ziet het college nog mogelijkheden om de uitko gesprekken af te wachten voordat onomkeerbare stappen worden geze
| Het college wordt verzocht de volgende vragen te beantwoorden: 1. Kan het college toelichten wat de huidige stand van zaken is van het ov het COA over een mogelijke wijziging van de invulling van de opvanglo Het college bereidt het gesprek met het COA over een andere invulling opvanglocaties voor, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord van 8 j Doel is te onderzoeken hoe de opvang in Vorden en Hengelo kleinschali worden vormgegeven en gecombineerd kan worden met woonruimte v meer starters en spoedzoekers, binnen de bestaande raadsbesluiten. H informeert de raad zodra hierover meer duidelijkheid is. 2. Welke concrete alternatieven worden op dit moment onderzocht? Zoals kleinschaliger opvang of combinatie met andere maatschappelijke func Vooruitlopend op het gesprek met het COA werkt het college de eigen uitgangspunten uit: een zo kleinschalig mogelijke invulling, gecombine woonruimte voor andere doelgroepen zoals starters en spoedzoekers, b bestaande raadsbesluiten. Concrete alternatieven voor de fysieke invull worden pas verder uitgewerkt en beoordeeld in overleg met het COA, o mede afhankelijk is van wat binnen de bestaande vergunning en het bo haalbaar is. 3. Betekent de uitspraak van de rechtbank dat het COA de voorbereidinge onverkort voortzet? Of ziet het college nog mogelijkheden om de uitko gesprekken af te wachten voordat onomkeerbare stappen worden geze |
| erleg met catie? van de uli 2026. ger kan oor onder et college een ties? erd met innen de ing mdat dit uwproces n mst van de t? |
De rechter heeft geoordeeld dat de omgevingsvergunning voor Vorden terecht en zorgvuldig is verleend. Dat geeft het COA in beginsel de ruimte om de voorbereidingen voort te zetten. Het college ziet in de huidige, voorlopige planning van het COA, bouwstart in Vorden op z'n vroegst medio november 2026, ruimte om het gesprek over de invulling nog te voeren voordat onomkeerbare stappen worden gezet, en zet zich daar actief voor in.
4. Is het college bereid de gemeenteraad actief te informeren over de uitkomsten van de gesprekken met het COA voordat verdere onomkeerbare stappen in de uitvoering worden gezet? Ja. Het college informeert de raad tijdig en actief over de uitkomsten van de gesprekken met het COA, passend bij de afspraak uit het coalitieakkoord om de raad vroegtijdig in positie te brengen bij grote dossiers, waar nodig via een actieve informatievoorziening of startnotitie.
5. Blijft de maximale gebruiksduur van tien jaar uitgangspunt van het college? Zo ja, op welke wijze is dit juridisch en contractueel geborgd? Ja. Een gebruiksduur van maximaal tien jaar (na ingebruikname opvanglocatie) blijft het uitgangspunt. Dit is vastgelegd in de relevante besluiten en overeenkomsten die voor deze ontwikkeling zijn opgesteld. Een eventuele wijziging hierop vraagt om een nieuwe bestuurlijke en juridische afweging waarbij de raad betrokken wordt.
6. In de afgelopen periode zijn verschillende berichten verschenen over de planning en uitvoering van de ontwikkeling van de locatie. Kan het college aangeven welke planning op dit moment leidend is en hoe eventuele verschillen in communicatie zijn ontstaan? De bouw in Vorden start volgens de huidige, voorlopige COA-planning op z'n vroegst medio november 2026, met oplevering rond de zomer van 2027; voor Hengelo is nog geen concrete planning. De planning kan nog wijzigen, mede afhankelijk van de uitkomst van het gesprek met het COA over de invulling.
7. Welke lessen trekt het college uit recente ontwikkelingen rondom opvanglocaties elders in Nederland voor de situatie in Vorden? Het college volgt ervaringen elders in Nederland nauwlettend. Daaruit blijkt dat duidelijke afspraken, goed toezicht en een goede samenwerking tussen betrokken partijen belangrijk zijn om risico’s te beheersen. Dit is voor Vorden en Hengelo al vertaald in een beheerplan sociale veiligheid, dat de basis vormt voor toezicht, begeleiding en snelle opvolging van meldingen zodra de locaties operationeel zijn.
8. Op welke wijze wordt de veiligheid van omwonenden, ondernemers, vrijwilligers, medewerkers structureel geborgd? Veiligheid wordt geborgd door afspraken tussen gemeente, COA, politie en andere betrokken partners. Daarbij wordt ingezet op toezicht, begeleiding, signalering en een snelle opvolging van eventuele meldingen of incidenten. Dit is vastgelegd in het beheerplan sociale veiligheid voor beide locaties.
9. Is het college bekend met de recente ontwikkelingen rondom het COA in onder meer Epe en Hardenberg? Zo ja, welke betekenis kent het college toe aan deze ontwikkelingen voor de samenwerking tussen Bronckhorst en het COA?
2
Het college volgt dergelijke ontwikkelingen actief. Iedere opvanglocatie kent een eigen context, eigen afspraken en een eigen voorgeschiedenis, waardoor de situatie elders niet zonder meer vergelijkbaar is met Bronckhorst. Voor Bronckhorst blijven de hier gemaakte afspraken en de lokale samenwerking met het COA leidend. Waar ontwikkelingen elders relevante lessen opleveren voor toezicht of naleving, betrekt het college die bij de verdere uitvoering.
10. In hoeverre geven deze ontwikkelingen aanleiding om de met het COA gemaakte afspraken opnieuw tegen het licht te houden of aanvullende waarborgen overeen te komen? De ontwikkelingen elders geven op dit moment geen aanleiding om de bestaande afspraken ingrijpend te herzien; deze zijn recent vastgelegd in het beheerplan sociale veiligheid. Het college blijft de uitvoering doorlopend monitoren en is bereid aanvullende waarborgen af te spreken zodra de praktijk of signalen uit de omgeving daar aanleiding toe geven.
11. Welke juridische mogelijkheden heeft de gemeente als het COA zich in de toekomst niet houdt aan gemaakte afspraken of als de omstandigheden wezenlijk wijzigen? Indien afspraken niet worden nagekomen, kan de gemeente het COA daarop aanspreken en gebruikmaken van de mogelijkheden die voortvloeien uit de gesloten overeenkomsten en geldende wet- en regelgeving. Het is afhankelijk van eventuele afspraken of omstandigheden die wijzigen welk instrument ingezet kan worden.
12. Is het college van oordeel dat de huidige ontwikkelingen elders in het land aanleiding geven om de gekozen aanpak of planning te heroverwegen? Zo ja, op welke onderdelen? Zo nee, waarom niet? Voor wat betreft de sociale veiligheid ziet het college geen aanleiding om de gekozen aanpak te heroverwegen: de ontwikkelingen elders bevestigen vooral het belang van de afspraken en het beheerplan sociale veiligheid die voor Vorden en Hengelo al zijn vastgelegd. Los daarvan werkt het college, vanuit het coalitieakkoord van 8 juli 2026 en dus onafhankelijk van de ontwikkelingen elders, wel aan een andere invulling van de opvang zelf: kleinschaliger en gecombineerd met woonruimte voor andere doelgroepen, binnen de bestaande raadsbesluiten. Dat traject loopt via het gesprek met het COA. Het COA blijft verantwoordelijk voor de planning van de realisatie; het college blijft ontwikkelingen elders volgen en betrekt relevante lessen bij de verdere uitvoering.
Datum: 17-07-2026
3