Arnhem, 24 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen betreffende de weerbaarheid van Arnhem bij langdurige
verstoringen
Conform art. 44 regelement van orde
Arnhem, 21 september 2026
Geacht college van burgemeester & wethouders
Op 15 september 2026 heeft de VNG per ledenbrief de geactualiseerde
Handreiking Weerbaarheid en veerkracht op lokaal niveau 2.0 aangeboden. De
handreiking bevat 41 maatregelen, geordend in zes pijlers: continuïteit van de
eigen organisatie, crisisorganisatie, vitale voorzieningen, sociaal weefsel, zelf- en
samenredzaamheid, en de samenleving als geheel. Per maatregel is aangegeven
in welke crisisfase deze relevant is en welke partij eerstverantwoordelijk is. De
ledenbrief is uitdrukkelijk gericht aan het college en de gemeenteraad
gezamenlijk.
De VNG adviseert college en raad om nog in 2026 vier afspraken te maken: in
beeld brengen waar de gemeente langs de zes pijlers staat, bepalen welke
risico’s en processen voorrang krijgen en welke capaciteit en middelen daarvoor
nodig zijn, vastleggen wat lokaal wordt georganiseerd en wat regionaal of
landelijk wordt belegd, en vastleggen wie bestuurlijk opdrachtgever is, hoe de
gemeentesecretaris de uitvoering coördineert en hoe college en raad de
voortgang volgen. Uit het PwC-rapport ‘Lokaal weerbaar’ van maart 2026 blijkt
dat landelijk op slechts drie van twaalf onderzochte maatregelen substantiële
ontwikkeling zichtbaar is en dat op onder meer noodstroom, noodsteunpunten en
drinkwatervoorziening nauwelijks vooruitgang is geboekt.
Onze fractie heeft de feitelijke stand van zaken gelijktijdig langs ambtelijke weg
uitgevraagd. De onderstaande vragen zien daarom niet op die feiten, maar op het
standpunt en de voornemens van het college. Waar in een vraag naar feitelijke
gegevens wordt verwezen, is dat om de politieke vraag te kunnen beantwoorden,
ook wanneer die gegevens ambtelijk reeds zijn verstrekt.
Vragen aan het college
1. In het PwC-rapport ‘Lokaal weerbaar’ wordt geconcludeerd dat
weerbaarheid hoger op de bestuurlijke agenda moet. Deelt het college die
conclusie, en welke consequentie verbindt het daaraan voor Arnhem?
2. De VNG richt de vier afspraken uitdrukkelijk tot het college en de
gemeenteraad gezamenlijk. Is het college bereid deze afspraken nog in
2026 via een raadsvoorstel aan de raad voor te leggen, en de ledenbrief en
handreiking daarbij voorzien van een bestuurlijke reactie aan de raad toe te
zenden? Zo nee, op welke grond acht het college besluitvorming hierover
zonder de raad passend?
3. Wij hebben ambtelijk opgevraagd of er een overzicht bestaat waarin per
van de 41 maatregelen is aangegeven of deze is belegd. Onafhankelijk van
de uitkomst daarvan: is het college bereid een nulmeting langs de zes
pijlers uit te voeren, dan wel een bestaande meting te actualiseren, en het
resultaat voor 1 januari 2027 aan de raad voor te leggen?
4. Welk niveau van voorbereiding acht het college voor Arnhem passend, en
welke risico’s en gemeentelijke processen krijgen naar het oordeel van het
college voorrang? Op welke bestuurlijke afweging is die prioritering
gebaseerd?
5. De verdeling tussen wat Arnhem zelf organiseert en wat bij VGGM is
belegd, hebben wij ambtelijk uitgevraagd. Is het college bereid deze
verdeling schriftelijk vast te leggen en aan de raad kenbaar te maken,
inclusief de onderdelen waarop Arnhem afhankelijk is van regionale
besluitvorming? Welke inzet pleegt de burgemeester hierop in het
Algemeen Bestuur van VGGM?
6. De voor weerbaarheid begrote en bestede middelen hebben wij ambtelijk
opgevraagd. Los van die cijfers: is het college bereid de benodigde
capaciteit en middelen als afzonderlijk herkenbare post in de begroting
2027 op te nemen, in plaats van deze binnen bestaande budgetten op te
vangen?
7. Acht het college het wenselijk dat de continuïteit van raad en griffie
onderdeel is van de gemeentelijke continuïteitsvoorziening, zodat
besluitvorming ook bij langdurige uitval van het stadhuis of de ICT omgeving doorgang kan vinden? Is het college bereid dit samen met de
griffie en het presidium uit te werken?
8. De handreiking gaat uit van een eerste periode van 72 uur waarin inwoners
en organisaties in belangrijke mate op elkaar zijn aangewezen. Welk niveau
van voorbereiding acht het college passend voor inwoners die bij uitval van
stroom of telecom afhankelijk zijn van medische apparatuur of thuiszorg,
en is het college bereid vast te leggen welke partij hen in die eerste 72 uur
benadert?
9. De vierde VNG-afspraak betreft het vastleggen van bestuurlijk
opdrachtgeverschap, ambtelijke coordinatie en de wijze waarop de raad de
voortgang volgt. Is het college bereid hierover een vaste afspraak met de
raad te maken, met een vastgelegde frequentie van rapportage, in plaats
van de raad incidenteel te informeren?
10. Onderkent het college dat zolang een nulmeting, een prioritering, een
vastgelegde verdeling tussen lokaal en regionaal en een raadsbesluit
uitblijven, de raad zijn kaderstellende en controlerende rol op dit
onderwerp niet kan uitoefenen, terwijl de VNG hem daarvoor uitdrukkelijk
medeverantwoordelijk maakt, en dat daarmee ook naar inwoners toe
onduidelijk blijft waarop zij bij een langdurige verstoring mogen rekenen?
En is het college bereid die duidelijkheid voor 31 december 2026 te bieden?
In afwachting van uw antwoord verblijf ik,
G.A.A. Luurssen
_Forum voor Democratie_