Boxtel, 30 september 2026
Schriftelijke vragen ingevolge artikel 39 RvO namens fractie D66
Aan: Het college van B&W van Sint-Michielsgestel
Onderwerp: Wachtlijsten Veilig Thuis Oost-Brabant: samen werken aan een oplossing
Datum: 29 september 2026
Aanleiding
Op 28 september 2026 berichtten het Brabants Dagblad (“Kinderen in gevaar door wachtlijsten Veilig Thuis”) en Omroep Brabant (“Wachtlijst Veilig Thuis groeit: meldingen liggen soms maanden stil”) dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) grote zorgen heeft over de wachtlijsten bij Veilig Thuis OostBrabant. Bij het inspectieonderzoek in 2025 werd slechts 37% van de meldingen binnen de wettelijke termijn van vijf werkdagen beoordeeld. Inmiddels zijn de wachtlijsten verder gegroeid. De inspectie ziet zelf geen mogelijkheid om in te grijpen en wijst op de rol van gemeenten.
Dit raakt ons. Elke dag dat een melding blijft liggen, vergroot het risico dat een kind of gezin langer in een onveilige situatie zit. Dat is niet acceptabel. We weten ook dat dit geen probleem is dat het college of de medewerkers van Veilig Thuis alleen kunnen oplossen. Het vraagt om een andere manier van werken, en D66 wil daar graag aan bijdragen.
_Bronnen: Brabants Dagblad, 28 september 2026; Omroep Brabant, 28 september 2026_ _(omroepbrabant.nl/nieuws/6028950); Programmabegroting 2024 Sint-Michielsgestel, product Jeugdzorg._
Vragen
Vraag 1: Heeft het college de brief van de IGJ ontvangen, en bent u bereid deze met de raad te delen? Is bekend hoeveel inwoners van Sint-Michielsgestel met de wachttijden te maken hebben?
Antwoord 1:
Vraag 2: Deelt het college onze zorg dat het niet halen van de wettelijke termijnen het risico vergroot dat kinderen en gezinnen langer in onveilige situaties blijven, en dat dit om een structurele oplossing vraagt in plaats van incidentele extra inzet? Zo ja, waarom, zo nee, waarom niet?
Antwoord 2:
Vraag 3: Als opdrachtgever zijn gemeenten er wettelijk voor verantwoordelijk dat Veilig Thuis zijn taken kan uitvoeren. Welke stappen heeft het college, samen met de regiogemeenten, sinds het inspectieonderzoek van 2025 gezet? En wat gaat het college nu regionaal doen?
Antwoord 3:
Vraag 4: De inspectie waarschuwt dat een situatie tijdens de wachttijd kan escaleren zonder dat Veilig Thuis daar zicht op heeft. Hoe wordt bewaakt of een wachtende melding alsnog acuut of onveiliger wordt, en welke rol kunnen onze lokale teams daarin spelen?
Antwoord 4:
Vraag 5: Zolang niet alle meldingen op tijd kunnen worden opgepakt, worden er in de praktijk al keuzes gemaakt. Ziet het college, net als D66, kansen om samen met de regiogemeenten en Veilig Thuis de werkwijze opnieuw in te richten met effectiviteit als uitgangspunt: de inzet daar waar die de meeste veiligheid oplevert, gebaseerd op kennis over wat aantoonbaar werkt (bijvoorbeeld uit publicaties van het VerweyJonker Instituut) en met rapportage op uitkomsten: stopt het geweld? Zo ja, waarom, zo nee, waarom niet?
Antwoord 5:
Vraag 6:
Sint-Michielsgestel heeft sterke wijkteams. Welke rol ziet het college voor deze lokale teams, bijvoorbeeld door meldingen vaker en sneller door te zetten met een gezinsgerichte aanpak en Veilig Thuis als expertise en achtervang? Wat zou daarvoor nodig zijn?
Antwoord 6:
Vraag 7: De gemeente zet via het programma Thuis in de Wijk al in op ervaringsdeskundigheid. Ziet het college mogelijkheden om die ervaring en aanpak ook te benutten voor de ondersteuning en nazorg van gezinnen die met huiselijk geweld te maken hebben, bijvoorbeeld door de inzet van (vrijwillige) ervaringsdeskundigen? Graag een motivatie van uw antwoord.
Antwoord 7:
Vraag 8: In de Begroting 2024 staat het doel om binnen vijf jaar bij 70% van de meldingen geweld duurzaam te stoppen. Hoe staat het daarmee, en hoe kan de raad het college steunen om dit doel dichterbij te brengen?
Antwoord 8:
Namens D66, Daniël Muller
Toelichting
Ieder raadslid kan vragen stellen aan het college of de burgemeester. Schriftelijke vragen hebben een politieke lading en vragen meestal om een mening van het college. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd en bevatten indien relevant een bronvermelding. De vragen worden via de griffie bij de voorzitter van de raad ingediend. De griffie draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis worden gebracht van de overige leden van de raad, het college of de burgemeester. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen 30 dagen nadat ze zijn ingediend. Als de beantwoording niet binnen de termijn heeft plaatsgevonden, dan wordt hiervan schriftelijk en gemotiveerd mededeling gedaan door het college of de burgemeester middels een verdagingsbericht. De mededeling bevat ook de termijn van beantwoording. Schriftelijke antwoorden van het college of de burgemeester worden door tussenkomst van de griffie aan de raadsleden toegezonden.
Zie voor meer informatie het Reglement van Orde of neem contact op met de griffie.