Maastricht, 22 september 2026
Bron laatst gecontroleerd op 4 oktober 2026.
BINNENGEKOMEN TEAM POSTBEHANDELING EN ARCHIVERING D.D. 03-09-2026 No. 2026.02737 (Raad) No. 2026.02738 (Financiën)
2 september 2026
Betreft: Technische vragen inzake 1e Bestuursrapportage 2026
Geacht college,
Op 8 september 2026 bespreekt de raad de 1e Bestuursrapportage 2026. De rapportage laat voor 2026 een positief saldo van € 8,530 miljoen zien. Tegelijk komt een groot deel van het voordeel door uitgestelde investeringen, ontstaan vanaf 2028 tekorten en nemen de kosten in het sociaal domein toe. Om de rapportage goed te kunnen beoordelen, stelt SAB de volgende technische vragen. Wij verzoeken het college deze vragen zo mogelijk vóór of tijdens de domeinvergadering van 8 september te beantwoorden. Als dit niet volledig mogelijk is, ontvangen wij de ontbrekende antwoorden graag vóór de raadsvergadering van 22 september 2026.
1. Kan het college het voordeel van € 4,119 miljoen door lagere kapitaallasten uitsplitsen per project en daarbij aangeven welk deel een echte besparing is en welk deel uitsluitend ontstaat doordat investeringen later worden uitgevoerd?
2. Kan het college voor ieder majeur vertraagd project de oorspronkelijke en de nieuwe opleverdatum, de oorzaak van de vertraging, de gevolgen voor inwoners en de verwachte extra kosten vermelden? Kan het college tevens aangeven welke projecten nu voorrang krijgen en op basis van welke criteria deze keuze wordt gemaakt?
3. Waarom meldt de rapportage bij Jeugdhulp en Beschermd Thuis geen nieuwe risico's, terwijl het gebruik van intensieve individuele jeugdhulp sterk stijgt, de zwaardere vormen van Beschermd Thuis toenemen en de regionale reserve naar verwachting volledig wordt gebruikt? Kan het college de financiële en maatschappelijke risico's voor 2026 tot en met 2029 alsnog benoemen en, waar mogelijk, becijferen?
4. Hoeveel inwoners kunnen op dit moment niet uit Beschermd Thuis of een andere woonvoorziening doorstromen doordat geen passende woning beschikbaar is, hoe lang wachten zij gemiddeld en welke concrete afspraken zijn met woningcorporaties gemaakt om deze uitstroom te verbeteren? Hoe worden eventuele nieuwe tekorten opgevangen als de regionale reserve is uitgeput?
5. Is de gevraagde € 3,600 miljoen voor de startersleningen uitsluitend het gemeentelijke aandeel of de totale bestedingsruimte inclusief de provinciale bijdrage? Hoeveel starters kunnen hiermee naar verwachting worden geholpen en kan de raad periodiek worden geïnformeerd over aanvragen, toekenningen, afwijzingen en het resterende budget?
6. Kan het college de verwachte externe inhuur van bijna € 18 miljoen uitsplitsen naar domein, doel, duur en soort werkzaamheden? Hoe verklaart het college dat projecten vertraging oplopen door beperkte ambtelijke capaciteit, terwijl tegelijk dit bedrag aan externe inhuur wordt besteed, en welk deel van de inhuur betreft structurele functies?
7. Op welke aantallen overnachtingen en overige gegevens is de structurele verlaging van de opbrengst uit toeristenbelasting met € 350.000 per jaar gebaseerd? Waarom acht het college de resultaten van vooral het eerste kwartaal van 2026 voldoende om nu al van een blijvende daling uit te gaan?
8. Welke concrete zorg- en onderhoudswerkzaamheden worden betaald uit de nieuwe bestemmingsreserve Bonbonnière van maximaal € 490.000, welk actueel onderhoudsplan of inspectierapport ligt hieraan ten grondslag en hoe wordt de raad geïnformeerd over de onttrekkingen en het resterende saldo?
Met vriendelijke groet,
Indiener: Jos Gorren Partij indiener: SAB
Antwoord:
1. De oproep om meer inzicht in de voortgang van majeure projecten en de wens om betere sturing wat betreft projecten is een terechte en relevante. Deze vraag is echter groter en verdient meer dan een eenmalige analyse of uiteenzetting waar nu om gevraagd wordt. Het College gaat hier samen met de organisatie de komende periode stevig inzetten (denk daarbij aan portfoliomanagement en de ontwikkeling van dashboards). Deze ontwikkeling gaat hand in hand met betere prioritering en het vergroten van het realiteitsgehalte van de investeringsplanning. Bij begroting 2027 die binnenkort met u wordt gedeeld wordt hierin een eerste belangrijke stap gezet waarbij de meerjarenplanning voor investeringen opnieuw tegen het licht is gehouden en waar nodig herijkt. Zoals uit deze Bestuursrapportage blijkt, hangen de afwijkingen op de kapitaallasten vrijwel volledig samen met latere uitvoering en is van besparingen dus geen sprake.
2. Zie beantwoording vraag 1.
3. De ontwikkelingen binnen de jeugdhulp worden beschouwd als onderdeel van de reeds bekende risico's rondom openeinderegelingen binnen het sociaal domein en zijn daarom niet afzonderlijk als nieuw risico opgenomen. De kosten van jeugdhulp blijven onder druk staan door een stijgend gebruik van intensieve individuele jeugdhulp en een toenemende zorgzwaarte. Hierdoor bestaat het risico op hogere uitgaven dan begroot. De ontwikkeling wordt maandelijks gemonitord. De omvang van het risico voor de periode 2026-2029 is op dit moment niet betrouwbaar te kwantificeren.
4. Op dit moment (peildatum 3 september) zijn er 21 mensen in BT die wachten op een woning. Afspraken met loket Housing zijn dat uitstroom maximaal 12 maanden duurt. De gemiddelden liggen in praktijk nu rond de 6 maanden. Afspraken met woningcorporaties zijn dat wij op jaarbasis 88 woningen van hen krijgen t.b.v. uitstroom uit BT. Loket Housing doet voor ons de bemiddeling. Richting 2027 e.v. maken we nieuwe afspraken met hen via de Prestatieafspraken. De reserve wordt in 2026 uitgeput. Om dit tekort op te vangen voeren we een beheersplan in.
5. De gevraagde uitbreiding betreft enkel het gemeentelijk aandeel. Het is lastig om in te schatten hoeveel starters er geholpen kunnen worden na invoering van de nieuwe voorwaarden. Uitgaande van de gemiddelde hoogte van de aangevraagde leningen in de laatste 3 maanden gaat het om plusminus 150 leningen. Medio 2027 willen we de starterslening evalueren. We verwachten dan ook meer data te hebben om een inschatting te kunnen maken wat een stabiel gemiddeld leenbedrag is, hoeveel leningen er gemiddeld worden afgesloten (het aantal is het hardst gestegen) en kunnen dan bezien of het verstandig is om de leningsvoorwaarden aan te passen (bv aankoopwaarde woning, max leenbedrag), de starterslening met dezelfde voorwaarden te continueren (en nieuw budget aanvragen) of het verstrekken van de starterslening te beëindigen.
6. De gemeentelijke organisatie registreert externe inhuur op hoofdlijnen naar inzet voor ziektevervanging, tijdelijke capaciteitsvraagstukken en specialistische expertise. Over deze categorieën wordt periodiek gerapporteerd in de bestuursrapportages.
Een uitsplitsing van de totale externe inhuur naar domein, doel, duur en specifieke werkzaamheden is op dit moment echter niet beschikbaar. De gegevens worden niet op deze wijze geregistreerd. Het samenstellen van een betrouwbaar overzicht op dit detailniveau zou daarom een aanvullende inventarisatie en analyse vereisen. Ook beschikken wij momenteel niet over een registratie waarin externe inhuur wordt onderscheiden naar structurele en niet-structurele functies, waardoor wij dit aandeel niet betrouwbaar kunnen kwantificeren.
Het bedrag van circa € 18 miljoen betreft bovendien de inzet van externe capaciteit voor de gehele gemeentelijke organisatie en niet uitsluitend voor projectrealisatie binnen het fysieke domein. Externe inhuur wordt onder meer ingezet voor:
- vervanging bij ziekte;
- tijdelijke invulling van vacatures;
- opvang van piekbelasting;
- inzet van specialistische expertise die slechts beperkt of incidenteel nodig is.
Het bestaan van externe inhuur betekent niet automatisch dat projectvertragingen kunnen worden opgelost door extra capaciteit in te huren. Projectvertragingen hebben doorgaans meerdere oorzaken, waarvan capaciteit er één is. Daarnaast blijkt in de praktijk dat de specialistische kennis die bij complexe projecten nodig is steeds moeilijker beschikbaar is, zowel voor vaste invulling als voor tijdelijke inhuur. Ook andere gemeenten en overheidsorganisaties concurreren immers om dezelfde schaarse expertise.
Net als veel andere Nederlandse gemeenten zien wij dat de realisatie van projecten steeds meer wordt beïnvloed door factoren die buiten de directe invloedssfeer van de organisatie liggen. Beperkte ambtelijke capaciteit vormt daarbij soms een onderdeel van de verklaring, maar is zeker niet de enige oorzaak van vertragingen.
7. De aantallen overnachtingen en opbrengsten toeristenbelasting zijn gebaseerd op de gerealiseerde aanslagoplegging over het 1 [e] kwartaal 2026 door BsGW. In het 1e kwartaal 2025 werden 315.013 overnachtingen gerealiseerd, in dezelfde periode in 2026 werden 292.946 overnachtingen gerealiseerd. Dit is een afname met 7,5%, de opbrengsten daalden daardoor met 4,4%. In de begrotingswijziging toeristenbelasting 2026 is ervan uitgegaan dat deze afname structureel is en daardoor op jaarbasis de begrote opbrengsten met € 350.000,- afnemen. Het college heeft in overweging genomen dat dit de eerste keer in jaren is, dat de aantallen overnachtingen afnemen in plaats van toenemen en daarnaast dat vanaf 1 januari 2026 de BTW op (hotel)overnachtingen verhoogd is van het lage naar het hoge tarief. Voorzichtigheidshalve heeft het college daarom deze begrotingswijziging voorgesteld.
8. Het totaal van € 490.207 wordt ingezet voor de afkoop van zowel de onderhouds- als de zorgplicht, zoals eerder met u gedeeld via de RIB – Afkoopsom i.r.t. ontbinding erfpachtrecht de Bonbonnière op 9 april jl. Concreet gaat het om kosten voor verzekeringen, lokale belastingen (zoals OZB), calamiteitenonderhoud, leegstandsbeheer en het daarmee samenhangende verbruik van energie en water. Daarnaast worden noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd op basis van de onafhankelijke inspectie die moest aantonen welke zaken op korte termijn aangepakt moeten worden zodat het pand de afgesproken conditiescore 3 (NEN 2767) behaalt. Het betreft onder meer herstel aan daken, maatregelen voor brandveiligheid en elektra, verbetering van beveiligingsinstallaties en het oplossen van het vochtprobleem aan de voorzijde. Deze werkzaamheden worden steeds afgewogen tegen veiligheid van het pand, het voorkomen van maatregelen die bij de renovatie weer moeten worden teruggedraaid en mogelijke vormen van tijdelijke invulling van het pand in overleg met de kwartiermakers. De raad wordt zoals gebruikelijk middels de reguliere P&C-producten actief geïnformeerd over de inzet van deze reserve.
Behandeld door gemeente Maastricht/ team: Financiën