Berkelland, 30 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen art. 33
Indiener: Theo Helmers CDA Datum indiening vraag: 15 september 2026 Datum verzending antwoord: 30 september 2026
Onderwerp: Voortgang woningbouw Berkelland, n.a.v. Bestuursrapportage
Inleiding
De Bestuursrapportage 2026 geeft een positief beeld van de ontwikkeling van de woningbouw in Berkelland. De CDA-fractie constateert dat de inspanningen uit de vorige raadsperiode steeds meer zichtbaar worden. Volgens de beantwoording van de schriftelijke vragen van Jan Peters (8 september jl.) zijn er medio mei 2026 1.387 harde en zachte woningbouwplannen. De woningbouw in Berkelland raakt op stoom. Dat is goed nieuws voor onze inwoners en voor de leefbaarheid van onze kernen.
Tegelijkertijd vraagt een voortvarende woningbouwopgave om een realistische blik op de verdere uitvoering. De Bestuursrapportage laat zien dat naast de bestaande harde en zachte plannen nog circa 330 woningen nodig zijn om de ambitie, inclusief de benodigde planologische buffer van 130%, tot 2032 te kunnen realiseren. Ook zien we dat enkele projecten vertraging oplopen, onder andere door bezwaarprocedures.
Daarnaast veranderen de omstandigheden op de woningmarkt. Landelijk en regionaal zijn er signalen over de ontwikkeling van rente, koopkracht en de verkoopbaarheid van nieuwbouw. Ook wordt kritischer gekeken naar de bijdrage van optoppen, woningsplitsing in de kernen en transformatie. Deze ontwikkelingen hoeven op dit moment geen reden tot zorg te zijn, maar zijn wel relevant voor de verwachtingen en de sturing van de woningbouwopgave.
In de commissievergadering heeft het college aangegeven dat de Berap-rapportage inhoudelijk op onderdelen beter had gekund. Juist daarom vinden wij het belangrijk om op dit belangrijke onderdeel, woningbouw, voor onze inwoners een aantal zaken nader te verduidelijken, zodat de raad over een zo compleet mogelijk beeld beschikt. Een Berap registreert niet alleen de stand van zaken, maar geeft ook inzicht in de verwachte ontwikkeling en in bekende veranderende omstandigheden.
De CDA-fractie wil daarbij vooral vooruitkijken : waar staan we, hoe hard zijn de verwachtingen en zijn de uitgangspunten waarmee Berkelland stuurt nog passend? Met onderstaande vragen willen wij daarvoor een goed beeld verkrijgen.
Vraag:
Woningbouwopgave en resterende programmering
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
Volgens de beantwoording zijn tot 2032 circa 1.387 woningen (stand medio mei 2026) opgenomen in harde en zachte plannen. Daarnaast zijn er ruim 300 woningen nodig om de ambitie inclusief de benodigde planologische buffer (de 130% t.o.v. Woondeal Achterhoek 1.1) te realiseren.
a. Kan het college de 1.387 woningen uitsplitsen naar harde en zachte plannen en naar de verschillende kernen?
b. Welke locaties of initiatieven zijn momenteel in beeld voor de circa 300 aanvullende woningen en welk deel daarvan vraagt nog om nieuwe ruimtelijke keuzes?
c. In welke kernen is, gelet op de huidige programmering en de resterende opgave, extra aandacht nodig om de ambities te behalen?
Antwoord (in te vullen door college):
_a._ _We werken momenteel aan een actualisatie van de woningbouwprogrammering. Daarbij wordt de_
_plancapaciteit uitgesplitst naar harde en zachte plannen en naar de verschillende kernen. Deze_ _analyse vormt onderdeel van de Staat van Wonen die in december aan de raad wordt aangeboden._ _Op dit moment zijn de gegevens nog niet voldoende gevalideerd om een betrouwbare uitsplitsing te_ _kunnen geven._ _b._ _We hebben enkele potentiële woningbouwlocaties in beeld die, indien gewenst, kunnen worden_
_ontwikkeld voor woningbouw. Deze locaties passen binnen de huidige beleidsmatige en ruimtelijke_ _kaders. Voor de ontwikkeling hiervan zijn daarom op dit moment geen aanvullende ruimtelijke_ _keuzes nodig. Vanwege de onderhandelingsgevoeligheid en de mogelijke gevolgen voor grond- en_ _vastgoedposities kunnen deze locaties niet nader worden benoemd. We sluiten nieuwe ruimtelijke_ _keuzes niet uit en betrekken daarbij de raad._ _c._ _Gelet op de omvang van de huidige resterende woningbouwopgave heeft met name Eibergen nog_
_ruimte voor de ontwikkeling van nieuwe woningbouwlocaties. Met de potentiële locaties en de_ _mogelijkheden voor nieuwe initiatieven, bestaat er een reëel en positief perspectief om de_ _woningbouwopgave de komende jaren verder in te vullen en de ambities uit het_ _Volkshuisvestingsprogramma te behalen._
Vraag:
Zekerheid woningbouw 2026 en 2027
Het college verwacht circa 703 woningen te realiseren in 2026 en 2027, waarvan 354 woningen in 2027 . Dit sluit aan bij de ambitie die in de vorige raadsperiode is uitgesproken.
a. Hoe hard is de verwachting van 354 woningen in 2027? Kan het college deze uitsplitsen naar woningen waarvoor de vergunning is verleend, woningen met een onherroepelijke planologische basis en woningen die nog afhankelijk zijn van belangrijke vervolgstappen?
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
Antwoord:
_a._ _De verwachting van 354 woningen in 2027 is gebaseerd op de woningbouwprogrammering van_
_afgelopen mei. Een nadere uitsplitsing naar de mate van planologische en procedurele hardheid_ _vergt een analyse op projectniveau._ _Daarvoor wordt gewerkt aan het verder verfijnen van de_ _monitoring van woningbouwplannen, zodat in toekomstige rapportages meer inzicht kan worden_ _gegeven in de verschillende fasen van planontwikkeling._
Vraag:
Capaciteit en uitvoerbaarheid
De woningbouwprogrammering bedraagt een groot deel van de oorspronkelijke opgave, terwijl daarnaast nog de ruim 300 woningen aan de programmering moeten worden toegevoegd. (de 130% tot 2032)
a. Is de huidige (uitgebreide) personele en organisatorische capaciteit voldoende om de bestaande én aanvullende woningbouwopgave tijdig te ontwikkelen, beoordelen en begeleiden, zowel binnen de gemeente als bij belangrijke ketenpartners zoals de ODA, het waterschap en de provincie?
b. Zo nee, waar zitten de belangrijkste knelpunten en welke maatregelen zijn nodig om te voorkomen dat beschikbare planologische capaciteit door beperkte uitvoeringscapaciteit niet tijdig tot woningbouw leidt?
Antwoord:
_a._ _Deze vraag kunnen wij niet beantwoorden voor de ketenpartners. Op dit moment is in onze eigen_
_organisatie de personele capaciteit op de meeste plekken toereikend om de afgesproken aantallen_ _te realiseren. Waar nodig huren we externe capaciteit in. De extra woningbouwaantallen in het_ _raadsakkoord kunnen zonder uitbreiding van de capaciteit niet worden gerealiseerd._ _b._ _De personele capaciteit is in hoge mate bepalend voor het aantal woningen dat kan worden_
_gerealiseerd. De benodigde capaciteit hangt verder mede af van het te realiseren aantal woningen_ _per locatie. Daarnaast leidt een gebrek aan professionaliteit bij sommige initiatiefnemers tot extra_ _werk en daarmee tot een groter beslag op de beschikbare personele capaciteit._
Vraag:
Van ambitie naar uitvoering
De CDA-fractie vindt het belangrijk dat de hoge woningbouwambitie wordt vastgehouden en wordt vertaald naar concrete en uitvoerbare plannen. Daarbij is het belangrijk dat de woningbouw aansluit bij de woningbehoefte van Berkelland en bij de afspraken die met onder meer ProWonen zijn gemaakt over de sociale huursector. Zie ook de op 18 december 2025 getekende prestatieafspraken met ProWonen.
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
a. Kan het college inzicht geven in de ruimtelijke, financiële en organisatorische route om de woningbouwopgave tot 2032 te realiseren?
b. Welke belangrijke keuzes of besluiten zijn hiervoor nog aan de gemeenteraad?
c. Hoe bewaakt het college daarbij de aansluiting tussen de woningbouwprogrammering, de lokale woningbehoefte en de gemaakte prestatieafspraken met ProWonen?
Antwoord:
_a._ _Ruimtelijke en organisatorische route: De woningbehoefte is vastgesteld op basis van_
_demografische ontwikkelingen en de behoeften van doelgroepen zoals starters, senioren, gezinnen_ _en aandachtsgroepen, waarbij ook de woonzorgopgave is meegenomen. Voor de woningbouw_ _hanteren we een locatiestrategie waarbij transformatie en inbreiding voorrang krijgen, gevolgd door_ _uitbreidingslocaties aan de randen van de kernen. De woningbouwprogrammering sluit aan op de_ _Woondeal, met afspraken over sociale huur, betaalbare koop en vrije sector. Dit heeft geleid tot een_ _volkshuisvestingsprogramma met woningenaantallen, woningtypen en locatietypes. Om te borgen_ _dat de woningbouwopgave blijft aansluiten bij de behoefte van inwoners, wordt in 2027 een nieuw_ _woonwensenonderzoek uitgevoerd. Indien nodig kunnen we op basis hiervan de_ _woningbouwprogrammering en woningbouwambitie bijstellen._ _Om de realisatie te versnellen is een onderzoek uitgevoerd, waarvan de uitkomsten worden benut_ _om procedures en vergunningverlening te stroomlijnen. Met het onderzoek Ongeziene_ _Woonmogelijkheden is daarnaast gekeken of alle potentiële woningbouwlocaties in beeld zijn._ _Daarnaast zijn we nu gestart met het opstellen van kernenvisies om per kern de woningbouwopgave_ _verder uit te werken en te plannen._ _Met ProWonen zijn prestatieafspraken gemaakt over de volkshuisvestelijke opgaven binnen de_ _gemeente. ProWonen heeft daarbij uitgesproken zich maximaal in te zetten voor de realisatie van_ _de sociale woningbouwambitie zoals opgenomen in ons volkshuisvestingsprogramma. Hiermee is_ _een belangrijke basis gelegd voor de uitvoering van de sociale huur- en aandachtsgroepenopgave_ _tot 2036._ _b. Uiteraard zal de gemeenteraad ook bij toekomstige ontwikkelingen worden betrokken. Dat is met_ _name het geval als de benodigde wijziging van het planologische regiem om een raadsbesluit_ _vraagt en/of er financiële middelen nodig zijn waarbij het budgetrecht van de gemeenteraad aan de_ _orde is. We werken aan de doorontwikkeling van informatievoorziening aan de raad met de Staat_ _van het wonen. En we beraden ons op de wijze waarop de raad wordt betrokken bij de voortgang_ _van de woningbouwprogrammering, zodat u dit soort uitgebreide vragen niet opnieuw hoeft te_ _stellen._ _c. We bewaken deze aansluiting op verschillende manieren. De woningbouwprogrammering wordt_ _periodiek gemonitord, zodat tijdig inzicht ontstaat in de voortgang van projecten en de realisatie van_ _de gewenste woningtypen en prijscategorieën. Daarnaast wordt de lokale woningbehoefte in 2027_ _opnieuw in beeld gebracht met een woonwensenonderzoek. De resultaten hiervan worden gebruikt_ _om te beoordelen of de woningbouwprogrammering nog aansluit bij de actuele vraag van inwoners._
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
_Ook de prestatieafspraken met ProWonen worden actief gevolgd. Bestuurlijk overleg vindt ieder_ _halfjaar plaats, waarbij de voortgang van de afspraken wordt besproken en wordt bekeken of_ _bijstelling van de uitvoeringsagenda nodig is voor de komende periode. Op deze manier kan worden_ _ingespeeld op veranderende omstandigheden en blijft de woningbouwopgave zo goed mogelijk_ _aansluiten bij zowel de lokale behoefte als de gemaakte afspraken met ProWonen._
Vraag:
Kostenverhaal en revolverend karakter
Voor lopende woningbouwinitiatieven worden budgetten doorgeschoven en wordt ervan uitgegaan dat gemeentelijke plankosten in belangrijke mate via kostenverhaal op initiatiefnemers worden terugontvangen.
a. Om hoeveel initiatieven en welk bedrag aan doorgeschoven budgetten gaat het? Welk deel van het geraamde kostenverhaal is juridisch of contractueel verzekerd?
b. In hoeverre zijn initiatiefnemers op dit moment daadwerkelijk gebonden aan het afrekenen van deze kosten met de gemeente?
c. Welk financieel risico loopt de gemeente wanneer deze initiatieven uiteindelijk niet of pas veel later worden gerealiseerd?
d. In hoeverre is de verwachting dat deze middelen revolverend zijn onderbouwd? Hoe zeker is het college dat de voorgeschoten middelen daadwerkelijk terugvloeien en opnieuw voor woningbouw kunnen worden ingezet? Welke risico's ziet het college hierbij?
Antwoord:
_a._ _Voor het eerste deel van de beantwoording verwijzen we naar onze reactie op uw schriftelijke_
_vragen van 2 september 2026, waarbij onder vraag 2 een overzicht is opgenomen van de_ _doorgeschoven budgetten. Het kostenverhaal is niet afzonderlijk geraamd, maar de inkomsten uit_ _kostenverhaal worden in het jaar van ontvangst op deze budgetten verantwoord. Uitgangspunt van_ _de wetgever (zie artikel 13.12 Omgevingswet) is dat de bijdrage aan de gemaakte kosten door de_ _ontwikkelaar wordt betaald voordat met de bouw wordt gestart. De gemeente legt de afspraken over_ _kostenverhaal vast in een anterieure overeenkomst die wordt gesloten voordat het benodigde_ _ruimtelijke besluit is genomen._
_Het college werkt aan het opstellen van een nota om de werkwijze en regels rondom kostenverhaal_ _en financiële bijdragen vast te leggen en daarmee in een vroegtijdig stadium meer duidelijkheid te_ _geven aan initiatiefnemers over de hoogte van de bijdrage. Deze gemeenteraad wordt hierbij_ _betrokken en stelt de nota vast._
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
_b._ _De verschuldigde bijdrage wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Daarbij kunnen ook_
_betalingsafspraken worden overeengekomen en waar noodzakelijk kunnen aanvullende zekerheden_ _worden verlangd (bijvoorbeeld in de vorm van een bankgarantie). Zie ook de beantwoording_ _hiervoor onder a._
_c._ _Het financieel risico voor de gemeente is bij particuliere initiatieven beperkt tot de gemaakte kosten_
_van voorbereiding en begeleiding voor zover deze nog niet door de ontwikkelaar voldaan zijn. Die_ _situatie kan zich voordoen als het onverhoopt niet lukt om overeenstemming te bereiken over de_ _anterieure overeenkomst of als na het sluiten ervan niet met de daadwerkelijke bouw van woningen_ _wordt gestart, waardoor de bijdrage van de ontwikkelaar achterwege blijft._ _We merken hierbij volledigheidshalve ook op dat we in de praktijk doorgaans overeenkomen dat de_ _ontwikkelaar de kosten voor het inrichten van de openbare ruimte (wegen, riool, verlichting, groen)_ _voor zijn rekening neemt. Voor het risico dat de ontwikkelaar zijn verplichtingen om het openbaar_ _gebied woonrijp op te leveren niet na kan komen wordt doorgaans een bankgarantie verlangd._
_d._ _In de bestuursrapportage is gesteld dat de post “We voegen nieuwe woningen toe. (020.020.040)”_
_in zekere mate revolverend is. Dit is mede afhankelijk van het doorgaan van het initiatief en de_ _afspraken die daarover in de anterieure overeenkomst worden overeengekomen. Ook kan het_ _voorkomen dat de bijdrage voor de gemaakte kosten pas in een later stadium (na afloop van het_ _boekjaar) worden ontvangen. Voor de risico’s verwijzen we naar de beantwoording hiervoor onder_ _c._
Vraag:
Beleidskaders
In de beantwoording van agendavragen worden onder meer de Regionale Woonagenda 2023–2030, de Omgevingsvisie en het Volkshuisvestingsprogramma genoemd.
a. Welke door de raad vastgestelde beleidskaders zijn momenteel leidend voor de woningbouwprogrammering?
b. Kan het college aangeven hoe de woningbouwverwachtingen in de Berap zich tot deze kaders verhouden en welke relevante beleidskaders eventueel niet in de Berap zijn benoemd?
Antwoord:
_a._ _De woningbouwprogrammering wordt primair gestuurd door de door de raad vastgestelde_
_Omgevingsvisie Berkelland en de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 ‘Goed wonen in_ _een vitale regio’. De Omgevingsvisie vormt het strategische kader, waarbinnen het_ _Volkshuisvestingsprogramma de woonambities, volkshuisvestelijke opgaven en_
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
_woningbouwprogrammering concreet uitwerkt. Daarnaast heeft de gemeenteraad in 2023_ _ingestemd met de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030. Daarmee heeft de raad de in_ _regionaal verband gemaakte afspraken over onder meer woningbouw, doelgroepen, kwalitatieve_ _woningbehoefte en de verdeling van de woningbouwopgave onderschreven. Deze woonagenda_ _vormt daarom, naast de Omgevingsvisie, een belangrijk beleidsmatig kader voor de_ _woningbouwprogrammering in Berkelland. We zorgen in de Staat van het wonen voor een_ _eenduidig beeld van kaders en voortgang._ _b._ _De woningbouwverwachtingen in de Berap volgen rechtstreeks uit de vastgestelde beleidskaders:_
_de Omgevingsvisie Berkelland, de Regionale Woonagenda Achterhoek 2023-2030 en het_ _Volkshuisvestingsprogramma. Dit is de lijn die door de raad is vastgesteld en die het college volgt._ _De prestatieafspraken met ProWonen sluiten hierop aan en ondersteunen de gezamenlijke ambitie_ _om de doelstellingen uit de Woondeal 1.1 te realiseren._
Vraag:
Ontwikkeling woningmarkt en haalbaarheid
De woningbouw in Berkelland raakt op stoom. Tegelijkertijd zijn er landelijk signalen, onder andere vanuit het EIB en marktpartijen, van veranderende marktomstandigheden, onder meer rond rente, koopkracht en de verkoopbaarheid van nieuwbouw. Voor de CDA-fractie is het belangrijk om deze ontwikkelingen tijdig mee te wegen, zodat de woningbouwambitie waar nodig kan worden bijgestuurd.
a. Houdt het college bij de woningbouwprognose rekening met de actuele ontwikkelingen op de woningmarkt?
b. Zijn er in Berkelland inmiddels projecten waarbij verkoop, fasering of financiële haalbaarheid onder druk staat?
c. Acht het college de huidige aanname van circa 30% uitval of vertraging van plannen nog passend bij de actuele omstandigheden?
d. Welke gevolgen zou een verdere verandering van de woningmarkt kunnen hebben voor de woningbouwopgave tot 2032?
Antwoord:
_a._ _We blijven alert op de realiteitswaarde van de woningbouwplanning: zijn de verwachte aantallen_
_woningen nog haalbaar als de markt tegenzit. Veranderende marktomstandigheden, zoals hogere_ _financieringskosten, minder bestedingsruimte voor huishoudens en onzekerheden in de_ _woningmarkt, kunnen invloed hebben op de haalbaarheid en het tempo van woningbouwprojecten._ _Om goed aan te blijven sluiten bij de actuele woningbehoefte voeren we een nieuw_ _woonwensenonderzoek uit in 2027, waarbij ook ontwikkelingen in inkomens en betaalbaarheid_ _worden betrokken. Daarnaast blijven we sturen op voldoende sociale huurwoningen en betaalbare_
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
_koopwoningen. Daarbij houden we nadrukkelijk rekening met de vraag vanuit de markt, zodat we_ _bouwen naar behoefte en leegstand voorkomen._ _b._ _Voorzover ons bekend is daarvan op dit moment nog geen sprake. Er is één project voor drie_
_woningen, waarvoor een realisatieovereenkomst geldt van vóór de prijsafspraken. De gerealiseerde_ _levensloopbestendige woningen met beperkte buitenruimte blijken moeilijk verkoopbaar. Daarnaast_ _lopen voor twee projecten met in totaal 134 woningen nog beroepsprocedures bij de Raad van_ _State, wat leidt tot vertraging in de planning en problemen bij de aansluiting op nutsvoorzieningen._ _c._ _De huidige plancapaciteit van 130% biedt voldoende ruimte om vertraging en uitval op te vangen._
_Via monitoring en een nieuw woonwensenonderzoek blijven we beoordelen of deze buffer passend_ _is en stellen we deze zo nodig bij._ _d._ _Een verdere verandering van de woningmarkt kan gevolgen hebben voor de mate waarin_
_nieuwbouwwoningen financieel bereikbaar zijn voor inwoners, het tempo en de haalbaarheid van de_ _woningbouwopgave. Wanneer de vraag naar koopwoningen afneemt of de betaalbaarheid onder_ _druk komt te staan, kunnen projecten vertraging oplopen of vragen om aanpassing van het_ _woningbouwprogramma._
Vraag:
Optoppen, woningsplitsing en transformatie
Naast nieuwbouw wordt ook ingezet op optoppen, woningsplitsing binnen de kernen en transformatie. De raad heeft met Amendement A-25-13 nadrukkelijk verwachtingen uitgesproken over de bijdrage van optoppen. Landelijk zijn inmiddels signalen dat de feitelijke opbrengst van deze instrumenten achterblijft bij eerdere verwachtingen. Ook ProWonen geeft aan vooralsnog geen grote aantallen woningen uit optoppen te verwachten.
a. Hoeveel woningen verwacht het college tot en met 2032 door optoppen, woningsplitsing en transformatie toe te voegen?
b. Welk deel daarvan is al concreet in beeld en maakt onderdeel uit van de 1.387 harde en zachte plannen?
c. In hoeverre heeft het college de recente landelijke ervaringen betrokken bij de woningbouwprogrammering?
d. Wat betekent een eventuele lagere opbrengst van optoppen, woningsplitsing en transformatie voor de circa 330 woningen die nog aan de programmering moeten worden toegevoegd.
Antwoord:
_a._ _Er is onderzoek gedaan met de Optopkansenkaart in Berkelland. Hieruit is gebleken dat er geen_
_eenvoudig realiseerbare locaties zijn waar door optoppen op korte termijn substantiële woningbouw_ _kan worden toegevoegd. Er loopt momenteel samen met ProWonen een onderzoek naar de_ _mogelijkheden voor woningsplitsing. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de effecten op de_
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
_leefbaarheid en de kwaliteit van de wijk, zodat eventuele splitsingen geen negatieve gevolgen_ _hebben voor de woonomgeving. De bijdrage van transformatie aan de woningbouwopgave binnen_ _Berkelland op dit moment; Eibergen 22 woningen en in Ruurlo 8 woningen die via zuivere_ _transformatie worden gerealiseerd. Het grootste deel van de woningproductie vindt plaats via sloop-_ _nieuwbouw: 105 woningen in Eibergen, 50 in Ruurlo, 316 in Borculo en de omliggende kleine_ _kernen en 208 in Neede._ _b._ _Op dit moment maken alleen transformatieobjecten onderdeel uit van de woningbouwplannen._
_Totaal gaat het dan over 709 woningen door transformatie en sloop-nieuwbouw._ _c._ _We betrekken landelijke en regionale ervaringen door actief deel te nemen aan regionale_
_overleggen, kennisuitwisseling met andere gemeenten, samenwerking met provincie en corporaties._ _Ook door landelijke ontwikkelingen, onderzoeken en praktijkervaringen te volgen._ _Inzichten worden gebruikt bij het actualiseren van de woningbouwprogrammering en bij het maken_ _van keuzes rondom plancapaciteit, fasering, woningtypen en de uitvoerbaarheid van plannen._ _Daarbij kijken wij niet alleen naar successen, maar ook naar knelpunten die elders worden ervaren,_ _zoals vertragingen in planontwikkeling, netcongestie, stikstofvraagstukken, beschikbaarheid van_ _locaties en veranderende marktomstandigheden. De punten worden meegenomen in de verdere_ _uitwerking en actualisatie van de programmering._ _d._ _Onderzoek naar Optoppen heeft geen mogelijkheden opgeleverd. We onderzoeken samen met_
_ProWonen de mogelijkheden van woningsplitsing, waarbij we eventuele hindernissen, zoals_ _parkeren, trachten weg te nemen. Het benaderen van particuliere eigenaren om hen tot_ _woningsplitsing te bewegen is zeer arbeidsintensief en levert dit naar verwachting geen snelle of_ _substantiële bijdrage aan de woningbouwopgave. Daarom richten wij ons momenteel met name op_ _transformatieobjecten._
Vraag:
Pilot Innovatieve Woonconcepten Buitengebied
De Pilot Innovatieve Woonconcepten Buitengebied is inmiddels verlengd van 1 juli 2026 tot 1 januari 2027.
a. Hoeveel initiatieven/plannen zijn tot op heden binnen de pilot ingediend en hoeveel daarvan zijn inmiddels gehonoreerd?
b. Hoe beoordeelt het college de belangstelling voor de pilot tot nu toe?
c. In hoeverre ondersteunt en begeleidt het college initiatiefnemers actief om de pilot daadwerkelijk tot uitvoering te laten komen?
d. Verwacht het college dat de pilot tot concrete extra woningen leidt die kunnen bijdragen aan de woningbouwopgave tot 2032? Zo ja, om welke orde van grootte gaat het?
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._
Schriftelijke vragen art. 33
Antwoord:
_a._ _Via het omgevingsloket zijn tot nu toe 6 initiatieven (conceptverzoeken) ingediend. Daarvan zijn er 2_
_op de initiatieftafel (IT) behandeld, waarvan 1 initiatief als ‘wenselijk’ is beoordeeld. Deze kan de_ _initiatiefnemer nu uitwerken tot een concreet plan._ _b._ _Het inloopspreekuur (zie ook antwoord c) wordt goed bezocht en ook daarbuiten neemt men_
_regelmatig contact op de planbegeleider met vragen over de pilot. In die zin is er veel belangstelling._ _Wat echter opvalt is dat veel bezoekers van het inloopspreekuur niet voor de pilot komen en dat_ _veel initiatieven niet passen binnen de kaders van de pilot._ _c._ _Tweewekelijks is er een inloopspreekuur op het gemeentehuis (vrije inloop) waar inwoners vragen_
_over de pilot en hun initiatief kunnen stellen. Ook daarbuiten is er actief contact tussen de_ _planbegeleider en initiatiefnemers over de pilot of een (in te dienen) aanvraag. Daarnaast is_ _informatie over de pilot op de gemeentelijke website gepubliceerd._ _d._ _Ja, zij het in een zeer beperkt aantal. Het plan dat als ‘wenselijk’ is beoordeeld, is nog niet zo_
_concreet dat we hier al een uitspraak over kunnen doen. En de overige vier plannen moeten eerst_ _op de initiatieftafel worden beoordeeld._
_Toelichting:_ _1. Agenda vragen (art. 34) zijn alleen bedoeld voor vragen over punten die op de agenda staan._ _2. Schriftelijke vragen (art. 33) zijn vragen die niet bedoeld zijn voor punten die op de agenda staan._ _3. Voor de overzichtelijkheid uw vragen in de daarvoor bestemde vakken plaatsen._