Bergeijk, 8 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Vraag d.d. : 01-09-2026 Onderwerp : Raadsvoorstel Nota van uitgangspunten Bergeijk-Noord Van : P. Houbraken (LPB) Afhandeling door : Afgehandeld d.d. :
Vraag
Naar aanleiding van agendapunt 7.a, Nota van Uitgangspunten gebiedsprogramma Bergeijk-Noord, heb ik voorafgaand aan de commissiebehandeling enkele technische vragen over de status en onderlinge verhouding van de verschillende besluiten en documenten. Waar gevraagd wordt om bevestiging, een overzicht of concrete termijnen, ontvang ik het antwoord graag overeenkomstig die vraagstelling.
1. Het Plan van Aanpak Gebiedsprogramma Bergeijk-Noord is op 17 maart 2026 door het college vastgesteld. De gemeenteraad wordt nu voorgesteld de Nota van Uitgangspunten vast te stellen als kaderstellend beleidsdocument voor de verdere ontwikkeling van Bergeijk-Noord.
Kan het college bevestigen dat na vaststelling door de raad de Nota van Uitgangspunten leidend is voor de inhoudelijke en bestuurlijke kaders van de verdere gebiedsontwikkeling en dat het Plan van Aanpak van 17 maart 2026 primair de procesaanpak, fasering en werkwijze bepaalt? Indien dit niet volledig juist is, graag concreet aangeven op welke onderdelen het Plan van Aanpak daarnaast nog zelfstandig inhoudelijk kaderstellend is.
2. In het Plan van Aanpak van 17 maart 2026 zijn verschillende inhoudelijke uitgangspunten, randvoorwaarden en strategische vraagstukken opgenomen.
Kan het college in een overzicht aangeven welke onderdelen van het Plan van Aanpak van 17 maart 2026: a. Zijn overgenomen in de Nota van Uitgangspunten; b. Zijn gewijzigd of nader geconcretiseerd; c. Niet langer als uitgangspunt worden gehanteerd; en d. Nog openstaan voor afweging in de scenariofase?
3. Kan het college bevestigen dat, wanneer een inhoudelijk uitgangspunt uit het Plan van Aanpak van 17 maart 2026 niet is overgenomen in de door de raad vastgestelde Nota van Uitgangspunten, dat eerdere uitgangspunt niet zonder nadere bestuurlijke motivering als vaststaand inhoudelijk kader voor de scenariostudie kan worden gehanteerd? Zo nee, welke concrete uitzonderingen gelden hierop?
4. Het Plan van Aanpak omschrijft de procesaanpak als een ‘routekaart, geen blauwdruk’ en laat ruimte om bestuurlijke keuzes, onderzoeksresultaten en participatie-uitkomsten in het vervolgproces te verwerken. Kan het college uitputtend aangeven welke inhoudelijke keuzes met vaststelling van de Nota van Uitgangspunten definitief als kader voor de scenariostudie worden vastgelegd en welke inhoudelijke keuzes nadrukkelijk nog openstaan?
5. In de stukken wordt aangegeven dat tijdige vaststelling van het gebiedsprogramma van belang is voor het bestendigen van het gevestigde voorkeursrecht.
Kan het college concreet aangeven: - welke wettelijke termijn(en) hierbij gelden; - op welke datum of data deze voor Bergeijk-Noord aflopen; - welk besluit vóór die datum noodzakelijk is; en - wat juridisch het gevolg is wanneer dat besluit niet tijdig wordt genomen?
6. Kan het college met ja of nee beantwoorden of het gevestigde voorkeursrecht op zichzelf inhoudelijke beperkingen oplegt aan de nog te maken keuzes over bijvoorbeeld woningaantal, dichtheid, stedenbouwkundige opzet, groenstructuur en voorzieningen? Indien ja: welke beperkingen zijn dit precies en uit welke wettelijke bepaling volgen deze?
7. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de gemeenteraad in het tweede kwartaal van 2027 wordt betrokken bij de keuze van het voorkeursscenario en dat later ook het omgevingsplan door de raad wordt vastgesteld.
Kan het college in een overzicht per toekomstig beslismoment aangeven: - welk orgaan beslist (raad of college); - of de raad besluitvormend, kaderstellend, adviserend of uitsluitend informerend betrokken is; - welk document op dat moment voorligt; en - welke inhoudelijke keuzes de raad op dat moment nog kan wijzigen of bijsturen?
Antwoord