Bernheze, 29 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Registratienummer: 151788 /154195
Beantwoording art. 60 vragen
Datum b&w:
Portefeuillehouder:
28 september 2026 burgemeester Mark de Man
Onderwerp: Besluitrijpheid, juridische kwaliteit en uitvoerbaarheid ‘Participatiebeleid
Indiener vraag:
Heesch, 28 september 2026
Inleiding In dit document vindt u de reactie van het college op de schriftelijke vragen van Verbindend Bernheze over het participatiebeleid en de participatieverordening. Om doublures te voorkomen en de samenhang tussen onderwerpen zichtbaar te maken, worden de vragen per hoofdstuk uit de vragenbrief beantwoord.
Beantwoording vragen
_Besluitrijpheid en kwaliteitscontrole & nummering wijzigingen en intrekkingsbepaling_ Het college deelt niet de conclusie dat het participatiebeleid en de participatieverordening onvoldoende besluitrijp zijn. De stukken zijn inhoudelijk voorbereid, juridisch getoetst en vormen samen een samenhangend kader voor participatie in Bernheze. Wel zijn enkele redactionele en technische onvolkomenheden geconstateerd. Deze punten raken niet aan de beleidsmatige uitgangspunten of de gekozen systematiek en geven daarom geen aanleiding om de besluitvorming uit te stellen. Verschrijvingen, onvolkomenheden in de nummering, onjuiste verwijzingen en doublures zijn inmiddels gecorrigeerd.
_Aansluiting bij het VNG-model_ Bij de opstelling van de verordening is de VNG-modelverordening als uitgangspunt gebruikt. Binnen de ruimte die het model biedt, heeft Bernheze gekozen voor een lokale uitwerking die aansluit bij het participatiebeleid, de Bernhezer werkwijze en de lokale praktijk. Niet ieder onderdeel uit een modelverordening hoeft daarbij afzonderlijk te worden overgenomen. Bepalend is dat de verordening voldoet aan de wettelijke vereisten, juridisch uitvoerbaar is en aansluit bij de lokale beleidskeuzes. Het college kiest daarbij bewust voor voldoende houvast, zonder participatie om te vormen tot een zwaar geformaliseerd stelsel. Het college ziet daarom geen noodzaak voor een uitgebreide was-wordt-, concordantie- of afwijkingstabel.
_Reikwijdte, bevoegdheden en rechtsbescherming_ De participatieverordening verandert niets aan de bestaande bevoegdheidsverdeling tussen raad, college en burgemeester. Participatie biedt invloed op het proces en de voorbereiding van besluiten, maar verandert niet welk bestuursorgaan uiteindelijk bevoegd is een besluit te nemen. Waar wettelijke bezwaar- en beroepsmogelijkheden bestaan, blijven deze onverminderd van kracht. De verordening creëert geen nieuwe bestuursrechtelijke procedures, maar biedt een kader voor zorgvuldig en navolgbaar participeren. Het college kiest er op dit moment niet voor om voor uitdaagverzoeken een afzonderlijk centraal loket in de verordening op te nemen. Uitgangspunt is dat verzoeken op een toegankelijke en zorgvuldige wijze binnen
de organisatie worden behandeld en, waar nodig, naar het bevoegde bestuursorgaan of organisatieonderdeel worden doorgeleid. Bij de eerste integrale evaluatie binnen twee jaar zal worden bezien of de praktijk aanleiding geeft om de werkwijze verder te verduidelijken of aanvullende voorzieningen te treffen.
_Uitzonderingen, hardheidsclausule en draagvlak_ De uitzonderingsgronden en de hardheidsclausule zijn bedoeld om maatwerk mogelijk te maken. Niet ieder onderwerp leent zich voor dezelfde vorm van participatie en niet iedere situatie laat zich vooraf in regels vastleggen. Daarbij geldt steeds dat afwegingen zorgvuldig, proportioneel en gemotiveerd moeten plaatsvinden. Wanneer wordt besloten participatie niet toe te passen, maakt die afweging onderdeel uit van het betreffende voorstel, besluit of procesontwerp. Draagvlak kan bij een initiatief of uitdaagverzoek een relevant aspect zijn, maar wordt steeds beoordeeld in samenhang met de aard van het initiatief en de betrokken belangen.
_Omgevingswet en BOPA_ De Omgevingswet laat participatie door initiatiefnemers bewust vormvrij. De wet schrijft niet voor hoe een omgevingsdialoog moet worden ingericht, maar vraagt wel dat initiatiefnemers inzichtelijk maken hoe belanghebbenden zijn betrokken en wat met de opbrengsten daarvan is gedaan. Het college sluit daarbij aan. Initiatiefnemers worden ondersteund met een handreiking voor de omgevingsdialoog. De eigen verantwoordelijkheid van initiatiefnemers laat daarbij onverlet dat het bevoegd gezag verantwoordelijk blijft voor een zorgvuldige belangenafweging en besluitvorming. Daarnaast wordt onderzocht of beleidsregels een passende aanvulling kunnen zijn. De raad wordt over de uitkomsten van dit onderzoek geïnformeerd.
Het college ziet op dit moment geen noodzaak om vóór de inwerkingtreding een afzonderlijke matrix vast te stellen waarin voor alle instrumenten van de Omgevingswet bevoegdheden, participatieverplichtingen, motiveringsplichten, publicatievereisten en rechtsgevolgen zijn opgenomen. Bij de verdere uitwerking van de handreiking en het onderzoek naar mogelijke beleidsregels wordt wel bezien welke informatie nodig is om initiatiefnemers, medewerkers, college en raad voldoende duidelijkheid te bieden _._
_Uitdaagrecht en publiekrechtelijke waarborgen_ Met het uitdaagrecht wil de gemeente ruimte bieden aan inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers die zelf verantwoordelijkheid willen nemen voor maatschappelijke opgaven of gemeentelijke taken.Tegelijkertijd blijven publieke belangen, wettelijke verplichtingen en bestuurlijke verantwoordelijkheden geborgd. Voorstellen worden daarom zorgvuldig beoordeeld binnen de bestaande wettelijke en bestuurlijke kaders. Het uitdaagrecht creëert geen zelfstandige route waarmee bestaande bevoegdheden of wettelijke verplichtingen kunnen worden gepasseerd.
_Evaluatie, raad en democratische controle_ Het participatiebeleid en de verordening hebben een verschillend karakter. De verordening bevat de juridische kaders; het beleid beschrijft de werkwijze die Bernheze in de praktijk nastreeft. Evaluatie, terugkoppeling en leren zijn vaste onderdelen van de Bernhezer participatiemethodiek. Tegelijkertijd biedt de verordening ruimte om de vorm en diepgang van evaluaties af te stemmen op de aard van het participatietraject. Niet ieder traject vraagt dezelfde aanpak. In het raadsvoorstel is vastgelegd dat binnen twee jaar na inwerkingtreding een eerste integrale evaluatie plaatsvindt. Daarbij wordt ook bezien hoe de gekozen werkwijze in de praktijk functioneert. Het college kiest op dit moment niet voor een afzonderlijke jaarlijkse rapportage over participatie in begroting en jaarverslag. De evaluatie binnen twee jaar sluit beter aan bij de gekozen lerende aanpak. Bij de voorbereiding van deze evaluatie wordt bezien
- 2
op welke wijze resultaten, ervaringen, leerpunten en relevante gegevens het best kunnen worden gerapporteerd aan de raad.
_Representativiteit en het gevolgde participatieproces_ Bij de ontwikkeling van het participatiebeleid zijn inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, dorpsraden, bestuurders en medewerkers op verschillende momenten betrokken. De opbrengsten hiervan zijn verwerkt in het participatiebeleid en vastgelegd in het participatieverslag. Het doel van dit proces was niet het uitvoeren van een statistisch representatief onderzoek, maar het ophalen van uiteenlopende ervaringen, belangen en perspectieven. Het participatiebeleid kiest daarom niet voor representativiteitsnormen, maar voor een bewuste inspanning om verschillende groepen inwoners te bereiken en een zorgvuldig participatieproces te organiseren.
Er zijn geen deelnemers- en bereiksoverzichten opgesteld. Het participatieproces was gericht op het ophalen van uiteenlopende ervaringen, belangen en perspectieven en niet op het uitvoeren van een statistisch representatief onderzoek. De gemeente beschikt over een volledige weergave van de opgehaalde reacties en de wijze waarop deze zijn verwerkt. Deze informatie is benut bij het opstellen van het participatieverslag. Het participatieverslag bevat hiervan de hoofdlijnen en belangrijkste bevindingen. Het college ziet op dit moment geen aanleiding om daarnaast een afzonderlijke reactienota op te stellen waarin iedere afzonderlijke bijdrage integraal wordt opgenomen en beoordeeld. Daar is door de participanten ook niet om verzocht.
_Uitvoerbaarheid, capaciteit en financiën_ Het participatiebeleid bouwt voort op de participatievisie Samen Bernheze uit 2022. Het ambitieniveau wordt niet verhoogd. De bestaande ambities zijn verder uitgewerkt en voorzien van een duidelijkere werkwijze en praktische handvatten voor de uitvoering. De invoering en uitvoering vinden plaats binnen de bestaande capaciteit en beschikbare budgetten. Participatie wordt daarbij niet gezien als een afzonderlijke taak naast het reguliere werk, maar als onderdeel van beleidsontwikkeling, planvorming, uitvoering en besluitvorming.
Voor activiteiten zoals communicatiemiddelen, ondersteuning van deelnemers, trainingen en kwaliteitsverbetering wordt gebruikgemaakt van de bestaande budgetten en reguliere werkzaamheden binnen de organisatie. Hiervoor is geen afzonderlijk structureel budget vastgesteld. De komende jaren wordt ervaring opgedaan met de nieuwe werkwijze. Bij de integrale evaluatie binnen twee jaar wordt ook beoordeeld of de beschikbare capaciteit, deskundigheid en ondersteuning toereikend zijn om deze ambities waar te maken.
_Vervolg en beantwoording_ Inmiddels is een redactionele eindcontrole van het beleid en de verordening uitgevoerd. De door u genoemde punten zijn daarbij betrokken. Kennelijke verschrijvingen, onvolkomenheden in nummering, onjuiste verwijzingen en doublures in de tekst zijn waar nodig gecorrigeerd. Voor de beleidsmatige keuzes blijft het college achter de gekozen lijn staan: ruimte voor maatwerk, vertrouwen in de samenleving, transparantie over keuzes, leren van ervaringen en een praktische uitwerking van het participatiebeleid. Daarom ziet het college op dit moment geen aanleiding om de besluitvorming aan te houden.
- 3