Arnhem, 28 mei 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Schriftelijke vragen (art.44, RvO) door de SP-fractie aan het college van burgemeester en wethouders.
Onderwerp: Het inspectierapport _De Staat van het Onderwijs 2026_ en de betekenis hiervan voor het Arnhemse onderwijs.
Arnhem, 17 april 2026
De SP-fractie heeft kennis genomen van het inspectierapport _De Staat van het Onderwijs 2026_ . Helaas valt deze staat zorgwekkend te noemen. De vraag dringt zich op: wie neemt nu verantwoordelijkheid? Naar aanleiding hiervan heeft de SP-fractie de volgende vragen:
1. De inspectie stelt dat kwaliteitszorg bij scholen en opleidingen structureel tekortschiet en dat een aanzienlijk deel niet verbetert na ingrijpen . Hoeveel scholen en opleidingen in Arnhem vallen hieronder? Heeft het college hier überhaupt zicht op? 2. Wat heeft het college de afgelopen jaren gedaan in de ondersteuning van scholen en opleidingen die kwalitatief ondermaats zijn? Hoe evalueert het college deze ondersteuning en is zij van mening dat deze ondersteuning afdoende is? 3. Hoe lang accepteert het college nog dat zij geen directe rol neemt in de kwaliteit van ons onderwijs, terwijl dalende onderwijskwaliteit een groot maatschappelijk probleem vormt? 4. Hoe lang nog vindt het college dat het zich kan blijven verschuilen achter “dat is een taak van schoolbesturen”, terwijl keer-op-keer blijkt dat de onderwijskwaliteit daalt en Arnhemse kinderen en jongeren hier de dupe van zijn? 5. Herinnert het college zich de in juni 2023 aangenomen motie 23m73g ‘Formuleer meetbare doelen om onderwijsachterstanden tegen te gaan.’? 6. Waarom is deze motie nog steeds niet afgedaan en is de raad derhalve nooit jaarlijks geïnformeerd over meetbare doelen, en de voortgang hieromtrent, om onderwijsachterstanden en segregatie tegen te gaan? Wanneer mogen we dit alsnog verwachten? 7. De inspectie beoordeelde liefst 40% van de onderzochte mbo-opleidingen als ‘onvoldoende’ of ‘zeer zwak’. Hoeveel opleidingen in Arnhem vallen hieronder? Heeft het college hier überhaupt zicht op? Kunnen resultaten hiervan met de raad gedeeld worden? 8. De inspectie signaleert dat ongeveer een derde van de gediplomeerden mbo2 het referentieniveau 2F voor het Centraal Examen (CE) _niet_ haalt. Heeft het college zicht op de Arnhemse situatie? 9. Erkent het college dat het hier gaat om een schokkende en absoluut onaanvaardbare situatie waarbij studenten het onderwijs feitelijk als laaggeletterd, als functioneel analfabeet, verlaten? 10. Hoe gaat het college ervoor zorgen dat deze schokkende en absoluut onaanvaardbare ontwikkeling in Arnhem een halt toe wordt geroepen? 11. De SP-fractie vraagt al langer aandacht voor zorgfraude. De Inspectie maakt zich zorgen om diplomafraude, waarbij criminelen infiltreren in de keten van zorg en onderwijs. Heeft het college zicht op dergelijke vormen van fraude, infiltratie en ondermijning via Arnhemse opleidingen?
12. Wat doet het college, in overleg met onderwijsinstellingen, om zorgfraude en het optreden van criminelen onder de aandacht van studenten te brengen? 13. Heeft het college zicht op het aantal Arnhemse jongeren dat zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat? 14. Om jongeren zonder startkwalificatie beter te begeleiden wordt er, in het kader van de Wet van school naar duurzaam werk, gewerkt aan een regionaal programma. Wanneer wordt de raad hierover geïnformeerd? 15. Hoe verhoudt de hoge uitval van nieuwkomers op het mbo zich tot het Arnhemse beleid om meer dan 3x te voldoen aan de Spreidingswet? Hoe houdt bijvoorbeeld het regionaal programma van school naar duurzaam werk hier rekening mee? 16. Erkent het college dat de keuze om in Arnhem meer dan 3x te voldoen aan de Spreidingswet op het gebied van asielopvang – terwijl buurgemeente Rozendaal voor 0% voldoet – tot (grote) druk en problemen kunnen leiden op andere gebieden, zoals het onderwijs voor nieuwkomers, gebrek aan ruimte, uitval op school en het ontbreken van een startkwalificatie? 17. Herinnert het college zich de aangenomen motie 25m131 ‘Extra capaciteit om laaggeletterdheid onder kinderen te voorkomen’? 18. Is het inmiddels gelukt om het aantal fte’s voor intermediairs op te hogen, ten einde het bereik van voor- en vroegschoolse educatie in wijken die laag scoren te vergroten? 19. Wanneer mag de raad het beloofde monitoringsmodel verwachten om de effectiviteit van interventies bij taalachterstanden te evalueren? 20. Is het college bereid om scenario’s uit te werken en aan de raad voor te leggen waarin lokale interventies, verplichtingen en doelstellingen worden geformuleerd die verder gaan dan de huidige formele verantwoordelijkheden ten einde de kwaliteit van het Arnhemse onderwijs te verbeteren? Zo nee, waarom niet? Is het college van mening dat de huidige staat van het onderwijs een dergelijke apathie zou rechtvaardigen?
Hoogachtend,
Noud Roelen