Bernheze, 3 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen _Artikel 60 reglement van orde gemeenteraad en raadscommissie Bernheze 2026, voor de_ _vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Bernheze_
Datum: 2 september 2026 Aan: college van burgemeester en wethouders, gemeente Bernheze Onderwerp: Besluitrijpheid, juridische kwaliteit en uitvoerbaarheid ‘Participatiebeleid en de Participatieverordening gemeente Bernheze 2026’
Bijlagen : Door Verbindend Bernheze uitgevoerde en opgestelde
- _Grondige analyse voorgenomen ‘Participatiebeleid en de Participatieverordening_ _gemeente Bernheze 2026’_
- _Bestuurlijk-juridische risicoanalyse._
Die integraal onderdeel uitmaken van onderstaande schriftelijke vragen
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Geacht college,
Aanleiding
De fractie Verbindend Bernheze heeft kennisgenomen van het (voorgenomen) ‘ Participatiebeleid en de Participatieverordening gemeente Bernheze 2026’ .
Wij onderschrijven de ambitie om inwoners, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden vroegtijdig en zorgvuldig bij gemeentelijk beleid en uitvoering te betrekken. In onderhavig voorgenomen beleid en verordening signaleren wij echter wezenlijke juridische, bestuurlijke, redactionele en uitvoeringsgerichte risico's.
Na bestudering van de stukken concluderen wij namelijk dat het voorstel niet geschikt is voor besluitvorming door de gemeenteraad op 1 oktober 2026, tenzij de aanbevolen correcties en waarborgen vooraf aantoonbaar, integraal en juridisch samenhangend worden verwerkt. Tegen deze achtergrond stelt onze fractie de volgende schriftelijke vragen.
1
1. Besluitrijpheid en kwaliteitscontrole
1. Deelt het college de conclusie dat de voorliggende stukken juridische, redactionele en inhoudelijke onvolkomenheden bevatten? Zo nee, kan het college per in de analyse genoemde bevinding gemotiveerd aangeven waarom niet?
2. Acht het college het voorstel in de huidige vorm besluitrijp en publiceerbaar? Op welke juridische, wetgevingstechnische en uitvoeringstechnische controles baseert het college dit oordeel?
3. Zijn het raadsvoorstel, het beleid, de verordening, de toelichting en het ontwerpraadsbesluit vooraf integraal getoetst door een wetgevingsjurist en een publicatiespecialist? Zo ja, door wie, wanneer en met welke uitkomsten? Kan de raad de bevindingen ontvangen?
4. Is het college bereid de besluitvorming aan te houden en een juridisch gecorrigeerde, publiceerklare en integraal afgestemde set stukken aan de raad voor te leggen? Zo nee, waarom acht het college reparatie vóór vaststelling niet noodzakelijk?
2. Nummering, verwijzingen en intrekkingsbepaling
5. Klopt het dat hoofdstuk 7 en artikel 18 ontbreken, terwijl na artikel 17 direct artikel 19 volgt? Is uitsluitend sprake van een nummeringsfout of is inhoudelijk een hoofdstuk of bepaling weggevallen?
6. Hoe verklaart het college dat de toelichting verwijst naar overgangsrecht, de hardheidsclausule en nadere regels bij andere artikelnummers dan in de verordeningstekst?
7. Klopt het dat artikel 15 de Participatieverordening 2017 intrekt, terwijl deze sociaaldomeinregeling volgens de officiële regelingenhistorie reeds op 12 maart 2026 is vervallen? Welke regeling moet feitelijk worden ingetrokken?
8. Kan het college vóór besluitvorming een gecorrigeerde integrale tekst en een overzicht van alle redactionele en wetgevingstechnische wijzigingen aan de raad verstrekken?
3. Aansluiting bij het VNG-model
9. Waarom vermeldt het raadsvoorstel aansluiting bij VNG-modelvariant 2, terwijl de voorgestelde regeling elementen van beide varianten combineert en lokaal aanvullende bepalingen bevat?
10. Welke bepalingen wijken inhoudelijk af van VNG-modelvariant 2, waarom is per afwijking voor de Bernhezer variant gekozen en welke juridische en uitvoeringsgevolgen heeft dit?
2
11. Is het college bereid een volledige was-wordt-, concordantie- en afwijkingstabel te verstrekken, waarin ook de niet-overgenomen VNG-waarborgen en de motivering daarvan zijn opgenomen?
12. Waarom ontbreken onder meer een centrale ontvangst- en doorzendregeling, een verzekerd herstelrecht bij onvolledige verzoeken, definitieve beslis- en publicatietermijnen en een structurele P&C-rapportage?
4. Reikwijdte, bevoegdheden en rechtsbescherming
13. Waarom worden de begrippen inwoner, belanghebbende, lokale organisatie, maatschappelijke partij, organisatie en initiatiefnemer wisselend gebruikt zonder sluitende definities? Hoe voorkomt het college ongelijke toegang?
14. Hoe wordt gewaarborgd dat raad, college en burgemeester uitsluitend besluiten binnen hun eigen bevoegdheid en dat een verzoek altijd tijdig bij het bevoegde bestuursorgaan terechtkomt?
_15._ Waarom is voor uitdaagverzoeken geen centraal loket met verplichte doorzending en kennisgeving aan de verzoeker geregeld?
_Een_ _uitdaagverzoek_ _is een formeel verzoek van inwoners, verenigingen of_ _maatschappelijke organisaties aan de gemeente om de uitvoering van een gemeentelijke_ _taak over te nemen. De indieners “dagen” de gemeente als het ware uit, omdat zij menen_ _dat zij die taak bijvoorbeeld: beter of efficiënter, goedkoper, duurzamer, met meer_ _draagvlak, of met grotere maatschappelijke meerwaarde kunnen uitvoeren._
_Een voorbeeld: inwoners stellen voor om zelf het onderhoud van een buurtpark te_ _verzorgen. Zij vragen de gemeente om deze taak – eventueel met het bijbehorende budget_
_– aan hen over te dragen._
_Een uitdaagverzoek bevat doorgaans:_
_1._ _welke gemeentelijke taak men wil overnemen;_ _2._ _wie het verzoek indient;_ _3._ _hoe de taak wordt uitgevoerd;_ _4._ _welke voordelen dit oplevert;_ _5._ _welk draagvlak er bestaat;_ _6._ _welk budget, materiaal of ondersteuning nodig is;_ _7._ _hoe continuïteit, veiligheid en kwaliteit worden gewaarborgd._
_De gemeente moet het verzoek beoordelen volgens de regels in haar participatie-_ _verordening. Zij hoeft het verzoek dus_ _niet automatisch toe te wijzen_ _, maar moet een_ _afwijzing wel zorgvuldig en deugdelijk motiveren_ _. Het verantwoordelijke bestuursorgaan_ _beslist uiteindelijk over het verzoek. Daarbij kunnen onder meer wettelijke verplichtingen,_ _belangen van derden, aanbestedingsregels, aansprakelijkheid en beschikbare middelen_ _een rol spelen._
_Belangrijk is dat alleen de_ _feitelijke uitvoering_ _van een taak kan worden overgenomen. De_ _publiekrechtelijke bevoegdheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid blijven in beginsel bij_ _de gemeente. Het uitdaagrecht is bovendien niet uitsluitend bedoeld als bezuinigings-_ _instrument; ook maatschappelijke meerwaarde kan doorslaggevend zijn._
3
_[Toelichting vanuit de parlementaire behandeling en VNG-informatie over de](https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-36210-6.html?utm_source=chatgpt.com)_ _participatieverordening._
16. Wanneer kwalificeert een reactie op een participatie-, overheidsparticipatie- of uitdaagverzoek volgens het college als een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb?
17. Welke bezwaar-, klacht- en ombudsroute staat per type beslissing open, en waarom bevat de verordening geen duidelijke rechtsmiddelen- en bevoegdhedenmatrix?
5. Uitzonderingen, hardheidsclausule en draagvlak
18. Hoe worden de ruime uitzonderingsgronden, waaronder algemeen belang, spoedeisendheid, een lopend traject en ondergeschikte wijzigingen, objectief en controleerbaar toegepast?
19. Is het college bereid te verplichten dat ieder besluit om participatie achterwege te laten vooraf kenbaar, concreet, proportioneel en openbaar wordt gemotiveerd? Zo nee, waarom niet?
20. Waarom maakt de hardheidsclausule afwijking van alle bepalingen mogelijk? Welke kernnormen, wettelijke minimumeisen en bevoegdheidsregels mogen volgens het college nooit via deze clausule worden gepasseerd?
21. Hoe wordt het vereiste draagvlak bij een uitdaagverzoek gemeten, welke groepen tellen mee en wanneer kan onvoldoende draagvlak tot afwijzing leiden? Hoe voorkomt het college willekeur en benadeling van minderheden of kleine initiatiefgroepen?
6. Omgevingswet en BOPA
22. Welke door de raad aangewezen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA's) kennen momenteel verplichte participatie, wanneer zijn die vastgesteld en blijven deze ongewijzigd gelden?
23. Welk bestuursorgaan moet de in artikel 12 genoemde handreiking vaststellen, blijft de Handreiking 2022 gelden en op welke datum is een geactualiseerde versie beschikbaar?
24. Hoe scheidt het college de vormvrije participatie door een aanvrager van de eigen onderzoeks-, zorgvuldigheids- en belangenafwegingsplicht van het bevoegd gezag?
25. Is het college bereid vóór inwerkingtreding een matrix vast te stellen met per Omgevingswetinstrument het bevoegde gezag, de participatie- en motiveringsplicht, het beleidskader, de rol van de raad, de publicatiewijze en het rechtsgevolg bij een onvolledige aanvraag?
4
7. Uitdaagrecht en publiekrechtelijke waarborgen
26. Hoe worden bij het uitdaagrecht de risico's op het gebied van aanbestedingsrecht, staatssteun, Wet markt en overheid, integriteit, Bibob, aansprakelijkheid, verzekeringen, arbeidsrecht, privacy, Woo en archivering getoetst?
27. Welke minimumeisen gelden voor toezicht, kwaliteit, continuïteit, klachtenbehandeling, niet-nakoming, beëindiging en faillissement wanneer maatschappelijke partijen gemeentelijke taken uitvoeren?
28. Blijft de juridische en politieke verantwoordelijkheid in alle gevallen bij het gemeentebestuur, en hoe wordt de raad geïnformeerd over politiek of financieel gevoelige uitdaagverzoeken?
8. Evaluatie, raad en democratische controle
29. Waarom is evaluatie in artikel 13 facultatief geformuleerd, terwijl het beleid een eerste evaluatie binnen twee jaar toezegt? Is het college bereid hiervan een bindende evaluatieplicht te maken?
30. Is het college bereid jaarlijks in begroting en jaarverslag te rapporteren over participatietrajecten, uitzonderingsbesluiten, bereik en representativiteit, klachten, kosten, resultaten en leerpunten?
31. Op basis van welke criteria wordt een startnotitie aan de raad voorgelegd en wanneer wordt de raad tussentijds betrokken bij politiek gevoelige of kaderstellende trajecten?
32. Hoe voorkomt het college dat termen als meebeslissen of samen beslissen de onjuiste verwachting wekken dat formele beslissingsbevoegdheden worden overgedragen?
9. Representativiteit en het gevolgde participatieproces
33. Kan het college een geaggregeerd deelnemers- en bereiksoverzicht verstrekken per kern en doelgroep, inclusief respons, non-respons en groepen die niet of nauwelijks zijn bereikt?
34. Kan het college een volledige reactienota verstrekken waarin per ingebrachte zienswijze of reactie de strekking, beoordeling, verwerking of gemotiveerde afwijzing zichtbaar is?
35. Hoe zijn tegengestelde belangen gewogen en hoe is onderscheid gemaakt tussen inbreng van inwoners, dorpsraden, organisaties, college en ambtelijke organisatie?
36. Wijkt het uiteindelijke voorstel wezenlijk af van het ter inzage gelegde concept? Zo ja, waarom is geen aanvullende participatie- of inspraakronde gehouden?
5
10. Uitvoerbaarheid, capaciteit en financiën
37. Waarop is de stelling gebaseerd dat uitvoering binnen de bestaande capaciteit en budgetten mogelijk is? Kan het college een uren-, formatie- en kostenraming per structurele taak verstrekken?
38. Welke middelen zijn beschikbaar voor inclusieve werving, toegankelijke locaties en digitale middelen, taalondersteuning, deelnemersvergoedingen, training, juridische toetsing en kwaliteitsbewaking?
39. Zijn de toolbox, model-participatieplannen, eindverslagen, beslisbomen, bevoegdhedenmatrix, AVG/Woo/archiveringsprotocol en kwaliteits- en escalatieroute gereed vóór inwerkingtreding? Zo nee, welke onderdelen ontbreken en wanneer zijn die gereed?
40. Is het college bereid de inwerkingtreding afhankelijk te stellen van een door de raad controleerbaar uitvoeringsplan, inclusief capaciteit, budget, verantwoordelijkheden, KPI's (kritieke prestatie-indicator / _Key Performance_ _Indicator_ ) en een nulmeting?
11. Vervolg en beantwoording
41. Kan het college per aanbeveling en voorgestelde herstelmaatregel uit de analyse aangeven of deze wordt overgenomen, gedeeltelijk wordt overgenomen of niet wordt overgenomen, steeds met een inhoudelijke motivering?
42. Kan het college de beantwoording en alle toegezegde bijlagen tijdig vóór de behandeling en besluitvorming door de gemeenteraad beschikbaar stellen, zodat de raad deze zorgvuldig kan beoordelen?
43. Indien volledige beantwoording vóór de geplande behandeling niet mogelijk is, is het college dan bereid de raad voor te stellen het agendapunt aan te houden? Zo nee, waarom niet?
Verzoek
Wij verzoeken het college de vragen afzonderlijk, volledig en binnen de daarvoor geldende termijn te beantwoorden.
Mart Kievits, raadslid, Lous Timmermans, burgerlid raadscommissie, Leo Verhagen, burgerlid raadscommissie.
6