Bernheze, 25 augustus 2026
Bron laatst gecontroleerd op 5 oktober 2026.
Schriftelijke vragen _Artikel 60 reglement van orde gemeenteraad en raadscommissie Bernheze 2026, voor de_ _vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Bernheze_
Datum: 23-08-2026 Aan: college van burgemeester en wethouders, gemeente Bernheze
Onderwerp: Moord op Lisa / veiligheid van meisjes, vrouwen, jongens en jonge mannen in de openbare ruimte in Bernheze
Geacht college,
Onlangs verschenen in de landelijke media artikelen waarin wordt beschreven welke maatregelen gemeenten hebben genomen om de veiligheid van vrouwen en meisjes te verbeteren. Aanleiding daarvoor is onder meer de maatschappelijke discussie die is ontstaan na de moord op de 17-jarige Lisa uit Abcoude.
Uit de media blijkt dat verschillende gemeenten inmiddels concrete maatregelen hebben genomen. Voorbeelden zijn het verbeteren van verlichting, het snoeien van groen, het veiliger maken van fietsroutes, het inventariseren van onveilige locaties via meldpunten en apps, het organiseren van veiligheidswandelingen en het expliciet betrekken van vrouwen en meisjes bij de inrichting van de openbare ruimte.
Ook blijkt dat sommige gemeenten de aanpak breder trekken en aandacht besteden aan straatintimidatie, huiselijk en seksueel geweld, intieme terreur en femicide.
De beschikbare cijfers laten tegelijk zien dat ook jongens en jonge mannen aandacht verdienen. Volgens de Emancipatiemonitor 2024 van het CBS was in 2023 onder 15tot 25-jarigen 7 procent van de jonge mannen slachtoffer van bedreiging en 3 procent van mishandeling, tegenover respectievelijk 5 en 2 procent van de jonge vrouwen. Jonge vrouwen liepen daarentegen een veel groter risico op seksueel geweld: 12 procent tegenover 1 procent van de jonge mannen. Van de mannelijke slachtoffers van geweld gaf bovendien 46 procent aan dat het geweld op straat plaatsvond, tegenover 32 procent van de vrouwelijke slachtoffers. Dit pleit voor een brede aanpak van de veiligheid van jongeren, met oog voor de verschillende aard, plaatsen en oorzaken van het slachtofferschap van meisjes en jonge vrouwen enerzijds en jongens en jonge mannen anderzijds.
1
Voor onze fractie roept dit de vraag op hoe de situatie in Bernheze is en of ook onze gemeente voldoende zicht heeft op plekken en omstandigheden waarin meisjes, vrouwen zich onveilig voelen, en of ook voldoende zicht bestaat op bedreiging en mishandeling van jongens en jonge mannen in de openbare ruimte.
Onze fractie vindt dat inwoners / bezoekers van Bernheze niet eerst slachtoffer van een ernstig incident dienen te worden én zouden dienen te voelen vóórdat duidelijk wordt welke locaties in onze gemeente als onveilig worden ervaren. Fysieke en sociale veiligheid begint daarom niet alleen bij handhaving achteraf, maar ook bij luisteren, preventie en een openbare ruimte die zo wordt ingericht dat mensen zich gezien en veilig voelen. Daarbij verdient het perspectief van vrouwen en meisjes nadrukkelijk aandacht.
Wij stellen daarom de volgende schriftelijke vragen:
1. Heeft het college inzicht in de mate waarin meisjes en vrouwen zich binnen de gemeente Bernheze onveilig voelen in de openbare ruimte? Zo ja, waarop is dat inzicht gebaseerd?
2. Zijn bij de gemeente, politie, boa’s of andere partners locaties bekend waar relatief vaak meldingen worden gedaan over sociale onveiligheid, intimidatie, overlast of een onveilig gevoel?
3. Kan het college aangeven of er binnen Bernheze specifieke fiets- en wandelroutes, bushaltes, parkeerterreinen, tunnels, parken, buitengebieden of andere locaties zijn die vanuit sociale veiligheid extra aandacht vragen?
4. Is het college bereid, naar voorbeeld van andere gemeenten, vrouwen en meisjes rechtstreeks te vragen waar zij zich binnen Bernheze onveilig voelen en waarom?
5. Heeft het college tevens inzicht in de mate waarin jongens en jonge mannen in Bernheze in de openbare ruimte te maken krijgen met bedreiging, mishandeling, beroving, intimidatie of groepsgeweld? Zo ja, welke gegevens zijn hierover beschikbaar?
6. Is het college bereid bij een inventarisatie ook jongens en jonge mannen rechtstreeks te betrekken en de uitkomsten naar leeftijd en geslacht uit te splitsen, zodat verschillen in aard, locatie en veiligheidsbeleving zichtbaar worden?
7. Wil het college hiervoor bijvoorbeeld gebruikmaken van een digitale kaart, een tijdelijk meldpunt, een enquête of een (bestaande) meldapp?
8. Ziet het college mogelijkheden om samen met inwoners zogenaamde veiligheidswandelingen of -fietstochten te organiseren waarbij locaties in de avonduren daadwerkelijk worden bekeken op verlichting, begroeiing, zichtlijnen en sociale veiligheid?
2
9. Wordt bij de inrichting en herinrichting van de openbare ruimte in Bernheze momenteel structureel rekening gehouden met sociale veiligheid en specifiek met de ervaringen van de hierboven bedoelde doelgroepen? Zo ja, welke concrete criteria worden daarbij gehanteerd?
10. Worden factoren zoals straatverlichting, hoge begroeiing, donkere doorgangen, afgelegen fietspaden, zichtbaarheid vanaf woningen en vluchtmogelijkheden expliciet meegenomen bij ontwerp- en onderhouds-besluiten?
11. Is het college bereid te onderzoeken of er locaties zijn waar relatief eenvoudige maatregelen, zoals het snoeien van groen of het aanpassen van verlichting, het veiligheidsgevoel kunnen verbeteren?
12. Worden bij nieuwe woonwijken en grote herinrichtingsprojecten vooraf socialeveiligheidsanalyses uitgevoerd?
13. Is het college bereid hierbij nadrukkelijk het perspectief van vrouwen en jonge vrouwen te betrekken, zoals andere gemeenten inmiddels doen?
14. Hoeveel meldingen over straatintimidatie, bedreiging, seksuele intimidatie of vergelijkbare incidenten in de openbare ruimte zijn de afgelopen drie jaar binnen Bernheze bekend bij gemeente, boa’s en – voor zover met het college gedeeld politie?
15. Kan het college deze meldingen, voor zover de aantallen en privacyregels dit toelaten, uitsplitsen naar leeftijd, geslacht, type incident en locatie, en daarbij aangeven of jongens en jonge mannen relatief vaak slachtoffer zijn van bedreiging of mishandeling in de openbare ruimte?
16. Zijn de boa’s in Bernheze specifiek geschoold in het herkennen en aanpakken van straatintimidatie en seksuele intimidatie?
17. Welke mogelijkheden hebben inwoners op dit moment om bij de gemeente melding te maken van een locatie waar zij zich sociaal onveilig voelen, ook wanneer daar nog geen concreet strafbaar feit heeft plaatsgevonden?
18. Vindt het college deze meldingsmogelijkheden voldoende toegankelijk en voldoende bekend bij inwoners?
19. Welke rol spelen politie, jongerenwerk, scholen, horeca, sportverenigingen en andere maatschappelijke organisaties momenteel bij het vergroten van de veiligheid van vrouwen en meisjes in Bernheze?
20. Heeft het college binnen het gemeentelijke veiligheidsbeleid specifiek aandacht voor huiselijk geweld, seksueel geweld, stalking, intieme terreur en femicide?
21. Hoe wordt in Bernheze gewerkt aan het vroegtijdig herkennen van signalen die kunnen wijzen op ernstig / escalerend geweld tegen boven bedoelde doelgroepen?
3
22. Zijn medewerkers van gemeente en maatschappelijke partners die mogelijk met slachtoffers in aanraking komen hiervoor voldoende geschoold? Zo ja, hoe? Zo dit niet het geval is, waarom niet?
23. Hoe wordt samengewerkt met onder andere maatschappelijke partners Veilig Thuis, politie, zorgorganisaties en opvangvoorzieningen?
24. Zijn er volgens het college in onze regio voldoende opvang- en hulpverleningsmogelijkheden voor meisjes en (jonge) vrouwen die acuut slachtoffer zijn van huiselijk of seksueel geweld?
25. Wordt bij het lokale veiligheidsbeleid specifiek aandacht besteed aan meisjes, vrouwen, jongens en jonge mannen bijvoorbeeld rond het uitgaan, fietsen in de avonduren, openbaar vervoer en sociale media?
26. Is het college bereid een Bernheze-brede inventarisatie van sociaal onveilige locaties uit te voeren, daarbij zowel meisjes, vrouwen als jongens en jonge mannen te betrekken en de resultaten uitgesplitst met de gemeenteraad te delen?
27. Kan daarbij tevens worden aangegeven welke locaties op korte termijn met relatief eenvoudige maatregelen veiliger kunnen worden gemaakt?
28. Welke financiële middelen zijn momenteel beschikbaar voor maatregelen die de sociale veiligheid in de openbare ruimte (kúnnen) verbeteren?
29. Is het college bereid zo nodig aanvullende middelen vrij te maken wanneer uit de inventarisatie blijkt dat concrete maatregelen noodzakelijk zijn?
30. Hoe meet het college uiteindelijk of maatregelen daadwerkelijk leiden tot een groter veiligheidsgevoel en niet alleen tot fysieke aanpassingen van de openbare ruimte?
31. Het huidige ‘Lokaal Beleidskader Integrale Veiligheid’ loopt – naar ons inzicht - tot en met 2026. Kan het college aangeven wanneer de raad wordt betrokken bij de voorbereiding en vaststelling van het opvolgende integrale veiligheidsbeleid vanaf 2027 en is het college bereid de veiligheid en het veiligheidsgevoel van meisjes en (jonge) vrouwen daarin expliciet als onderwerp mee te nemen?
32. Is het college bereid voorafgaand aan het opstellen van het opvolgende veiligheidsbeleid een gerichte inventarisatie onder meisjes en vrouwen, jongens en jonge mannen in Bernheze uit te voeren naar sociaal onveilige locaties, straatintimidatie en hun veiligheidsbeleving, zodat de uitkomsten daarvan daadwerkelijk in het nieuwe beleidskader kunnen worden verwerkt?
33. Is het college bereid de gemeenteraad uiterlijk vóór de behandeling van het opvolgend veiligheidsbeleid – in ieder geval - te informeren over:
- de huidige situatie in Bernheze;
- bekende sociaal onveilige locaties;
- ontvangen meldingen;
4
- reeds getroffen maatregelen;
- eventuele aanvullende maatregelen;
- en de wijze waarop vrouwen en meisjes hierbij werden betrokken?
Wij verzoeken het college de vragen afzonderlijk, volledig en binnen de daarvoor geldende termijn te beantwoorden.
Indieners Mart Kievits, raadslid, Lous Timmermans, burgerlid raadscommissie, Leo Verhagen, burgerlid raadscommissie.
5